PlusAchtergrond

Misschien wel 200.000 ratten in Amsterdam: ‘Uitroeien ga je ze niet’

Het aantal meldingen van ratten in de stad is fors toe­genomen. Zíjn er ook echt meer of zíén we er alleen meer? Een dagje mee met de bestrijder. Die zelf de toon zet: ‘Je kan van alles proberen, maar uitroeien ga je ze niet.’

Elroy Kerklaan heeft zijn spullen nog niet uitgeladen of zijn telefoon gaat. Paniek aan de andere kant van de lijn. “We worden gewoon aangevallen door die beesten,” zegt een vrouw. Of nou ja, schrééúwt een vrouw. De telefoon van Kerklaan staat niet op de speakerstand en toch is ze goed te horen.

Het blijkt om duiven te gaan. Honkvaste duiven. Zodra de vrouw op haar balkon zit, beginnen ze te fladderen. Ze heeft alles al geprobeerd om van ze af te komen. Ook een net spannen, zoals Kerklaan adviseert. “Dan heeft het net niet goed gezeten. Als u een goed net heeft, komt er geen duif meer op het balkon,” zegt hij, maar de vrouw wil niet luisteren. Ze begrijpt dat het wettelijk niet mag, maar gif heeft ze nodig. Veel gif. Want heeft hij het wel gehoord? Ze wordt gewoon aangevallen! Aángevallen!

Ze komen er aan de telefoon niet uit. Daar gaat weer 13.50 euro, want voor elk telefoontje dat via doorverwijssite Beestjeskwijt bij Kerklaan terechtkomt, betaalt hij commissie – de commerciële markt van ongediertebestrijding is een vechtmarkt. “Dat is niet erg als er handel uitkomt, maar voor dit soort onzin heb ik geen tijd.”

Rattus norvegicus

Elroy Kerklaan (51) – dertig jaar ervaring als ongediertebestrijder – staat namelijk op het punt om aan een klus te beginnen, hier bij een niet nader te noemen bakkerij op een verlaten bedrijventerrein in Noord. Het gaat hier om échte ratten, niet om de vliegende variant, en wel om een flinke kolonie. Klinkt spannend, maar hij komt wel gelijk met een spoiler: “Ik weet niet of je levende ratten gaat zien, hoor.”

En dat terwijl er tienduizenden, misschien wel honderdduizenden ratten in de stad moeten zijn. Hoeveel van de beesten Amsterdam exact telt, weet de GGD, verantwoordelijk voor de dierplaagbeheersing in de stad, niet. Maar een Amerikaanse statisticus maakte ooit de schatting dat er in New York, met acht miljoen inwoners, twee miljoen ratten wonen. Dat zegt uit­eraard helemaal niets over Amsterdam, maar bij gebrek aan betere cijfers: met dezelfde verhouding ratten per inwoner kom je hier uit op zo’n 200.000.

In ieder geval: de rattus norvegicus, beter bekend als de bruine rat, hoort bij de stad en is van alle tijden. Dat blijkt alleen al uit de oneindige lijst met raadsvragen en krantenverhalen over de aanwezigheid van deze beesten. Uit een ­artikel uit 1931: ‘Een bewoner van de Sarphatistraat heeft bij B. en W. geklaagd over den ernstigen hinder, dien hij van ratten in zijn huis ondervindt.’

Ongediertebestrijder Elroy Kerklaan verwijdert de resten van een rat die hij aantrof in een van de klemmen.  Beeld Dingena Mol
Ongediertebestrijder Elroy Kerklaan verwijdert de resten van een rat die hij aantrof in een van de klemmen.Beeld Dingena Mol

Of, schokkender, uit 1951. Onder de kop ‘Baby werd door ratten gebeten’ staat: ‘Het is ongetwijfeld een griezelige ervaring als je ’s morgens bij het opstaan bemerkt, dat de ratten een stuk uit de deken, waaronder je zo heerlijk lag te slapen, hebben weg­gevreten. De bewoner van het huis Stuy­vesantstraat 12 is dat overkomen. Nog iets veel afschuwelijkers overkwam echter de baby van zeven maanden.’

Dit voorjaar werd in de Rivierenbuurt de noodklok weer geluid over de ratten, die zelfs in bakfietsen zouden klimmen. Deze maand kwam stadsdeel West nog met een memo waaruit bleek dat het jaarlijkse aantal meldingen van rattenoverlast in de stad in een jaar tijd met bijna 2000 is toegenomen tot 5441 – bijna 15 per dag. Twee weken daarna reageerde wethouder Laurens Ivens schriftelijk op vragen van raadsleden. ‘Een methode met het neerschieten van ratten is, gelet op veiligheid, ongeschikt in een bewoonde stedelijke omgeving,’ antwoordde hij op het voorstel van een raadslid om iemand met een lucht­buks in te huren, zoals op het platteland wel gebeurt.

De explosieve toename in het aantal meldingen hoeft niet per se te betekenen dat er daadwerkelijk meer ratten in de stad zijn, maar ze vallen vaker op. En dat komt dan weer door­dat er meer thuiswerkers zijn en die kijken ook naar buiten. Bovendien is het leefgebied van de ratten het afgelopen jaar vaak verstoord. Kerklaan: “Neem de problemen in de Rivierenbuurt. Veel ratten zaten daar op een vaste plek, waar ze weinig overlast veroorzaakten. Maar door rioleringswerkzaamheden ­hebben de straten op veel plekken open­gelegen, waardoor de ratten opeens op zoek moesten naar wat nieuws. Het is hetzelfde als wanneer wij honger hebben: dan gaan we echt wel iets doen om aan eten te komen. Dus dan zie je de ratten ineens over de pleinen rennen.”

Nog een verstoring van het afgelopen jaar: de sluiting van de horeca, waardoor hele populaties ratten die afhankelijk waren van de continue aanvoer van horeca-afval opeens zonder eten kwamen te zitten.

Aan de De Ruijterkade hoek Oosterdokskade duiken ratten op. Beeld Dingena Mol
Aan de De Ruijterkade hoek Oosterdokskade duiken ratten op.Beeld Dingena Mol

Knaagdierbestendig

Kerklaan bestrijdt met drie collega’s en ‘een dame op kantoor’ ongedierte in Noord- en Zuid-Holland. Alleen al in Amsterdam had hij de afgelopen dagen zes ratgerelateerde klussen. Zoals bij de bakkerij waar we nu zijn, een vaste klant. Een tijdje geleden zagen de bakkers de ratten hier ’s nachts door het pand lopen. En voor de zekerheid zegt Kerklaan het maar even: “Dat is iets wat je niet wil in een bakkerij.”

Er is sindsdien al veel gebeurd. Alle gaten zijn gevuld, met knaagdierbestendig materiaal. Bij een muis werkt een beetje kit nog wel, voor een rat heb je steviger spul nodig. Aluminiumplaten bijvoorbeeld, of gaaspanelen. Dik, echt dik hout zou ook kunnen. Toen alles was gevuld – zelfs die bijna niet te bereiken plekjes achter de koelcellen – hebben ze rondom het pand een gracht van dertig centimeter diep gegraven en volgestort met grind. Binnen is het probleem daardoor opgelost, maar buiten nog niet.

“Kijk, dat zijn serieuze rattenkeutels,” zegt Kerklaan. “Die zijn niet helemaal vers hoor, dan zijn ze glimmend zwart, maar activiteit is er wel.”

Dat is zorgelijk, want de roldeur met daarachter de grondstoffen van de bakkerij, staat regelmatig open. Als de ratten buiten zijn, komen ze ooit wel weer binnen. En de keutels zijn niet het enige bewijs: op sommige plekken is het grind alweer weggegraven. Daarnaast zijn in de smalle groenstrook naast het pand heel wat sporen van ondergravingen, waardoor het zomaar om een populatie van dertig, misschien veertig ratten zou kunnen gaan. “Het zijn geen heel grote gaten, maar er gaan hele ratten doorheen. Als het kopje past, past het hele lichaam. En zie je al die vliegen daar? Dat betekent dat op die plek óf veel urine ligt óf een dode rat.”

Zakken gif

Kerklaan heeft sinds een paar jaar zijn eigen bedrijf. Ooit droomde hij van een leven als muzikant. Klassiek slagwerk zou het worden, in een orkest. Hij was al aangenomen op het conservatorium. Toen kwam de crisis van 1988 en vielen de orkesten achter elkaar om. Dus dacht Kerklaan: nee, dat ga ik niet doen. Hij werd slager. Na vier jaar werken in de kou zaten zijn vingers onder de wratten. Iets anders dus. Via via kwam hij terecht bij een ongediertebestrijder. En nu bestrijdt hij met zijn eigen zaak alle soorten: bed­wantsen, kakkerlakken, vliegen, wespen, zilver­visjes, mieren, duiven en dus heel veel ratten.

“Vroeger gooiden we nog hele zakken gif achter containers. We gooiden overal waar we liepen een handje. Dat werkte op zich fantastisch. En als zo’n rat het gif mee­sleepte naar zijn hol, gingen ze er met zijn allen van eten. Dan ging het relatief snel.”

Het gebruik van gif is tegenwoordig aan banden gelegd om te voorkomen dat het in de natuur terechtkomt en andere dieren doodt. “Maar het is allemaal echt niet zo ingewikkeld, hoor,” zegt Kerklaan. “Een rat zoekt een plek om te verblijven, een plek om te slapen of voort te planten en een plek om te eten en te drinken. Als ze dat niet kunnen vinden, trekken ze ergens anders naartoe. Je moet dus aan habitatmanagement doen: flink snoeien, gaten afdichten, zorgen dat de omgeving zo wordt dat de rat het er niet fijn vindt, mensen erop wijzen dat ze geen eten buiten moeten gooien. Zo kun je het binnen de perken houden.”

Een rat in staat van ontbinding in een van de klemboxen. Beeld Dingena Mol
Een rat in staat van ontbinding in een van de klemboxen.Beeld Dingena Mol

Als een buurt schoon is, zonder rondslingerende etensresten, uitpuilende vuilnisbakken en oud brood waarmee vogels en eenden worden gevoerd, krijgen ratten het al moeilijker. Maar als dat er allemaal wél is, floreren de rattenpopulaties al snel. Jonge ratten kunnen na drie maanden al geslachtsrijp zijn en vrouwtjes kunnen elk jaar drie tot zes nesten krijgen, met in totaal wel vijftig babyratjes.

“Maar hoe schoon je het ook probeert te houden, met in sommige wijken zo veel oude woningen, met kruipruimtes die met elkaar in verbinding staan en met de volle ondergrondse containers kom je natuurlijk nooit echt van ratten af. Je kunt van alles proberen, maar uitroeien ga je ze niet.” Een ‘rat-en-muisspel’, noemt Kerklaan het.

Hij gaat de zwarte klemboxen af die om het gebouw verspreid staan. In twee exemplaren die al een tijdje niet gecontroleerd zijn, zit een rat in verregaande staat van ontbinding. Ooit zijn de dieren uit nieuwsgierigheid de box in gekropen, waarna de klem op hun nek klapte. Het lijken kleine beesten te zijn, niet van die ‘ratten zo groot als een kat’ die Kerklaan ook weleens heeft gezien, maar veel is er niet meer van over. Daardoor lijkt het toch iets minder zielig, alsof dat kleine skelet nooit echt heeft geleefd.

En dan, in een donkere hoek van de smalle strook loze ruimte naast het pand, lijkt er opeens iets kleins en zwarts weg te springen. Was dat… “Ja,” zegt Kerklaan al, “dat zal wel een rat zijn geweest. Ze zien slecht, maar hebben de rest van hun zintuigen supergoed ontwikkeld. Ze doen alles op geluid en tast, dus ze zijn zo weg als je in de buurt komt. Ze zijn zo snel dat je ze niet op de foto krijgt.”

Uitdaging

Dat klinkt als een uitdaging. Want met vijftien meldingen per dag, ongetwijfeld een fractie van het aantal daadwerkelijke ratten-sightings, moeten ze toch te vinden zijn. Het lijkt handig om te beginnen in West, daar waar stadsdeelbestuurder Carolien de Heer de ratten onlangs nog te lijf ging met een zes pagina’s tellende memo.

Het stadsdeel laat weten dat de kans op het spotten van ratten groot is op plekken waar vaak eenden worden gevoerd, zoals de vijver in het oude deel van het Westerpark of op de hoek van de Erasmusgracht en Ferguutstraat – hoewel door onlangs ingestelde voerverboden de ratten daar weggetrokken kunnen zijn. Ze zitten nu veel bij de oude huizen in de Kolenkitbuurt en bij de taluds langs de A10, waar veel zwerfafval is.

Zoals bij het talud vlak achter het Bos en Lommerplein, dat tegen zonsondergang al voelt als een ideale plek voor ratten. De dichtbegroeide groenstrook is breed en verlaten, ligt op een zanderige ondergrond en is omringd met een wand gemaakt van losse stenen in een kooiconstructie. In de bosjes liggen oude rioleringsbuizen, wat voor een rat een fijne plek lijkt. Daarnaast staan er vuilniscontainers van de winkels op het plein, is er een parkeerstrook voor auto’s waar veel zwerfvuil ligt en is het gebied vrijwel verlaten. Er staat alleen een maaltijdbezorger te wachten op een nieuwe bestelling.

Na een paar minuten door de bosjes struinen lijkt de missie kansloos – het is vooral een beetje vies en eng. Er liggen nergens glimmende, zwarte, serieuze ­rattenkeutels. Het enige dat zorgt voor een schrikreactie blijkt een klein vogeltje te zijn dat heen en weer hupt.

Maar dan, vijf minuten later, rent er opeens een dikke, bruine rat over een open plek in de bosjes. En even later twee achter elkaar op de stenen wand. Opeens lijken ze overal te zitten. Niet alleen hier, maar ook aan de andere kant van het talud. Ze rennen zelfs over straat richting de oude huizen verderop.

De ratten zijn snel, maar de volgende ochtend blijkt de nachtcamera die we in de bosjes plaatsten ze uitstekend te hebben vastgelegd. Zo, verstild op beeld en een beetje vaag, lijken ze ook wel weer snoezig – met dat bolle buikje, het spitse snuitje en die gekke oren. Je kunt je voorstellen dat sommige mensen ze als huisdieren houden. Bovendien: op de nachtfoto’s komt ook een duif voorbij. Je zou bijna zeggen: wat is eigenlijk het probleem?

“De rat heeft natuurlijk een beetje een imagoprobleem. Ik vind ze zelf vooral eng omdat ze, net als muizen, zo razendsnel bewegen,” zegt stadsdeelbestuurder De Heer, die als raadslid ooit nog het plan opperde om anticonceptie te voeren aan ratten. “Tegelijkertijd zijn het ook nuttige beesten, zo eten ze vet weg uit de riool­buizen en dat scheelt weer onderhoud. Ze horen ook bij de stad en als ze langs zo’n talud leven is het prima, maar het probleem is dat ze zich razendsnel voortplanten. Bovendien komen ratten gewoon je huis in. Een duif doet dat zelden.”

Ziekte van Weil

“Langs de grachten en in de parken is de rat gewoon een stadsdier. In principe kun je deze situaties deels accepteren, zeker als het niet dicht bij bebouwing is,” zegt Jan Buijs van de afdeling dierplaagbeheersing van de GGD. “Maar onder meer door het afvalprobleem verspreiden de ratten zich snel. Het wordt een probleem als ze in het leefgebied van mensen komen en de huizen binnendringen. Ze graven gaten die voor verzakkingen zorgen en veroorzaken andere schade doordat ze van alles kapot knagen. Ze poepen en plassen overal en een bacterie in hun urine kan de ziekte van Weil verspreiden.”

Die kan ernstige klachten veroorzaken en zonder behandeling zelfs dodelijk zijn. De ziekte van Weil komt over de hele wereld voor, schrijft het RIVM op zijn website, maar is in Nederland zeldzaam. Wel is er sinds 2014 sprake van een toe­name van het aantal meldingen. ‘Mogelijk spelen meerdere factoren een rol; de milde winters kunnen leiden tot een toename van ratten en muizen, evenals een toename van waterrecreatie door warme zomers.’

Meer info op www.rivm.nl/vragen-en-antwoorden-ziekte-van-weil

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden