PlusDe klas in

‘Mijn moeder is zwanger', zucht ze

Uitzonderlijke tijden in het onderwijs. Jocelyn Vreugdenhil volgt leerkrachten van basisscholen in Amsterdam. Deze week: groep 5, Centrum.

null Beeld Inge Duiker
Beeld Inge Duiker

Achter in het lokaal van groep 5 is de trap naar de vide. Naast kasten vol boeken en leerspullen staat boven ook een zitbank met een berg knuffels erop. Dit is de plek waar de kinderen zich even terug kunnen trekken. Een van de vaste bezoekers is Mayla met haar knuffel Flippie.

De juf kende Mayla al van de pauzes op het plein, toen ze nog in groep 4 zat. Altijd vrolijk en aan het lachen. Dit jaar zit ze in haar klas en lijkt er iets te zijn veranderd.

Het is maandag als ze de klas binnenloopt met een bedroefd gezicht.

“Hi Mayla, hoe gaat het met je?” vraagt de juf.

“Mijn moeder is zwanger,” zucht ze.

“Gefeliciteerd, dan krijg je dus een broertje of een zusje. Maar waarom ben je dan zo verdrietig?”

“De papa is niet mijn papa.”

“Oké,” zegt de juf terwijl ze een moment stil is om te bedenken wat ze daarop kan antwoorden. “Zijn je ouders uit elkaar?”

“Nee, ze wonen in hetzelfde huis. Niet met elkaar, maar boven elkaar.”

“Is die andere papa niet leuk dan?”

“Ja, dat wel…” Mayla kijkt naar haar ­voeten en blijft stil.

“Heeft hij al kinderen?”

Mayla vertelt dat de nieuwe vriend van haar moeder twee dochters heeft, een van 9 en een van 6. Echt leuk lijkt ze dat niet te vinden. De juf zegt dat het natuurlijk niet hetzelfde is als je eigen vader. Dat haar vader zo leuk is, dat iedereen hem als papa zou moeten hebben.

Het meisje knikt.

De juf vertelt dat ze zelf ook twee halfzussen heeft en daar heel blij mee is. “We hebben dezelfde vader en het voelt net als echte zussen.”

Het maakt duidelijk geen indruk.

“Misschien wil je er met iemand anders over praten?” gaat de juf verder. “We hebben daar een speciaal iemand voor op school: een vertrouwenspersoon. Een ­aardige mevrouw die je goed kan helpen.”

Als ze een paar weken later aan Mayla vraagt of het beter gaat en ze het iets meer ziet zitten dat ze een broertje of zusje krijgt, schudt ze van nee.

“Mag ik Flippie bij me houden vandaag om mee te knuffelen?” vraagt ze met het knuffelkonijn tegen haar wang gedrukt. “Ik moet er de hele tijd aan denken.”

De juf stelt voor om Flippie alvast boven tussen de andere knuffels te leggen. Als Mayla weer op haar plek zit, pakt ze het speciale schriftje uit haar la. ‘Bybi’ staat erop, met een hartje erbij. Voor de lockdown schreef ze er vaak in. Over de nachtmerries die ze had gehad over de baby, en hoe bang ze was dat het echt zou gebeuren. Ook maakte ze tekeningen, van de baby in een wiegje en zij als grote zus ernaast.

Het schriftje ging niet mee naar huis met de andere spullen voor het thuisonderwijs. Uit angst dat papa of mama het zou lezen, denkt de juf. Sinds vorige week is Mayla, net als de rest van groep 5, terug in de klas. Kunnen de nachtmerries en andere verhalen eindelijk weer veilig ­worden opgeborgen in het Bybi-schrift.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden