PlusInterview

Mitchell Esajas: ‘Ondanks het tolerante imago, is er nog steeds racisme in Amsterdam’

Mitchell Esajas (31) organiseerde onder meer de antiracismeprotesten van vorige maand. ‘Ondanks het ‘tolerante’ imago, is er nog steeds racisme in Amsterdam.’

Mitchell Esajas.Beeld Jakob van Vliet

“Ik ben als Amsterdammer trots op de progressieve ­voortrekkersrol van onze stad. Het antiracismeprotest van 1 juni hebben we binnen één dag kunnen opzetten. Door corona kon de Keti Kotiviering niet doorgaan, maar ­vanwege George Floyd en de wereldwijde Black Lives Matterprotesten wilden we toch graag iets organiseren.

Zaterdag ontstond het idee, zondag deelden we het op sociale media, en maandag stonden we met 10.000 mensen op de Dam. Veel meer dan we hadden verwacht. ­Anderhalve week later stonden we in Zuidoost met 11.000 man. Vooraf waren er twee dagen lang stippen op de grond gesprayd, zodat mensen anderhalve meter afstand konden houden.

Die dag in het Mandelapark was de host verlaat en werd ik gevraagd in te springen. Ik vond het hartverwarmend om vanaf dat podium zoveel achtergronden te zien. Jong, oud, zwart, wit en van kleur. Er hing een sfeer van verbondenheid in één krachtige boodschap: wij zijn klaar met ­racisme. In de maand juni zijn er door heel Nederland 50.000 mensen de straat opgegaan tegen racisme, het hoogste aantal ooit. Dat is prachtig en tegelijk triest dat het nog nodig is.

Surinaamse cultuur

Ondanks ons tolerante imago is er ook in Amsterdam ­zeker nog sprake van racisme. Op de woning- en arbeidsmarkt worden mensen uitgesloten op basis van hun huidskleur. En bij de gemeente of de Universiteit van ­Amsterdam geldt: hoe hoger je komt, hoe witter het wordt.

Zelf ben ik geboren en getogen in Slotervaart: een enorm diverse wijk. Toch kwam ik op een vrij witte basisschool ­terecht. Op oude klassenfoto’s herken je mij direct. Of ik me buitengesloten voelde? Dat niet, maar ik besefte wel vroeg dat ik zwart was. Op jonge leeftijd heb ik leren ­switchen tussen een witte en een zwarte omgeving.

Terwijl mijn klasgenoten met hun ouders op wintersport gingen, ging mijn familie op vakantie naar ­Suriname. Achteraf gezien bracht mijn moeder me op die manier actief de Surinaamse cultuur bij. Ze vertelde me ook uitgebreid over het Nederlandse slavernijverleden – iets wat op school nauwelijks besproken werd. Bijna elke vrije ­opdracht en spreekbeurt greep ik aan om me erin te verdiepen. Ik behaalde als eerste van mijn hele familie een universitair diploma.

Tijdens mijn studie waren er in collegezalen van tweehonderd man weer slechts twee of drie donkere studenten – inclusief mijzelf. In het onderwijs was er weinig aandacht voor diversiteit. Daarom richtte ik met vrienden in 2011 New Urban Collective op: een vereniging voor biculturele studenten die wilden leren hoe we zwart konden zijn én succesvol konden worden. Ons derde event was een debat over de multiculturele samenleving. De gasten waren uitgenodigd, flyers gedrukt, vragen voorbereid.

Het toeval wilde dat een paar dagen eerder Jerry Afriyie en Quinsy Gario hun eerste stille protest hielden bij de landelijke sinterklaasintocht in Dordrecht met ‘Zwarte Piet is racisme’ op hun borst. Ons event mondde uit in een verhitte discussie over hun actie. Als collectief zijn wij vervolgens meegegroeid met deze maatschappelijke kwesties.

Bespreekbaar maken

Tien jaar geleden ‘bestond’ racisme niet in Nederland: het was nog taboe. Het afgelopen decennium hebben Nederlanders met een migratieachtergrond sprongen vooruit gemaakt in emancipatie. Racisme wordt nu openlijker besproken. Om voor verandering te zorgen zijn er mensen nodig die tegen de gevestigde orde ingaan én mensen die het gesprek aangaan: activisten en verbinders. Doordat Kick Out Zwarte Piet met hun acties het debat heeft helpen openbreken, kunnen wij met New Urban Collective deze onderwerpen breder bespreekbaar maken.

Vanuit een oud schoolgebouw vlak bij de Dappermarkt organiseren we met Vereniging Ons Suriname nu maandelijkse discussieavonden, wisselende exposities en netwerkbijeenkomsten. Ook beheren we een archief over zwart erfgoed in Nederland: The Black Archives. We hebben een uitgebreide collectie over de zwarte geschiedenis van Nederland.

Mij inspireert nog altijd het verhaal van Hermina en Otto Huiswoud: een revolutionair echtpaar dat al honderd jaar geleden opkwam voor de rechten van zwarte mensen. We kwamen toevallig achter hun bestaan tijdens het opruimen van een collectie. Dit soort verhalen laat mij zien dat hoewel er weinig aandacht voor is geweest, de antiracismebeweging in Nederland zeker niet nieuw is.

In ons archief geven we wekelijks rondleidingen aan ­scholieren en studenten. Wat vaak tot de verbeelding spreekt, zijn ouderwetse kinderboekjes uit de jaren twintig en dertig vol raciale karikaturen. Soms zie je dan ter plekke het spreekwoordelijke kwartje vallen bij mensen.

In mijn betrokkenheid bij de antizwartepietbeweging heb ik een beerput aan haat over me heen gekregen. Ik ben uitgescholden, geïntimideerd. In november is mijn auto vernield tijdens een vergadering van de actiegroep. Hoewel mensen snel aan dit soort excessen denken bij racisme, denk ik dat we de discussie moeten voeren over het vaak subtielere, institutionele racisme. Zoals het, wat mij betreft eufemistisch verwoorde, ­‘etnisch profileren’ door de Belastingdienst in het toeslagenschandaal. Of de diversiteitsbokaal van de NOS. Maar ook dat we op school vrijwel niets leren over het koloniale verleden, en dat ik tijdens mijn opleiding vrijwel de enige donkere jongen was.

In mijn omgeving zijn veel mensen van kleur in hun jeugd onderschat. Hetzelfde ­gebeurde mijn partner Jessica de Abreu, met wie ik ook The Black Archives beheer. Haar moeder heeft er echt bij haar docenten op aangedrongen om haar op het vwo te houden. Nu heeft ze twee universitaire masters.

Institutioneel racisme is ook een probleem in Nederland. Als dat niet onderkend wordt, ben ik bang dat we over dertig jaar nog steeds bezig zijn met diversiteits­lijstjes. Er is structurele verandering nodig. Zo zouden veel ­organisaties baat hebben bij een diversiteitsbeleid om mensen van kleur aan te nemen. Kijk vervolgens naar je cultuur: op welke functies komen deze mensen terecht en hoe houd je ze binnen?

Manifest

Met de organisatoren van de protesten werken we nu aan een manifest, over hoe institutioneel racisme in Nederland volgens ons op een effectieve manier te bestrijden is. We gaan hierover met allerlei partijen het gesprek aan en zijn al langsgeweest bij burgemeester Halsema, die aangaf dat de gemeente graag meewerkt. Na het reces hebben we een afspraak staan met ­Rutte en Tweede Kamerleden om het manifest met eisenpakket te overhandigen.

Sinds eind juni en de versoepeling van de maatregelen omtrent corona is The Black Archives weer open. Komende maand opent in Zuidoost Prospect 11, een nieuwe broedplaats voor jong talent uit de wijk. We starten hier een dependance van The Black Archives over de authentieke ‘Bijlmercultuur’. Soms maak ik me zorgen of onze stad wel betaalbaar blijft, of we ons diverse karakter kunnen beschermen. Juist daarom is het zo belangrijk om te laten zien dat we onze plek kunnen claimen en behouden.

Laatst benaderden twee leerlingen van mijn oude ­middelbare school The Black Archives. Ze maakten hun profielwerkstuk over wat ze op school leerden over de slavernijgeschiedenis van Nederland; dat was nog net zo nihil als 15 jaar geleden. Toch stemde dit gebeuren me positief: jongeren van nu zijn hier veel bewuster mee bezig én spreken zich uit. Dat geeft me goede hoop voor onze toekomst.”

Mitchell Esajas

Leeftijd 31
Woonplaats Zuidoost
Opleiding Bedrijfskunde en ­culturele antropologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam
Doet Is medeorganisator van de Black Lives Matterprotesten afgelopen juni. Beheert een archief over het zwarte erfgoed van Nederland
Functie Medeoprichter New Urban Collective en The Black Archives, lid Kick Out Zwarte Piet.

Expositie

De expositie Surinamers in Nederland: 100 jaar emancipatie en strijd moest tijdens de coronacrisis haar deuren sluiten, maar is nu weer open. Wist u dat er al in de jaren zeventig een grote beweging tegen racisme en discriminatie was in Amsterdam? Of waarom sommige Surinaamse woorden zo populair zijn geworden in de stad? Aan de hand van archiefstukken, videobeelden en fotomateriaal brengt de expositie verborgen, meeslepende verhalen over Surinamers in Nederland, inclusief nieuwe werken van kunstenaars Raul Balai, Patricia Kaersenhout en Shertise Solano. De expositie is samengesteld door The Black Archives en Vereniging Ons Suriname. Te bezoeken in Oost op donderdagen, vrijdagen en zaterdagen tot eind 2020. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden