PlusAchtergrond

Miemoent el Fakih wil vastgeroeste rolpatronen voor vrouwen in Nieuw-West doorbreken

Een zomerserie over de wereldverbeteraars van de stad. Wat drijft deze bevlogen Amsterdammers? Vandaag deel 8, de slot­aflevering: emancipatie voor en door vrouwen met een ­migratieachtergrond.

Miemoent el Fakih.Beeld Jakob Van Vliet

Met vrouwencentrum Nisa for Nisa in Nieuw-West geeft directeur Miemoent el Fakih (50) vrouwen uit de buurt de ruimte zich te ontwikkelen. ‘Zelf draag ik geen hoofddoek, ik ben daar nogal dwars in.’ 

“‘Vrouwen gaan allemaal naar de hel.’ Dat was de standaard uitspraak van mijn vader. Waarop ik steevast ­reageerde: ‘Dan gaan eerst de mannen, en lopen alle vrouwen erachteraan.’ Dat strijdlustige heb ik altijd gehad. Ik ben gelovig, zie mezelf als moslim. Maar ik geloof niet dat ik me als vrouw anders zou moeten gedragen dan mannen om in Gods ogen goed te zijn.

Nisa for Nisa betekent in het Marokkaans ‘vrouwen voor vrouwen’. Twintig jaar geleden begonnen we klein: met fietslessen op een pleintje in Nieuw-West. Oprichtster ­Fatima Sabbah wilde vrouwen in Nieuw-West meer mogelijkheden geven om zich door de stad te bewegen. In die tijd waren alle wijkinitiatieven gericht op mannen. Vrouwen konden af en toe wel mee – naar een etentje of een feestje – maar kwamen voor de rest weinig buiten de deur.”

Ru Paré

Rond die tijd praatten veel mensen over Marokkaanse ­jongeren en de rol van hun moeders. Er was toenemende radicalisering, de moord op Theo van Gogh. Alleen de moeders zélf kwamen eigenlijk nauwelijks aan het woord. Wij hebben deze vrouwen toen kunnen vragen: wat hebben jullie nodig? Taal bleek cruciaal. Veel van de vrouwen spraken niet goed Nederlands. Voor reguliere taallessen kwamen ze niet in aanmerking, omdat velen al een Nederlandse paspoort hadden of de inburgeringscursus hadden doorlopen. Door het taalprobleem konden ze niet met scholen of artsen over hun kinderen overleggen: er werd altijd voor hen gesproken.

Inmiddels is de organisatie uitgegroeid tot het grootste centrum voor vrouwenemancipatie in Nieuw-West. We hebben een open huiskamer in het Huis van de Wijk in ­Slotervaart, de Ru Paré. Wekelijks volgen meer dan ­honderd vrouwen Nederlandse les, momenteel digitaal. Er zijn ook naailessen, kookgroepen en een juridisch ­loket. Vrijwel alle vrouwen hebben een Marokkaanse ­achtergrond: de jongste is 20, de oudste 55.

Toen ik vier was, kwam ik met mijn ouders vanuit het Rifgebergte in Marokko naar Nederland. Zelf dachten ze lange tijd dat ze zouden terugverhuizen, en intussen leerde ik Nederlands op de kleuterschool. Als oudste dochter werd ik hun brug naar de Nederlandse samenleving: ik was hun tolk in contacten met artsen, advocaten, instanties. Die achtergrond komt nu van pas bij Nisa for Nisa: ik ben het gewend om mensen met elkaar te verbinden.

Miemoent el Fakih

Leeftijd 50

Woont in Utrecht ­(Kanaleneiland)

Opleiding Sociaal juridische dienstverlening aan de ­Hogeschool Utrecht

Doet Ondersteunt vrouwen uit Nieuw-West om zichzelf te ontwikkelen: ‘Vrouwen zien hier in hoe waardevol ze zijn.’

Met Nisa for Nisa, een open huiskamer en veilige ontmoetingsplaats voor en door vrouwen met een migratieachtergrond

Functie Directeur Nisa for Nisa

Van jongs af aan voelde ik vanuit mijn familie een sterke druk om te trouwen. Toen ik op mijn achttiende toegaf, dacht ik al snel: is dit het nou? Naast mijn gezin ben ik een opleiding gaan volgen en gaan werken. Mijn man en ik zijn zo’n tien jaar geleden gescheiden, de jongste was toen tien. In 2012 ging ik werken bij ­Nisa for Nisa. Ella Vogelaar was toen voorzitter van het ­bestuur, een functie die ze opnam na haar ministerschap. Zij heeft me destijds nog gescout als coördinator, terwijl ik eigenlijk op een andere functie solliciteerde. Voor mij is mijn werk onderdeel van wie ik ben, zelfs van mijn godsdienst. Ik wil iets bijdragen.”

Huiselijk geweld

Laatst hoorde ik een jongen van 17 in de buurt zeggen: ‘Als ik ga trouwen, dan gaat mijn vrouw niet ­werken.’ Dan denk ik: waarom niet? Maar andersom willen genoeg vrouwen niet dat hun man meehelpt in de opvoeding of het huishouden. Vanuit de islam bestaat het idee dat de man voor de vrouw moet zorgen. Ik wil die vastgeroeste rolpatronen doorbreken. Veel vrouwen die bij ons komen hebben te maken gehad met huiselijk geweld, daarom zijn mannen verboden bij Nisa for Nisa. Maar zonder mannen is emancipatie onmogelijk. Als je problemen hebt met je man en je je zoon op dezelfde manier opvoedt, dan doorbreek je de ­cirkel niet.

Zelf heb ik drie volwassen zoons van 20, 25 en 27. Twee van hen wonen nog thuis. Zelfredzaamheid was altijd ­belangrijk bij ons. Zij weten dat ze er niet op hoeven te ­rekenen dat het eten op tafel staat wanneer ze thuiskomen: we zijn allemaal volwassen en werkend. Kortgeleden is mijn oudste zoon gaan samenwonen met een heel leuk Nederlands meisje. Niet iedereen binnen onze familie snapte dat ik dat toestond, maar zelf had ik de vrijheid niet om mijn eigen partner te kiezen. Die keuze is mijn zoon zijn vrijheid: daar kom ik niet aan. Vrijheid betekent voor mij bovenal: niets aan anderen opleggen, en dat werkt beide kanten op. Zo was er – voor de coronacrisis – een vrouw die geen handen schudt. Een Nederlandse vrijwilliger vond dat erg lastig, maar die ruimte moet er kunnen zijn.”

Lovergirls

Veel Marokkaanse ouders zijn bang voor de verliefdheid van hun pubers en verbieden het. Door dit stiekeme karakter lopen dingen sneller uit de hand. We zien dat sommige jonge meiden met een dubbele identiteit juist extreme dingen doen. Thuis zijn ze het brave meisje, buitenshuis doen ze alles wat God verboden heeft. Velen vinden zichzelf moslim en weten ze dat ze bepaalde dingen verkeerd doen. Die schaamte zorgt voor een laag zelfbeeld. En als je toch al slecht bezig bent, kun je net zo goed nog een stapje verdergaan.

Onder de noemer BigSis begeleiden we nu een groep van ongeveer 65 kwetsbare meiden van 12 tot 25 jaar. De nieuwste ontwikkeling zijn lovergirls: meiden die andere meiden de prostitutie in ronselen via sociale media. Met mooie tasjes of geld verleiden ze jonge meiden om zichzelf bijvoorbeeld naakt te filmen. Vervolgens gebruiken ze die beelden om hen te chanteren. Wij houden dit scherp in de gaten, want één is er al één te veel.

Pasgeleden liep een meisje bij wie zoiets een jaar geleden gebeurd was, gehuld in het zwart rond. Ze had heil gevonden in de islam en ging erg jong trouwen. Dat vind ik moeilijk. Als een meisje al jaren orthodox is en daar naartoe werkt, is dat anders, geloofwaardiger. Waar zo’n omslag vandaan komt? Boetedoening, denk ik. Ik probeer zo’n meisje mee te geven: het is jouw keuze en je bent hier altijd welkom, maar weet dat je je nergens voor hoeft te schamen.

Er lopen hier veel orthodoxe meiden rond, vrijwel allemaal universitair opgeleid. Toch zijn ze werkloos. Wanneer ze in salafistische, zwarte kleding op een sollicitatie verschijnen, worden ze niet aangenomen. Een tijd geleden wilden de meiden in onze huiskamer de muziek verbieden. Toen ik tijdens een trainingssessie de discussie daarover aanging, merkte een van hen op: ‘Maar jij loopt er haram bij.’ Zelf draag ik geen hoofddoek, ik ben daar nogal dwars in. Ik reageerde met: ‘Ik werk en voeg iets toe aan de maatschappij. In mijn islam is dat onderdeel van het zijn van een goede moslim. En wat doe jij? Eigenlijk voeg je niets toe, behalve dat je nu tegen mij zegt dat ik haram ben.’ Toen was het stil. Anderen uitsluiten terwijl je zegt dat het andersom gebeurt, daar ga ik niet in mee.

Veel vrouwen die bij ons komen, hebben de neiging zichzelf buiten de maatschappij te plaatsen. Een verhardend politiek klimaat van ‘minder, minder’ helpt daarbij niet. Wij bieden een veilige omgeving om elkaar te ontmoeten. Vrouwen krijgen hier de kans om in te zien hoe waardevol ze zijn, en gaan weer meedoen.”

In coronatijd

Eind mei heeft Nisa for Nisa een deel van haar activiteiten hervat, maar door de coronacrisis zien ze een duidelijke terugslag in emancipatie. Er zijn zorgen over gevallen van huiselijk geweld waar geen goed zicht meer op is. Sommige vrouwen zouden starten met een trainingstraject, maar zitten nu weer vooral thuis. Veel oudere, eerste generatie migrantenvrouwen zijn digitaal analfabeet, en maandenlang hadden zij nauwelijks contact met de buitenwereld. Die eenzaamheid maakte hen soms erg angstig. Gedurende de zomer heeft Nisa for Nisa daarom laptops uitgedeeld, en komende maand beginnen ze met het aanbieden van lessen in digitale vaardigheden. 

Beeld Jakob Van Vliet
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden