Plus Interview

Midas Dekkers: ‘Waarom hier in Weesp? Ga verdomme in Almere wonen’

Schrijver en bioloog Midas Dekkers (73) vond Weesp leuk omdat het op het Amsterdam van vroeger leek. Minder leuk, en dat is zacht uitgedrukt, zijn het oprukkende toerisme en de nieuwe bewoners. ‘Het is één grote yuppenbrigade.’  

Midas Dekkers Beeld Oof Verschuren

Met de opheffing van de gemeente Weesperkarspel in 1966 verloor ook het gemeentehuis aan de Hoogstraat in Weesp zijn functie. Het statige pand wordt al tientallen jaren bewoond door schrijver en bioloog Midas Dekkers, die in de voormalige raadzaal een jaloersmakend werkvertrek heeft ingericht met duizenden boeken, hier en daar een opgezet dier en een onbetaalbaar uitzicht op de Vecht. In de herinnering van de nog levende Weesperkarspelaars is het raadhuis trouwens gewoon hun raadhuis gebleven, vertelt Dekkers. Een enkele keer wordt er bij hem aangebeld door een echtpaar op leeftijd dat graag nog eens een kijkje wil nemen in de ruimte waar lang geleden hun huwelijk werd voltrokken. Daar werkt de huidige eigenaar graag aan mee. “Ik informeer altijd wel of er sprake is van een gelukkig huwelijk. Voor een ongelukkig huwelijk kan ik geen verantwoordelijkheid nemen.”

U woont inmiddels twintig jaar in Weesp. Was het ingewikkeld om Weesper te worden?

“Helemaal niet. Weesp deed me een beetje denken aan het Amsterdam van vroeger. Heel veel leuke dingen die in Amsterdam verdwenen zijn, waren hier nog te vinden. Ik ben een groot liefhebber van bruine cafeetjes. In Weesp trof ik een disproportioneel aantal bruine kroegen. Ik voelde me meteen thuis. Ik woon op vier minuten lopen van het station, maar op weg van de trein naar huis moet ik wel vier goede cafés zien te trotseren. Heel karaktervormend.”

In Amsterdam zijn de cafés de werkplek van de creatieven geworden. Is dat hier ook zo?

“Hier is dat heel anders. Wat ik mij zeker uit de begintijd herinner, was dat het café om drie uur nog tamelijk leeg was. Een uurtje later kwamen de busjes voorrijden. Daar stapten dan mannen uit, de laatste restjes cement nog van hun overall kloppend. Die mannen zaten elke dag van vier tot zes in het café, echt zoals het hoort.”

Het derde leven, zoals u dat noemt in Volledige vergunning, uw vorig jaar verschenen lofzang op de bruine kroeg.

“Ja, een plezierige tussenstop tussen werk en thuis. Je hebt een leven thuis en een leven op het werk, maar daartussen zit nog een derde leven in de kroeg. Waar je samen met je kameraden op je gemak je andere levens kunt doornemen. Als zo’n man om vijf uur thuis kwam, keek zijn vrouw hem geschrokken aan. Is er iets mis?”

En om zes uur naar huis voor het avondeten.

“Ja. Of laten we zeggen dat dat de bedoeling was.”

Weesp en drank horen bij elkaar. In de 17de eeuw was de stad een belangrijke producent van jenever.

“En daardoor van vitaal belang voor de stad Amsterdam. We hadden Indië nooit kunnen veroveren als we dat met vaten bier hadden moeten doen. Dat past niet op een schip: die schuiten waren gezonken voor ze de haven uit waren. Maar jenever is een heel compact soort bier. Dat kun je gemakkelijk meenemen. Er waren hier in Weesp veel molens waarvan een klein deel zorgde voor het meel dat nodig was om brood van te bakken. Het overgrote deel draaide voor de jenever.”

Was het ook een welvarende stad?

“Je kon rijk worden van jenever als je de baas was. Voor de meeste mensen was het werk een ramp. Het overschot van de graanproducten werd aan de varkens gevoerd. Naast elke jeneverstokerij stond een varkenshouderij en dat stonk verschrikkelijk. Daar wilde je als rijke stinkerd niet in de buurt wonen. Hier woonden de arme sloebers die Amsterdam in de 17de eeuw groot hebben gemaakt.”

Een stad van harde werkers?

“Het heeft te maken met de oude wet: rijke mensen wonen op het zand, arme mensen op het veen of de klei. Hier langs de Vecht liggen allemaal zandruggen. Daar woonden de rijke mensen. In Bussum, in Muiden, in Naarden. Die rijke mensen hebben wel personeel nodig en mensen die de spullen maken die rijke mensen graag willen hebben. Die sukkels woonden op veen en klei. Die woonden hier. Het voordeel is dat Weesp altijd de grote onbekende is gebleven. Daardoor heeft het zich zo lang kunnen handhaven in al zijn schoonheid en aantrekkelijkheid.”

Jenever is plotseling weer populair.

“Ja, de ironie van de geschiedenis wil dat nu juist de rijke mensen in groten getale jenever stoken en bier brouwen. Op buitengewoon ambachtelijke wijze natuurlijk. De flauwekul waarmee dat allemaal wordt omgeven, daar word je al dronken van voordat je één druppel hebt gedronken van het spul.”

Bestaat er zoiets als een Weesper cultuur?

“Jawel. De oppervlakkige uiting daarvan is het verzamelen van blikken van Van Houten, de bekende chocoladefabriek. In de 19de en 20ste eeuw werkte half Weesp daar. Er zijn veel Weespers die van die blikken verzamelen. Naar een zeldzaam exemplaar wordt met grote begeerte gekeken. Het is net als met Limburg en de mijnen. Als je een echte Limburger wilt zijn, heb je herinneringen aan de mijnen en nog een stukje kool in je haar. Wat de mijnen zijn voor de Limburgers is Van Houten voor de Weespers.”

De band tussen Weesp en Amsterdam is altijd hecht geweest.

“Er zijn nog steeds echte Weespers, vaak van agrarische komaf. Maar dat zijn inmiddels heel oude mannetjes en vrouwtjes. Ik schat dat de meeste mensen in Weesp wel een Amsterdamse afstamming hebben. Er is wel iets wezenlijks veranderd. De Amsterdammers die vroeger in Weesp kwamen wonen, druppelden hier binnen en pasten zich netjes aan hun nieuwe omgeving aan. Maar de Amsterdammers die hier nu neerstrijken, komen helemaal niet geleidelijk en braaf binnen. Het is één grote yuppenbrigade.”

De nieuwe wijk Weespersluis in de Bloemendalerpolder trekt vooral Amsterdammers aan. Hoe kijkt u daar tegenaan?

“We hebben 19.000 inwoners. Er komen nu 2750 woningen bij. Dat is een behoorlijke verschuiving van het evenwicht. Het akeligste is dat een groot deel van de nieuwe inwoners hier helemaal niet wil wonen. Die willen in Amsterdam wonen. Maar daar hebben ze het geld niet voor. Ze moeten nu net als de armelui van vroeger hun toevlucht zoeken op het veen en op de klei. De oorspronkelijke bewoners die zich wel hebben gehecht aan een plek zien een vloed van mensen op zich afkomen die helemaal niet van plan zijn om te wortelen. Ik zie het hier in de straat ook gebeuren.”

Midas Dekkers: ‘Ik houd vooral van het Amsterdam waar ik als kleine jongen ben opgegroeid.' Beeld Michiel Van Den Berg

Een invasie van nieuwkomers?

“Dit is het chique deel van Weesp. Hier woonden vroeger alleen wat oudere mensen. Zij konden het zich permitteren. Dat zorgde voor een heel prettig sfeertje van mensen die gewoon wilden wonen zonder andere mensen al te veel lastig te vallen. De laatste jaren komen de yuppen aanzetten met hun makelaartjes. En elk huis dat hier wordt verkocht, wordt als eerste meteen volledig gestript. Alles wat er aan geschiedenis, herinneringen en weemoed in zit, wordt afgebroken en vervangen door een interieur dat aan Almere doet denken. Waarom moet dat hier? Ga dan verdomme in Almere wonen. En het ergste van alles is: na twee jaar zijn ze weer vertrokken, met achterlating van de puinhoop.”

Komt u nog graag in Amsterdam?

“Ik houd vooral van het Amsterdam waar ik als kleine jongen ben opgegroeid. Aan het moderne Amsterdam zitten wel wat aspecten waar ik moeite mee heb. De veelbesproken gentrificatie bijvoorbeeld. Ik houd zelf erg van ouwe troep. Maar dat mag er tegenwoordig helemaal niet meer zijn. Dat wordt allemaal de stad uit getreiterd. Het vervelende is dat dit soort processen de laatste jaren sterk is versneld. De Pijp heeft er tien jaar over gedaan om helemaal te veryuppen. Noord wordt nu in een paar jaar tijd onder de voet gelopen. Het gaat steeds sneller.”

Gaat Weesp dat ook meemaken?

“Dat is al lang aan de gang. Ook hier begint de lente niet meer met het zingen van de vogeltjes, maar met het rollen van de koffertjes. Het toerisme rukt op, omdat Amsterdam de toeristen net als de huizenzoekers deze kant op duwt. Het is als wrijven in een vlek. Die vlek wordt alleen maar groter. De toeristen worden er niet gelukkiger van, want die willen alleen maar De Nachtwacht zien. Die mensen rolkofferen ’s avonds heel Weesp door naar het hotel en de volgende ochtend rolkofferen ze weer terug naar de trein om aan te sluiten in de rij voor het Anne Frankhuis.”

Het toerisme brengt wel een hoop geld in het laatje.

“Ja, de Weesper middenstand wrijft zich al vergenoegd in de handen. Toen ik hier kwam wonen, waren er twee bakkers, twee slagers en twee groenteboeren die elkaar het leven zuur maakten. Het was geen vetpot, maar mede daardoor is het centrum zo mooi bewaard gebleven. Die middenstanders hebben dat bij elkaar gehouden.”

En nu is dat niet meer zo?

“Nu is het toerisme ontdekt. De middenstand is zich aan het ombouwen in een eindeloze optocht van pizza’s, tapas en ander goedkoop vreetvoer. Daar komt volk op af. Ik gun iedereen het beste, maar ondertussen worden we een goedkope speeltuin van Amsterdam.”

Waar blijkt dat uit?

“Hier in Weesp heerst nu de gevreesde terrassenziekte. Toen ik hier kwam wonen, waren er geen terrassen. Als je een terras wilde, kreeg je geen vergunning. Dat was nergens voor nodig. En wij kwamen niets tekort aan drank of zon, kan ik je verzekeren. Inmiddels heeft het gemeentebestuur het toerisme omarmd als de gouden gans om te slachten. De ene na de andere vergunning wordt uitgegeven.”

Een jaar geleden stemde een meerderheid van de deelnemers aan een referendum in Weesp voor aansluiting bij de hoofdstad. Inmiddels is de ambtelijke organisatie van Weesp opgegaan in die van Amsterdam, en wordt toegewerkt naar een fusie van beide steden. Dekkers behoorde bij het referendum tot de minderheid die voor een samengaan met Gooise Meren stemde, vooral omdat hij helemaal niets goeds verwacht van een fusie met Amsterdam.

Wat zijn uw bezwaren tegen een fusie met Amsterdam?

“De grote reden van Weesp om zich bij Amsterdam aan te sluiten, was dat het gemeentebestuur zichzelf onbekwaam heeft bevonden. Onze bestuurders achten zich niet in staat om dit stadje van 18.000 mensen te besturen. Maar die onbekwaamheid was nou juist een zégen voor Weesp. Er is niks ergers dan een daadkrachtig bestuur. Dat gaat meteen grachten dempen en ander groot onheil aanrichten. Je weet toch wat een besluit is? Een besluit is iets waar je later spijt van krijgt.”

U bent bang dat met Amsterdam de daadkracht komt?

“Weesp is lang een beetje verborgen gebleven. Dat was voor Weesp heel plezierig. Iedereen die op de snelweg langs Weesp reed en de narigheid van de industrie zag, die trapte het gaspedaal nog wat dieper in. En iedereen die hier uit de trein stapt, belandt in een afschuwelijk nieuwbouwwijkje uit de jaren tachtig. Het was de bedoeling dat heel Weesp er zo uit zou komen te zien. Maar dankzij de ondaadkrachtigheid van onze bestuurders is dat gelukkig nooit gebeurd. Mijn grote zorg is dat we straks opgescheept zitten met een daadkrachtig bestuur dat niet alleen plannen maakt, maar die ook uitvoert. En Amsterdam wil maar één ding en dat is huizen bouwen.”

Midas Dekkers Beeld Oof Verschuren

Het bestuur van Amsterdam spreekt dat tegen. Men zegt juist behoefte te hebben aan een groene buffer rond de stad.

“Ja, natuurlijk. De fusie is nog niet rond. De poes stelt zich spinnend aan de muis voor om hem later op zijn gemak te verorberen. De tranen springen je in de ogen als je de polder ziet die ze nu aan het volbouwen zijn. Projectontwikkelaars hebben de grond inmiddels zo vaak aan elkaar doorverkocht dat je voor dat geld geen koeien meer kunt laten lopen. Die geven niet genoeg melk. Woningzoekende Amsterdammers daarentegen geven ontzettend veel melk. Dat wordt geraffineerd uitgespeeld. Er worden steeds kleine plukjes woningen aangeboden zodat de prijzen in de pas blijven lopen met de laatste ontwikkelingen op de Amsterdamse woningmarkt. Met als gevolg dat die huizen straks ook weer onbetaalbaar zullen zijn.”

Een kleine meerderheid van de Weespers heeft tijdens het referendum gekozen voor aansluiting bij Amsterdam. Die mensen delen uw zorgen klaarblijkelijk niet.

“Ik moet niet generaliseren, maar de mensen die zich bij Amsterdam willen aansluiten zijn voor een groot deel mensen die er financieel voordeel bij hebben. Kijk, steden hebben zich altijd ontwikkeld en uitgebreid. Tot nu toe was dat een kwestie van macht. De grote steden slokten de omliggende gemeenten gewoon op. Dat Weesp zich op een presenteerblaadje aanbiedt, is uniek in de geschiedenis.”

En wat u betreft onverstandig?

“Een van de redenen voor mij om in Weesp te gaan wonen was dat ik dacht dat het Amsterdam-Rijnkanaal een voldoende barrière vormde. Amsterdam heeft zich uitgebreid tot de laatste millimeter grond aan het water. Daar hield het op, godzijdank. Ze hebben nu letterlijk de barrière geslecht. Er zijn in korte tijd vijf bruggen over het kanaal bijgekomen. Vijf stuks! Schrijf je er trouwens wel bij dat ik het hele gesprek ben blijven lachen?”

Ziet u helemaal geen voordelen aan een fusie met Amsterdam?

“Het enige kleine hoopje dat ik heb, is dat ze iets doen aan het beschermd stadsgezicht. Er is bij ons gemeentebestuur geen enkel respect voor schoonheid of historie. Wellicht dat Amsterdam zich minder horkerig gaat gedragen dan Weesp.”

Hoe ziet u Weesp over tien jaar?

“Ik heb er slapeloze nachten van. Ik denk dat heel veel dingen die de eigenheid van Weesp uitmaken, verdwenen zullen zijn. En dat het helemaal onder de voet wordt gelopen. We zijn met z’n allen in een blinde dollemansgang verzeild geraakt waar op de korte termijn geen rem is ingebouwd.”

Wandert Jacobus (Midas) Dekkers

22 april 1946, Haarlem

1964-1973
Studie Biologie, aan de UvA

1980
Columnist Vroege Vogels

1985
Kinderboekenweekgeschenk Houden beren echt van honing?

1986
Tv-programma Max ­Laadvermogen, VPRO

1992
Boek Lief dier, over bestialiteit

2016
Tv-programma Het ei van Midas

2017
Boek Volledige vergunning

Midas Dekkers woont in Weesp met Bart, een kat op leeftijd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden