David Laport: ‘Op school zaten boeren. Dan is het niet wijs om op ballet te zitten.’

Plus Interview

Modeontwerper David Laport (33): ‘Beyoncé staat nu boven aan mijn lijst’

David Laport: ‘Op school zaten boeren. Dan is het niet wijs om op ballet te zitten.’ Beeld Walter Pierre

Modeontwerper David Laport (33) ging bijna failliet en zijn gezicht verzakte van de stress. Zijn doorzettingsvermogen werd beloond toen Rihanna zijn roze verenjurk droeg. ‘Ik krijg regelmatig aanvragen van grote celebrity’s, soms gaat het mis.’

David Laport was ‘zuur’ dat het wéér niet was gelukt. De modeontwerper had al een jurk opgestuurd naar popster Rihanna, maar zijn creatie met veren kwam niet door de douane. Dus werkte Laport met man en macht, dag en nacht aan een nieuw exemplaar, voor het carnaval in Rihanna’s geboorteland Barbados.

Maar toen bleek dat ze die zaterdag, begin augustus, toch wat anders had aangetrokken. Hij gaf het op, tot zijn stagiaire twee dagen later, terwijl Laport zijn tas aan het inpakken was voor een welverdiende vakantie naar Hawaï, appte dat Rihanna de jurk later alsnog had gedragen. Op de foto, die de wereld overging, zag Laport een lachende Rihanna in zijn jurk, die bijna volledig bestaat uit roze veren. “Toen heb ik wel staan gillen. Ze zag er echt cool uit.”

Laport zit in zijn atelier aan de Herengracht, in een statig pand vol met klassieke kunst. Zijn zolder, waar hij soms met tien coupeuses zit, is ‘ontploft’. Er staan overvolle kledingrekken met gouden kledingstukken en op de snijtafel liggen de roze veren van de Rihanna-jurk.

De ontwerper draagt een denimblouse, korte broek en gympen met witte sportsokken – het is een zomerse zaterdagmiddag. Zijn creaties werden al gedragen door zangeressen Solange en Sia, maar sinds Rihanna hebben de stylisten en inkopers hem vol in het vizier. Zo kwam er een aanvraag van een prinses uit Saoedi-Arabië en openen twee tentoonstellingen met zijn werk deze maand, in Den Haag en Goes. Daarnaast krijgt hij erkenning van vakgenoten. In 2017 won Laport de International Woolmark Prize. “Toen ik van de academie kwam, ben ik maar wat gaan maken. Zo’n prijs bevestigt dat je goed bezig bent.”

Hoewel beroemdheden vallen voor zijn kolossale, sculpturale jurken die toch luchtig aanvoelen, was de Woolmarkjury vooral te spreken over de draagbaarheid van zijn gerafelde, strapless jurk van oranje merinowol, geïnspireerd op het schilderij A Bigger Splash van David Hockney. Vijf jaar nadat hij is afgestudeerd aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag blijft Laport schipperen tussen grootse couture en draagbare rodeloperjurken. “Toch krijg ik de meeste aanvragen voor opwaaiende jurken, een techniek die ik op de academie ontwikkelde.”

Die techniek kreeg bekendheid dankzij Solange, de zus van Beyoncé, die in 2016 tijdens het Met Gala de gele jurk van plisséstof droeg, waarbij de lagen omhoog leken te waaien.

U noemt die creatie nu het ‘gele kreng’. Waarom?

Hij lacht en zegt: “Ik kan die jurk niet meer zien. Ik heb er misschien wel tien exemplaren van gemaakt, omdat iedereen die jurk wilde lenen. Maar ik leen hem niet meer uit, het is goed zo. Ik heb die techniek ook jarenlang niet gebruikt in mijn collecties, maar onlangs is de liefde ervoor toch weer opgelaaid. Het blijft een interessante vorm; onderscheidend en toch elegant.”

Hoe kwamen wereldsterren Solange, Sia en Rihanna bij u terecht?

“Solange mailde zelf, dat ze een jurk nodig had voor het Met Gala, die bij het thema innovatie paste. Ik geloofde eerst niet dat zij het was. Ze wilde eigenlijk een andere jurk, maar ik zei – heel naïef – dat ik te druk was en dat ze die gele wel mocht hebben.”

Solange Knowles draagt David Laport in New York, 2016. Beeld Hollandse Hoogte / REX by Shutterstock HH

“Dankzij die jurk werd ik benaderd door Sia’s team. Voor haar ontwerp ik nu geregeld nieuwe jurken. Sia is zelf ook erg betrokken. Als ik een schets stuur, stuurt ze via haar stylist nieuwe schetsen en opmerkingen terug. Rihanna’s stylisten vonden me via Instagram, dat gebeurt steeds vaker. Grote sterren werken graag samen met kleinere ontwerpers, omdat de jurken die ze dan dragen uniek zijn.”

Stuurt u na afloop een factuur naar Rihanna?

“Nee, natuurlijk niet. Voor sommige jurken vraag ik geen geld, omdat ze veel mediawaarde hebben. En je moet vaak eerst een band met iemand opbouwen. Het hangt er ook vanaf of iemand een jurk leent en teruggeeft, of dat ik iets nieuws maak. Voor Sia werk ik echt in opdracht, dus dan moet je denken aan duizenden euro’s per jurk.”

“Ik heb ook alle kostuums voor de tour van Mika ontworpen, dat is ook gewoon een betaalde klus. Laats vroeg het team van een komiek of ik een jurk voor de Emmy Awards wilde ontwerpen, maar toen ik vroeg wat het budget was, trokken ze zich terug.”

Laport is niet alleen maar bezig met de grillen van Hollywooddiva’s. Voor zijn eigen collecties laat hij zich vaak leiden door de natuur, zoals bij Super Photosynthesis, waarbij grote bloemen uit het hart van de modellen leken te groeien. “Ik ben net terug van Hawaï, mijn eerste vakantie in twee jaar. We zaten in een ecoresort midden in het oerwoud. Door de jetlag was ik al om vijf uur wakker en ging dan door de natuur lopen. Ik zag overal van die waaiervormige planten en een hoge boom met miljoenen wortels. Ik maak dan veel foto’s, zodat ik die structuren kan vertalen naar stoffen.”

Hij heeft ook een liefde voor dans en ontwierp vorig jaar kostuums voor Nationale Opera & Ballet. Die interesse in dans en toneel had hij als kind al. Hij groeide op in Goes, in Zeeland, en was een drukke jongen. Laport zat op pianoles, deed aan ballet en jeugdtheater, en had een bijbaantje in een bloemenzaak.

Hij had heel andere interesses dan zijn vier jaar oudere broer, die op scouting zat en van zeilen hield. Maar zijn ouders hebben Laports creativiteit altijd gestimuleerd. Zijn moeder nam hem vaak mee naar musea. Op de middelbare school werd hij minder goed begrepen.

Uw moeder zegt dat klasgenoten een keer een balletmaillot in uw tas vonden, waarna u langdurig bent gepest. U stopte daarom zelfs met ballet.

“In mijn herinnering ging het anders. Ik was in de eerste klas al gestopt met ballet, juist om te voorkomen dat ze me gingen pesten. Ik krijg ruzie met mijn familie als ik zeg dat er in Zeeland alleen boeren wonen, maar ik zat wel op school met een aantal boeren. Dan is het niet wijs om als jongen ballet te blijven doen.”

Waar was u precies bang voor?

“Ik viel al op, dus ik wilde elke aanleiding om mij te pesten uit de weg gaan, uit zelfbescherming. Ik had eigenlijk twee levens. Op school had ik maar een paar vrienden. Daarbuiten had ik juist een grote vriendengroep, via toneel, werk en vrienden van mijn ouders.”

'Ik kan heus wel leren, maar niet als ik me onveilig voel.’ Beeld Walter Pierre

“Maar de middelbare school was echt verschrikkelijk en duurde vooral heel erg lang. Als ik me meer senang had gevoeld op school, had ik vast de havo kunnen doen. Ik kan heus wel leren, maar niet als ik me onveilig voel.”

Het klinkt alsof u de liefde voor dans op pauze moest zetten en nu de achterstand inhaalt.

“Daarom ben ik na de middelbare school naar de MBO Theaterschool in Rotterdam gegaan en pakte het daar weer op. Maar dat hoofdstuk is afgesloten. In mijn ontwerpen probeer ik wel beweging te vangen. Kleding vertelt altijd een verhaal, maar het leuke van dans is dat de kleding dan een heel nieuw verhaal vertelt. Ik vind het bijzonder hoe mode en dans elkaar kunnen versterken.”

U werkt ook mee aan de tentoonstelling Let’s Dance! die op 29 september opent in het Gemeentemuseum in Den Haag, over mode in de dans, waar uw werk zal worden getoond tussen kostuums van Viktor & Rolf en Christian Lacroix. De cirkel is dus rond.

“Normaal ben ik vrij nuchter, maar dit vind ik te gek. Mijn moeder sleurde me vroeger mee naar alle musea, maar nu ben ik blij dat ik die opvoeding heb gehad. Het Gemeentemuseum is ook een van mijn favoriete musea. En ik heb natuurlijk gestudeerd in Den Haag. Ik ga vijf stukken tentoonstellen uit mijn samenwerking met het Nationale Ballet en de roze verenjurk van Rihanna.”

Rihanna in Laports verencreatie tijdens de carnavalsoptocht, Barbados 2019. Beeld BSR AGENCY

De liefde voor schoonheid werd niet alleen gevoed door uw moeder, maar ook door uw oma.

“Ja, mijn vaders familie heeft al meer dan vijftig jaar een antiekwinkel aan de Grote Markt in Goes, waar ik als kind vaak kwam. Overal waar je keek stonden potten, pannen en porselein. Doekjes van een gulden naast een kabinet van 20 duizend gulden. Het was een rommeltje, dus ging ik aan de slag met de inrichting en de etalage. Dan zei ik: ‘Jongens, we moeten het allemaal beter presenteren!’ Mijn opa en oma riepen dan: ‘Doe toch voorzichtig, terwijl ik rondliep met een mingvaas. Ik lijk veel op mijn oma, die goed met stoffen was.”

“Ik heb van haar leren naaien en was op mijn tiende al beter dan mijn moeder. Als ik een broek wilde, zei mijn oma: ‘Dan gaan we die toch maken.’ Ik denk dat ze het leuk vond dat ik er zo vaak was, omdat mijn broer andere interesses had. Ik vond het ook heel erg toen zij overleed, omdat ik altijd contact heb gehouden en haar een paar keer per week opbelde.”

Toen u acht was en uw broer twaalf, gingen jullie ouders uit elkaar. Hoe heeft dat u beïnvloed?

“Ik geloof niet dat ik het ooit erg heb gevonden. Mijn ouders gingen altijd goed met elkaar om, kwamen wekelijks bij elkaar om te praten. Ze woonden ook bij elkaar in de buurt. Ik zat van maandag tot en met woensdag bij mijn vader en van donderdag tot en met zondag bij mijn moeder. Later werd dat week om week. Ik ging wel steeds op neer met mijn tas, maar had er niks op aan te merken.”

U groeide op als David van der Schraaf, maar besloot uw moeders achternaam te gebruiken toen u de mode inging. Ik neem aan omdat Laport wat lekkerder bekt?

“Ik ging afstuderen in Londen en merkte dat niemand mijn achternaam kon uitspreken – het was echt Scheveningen keer tien. Mijn vriend Jordy kwam op het idee om mijn moeders naam te gebruiken. Ik twijfelde eerst, maar het klinkt wel mooi.”

Wat vindt uw vader daarvan?

“Oh, dat weet ik eigenlijk niet. Wel prima, denk ik, die doet niet zo snel moeilijk.”

Uw moeder springt soms bij in het atelier, vlak voor een show. Hoe betrokken is uw vader?

“Mijn moeder is goed in organiseren, mijn vader is juist heel creatief. Hij was edelsmid en heeft nog steeds zijn klauwen vol aan die antiekwinkel, er moet altijd wel iets worden gerepareerd. Hij is ook een hippie en een ecofreak. Mijn creativiteit komt dus zeker van zijn kant van de familie. Ik denk niet dat mijn vader altijd precies begrijpt wat ik doe, maar hij vindt het hartstikke leuk en helpt me soms ook. Dan rijdt hij naar België om iets voor me op te halen.”

Op 27 september keert de verloren zoon terug naar Goes, voor een grote overzichtsshow in de Grote of Maria Magdalenakerk, om te vieren dat u vijf jaar in het vak zit. Hoe voelt dat?

“Ik vind het leuk om iets terug te brengen naar Zeeland. Het is een heel mooie kerk, waar ik ook heb gespeecht tijdens de begrafenis van mijn oma. Ik ga daar nu een stuk of zeventig jurken laten zien uit de afgelopen vijf jaar, maar ook nieuw werk. Wel spannend om dat allemaal op een rij te zien. Het is een grote eer, en ook leuk voor mijn familie.”

‘Ik moest een MRI-scan laten maken, omdat mijn gezicht omlaag hing.’ Beeld Walter Pierre

Wat voor associaties roept Goes nu op?

“Vroeger vond ik het er echt niet cool, daarom ben ik op mijn achttiende ook gelijk naar Rotterdam verhuisd. Ik geloof dat ik uit de kast kwam op de dag dat ik vertrok. Maar ik voel me er nu prima. Ik zou wat vaker moeten teruggaan, maar ben altijd aan het werk.”

Is zo’n viering van uw creativiteit, in Goes, een middelvinger naar de pestkoppen van vroeger?

“Eerlijk gezegd kan dat me niets schelen, ik houd me daar niet mee bezig.”

Mensen in uw omgeving prijzen uw doorzettingsvermogen, dat u nooit beren op de weg ziet.

“Soms op het naïeve af. Ik heb echt wel lesgeld betaald.”

Hoe bedoelt u?

“Ik ben ook een zakenman en weet dat er omzet moet worden gedraaid. Gelukkig zit daar elk jaar een stijgende lijn in, maar mijn kosten zijn takkehoog en ik kan niet meer aanspraak maken op de talentenfondsen die ik in het begin kreeg. Twee jaar geleden ben ik bijna failliet gegaan. Ik had onder druk een contract getekend met een grote salesagent in Parijs, terwijl ik daar helemaal niet klaar voor was – heel dom. Dat heeft me ontzettend veel geld gekost, meer dan een halve ton.”

Zelfs in de ergste situaties schijnt u te zeggen: ‘Zo is het gegaan.’ Dat is wel erg nuchter.

“Soms zijn dingen compleet vertieft, maar ik ben heel oplossingsgericht. Als er een financieel probleem is, maak ik een lijst met klussen waaraan ik geld kan verdienen en ga aan de slag. Ik heb normaal veel coupeuses in mijn atelier, maar na die slechte investering zat ik een half jaar in mijn eentje achter de naaimachine. Ik heb toen ook wat geld van mijn ouders moeten lenen. Ik kan gelukkig heel hard werken, maar neem tegenwoordig ook betere beslissingen. Zo breng ik niet meer gedwongen twee collecties per jaar uit, want daar liep ik financieel op leeg. Mensen weten vaak niet dat ik eerst een aantal grote opdrachten moet doen om een collectie te kunnen bekostigen. Ik breng nu pas iets uit als ik er klaar voor ben. Dat is ook beter voor de creativiteit.”

Knap dat u zo koel blijft, onder zulke grote financiële en emotionele druk.

“Oh, maar ik kan extreem gestrest zijn, al is dat meer op creatief gebied. Vlak voor een show vraag ik veel van coupeuses en als ik niet tevreden ben, haal ik een jurk op het laatste moment helemaal uit elkaar. Maar schreeuwen doe ik nooit. Als ik gestrest ben, kan ik juist sneller schakelen. Ik kan wel als een kip zonder kop gaan rondrennen, maar ik red liever de dingen die nog te redden zijn. En soms moet je het loslaten en erkennen: dat is mislukt.”

Hoe bent u na een show?

“Vaak wel zuur. Dan ben ik kwaad op mezelf en denk ik: godver, waarom heb ik dit of dat niet gedaan? Over sommige stukken kan ik wel tevreden zijn, maar ik ben overwegend kritisch.”

Die stress moet er toch op een bepaalde manier uit.

“Na die financiële problemen kreeg ik ook een verzakking in mijn gezicht.”

Pardon?

“Ja, ik moest toen een MRI-scan laten maken, omdat mijn gezicht omlaag hing. Het kwam door de stress en ging gelukkig ook weer over. Ik heb dus wel wat psychosomatische klachten gehad.”

Wat is dan uw uitlaatklep: sporten, drinken?

“Ik doe yoga, dat is goed voor me. Ik rookte veel, meer dan een pakje per dag, maar ben op Hawaï gestopt. Ik ga graag naar de film en het theater, zelfs met mijn overvolle agenda. Ik ben ook heel loyaal aan mijn vrienden, met wie ik vaak spar over werk. Ik ben heel sociaal, en vind het leuk om uit eten en uit te gaan, maar ik ben ook erg op mezelf. Ik lijk open, maar haat het om over mijn gevoelens te praten. Zelfs mijn vrienden moeten aan me trekken om informatie los te krijgen.”

Kunt u tegen kritiek?

“Journalisten moeten kritisch zijn en ik lees graag hun analyses over anderen, dus dan moet ik er zelf ook tegen kunnen. Maar vorig jaar vroeg een journalist zich af wat ik nog in Nederland deed, die vond dat ik veel eerder naar het buitenland had moeten gaan. Daar was ik bitter over, want ik doe juist mijn best om mezelf hier op de kaart te zetten. Ik heb daar toen nog dagen over nagedacht.”

Waarom bent u hier nog?

“Omdat ik hier veel heb opgebouwd, dat wil ik niet weggooien. Maar ik werk ook in het buitenland en heb geshowd in Parijs. Dankzij Instagram zien mensen over de hele wereld waar je mee bezig bent, dus het maakt niet zo veel meer uit waar je woont. Als ik in Amsterdam wil blijven, doe ik dat.”

Stylist Jordy Huinder, met wie u elf jaar samen bent, verhuisde een half jaar geleden naar New York. Gaat u hem achterna?

“Ik was graag meegegaan, maar ik heb het stervensdruk in Nederland. In januari zat mijn agenda al volgepland tot oktober en nu zit ik weer vol tot januari. Ik probeer Jordy geregeld op te zoeken en we hebben net een maand vakantie gehad. In Nederland belden we elkaar een paar keer per dag. Dat doen we nu ook, al is het tijdsverschil lastig. Jordy heeft me altijd aangemoedigd, dus ik wil hem nu steunen.”

“En misschien moet ik het ook gewoon proberen in New York, al kan ik daar enorm op mijn bek gaan. Ik krijg al veel aanvragen vanuit Amerika. Ik zou wel alle tourkostuums van een grote artiest willen ontwerpen, of een heel ballet. Het is ook een droom om creative director te zijn van een groot merk. Dus ik probeer nu wat gesprekken te regelen in New York.”

Welke beroemde vrouw zou u nog willen kleden?

“Beyoncé staat bovenaan – en haar team heeft me al benaderd. Ik heb toen jurken opgestuurd voor die Lion King-videoclip, maar die kwamen natuurlijk weer te laat aan. Takke-irritant, want het felle kleurenpalet van mijn laatste collectie paste perfect bij die Afrikaanse sferen.”

“Nu heeft haar team me gevraagd om vier sculpturale jurken op maat te maken. Ik kan er verder weinig over zeggen en ze hebben mij ook niet verteld waar het voor is. Zo gaan die dingen. Ik krijg zo’n vijftien aanvragen per jaar van grote celebrity’s. Meestal gaat het mis, maar ik blijf doorzetten. En als het lukt, zoals bij Rihanna, is dat een miracle.”

‘Het is ook een droom om creative director te zijn van een groot merk. Dus ik probeer nu wat gesprekken te regelen in New York.’

David Laport (David van der Schraaf)
21 juli 1986, Goes

1999-2004 Mavo op het Buys Ballot College, Goes
2004-2008 MBO Theaterschool, Rotterdam
2008-2012 Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten, afstudeerrichting Textiel en Mode, Den Haag
2014-heden Richt eigen modelabel op, showt in Amsterdam en Parijs
2016-heden Kleedt grote popartiesten zoals Solange, Sia, Jessie J en Rihanna
2017 Wint de International Woolmark Prize, krijgt 50.000 euro om een collectie te ontwerpen en een showroom in Parijs
2018 Ontwerpt samen met choreograaf Peter Leung kostuums voor Nationale Opera & Ballet
2019 Grote overzichtsshow van de laatste vijf jaar in zijn geboortestad Goes, toont ook werk in de tentoonstelling Let’s Dance! in het Gemeentemuseum in Den Haag

David Laport woont in de Jordaan en werkt daar vlakbij, maar gaat geregeld naar New York, waar zijn vriend en stylist Jordy Huinder een halfjaar geleden naartoe verhuisde. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden