Bobby Boermans: ‘Ik heb een meegaand karakter als het nodig is.’

PlusInterview

Mocro Maffia-regisseur Bobby Boermans: ‘Ik kan niet tegen sleur’

Bobby Boermans: ‘Ik heb een meegaand karakter als het nodig is.’Beeld Linda Stulic

Bobby Boermans (39), regisseur van Mocro Maffia en Hoogvliegers, blijft zich ‘helemaal de pleuris werken’. Als hij maar op de set staat. Ooit gaat hij die grote film in Hollywood maken, dat is het plan. ‘Ik word steeds kieskeuriger.’

Regisseur Bobby Boermans (39) woont in de Amsterdamse Marnixstraat, om de hoek van de uitgestorven theaters, samen met zijn vriendin Denise. Zij zit te werken in een kleine zijkamer die hij vaak gebruikt voor de montage van zijn films en tv-series – meest recent het derde seizoen van Mocro Maffia. Hij breekt aan de keukentafel witte chocolade in stukjes en begint over I.M., de eind 2020 uitgezonden serie van Michiel van Erp over de liefde tussen Connie Palmen en Ischa Meijer. “Ik vond het erg goed. Mooi gedraaid, Ramsey Nasr geweldig als Ischa, en een heerlijk beeld van de Amsterdamse culturele elite in de jaren negentig, met al dat roken en drinken in morsige cafés. Ik kreeg als kind iets van die wereld mee via mijn ouders.”

Hij gaat zitten en zegt dat hij een rare jeugd had. Er volgt een korte uiteenzetting van de familiestructuur. Tot zijn zesde waren zijn biologische ouders (toneelregisseur Theu Boermans en producente Marijke van der Molen) bij elkaar. Daarna groeide hij op bij de tweede man van zijn moeder: Stan Schram, eigenaar van filmstudio’s in Amsterdam Noord. Toen Boermans 12 was, liep die relatie stuk, maar hij bleef bij zijn stiefvader wonen. Theu Boermans was inmiddels getrouwd met regisseur Paula van der Oest, met wie hij twee kinderen kreeg. Dat huwelijk liep ook op een scheiding uit.

“Het was één grote clusterfuck van mensen. Leuke mensen gelukkig, die allemaal in de film- en theaterwereld werkten. Theu had het altijd verschrikkelijk druk met De Trust, later De Theatercompagnie. Marijke werkte ook hard. Ik vond het heerlijk bij Stan. We woonden boven de studio’s op een enorm terrein. Het was voor kinderen een vrijplaats. We konden apparatuur naar buiten slepen en zelf filmpjes maken, kattenkwaad uithalen, vuurwerk afsteken; te leuk. Ik heb nooit bewust besloten: ik blijf bij Stan. Het liep gewoon zo.”

Zonder daar een gesprek over te voeren met uw moeder?

“Later wel, rond mijn 30ste. Toen niet echt. Dat hoefde ook niet. Marijke zag heel goed in wat een fijne jeugd ik daar had. Ik heb nooit het gevoel gehad dat zij, of Theu, me in de steek liet. Ik bleef mijn ouders ook zien, een keer in de week. De band tussen ons was goed. Het is wel zo dat een scheiding je als kind vroeg oud maakt. Op mijn 14de dacht ik: als jullie zo aankutten, trek ik ook mijn eigen plan. Ook begon ik me gaandeweg af te vragen hoe al die mensen überhaupt ooit bij elkaar waren beland, omdat ze allemaal zo verschillend zijn. Dat wil niet zeggen dat ze elkaar niet leuk vinden. Theu en Marijke hebben regelmatig contact. We vieren elke verjaardag samen, met als vaste prik hun slechte grappen over hoe het in godsnaam mogelijk is dat zij samen waren. Ik moet er altijd verschrikkelijk hard om lachen, en het bevestigt ook nu nog het belangrijkste dat ze me altijd hebben meegegeven: de scheiding ligt niet aan jou, en je bent altijd welkom.”

Ziet u het als rijkdom, de aanwas die de scheiding heeft gebracht?

“Ik heb voor mijn gevoel echt twee vaders en twee moeders. De kinderen die zij na mij kregen zijn mijn broertjes en zusjes. Dat zie ik zeker als rijkdom, ja. Het helpt misschien ook dat ik een meegaand karakter heb als het nodig is. Ik kan met iedereen wel goed overweg.”

Misschien is dat niet alleen karakter. Kinderen van gescheiden ouders worden vaak meesters in schipperen, door de verschillende situaties waarin ze zich moeten bewegen.

“Op de set laatst zei een producent met wie ik conflict had: ‘Jij bent echt een kind van gescheiden ouders, je probeert iedereen te pleasen.’ Hij heeft wel een punt, los van dat ik het een ongepaste opmerking vond.”

Waarom?

“Nou, het was niet positief bedoeld. Meer zo: doe er wat aan. Maar het zette me wel aan het denken. Is pleasen een eigenschap waar je als kind van gescheiden ouders bijna niet aan ontkomt? Wil ik het altijd aan alle kanten goed houden? Mijn ouders hebben mij nooit voor een loyaliteitsdilemma gesteld. Integendeel. Maar kennelijk ging ik toch onbewust punches van de een opvangen met als doel ze niet aan de andere kant te doen belanden, met als gevolg dat ik nu een pleaser ben.”

‘Activisme zit niet in: ik roep iets op mijn socials zodat iedereen mij ziet als roeptoeter.’ Beeld Linda Stulic
‘Activisme zit niet in: ik roep iets op mijn socials zodat iedereen mij ziet als roeptoeter.’Beeld Linda Stulic

Heeft u zich nooit afgezet tegen uw ouders?

“Jawel. Tijdens het eerste jaar van mijn tijd aan de American Film Institute Conservatory merkte ik dat ik me afzette. Vooral tegen Theu. Van jongs af aan moest ik naar zijn stukken kijken. In Hollywood kwam er een moment dat ik dacht: zo, al dat diepe Duitse toneel, het zal allemaal wel. Ik begon een eigen makersidentiteit te ontwikkelen, iets meer aan de commerciële kant, eerst met videoclips en commercials, inmiddels met films en series. En nu, vele jaren later, merk ik dat de cirkel behoorlijk rond is. Theu en ik kunnen fijn samenwerken. Ik krijg graag zijn advies, en hij het mijne. Het was allemaal niet zo radicaal, maar zonder die periode van recalcitrantie had ik het zelfvertrouwen dat ik zelfredzaam ben in de filmwereld misschien niet gekregen.”

Een prettige gewaarwording als je bijna veertig bent.

Met een theatrale zucht zakt hij over de tafel heen. “Ja. Ik word veertig dit jaar. Verschrikkelijk. Ik vind ouder worden echt verschrikkelijk.”

Het lichamelijk verval dat inzet?

“Ook. Je wallen worden dieper, die haargrenskwestie, je knieën kraken. Tot nu toe heb ik het Amsterdamse nachtleven grondig beleefd, en ik wil blijven rammen – als het weer mag. Uitgaan, festivals, feestjes, premières, ik vind het allemaal heerlijk. Maar ja, op een dag ben je 38 en sta je nog steeds in de Jimmy Woo.”

Terwijl u niet drinkt.

“Roken, drinken, drugs – ik doe het allemaal niet. Ik blijf altijd helder. Het nachtleven zelf is voor mij het genotsmiddel. Muziek, de mensen, met z’n allen op een dansvloer. Het gevaar is dat ik altijd als laatste nog overeind sta op de dansvloer, of op de afterparty van een première: hoezo naar huis?! Ook zonder drank en drugs hakt dat erin als je ouder wordt. Ik wil tot zes uur uitgaan, twee uur pitten en dan zonder problemen een volle draaidag pakken. In een niet zo ver verleden ging ik weleens meteen na een afterparty naar de set. Ging hartstikke goed. Maar ik trek het niet meer. Mijn lichaam heeft ineens vijf dagen nodig om te herstellen en dat vind ik verschrikkelijk, het voelt als verlies. Maar ja, het is net als met de dood, je moet het gewoon accepteren.”

Net als met? Het ís de dood, of de nadering ervan.

“Ja, en ik vind dat onwijs moeilijk. Wat dat betreft heeft de coronacrisis me met beide benen op de grond gezet. Ik ben geen viruswaanzingekkie, maar persoonlijk vind ik het heftig om zo op mezelf te worden teruggeworpen. Dat je niets kan, niet even een restaurantje pakken, niet naar het café met vrienden of naar een feestje – ik word er halfdepri van. Het zet me aan het denken over dat ouder worden.”

Voelt u geen rust nu de fear of missing out er niet is?

“Het probleem is dat ik die wel heb.”

Maar er gebeurt toch nergens iets wat je kunt missen?

“En toch hou ik een enorme fomo. Ik heb het ook steeds meer als regisseur. Het is fijn dat mijn werk goed gaat, maar ik moet wel oppassen dat het niet gewoon werk wordt. Ik heb vier seizoenen Nieuwe Buren gedaan, we hebben met het hele team van Mocro Maffia net het derde seizoen achter de rug. Echt heel leuk allemaal, maar er moet ook genoeg vernieuwing bijkomen.”

“Als ik kies voor een film of serie ben ik er ongeveer een jaar mee bezig. Omdat ik fomo heb over de tijd die ik nog heb, word ik steeds kieskeuriger over waar ik in stap. Als ik mazzel heb kan ik nog veertig projecten doen, en dan is het op. Over elk script of idee dat ik voorgeschoteld krijg denk ik langer na: kies ik voor een bewezen succesformule, die wel tof is om te maken, of probeer ik een onbekende route te bewandelen, een route waarvan iedereen roept: zou je dat nou wel doen?”

Jeugdfoto van Bobby Boermans. Beeld
Jeugdfoto van Bobby Boermans.

Hij staat op om zijn glas water bij te vullen. De coronacrisis heeft ook van alles in de filmwereld op scherp gezet, zegt hij, leunend tegen het aanrecht. Dat merkte hij vooral als bestuurslid van de Dutch Academy For Film (DAFF).

“Wij hebben tijdens de eerste lockdown met een kleine groep keihard gevochten om de sector weer open te krijgen door een protocol te ontwikkelen over veilig filmen. Dat deed ik graag, maar wat me ontzettend tegenviel is de bereidheid van de meeste mensen in het vak – zeker mijn generatie en die daaronder – om tijd en energie te steken in dingen die verder gaan dan henzelf. Het algemeen belang zegt ze bar weinig. Bijna iedereen ging achterover zitten en wachtte tot de problemen voor hen werden opgelost. En toen er een door ons hard bevochten protocol was, begonnen ze te kankeren dat het allemaal niet goed was. Dan denk ik: dude, waar was jij de afgelopen maanden terwijl wij in veertien Zoomsessies per dag zaten om shit done te krijgen, ook voor jullie.”

“Hetzelfde gebeurt nu met het wetsvoorstel over een investeringsverplichting in Nederlandse producties voor streamingdiensten als Netflix. Wij voeren daar een harde lobby voor in Den Haag, analyseren data, zoeken naar de addertjes onder het gras, geven feedback – kost allemaal on-ge-loof-lijk veel tijd. En wederom is nauwelijks iemand in de sector onder de 45 bereid een vinger uit te steken. Maar wel vanaf de bank op sociale media van alles vinden voor hun eigen spreekbuis. Dat vind ik zonde, en ik word er ook oprecht verdrietig van.”

Wat zegt het over de filmmakers van uw generatie?

“Dat ze vaak verwend en egocentrisch zijn, en weinig activistisch. Activisme zit niet in: ik roep iets op mijn socials zodat iedereen mij ziet als roeptoeter. Dat heeft ook geen enkel effect natuurlijk. Wat wel helpt is achter de schermen een bijdrage leveren op beleidsmatig niveau, stapsgewijs, met een lange adem en concentratievermogen. En nee, dat is niet Instagramable, het is gewoon 120 pagina’s wetsvoorstel doorworstelen. En nog een keer en nog een keer, tot je het begrijpt. Maar de meeste mensen hebben geen belangstelling voor ingewikkelde materie waarvan zij niet instant beter worden. Niet dat ik alles weet of goed doe, helemaal niet, maar ik probeer me wel ergens in te verdiepen voor het algemeen belang in ons wereldje.”

En het was misschien een medicijn tegen de fear of missing out tijdens de maanden waarin alle sets stillagen.

“Ik haalde er ook zeker iets uit voor mezelf, ja. Dankzij dat protocol sta ik gelukkig weer op sets en locaties met mijn filmfamilie. Van het erop uittrekken met zo’n karavaan word ik toch het blijst. Het is altijd anders en altijd in beweging, inclusief veel stress en gedoe door dagelijkse tegenslagen. Het brandalarm gaat af of acteurs staan in de file of het weer zit niet mee; elke dag bestaat voor 20 procent uit incasseren en problemen oplossen, zonder in paniek te raken. Ik vind dat een te gek leven, ook omdat je nooit in een sleur zit. Ik kan niet tegen sleur. Als ik twee dagen op dezelfde locatie moet draaien, word ik al gek, laat staan in de rij voor de kassa van de Aldi.”

Gaat hier ooit een kind bijpassen?

“Dat houdt me steeds meer bezig. Denise en ik hebben het er wel over. Ik heb de leeftijd bereikt waarop de randvoorwaarden er zijn: werk, carrière, huis, auto, vriendin. Dit is het punt waarop mensen kinderen nemen. Ik zie het gebeuren, een kind, maar ik wil ook de wereld in: dit nog doen, dat nog doen. En nooit saai worden.”

‘Als ik ergens geen zin in heb, heb ik er ook echt geen zin in.’ Beeld Linda Stulic
‘Als ik ergens geen zin in heb, heb ik er ook echt geen zin in.’Beeld Linda Stulic

Hij gaat weer zitten. Denise komt binnen om iets te eten te maken. Hij lacht naar haar en praat door. “Eerst wilde ik naar de filmacademie. Dat lukte. Toen een commercial regisseren. Lukte. Daarna een bioscoopfilm maken. Lukte ook. Elke keer dat een doel is bereikt, stel ik een nieuw doel voor mezelf. Maar hoelang kan ik daarmee doorgaan, ook met het oog op een kind, of een gezin?”

Hij kijkt met een schuin oog naar de rug van Denise. “Ik heb in elk geval nog de ambitie om een grote film te maken in het buitenland. In Hollywood. Met een budget van 150 miljoen.”

Gaat dat lukken?

“Ik denk het wel. Ergens in de komende twintig jaar moet dat gebeuren. Maar ja, de afstand tussen Hollywood en de rest van de wereld is een stuk kleiner dan toen Paul Verhoeven op het vliegtuig stapte om het daar te maken. Amerikaanse producenten kunnen elk talent overal vandaan halen, ze weten waar iedereen zit en communiceren is makkelijk. De concurrentie is daardoor enorm gegroeid. Ik krijg weleens een script uit Amerika opgestuurd, maar dan pitch ik tegen 3000 andere regisseurs uit Argentinië, Mexico, Frankrijk, noem maar op.”

Er zijn ook meer kansen, toch? Er wordt zo veel gemaakt voor streamingdiensten.

“Dat is zo. De omloopsnelheid is gigantisch hoog. Dat is ook wel jammer. Je werkt een jaar aan een serie en mensen bingen het in een weekend weg. Als ze na drie minuten niet gehookt zijn, springen ze naar de volgende. Er wordt ook zo veel gemaakt dat het niet meer bij te houden is. Het magische en het romantische gaat er zo een beetje af. Dus ja, het systeem en de vooruitgang waarvan ik de vruchten pluk, stemmen me ook wel weemoedig soms. Ik heb sowieso een zwak voor filmgeschiedenis en voor de generatie van Rutger Hauer, Monique van de Ven, Derek de Lint en Renée Soutendijk. Die oude premièrefilmpjes ook, heerlijk. Met limousines voor Tuschinski en onbereikbare filmsterren. Nu is het: zet je scooter bij de Flying Tiger, kom binnen, daar kun je je spijkerjack kwijt. Maar goed, ik zou een heleboel overhebben voor een première en een afterparty vanavond.”

Wat gaat u dit jaar maken?

“Ik kijk naar een paar mogelijkheden, maar ik heb nog nergens een contract voor getekend. Waarmee haal ik voor mezelf binnen de mogelijkheden het maximale eruit? Dat is de vraag die je jezelf altijd moet stellen, voor je ergens aan begint en als je bezig bent. In Nederland loop je als regisseur altijd tegen een te laag budget aan, daar is weinig aan te doen, maar ik zal me altijd helemaal de pleuris werken, tot ik niet verder kan.”

Thuis ook?

“Nee, buiten mijn werk kan ik enorm lui zijn. Dat is ook wel confronterend als je samenwoont. Als ik ergens geen zin in heb, heb ik er ook echt geen zin in. En ik word bloedchagrijnig als ik iets niet snap. Had ik met yoga deze week. Ik beweeg veel te weinig dus daar ben ik mee begonnen, aangemoedigd door Denise. De eerste dag was het puffen, steunen, ademtekort. Door haar zet ik me dan over dat chagrijn heen. Dat wil wat zeggen, want ik kan me echt heel moeilijk interesseren voor dingen die me niet inhoudelijk, intellectueel of emotioneel stimuleren. Een verschrikkelijke eigenschap die ik in nog extremere mate zie bij Theu. Als hij iets moet doen waar hij niet gelukkig van wordt, straalt dat van hem af en kan hij zo afwezig zijn. Maar als hij regisseert, vliegt hij volledig in zijn element over het toneel, met zijn 72 jaar. Dat motortje heb ik ook. Niemand gaat mij out-werken. Je moet me er echt onderduwen als je me wilt stoppen. Het zal wel allemaal compensatie zijn. Of onzekerheid. Het komt natuurlijk ergens vandaan.”

Heeft u enig idee waarvandaan?

“Nee. Ik heb er ook nog nooit met een psychiater over gesproken. Ik denk weleens: moet je dat niet eens doen. Aan de andere kant, zo raar is het nu ook weer niet, gedreven zijn in je werk. Ik denk dat het bij mij toch voornamelijk zit op het niveau van angst om dood te gaan zonder het maximale uit het leven te hebben gehaald. Martin Lawrence zei een keer: ‘Ride this motherfucker till the wheels fall off.’ Goede uitspraak. Passend voor hoe ik leef. Enige bewijsdrang zal me ook vast niet vreemd zijn. Ik wil een stempel drukken, wat natuurlijk belachelijk is, want wat zijn we? Eén minuscuul radartje in die zevenenhalf miljard.”

Maar ja, u bent er nu toch.

“Zo is het, ik ben er nu toch. Laat ik dat stempel dan maar zo hard mogelijk drukken.”

F-16’s in Hoogvliegers en de Amsterdamse onderwereld in Mocro Maffia heeft u nu gehad. Zou u niet een keer iets subtiels en gevoeligs willen maken, zonder toys for boys?

“Theu zegt steeds: jij moet gewoon een keer met twee acteurs en twee stoelen op een toneel. Puur en alleen tekst. Dat heb ik nog nooit gedaan. Ik zou niet weten wat ik ermee aan moet. Maar wie weet, het zou wel spannend voor me zijn.”

Het derde seizoen van Mocro Maffia is deze week begonnen bij Videoland.

Bobby Boermans

1 september 1981, Eindhoven

1993–1999 Individueel Voortgezet Kunstzinnig Onderwijs (IVKO), Amsterdam
2000–2004 Nederlandse Filmacademie, Amsterdam
2004–2007 American Film Institute Conservatory, Los Angeles (VS)
2011 Eerste speelfilm (online): Claustrofobia
2013 Eerste bioscoopfilm: App
2014 Seizoen 1 van serie Nieuwe Buren (gevolgd door nog drie seizoenen)
2015 Fissa (speelfilm)
2017 Regie van musical SKY
2018 Seizoen 1 van Mocro Maffia (gevolgd door nog twee seizoenen)
2020 Dramaserie Hoogvliegers, in samenwerking met de Koninklijke Luchtmacht en het Ministerie van Defensie

Bobby Boermans woont samen met zijn vriendin in het centrum van Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden