PlusExclusief

Miriam, 20 jaar later: ‘Toen mijn vader er voor me kon zijn, was hij er niet’

Miriam, 2021. Beeld Raimond Wouda
Miriam, 2021.Beeld Raimond Wouda

Twintig jaar geleden stelde Hans van der Beek grote vragen aan 18-jarige Amsterdammers. De zin van het leven, liefde en seks, God en de dood, vaders en moeders. Tien jaar later vroeg hij hen weer. En nu weer. Aflevering 2: Miriam werd na een moeizame jeugd moeder op haar achttiende. Ze verhuisde naar Enkhuizen, voor haar rust.

Miriam, die zelf geen ouderliefde kende, werd zwanger op haar zeventiende. Alles deed ze voor haar kind, en daar was ze trots op. Nu, twintig jaar later, heeft ze haar rust gevonden.

Het leven

18: “Ik ben verslaafd geboren. Toen ik zes maanden was, kwam ik in een pleeggezin in Enkhuizen. Mijn moeder was verslaafd, heroïne. Ze kon niet meer voor me zorgen. Dus werd ik van haar afgepakt. Ze was wel blij, geloof ik.”

“Tot mijn vijftiende had ik veel problemen: ruzie, spijbelen, vechten, ’s nachts op straat, dingen uithalen, in treinen slapen. Toen werd ik nieuwsgierig naar mijn moeder en ben ik bij haar gaan wonen. Ze was eigenlijk wel blij. Ze zei dat ik kon blijven. Op mijn zeventiende was ik opeens zwanger. Ik was wel geschrokken. We hebben gelukkig veel hulp. In je eentje zou je gek worden.”

“De zin van het leven? Voor wie?”

28: “In het begin schrik je natuurlijk als je zwanger bent, maar uiteindelijk: het is van jou, je went eraan, het gaat allemaal vanzelf, hè. Ik woon nu in Enkhuizen. In Amsterdam ga je snel het verkeerde pad op, daar gebeuren zo veel dingen.”

“Ik heb altijd mijn doelen voor ogen gehouden. Ik ben onderaan in de zorg begonnen, heb mijn diploma’s gehaald en ben nu eerst verantwoordelijk verzorgende voor ouderen met dementie of alzheimer. Mensen hadden nooit verwacht dat ik het zo ver zou schoppen. Ik was geen lieverdje, maar sinds ik zelf moeder ben snap ik wat mijn pleegouders bedoelden. Achteraf denk je: wat heb ik ze aangedaan, waarom ben ik weggelopen? Maar ja, dat was toen mijn gevoel.”

“De zin van het leven... Ik leef voor mijn dochter, hè. Je moet gelukkig zijn. En trots. De zin van het leven is: trots. Op wat ik tot nu toe bereikt hebt.”

38: “Mijn dochter is nu twintig jaar, net als deze serie. Het gaat heel erg goed. Ze is minder bij mij thuis en meer bij haar vader in Amsterdam. Ze gaat haar eigen gang. Ik mag niet klagen.”

“In Enkhuizen ben ik nu gewend, na al die jaren. Het is rustig, anders dan Amsterdam. Ik ben daar nog vaak, maar dan wil ik toch wel weer naar huis. Ik ben volwassen ­geworden, zeker. Mijn doelen heb ik bereikt. Mijn werk, structuur. Ik heb nog een dochter erbij: Jazlynn, ze is vier. Ze is rustig, kijkt de kat uit de boom. Een meisje dat goed luistert, en ze is leergierig, heel slim.”

“Ik heb elf jaar in de zorg gewerkt met dementerende ­bejaarden en sinds januari heb ik een nieuwe baan, groepsbegeleider van LVB-cliënten – licht verstandelijke beperking betekent dat. Naast mijn werk van 32 uur heb ik ook nog een eigen salonnetje voor wimpers en wenkbrauwen. Dus ook eigen ondernemer. In tien jaar is een hoop gebeurd. Het gaat eigenlijk heel goed.”

“De zin van het leven... Ik zeg altijd: doelen bereiken. Wat kan ik allemaal, wat wil ik in het leven? Toen was het: ik leef voor mijn dochter. Het belangrijkste was een rustige omgeving en die heb ik gekregen. Nu is het meer: ik leef ook nog voor mijn doelen. Ik kan Miriam zijn.”

Familie

18: “Met mijn vader heb ik niet echt contact. Ik ken hem ­eigenlijk niet. Mijn moeder is heel anders dan ik. Als ik iets vraag, gaat ze schreeuwen. Ik weet ook niet waarom. Misschien omdat ze mij niet heeft opgevoed. Ik kom niet zo vaak bij haar. Ze belt ook niet: hoe gaat het met je, heb je geld nodig, zulke dingen. Ik mis het niet. Mijn pleegouders zijn mijn ouders.”

28: “Het gaat goed. Ik ben af en toe een weekend bij mijn moeder. Ze was zelf ook jong moeder en zag zichzelf in mij terug. Maar wel steeds afsnauwen, boos, zo is ze ook. Ze was bang dat ik precies als zij zou doen. Het wereldje in Amsterdam, wat zij heeft meegemaakt. Ook omdat ik mijn eigen wil had. Zij vindt dat ik op haar lijk. Daarom zocht ze die afstand, denk ik. Dat was het beschermende, maar je stoot je kind eigenlijk af.”

“Met mijn vader had ik eventjes contact, toen mijn dochter klein was. Ik bleef weleens slapen, daar in Rotterdam, met zijn vrouw. Maar ja, dan was hij altijd weg. Kijk, als ik nou zijn enige dochter was, dan was het speciaal. Maar ik heb, even kijken, zeker acht halfbroertjes en halfzusjes. Ik denk dat hij daarom vaak weg was als ik er was.”

Miriam, 2001. Beeld Raimond Wouda
Miriam, 2001.Beeld Raimond Wouda

38: “Mijn moeder is in 2018 overleden. Onverwachts eigenlijk, aan longkanker. Ze kreeg last en binnen twee maanden was ze stervende. Na het vorige artikel was ze niet zo blij. Natuurlijk, je bent verslaafd geweest, maar het is toch wel hard als dat op papier komt te staan. Ze was toen even boos, en daarna: laat maar, we praten er niet over. Het was voor haar makkelijker om het naast zich neer te leggen. Ze wilde het ook niet horen.”

“Ik kan zelf ook alles beter naast me neerleggen, ook door mijn werk. Ik zorg voor andere mensen, ik ben altijd bezig met de inleving in een ander. Hoe zou die zich voelen? En als het slecht gaat, dan is het mijn zorgplicht om er tot het einde, tot hun dood, voor hen te zijn. Ik heb alles gedaan. Coma-afdeling, psychiatrie, spierziekte-afdeling, revalidatie, alles. Zwaar, zeker, maar wel mooi.”

“Ik denk dat het juist door mijn jeugd komt. Natuurlijk heb ik ook liefde gehad, maar je gaat toch anders denken. Ik wil het anders doen dan mijn ouders.”

“Met mijn vader heb ik nog af en toe contact, maar niet echt. Hij denkt nog dat hij jong is. Omdat ik zelf ouder ben geworden en anders denk, zie ik dat mijn vader blijft hangen. Toen mijn moeder in het ziekenhuis lag, zei mijn ­vader elke keer ‘ik kom, ik kom’, maar hij kwam niet. Dus daarom heb ik het ook afgesloten. Het was het laatste wat hij voor mij kon doen: er voor mij zijn, en toen was hij er niet. Ik denk: dan heb ik je ook niet nodig.”

Liefde en seks

18: “Liefde is liefde, wat moet ik zeggen? Vlinders in je buik, samen zijn, die dingen. Liefde is belangrijk. Je kunt niet zonder. Ja, het kan wel, maar dan ben je zo eenzaam. Daar ben ik weleens bang voor, sinds ik Shanaira heb. Ik zou niet in mijn eentje kunnen wonen. Dan is het zo stil.”

“En seks, gewoon, niet echt dat het moet. Ik ben altijd ­samen geweest met mijn vriend, dus een ander – nee. Veel jonge moeders zijn niet meer met de vader, maar voor mij hoeft dat niet. Die houden ook veel van feesten, uitgaan. Van vrijheid, zeg maar.”

28: “Die heb ik niet. De liefde moet nog komen. Met de vader ging het niet meer, dus dat is beëindigd. Ik ben gewoon nog niet de ware tegengekomen. Die mij begrijpt. Ik ben alleenstaande moeder, met een kind, ik werk hard, met wisseldiensten - ik heb iemand nodig die begrijpt waarvoor ik leef.”

“Ik zoek niet. In Amsterdam sowieso niet. Er zijn daar heel veel mooie mensen, en wie wil er dan van Amsterdam mee naar Enkhuizen? En in Enkhuizen vind ik niemand leuk. Ik ben iemand die ook wel van uiterlijk houdt en hier zijn ze allemaal... gewoon, normaal, niet bezig met hun ­uiterlijk.”

“Ik mis het wel, je wilt ook als je thuiskomt lekker gezellig samen zijn. Samenwonen is belangrijk, ook voor het kind.”

“Seks!? Moet ik nu zeggen dat ik een schatje heb, of zo? Tuurlijk. Je moet wel. Je kunt toch niet zonder, ik ben ook maar een mens.”

38: “Al bijna acht jaar, hij is de vader van mijn jongste. Ik was dus altijd wel moeilijk met mannen, na een relatie van elf jaar met de ex. Ik heb altijd gezegd: ik wil een rustige jongen, die werkt en niet op straat hangt, niet roken, niet drinken. Een vriendin in Amsterdam zei: ‘Dan weet ik wel iemand.’ Ik heb eerst nog zeker een jaar contact afgehouden. Alleen pingen, je ging toen nog niet appen. Toen pas heb ik afgesproken.”

“Ja, gewoon moeilijk, als het te dichtbij komt. Ik vertrouwde niemand, mannen waren sowieso niet altijd makkelijk. Ja, ze waren wel makkelijk, je gaat met ze uit eten en ze denken meteen dat ze bij je thuis mogen komen. Dus ik was wel erg op afstand.”

“Hem liet ik wel toe, omdat hij zo rustig was. Hij is echt op de achtergrond, net als mijn dochter. Dat gaf me een goed gevoel. Blij dat hij niet zo’n persoon is die gaat feesten. Dat vind ik dan best wel eng, want ik ben wel een jaloers persoon. Ik ben blij dat ik iemand heb gevonden die eigenlijk hetzelfde is als ik. We houden van gezelligheid, altijd ­samen met het gezin.”

“Seks, natuurlijk, dat hoort erbij, maar het is niet nummer één. Niet meer. Als je het samen goed met elkaar kunt vinden, is dat ook al genoeg. Je hoeft niet elke dag, of zo, of elke week. Soms kan het weken gewoon niet, hoeft niet. Ook door je werk, en je bent moe, en je bent elkaar al ­gewend. Het wordt ook een gewoonte.”

God

18: “God... Dat is als je een probleem hebt, om vragen aan te stellen, om je te helpen of zoiets. Ik doe het soms. Als je een beetje eenzaam bent. Gewoon, een beetje praten in ­jezelf. Dan gebeurt er niks, maar gewoon, voor jezelf.”

“Na je dood leef je daarboven verder. Het is er net als hier, maar dan boven. Je hebt geen huizen. En geen auto’s. Mensen lopen. Want je hoeft toch niet te werken. Je bent eigenlijk gewoon vrij. Mensen praten een beetje, vieren feest, maken zelf muziek – net een beetje als vroeger, toen er nog geen radio was.”

Miriam, 2011. Beeld Raimond Wouda
Miriam, 2011.Beeld Raimond Wouda

28: “Gewoon, hoe moet ik het zeggen, ik geloof in God, maar ik ga niet naar de kerk of zo. Je moet altijd in God blijven geloven, want God zegt dat altijd alles goed komt. Is het niet vandaag, dan is het morgen. Dat is mijn stukje God.”

“Ik geloof dat na de dood een tweede leven komt. Je kijkt vanaf de hemel naar beneden. En je komt alle overledenen weer tegen. Mijn halfzusje dat ik nooit heb gekend, ze is in een ander pleeggezin opgegroeid. Ik zag haar voor het eerst op haar begrafenis. En mijn neef kom ik ook weer ­tegen. We praten en omhelzen elkaar. En ook vrienden die ik niet meer heb. Een auto-ongeluk, een scooterongeluk, voor de trein gesprongen. En die zie ik allemaal terug. Het is er mooi, licht, een warm gevoel, nooit regen, nooit kou, alleen maar stralend, allemaal in het wit.”

38: “Ik geloof sowieso in God, maar ik ga nog steeds niet naar de kerk. Ik geloof wel dat er iets is, na de dood. Daarom vind ik de dood ook het mooiste in mijn werk. Als iemand slecht ligt, wil ik er altijd zijn. Het liefst als iemand zijn laatste adem uitblaast. Ook om de familieleden daarin te ondersteunen. Als ik weet dat iemand bijna gaat, ga ik niet naar huis. Dat weten ze allemaal: Miriam blijft.”

“De dood is verdrietig voor de nabestaanden, maar de persoon zelf heeft eindelijk rust. Dat was ook bij mijn moeder. Boven is vrede, alles wit, rust, zonnetje. Alle mensen die zijn overleden zien elkaar weer. Net als wij hier hebben: ‘Hé, hoe gaat het?’ Maakt niet uit hoe ze zijn overleden, ze hebben elkaar. Met een glimlach kijken ze naar ­beneden.”

“Als iemand is overleden, en ik ga iemand goed leggen, praat ik evengoed nog. Even laten weten dat ik er ben, ook al horen ze het niet. ‘Het is warm, ik doe het raam open.’ Soms maak ik een grapje. ‘Ik doe nog even uw tanden in uw mond.’ Ik praat altijd. Alleen de eerste dag, de tweede dag doe ik dat niet meer, en de derde dag ga ik het eng vinden. Ik heb dan afscheid genomen, het is goed zo.”

De ideale dag

18: “Ik mag alles zelf weten? Geld maakt ook niet uit? Goed, dan sta ik vroeg op, want we gaan met de bus naar Duinrell, of de Efteling, of Ponypark Slagharen. Naar een ­hobbelbaan voor Shanaira, of die paardjes en auto’s – dat ronddraait. Later op de dag gaan we weer wat eten. Tja, wat. Patat, met een hamburger. Gewoon, een menu. En voor Shanaira een kindermenu.”

“Dan gaan we terug. Zij gaat lekker slapen en dan gaan mijn vriend en ik nog een film huren. Ik weet het anders ook niet. Het is toch saai, gewoon, het dagelijkse leven. Dan is televisiekijken nog een beetje gezellig.”

28: “Nou, ik ben geen persoon die uitslaapt. Kan ik niet meer. Stomme wisseldiensten. Mag ik één dag kiezen? Dat ik een ticket krijg en wegga? Moet ik dan echt diezelfde dag weer terugvliegen?”

“Oké, we ontbijten en dan worden we opgehaald, in een limousine. We mogen naar het grootste kuuroord ooit, speciaal gebouwd voor moeders en hun kind. Daar gaan we lekker lunchen. Dat je alles mag pakken wat je wilt. Dan een fotoshoot. We krijgen een mooi portret voor in de woonkamer. Daarna mogen we lekker shoppen. In Antwerpen, of zo. Daarna mag zij kiezen. Ik denk naar een concert van Chris Brown en Rihanna, en ze mag hen ook ontmoeten. En al haar vrienden mogen mee, dan wordt ze helemaal blij.”

“We gaan ook nog uit eten, in een mooi restaurant, waar weet ik niet, ik ga nooit naar een restaurant, en dan richting huis. Lekker douchen en naar bed.”

38: “Dat is moeilijk als je het in één dag moet zetten. Mijn ideale dag is gewoon een dag met het gezin eropuit. Hetzelfde, denk ik, een pretpark. Ik kan wel zeggen: een ­wellness, maar niet voor mijn jongste.”

“Maakt niet uit welk pretpark, we gaan overal en nergens heen. Als we vrij zijn, en het is mooi weer, gaan we weg. Zwemmen is ook leuk, dus een dagje Centerparcs zou ook leuk zijn. Zeg maar alles ineen, zwemmen en een pretpark. Met mooi weer. Als we maar samen zijn, meer hebben we niet nodig.”

“En ’s avonds lekker uit eten gaan, we houden van uit eten. Met zijn viertjes. Nee, niet alleen met mijn man, we doen alles samen. Anders moet je weer een oppas gaan ­regelen.”

“Daarna niks meer. Als de kinderen op bed liggen, zijn wij ook kapot. We zijn al blij als we zelf rust hebben. Dan gaan we ook naar bed. Het is nu anders.”

“Ik ben echt heel rustig geworden. Ik kan me wel druk gaan maken, en dan? Kan ik mezelf gek gaan maken? Ik heb dat wel geleerd. Hoe weet ik ook niet. Ik wil niet meer stressen, ik wil gewoon gelukkig zijn. Dat is wel gelukt.”

18-28-38

Ook voor journalist Hans van der Beek is de serie bijzonder. “Een project als dit kun je maar één keer doen.” Lees hier het hele interview.

De komende weken verschijnt er elke dinsdag een nieuwe aflevering. Lees hier aflevering 1, met Alex: ‘In Amsterdam is het helemaal misgegaan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden