PlusInterview

‘Midden in de stad, zó de natuur voelen!’ Agnes de Ruijter brengt met haar documentaire een ode aan de boom in Amsterdam

Van de boom die alles zag tot de platanen bij het Leidsebosje: Agnes de Ruijter (58) werkte jaren aan haar documentaire Boom in Amsterdam, vanaf zondag te zien in Het Ketelhuis. ‘Bomen houden de geschiedenis voor ons bij.’

Kees van Unen
Documentairemaakster Agnes de Ruijter, in het Leidsebosje: ‘We realiseren ons vaak niet hoe belangrijk bomen zijn voor een stad.’ Beeld Roel Siebrand
Documentairemaakster Agnes de Ruijter, in het Leidsebosje: ‘We realiseren ons vaak niet hoe belangrijk bomen zijn voor een stad.’Beeld Roel Siebrand

Een dag na storm Corrie, Agnes de Ruijter aan de lijn over de documentaire Boom in Amsterdam, die gaat over, nou ja, bomen in Amsterdam dus. De Ruijter zag ze ook zwiepen, buigen en kraken in de wind, maar ze zegt het meteen maar: zo’n storm is de grootste bedreiging niet voor bomen in de stad. Het gevaar komt van de mens. Van graafwerkzaamheden, van bomenkap omdat er een fietspad last heeft van de wortels – dáár wringt het pas, de relatie tussen boom en stad.

De Ruijter: “Als je een boom in de storm in het weiland ziet staan, denk je misschien: arme boom. Maar de ontberingen in de stad zijn eigenlijk heftiger. Wortels die geen kant op kunnen door damwanden, rioleringsbuizen, strooizout: een boom in de stad heeft echt wat te verduren en moet tegen een stootje kunnen. En dat terwijl we ons vaak niet realiseren hoe belangrijk bomen zijn voor een stad. Ze bepalen het leefklimaat, reguleren de waterhuishouding, de airconditioning. Ze zijn niet alleen de longen maar ook het kloppende hart van een stad. Ze geven lucht en verkoeling, maar ook rust en bewustzijn.”

Bijzonder voorbeeld daarvan: de platanen bij het Leidsebosje. De Ruijter: “Als het lente wordt en je gaat daar met je rug tegenaan staan, dan voel je de sappen door de stam stromen. Midden in de stad, zó de natuur voelen: dan ben je onderdeel van iets heel wonderlijks, hoor. Maar je moet het wel weten.”

Of zien, wat min of meer de reden is geweest voor De Ruijter om Boom in Amsterdam te maken. Een project van jaren waarvoor ze best een paar keer ‘nee’ moest incasseren. Omroepen zagen er een serie in, maar uiteindelijk toch niet. Filmfondsen hielden hun hand op de knip. De Ruijter deed het vervolgens in eigen beheer, met steun van de gemeente Amsterdam. Het resultaat: een ode aan de boom, met verhalen van stadsbewoners, schrijvers en wetenschappers over waarom we ze moeten koesteren. Ook in de stad, of misschien wel juist in de stad.

Een stam vol doorns en stekels

De Ruijter: “Bomen zijn zó belangrijk. De wetenschap komt steeds met nieuwe inzichten over de positieve rol die bomen kunnen spelen tegen klimaatverandering, en ondertussen worden ze bedreigd met grootschalige kap. Bij veel mensen zit er toch een kennishiaat op boomgebied. Alsof we niet willen zien hoe sterk onze verbondenheid ermee is. Heb jij een boom voor je huis staan? Ja? Nou, ga er maar vanuit dat jullie samen al heel wat CO2 hebben uitgewisseld. Intiem hè? Nu kijk je er toch anders naar en dat is precies de bedoeling.”

Sinds ze aan de documentaire begon, bepalen bomen haar leven. Haar telefoon? Vol met bomenfoto’s. Als ze door de stad loopt, kijkt ze omhoog, naar groen, naar takken, bladeren en stammen met een verhaal.

Neem de valse christusdoorn op dat pleintje naast Kriterion. Best een joekel, ingeklemd tussen stad en steen. De Ruijter ging van dichtbij kijken en zag een stam vol doorns en stekels. Gewoon echt een gemeen ding, zelfs een kat zou er niet in durven klimmen, maar het verhaal erachter moet ze nog uitzoeken, zoals ze dat bij zoveel bomen al deed.

“Ik werd er steeds meer door gegrepen, die bomen in de stad, en hoe meer ik erover opzocht, hoe dieper ik er indook, hoe minder ik erover bleek te weten. Echt, het is een complete wereld. Ik heb nu een documentaire gemaakt over de bomen in de stad, maar het had zomaar een documentaire over één boom alleen kunnen zijn – zoveel verhaal kleeft er vaak aan vast.”

Nog zo eentje dan: de Hollandse linde voor het Amsterdam Museum. “Die is daar geplant bij de kroning van koningin Wilhelmina. Bijzonder, want lindes zijn altijd symbolisch als plek waaronder mensen elkaar ontmoeten, spreken en discussiëren. Daarom werden ze altijd neergezet op dorpspleinen en bij kerken. Bankje erbij. En deze boom had een hele speciale rol, want nog voordat er zoiets was als het COC bestond er een club voor mensen die gay waren en hier samenkwamen. Een plek om zichzelf te zijn, onder de linde, in de zoete geur van de lindebloesem.”

Zware wortels

En neem nou de scheve populier op de hoek van de Weteringschans en het Weteringcircuit. Ergens rond 1900 geplant en gewoon gegroeid zoals ie groeide. Pas als je ernaartoe gaat ervaar je hoe groot deze boom is en hoe scheef die staat. Stormen als Corrie doen hem niks. Deze Canadese populier blijft gewoon staan vanwege extra zware wortels onder de grond. Daartegenover staat trouwens een witte paardenkastanje die het zwaar heeft, belaagd door de mineermot.

En dan is er natuurlijk nog de wereldberoemde kastanjeboom waar Anne Frank op uitkeek – haar enige blik op de buitenwereld, op de seizoenen, de natuur, de wereld die doordraaide terwijl die van haar stilstond. Of de boom die alles zag, een grauwe abeel, stille getuige van de Bijlmerramp en in 2020 verkozen tot boom van het jaar door de provincie Noord-Holland.

Scheve populier op de hoek van de Weteringschans en het Weteringcircuit. Beeld Roel Siebrand
Scheve populier op de hoek van de Weteringschans en het Weteringcircuit.Beeld Roel Siebrand

De Ruijter kwam niet alleen in aanraking met een breed scala aan bomen, maar vooral ook met een prachtig pallet aan bomenmensen. Bijvoorbeeld dat meisje dat in Wageningen studie deed naar de jaarringen aan de binnenkant van de stam, dendrochronologie. De Ruijter vroeg: wat betekenen bomen voor jou? Het antwoord: geschiedenis.

De Ruijter: “Ze houden de geschiedenis voor ons bij. Je ziet er alles in terug. Dat zag ik later ook bij de geweldige tentoonstelling Nous les arbres in het Fondation Cartier in Parijs, van de Nederlandse kunstenaar Thijs Biersteker. Bomen als archivarissen, waarbij aan de ringen niet alleen de leeftijd is af te lezen, maar ook ziektes, branden en periodes van droogte.”

“Bomen werken ook echt samen en waarschuwen elkaar. Onder de grond zit een onmetelijk handelsnetwerk voor goederen, diensten en informatie van bomen en schimmels onderling. In een stad als Amsterdam moeten ze ontzettend hun best doen en steeds nieuwe strategieën vinden om genoeg voedingstoffen uit de grond te halen. In de stad is het hard werken voor een boom.”

Meer dan straatmeubilair

De Ruijter weet één ding zeker: bomen mis je pas als ze weg zijn. “Ze hebben zelf geen stem, kunnen niet voor zichzelf opkomen, dus de mens kan er keihard voor zijn. Maar uiteindelijk zijn bomen ook helemaal hun eigen essentie en kunnen de bomen heel goed zonder ons leven, terwijl wij zonder bomen al heel snel zouden uitsterven.”

Het moge duidelijk zijn, in de film Boom in Amsterdam spelen bomen de hoofdrol. En als het aan De Ruijter ligt, zal het beeld veranderen van een boom als straatmeubilair waar je je fiets aan vast zet, of voor mannen met hoge nood. Ze zijn zoveel meer, weet ze, en dat wil ze laten zien. De Ruijter: “Ik dacht weleens: bomen voelen zich nooit afgewezen, ze hebben geen commentaar, doen precies wat ze moeten doen en zijn gewoon wie ze zijn – was ik maar een boom.”

Boom in Amsterdam is op 6, 7 en 8 februari te zien in Het Ketelhuis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden