PlusInterview

Michael van Praag: ‘Ik ben dol op supporters, dat is mijn wereld’

Michael van Praag. Beeld Ernst Coppejans
Michael van Praag.Beeld Ernst Coppejans

Voetballen heeft Michael van Praag (73) nooit gekund; het ‘spelletje’ vindt hij niet eens bijster interessant. Hij bestuurde en scheidsrechterde. De ex-voorzitter van Ajax zwaaide onlangs af bij de Uefa. En nu is er een biografie. ‘Waarom zou ik haat hebben tegen Feyenoord?’

Pochen doet hij niet graag, zegt Michael van Praag. Maar toch. Op zijn gezicht ­verschijnt een tevreden grijns. Eind vorige maand, op zijn laatste vergadering als bestuurder van de Europese voetbalbond Uefa, werd hij tot erelid gemaakt. Nummer 14.

Toeval bestaat niet. Het veertiende erelid! Op het kaartje van de Johan Cruyff Foundation, waarvan hij nog steeds bestuurslid is, stond: ‘Dat is logisch.’

Van Praag: “Ik ben een bevoorrecht mens.”

U hebt het best ver geschopt voor iemand die niet kan voetballen.

“Vroeger op straat, na het poten, bleef ik altijd over. Zeiden ze: ga jij maar bij de anderen. Ik kan er drie keer niks van.”

Michael van Praag (73) was 32 jaar voetbalbestuurder. Voorzitter van Ajax (1989-2003), de Eredivisie CV (2003-2008) en de KNVB (2008-2019) en bestuurslid van de Uefa (2009-2021). Met Ajax won hij in 1995 de Champions League, voor de KNVB volgde hij het Nederlands elftal bij de WK’s van 2010 (tweede) en 2014 (derde). Een poging om voorzitter te worden van de Uefa liep in 2016 uit op een gevoelige nederlaag. In de race om het voorzitterschap van de wereldvoetbalbond Fifa trok hij zich in 2015 halverwege terug.

Ook pijnlijk: vlak voor zijn afscheid van de Uefa kreeg hij te maken met de Super League, een poging van de twaalf rijkste en machtigste clubs van Engeland, Spanje en Italië om buiten de bond om voor veel geld een eigen competitie op te zetten.

U noemde uw medebestuurslid Andrea Agnelli, voorzitter van Juventus en een van de initiatiefnemers van de Super League, een ordinaire leugenaar, bedrieger en verrader.

“Dat wil ik best nog een keer herhalen.”

Wat dacht u: na mij de zondvloed?

“Dit kent men niet van Michael van Praag, nee. Ik heb 32 jaar lang niets over anderen in de media gezegd. Nooit! Maar dit is zulk flagrant bedrog. Op de zaterdag voor ons congres belde Uefa-voorzitter Aleksander Ceferin nog met hem omdat hij geruchten had gehoord. Volgens Agnelli was er niets aan de hand. Toen we allemaal sliepen, heeft hij om twaalf uur ’s avonds een communiqué uit doen gaan waarin de Super League werd aangekondigd. Als een dief in de nacht.”

U bent woedend.

“Het is goed dat u mij er nog even aan herinnert.”

Van Praag: “Vroeger op straat, na het poten, bleef ik altijd over. Zeiden ze: ga jij maar bij de anderen. Ik kan er drie keer niks van.” Beeld Ernst Coppejans
Van Praag: “Vroeger op straat, na het poten, bleef ik altijd over. Zeiden ze: ga jij maar bij de anderen. Ik kan er drie keer niks van.”Beeld Ernst Coppejans

Waar komt die woede vandaan?

“Het is egoïsme en geldhonger. De president van Real Madrid, Florentino Pérez, zei dat de clubs in grote problemen waren gekomen door de coronapandemie en dat dit de oplossing zou brengen. Ammehoela, FC Dordrecht zit ook in de problemen door corona. Het probleem is dat de post salarissen bij Real Madrid 232 miljoen euro per jaar bedraagt.”

Maakt geld het voetbal kapot?

“Dit soort mensen maakt het voetbal kapot. In 2013 werd Gareth Bale voor meer dan 100 miljoen euro verkocht aan Real Madrid en dachten we: welke idioot wil dat betalen? Nu zal de grens wel zijn bereikt. Vier jaar later werd Neymar voor meer dan 220 miljoen verkocht aan Paris Saint-Germain. Vind je het gek dat je dan geen geld meer hebt? Het probleem is dat de Agnelli’s en Pérezzen van deze wereld alleen maar aan zichzelf denken.”

Het gaat niet lukken met de Super League.

“Nee, het gaat ze niet lukken.”

U kijkt heel tevreden.

“Toen ik zag hoe de supporters in opstand kwamen, was ik zo ontzettend trots. Schouder aan schouder. Dat ze in Engeland hun banners uit de stadions ­gingen halen: fan-tas-tisch.”

Om nog een hete aardappel op tafel te leggen: het wereldkampioenschap voetbal in Qatar.

“U zult mij daar niet treffen. Ik heb er niets te zoeken. Toen wij destijds het ­Holland-Belgium Bid verloren, dacht ik nog: we zijn met 211 landen lid van de Fifa en allemaal hebben we het recht om een toernooi te organiseren, Qatar net zo goed als Nederland. Maar nu? Inmiddels weten we dat Mohamed Bin Hammam voor 1,7 miljoen euro stemmen kocht en voormalig Uefa-voorzitter Michel Platini het op een akkoordje gooide met Nicolas Sarkozy. Het stond kennelijk van tevoren al vast hoe het moest gaan.”

Amnesty International spreekt over moderne slavernij in Qatar.

“Ik wil best nog een keer roepen dat de mensenrechtensituatie schandalig is, maar ik heb er tenminste wat aan gedaan. Op initiatief van de KNVB komt er bij ­volgende toewijzingen een mensenrechtenclausule in het contract. Wordt die geschonden, dan kun je terug zonder dat het leidt tot miljardenclaims. Platini heeft het voorstel op mijn verzoek namens de Uefa ingebracht bij de Fifa, want zo is Michel ook wel weer: met het schaamrood op de kaken heeft hij aangehoord wat zich in Qatar allemaal afspeelde.”

Kunt u zich voorstellen dat mensen zich afkeren van het voetbal?

“Ben je gek, straks zit iedereen gewoon te kijken. Als Nederland zich kwalificeert, zit ik ook voor de televisie.”

Zouden we het WK niet moet boycotten?

“Wat heeft dat nou voor zin? Denk je dat daar iemand van wakker ligt? Je moet er juist heen gaan en ervoor zorgen dat je met de verantwoordelijken om de tafel komt. Dat je de mensen wat kunt uitleggen. Dat je kunt zeggen: in 2021 accepteren we dit niet meer.”

U staat bekend als de man die het op­nam tegen Fifa-voorzitter Sepp Blatter.

“In Europa waren we klaar met hem. Op de Bahama’s stond een voetbalbestuurder tegen hem te roepen: ‘You’re Moses, you’re Martin Luther King, you’re Jesus, you’re bigger than God.’ Zo gedroeg Blatter zich dan ook.”

Is u weleens een gift of gunst aange­boden?

“Nooit. Ik was een Europese voetbal­bestuurder en ik durf hier wel de stelling aan dat dat soort dingen in Europa niet voorkomt.”

Uefa-voorzitter Platini werd door de ethische commissie van de Fifa geschorst omdat hij 1,8 miljoen euro had aangenomen van Blatter.

“Dat was niet corrupt, dat was gewoon oliedom. Platini had voor dat geld gewerkt. Nu kun je het belachelijk vinden dat je voor een paar adviezen 1,8 miljoen euro krijgt, maar daarmee is het nog geen smeergeld. Het probleem was dat Blatter wachtte met de uitbetaling, zodat hij ­Platini een beetje in de hand kon houden. Blatter was bang dat Platini zich kandidaat zou stellen voor het voorzitterschap van de Fifa. Het domme van Platini was dat hij niet meteen opening van zaken heeft gegeven.”

“Over giften gesproken: toen wij ons met Nederland en België kandidaat stelden voor het WK in 2022 stond er op cadeaus aan gedelegeerden een maximum van honderd euro. Voor dat geld geef je een shirtje van het nationale elftal of zo, maar de Engelsen, die ook in de race waren, stuurden Louis Vuittontassen naar de echtgenotes. Dan kun je Qatar corrupt noemen, maar wat is dit dan?”

Europese corruptie.

“Het ging om een WK. Dat is een zaak van de Fifa, niet van de Uefa.”

Wat trekt u eigenlijk in het voetbal?

“Ik vind besturen leuk. Van niets iets maken. Het enige wat me echt aan het spelletje boeit, is de arbitrage. Daarom ben ik op mijn zestiende ook scheidsrechter geworden. Voordat ik er voorzitter werd, ben ik maar zeven keer bij een wedstrijd van Ajax gaan kijken. Mijn eerste wedstrijd in functie was op de Langeleegte in Veendam. Ik kan me nog herinneren dat ik op een gegeven moment op mijn horloge keek en dacht: godverdomme, pas twintig minuten gespeeld.”

En dan toch voorzitter worden.

“Ik was vierde keus, net als mijn vader toen hij in 1964 voorzitter van Ajax werd. Eerst wilden ze me niet omdat ik te jong was, maar ik kende bestuurslid Uri Coronel van feestjes. Die is gaan bellen. Weet je wat het was: in dat bestuur zaten al zo veel goede mensen, ze hadden helemaal niet iemand nodig die zo verschrikkelijk veel kon. Ze zochten vooral iemand die kon verbinden. Ik had op het toneel gestaan met cabaretjes, dus hoe je met de media moest praten wist ik ook wel.”

Bij Ajax was u verantwoordelijk voor het supportersbeleid.

“Ik ben dol op supporters. Het is mijn wereld. De onvoorwaardelijke clubliefde. Dat je alles wilt doen om erbij te horen, om mee te feesten. Prachtig. Die supporters in Engeland die in opstand kwamen omdat ze zagen dat het de verkeerde kant op ging met hun club. Ik kan daar emotioneel van worden.”

Ik citeer uit de biografie die u schreef met journalist Willem Vissers: ‘Ik ging op vrijdag ook naar coffeeshops, waar ik mee zat te blowen met supporters. Als je niet meedoet, ben je niet een van hen. Hoewel je bestuurslid bent, probeer je toch de toffe peer uit te hangen.’

“Wat ik tegen mezelf zei was: Michael, het is hún club. Je moet laagdrempelig en bereikbaar zijn, want Ajax is Ajax en dat is een Amsterdamse club. Naar hoeveel begrafenissen ik wel niet ben geweest van familieleden van supporters. Mensen die ik helemaal niet kende, maar van wie ik wist dat je ze de grootste eer zou bewijzen als hun club kwam op het moment dat hun vader overleden was.”

Van Praag: “Wat ik tegen mezelf zei was: Michael, het is hún club. Je moet laagdrempelig en bereikbaar zijn, want Ajax is Ajax en dat is een Amsterdamse club.
Van Praag: “Wat ik tegen mezelf zei was: Michael, het is hún club. Je moet laagdrempelig en bereikbaar zijn, want Ajax is Ajax en dat is een Amsterdamse club."Beeld Ernst Coppejans

Maar mee zitten blowen en de toffe peer uithangen?

“Moet je horen: waar zitten die supporters? De jongens waar het echt om ging, de jongens die je een beetje moest proberen bij te sturen in hun gedrag? In de coffeeshop. Dus daar ging ik ook naartoe. En dan kwam dat ding langs, zo’n toeter, hè. Die gaat de kring rond. Daar deed ik dan aan mee, want als je weigert, neem je afstand. Op zo’n moment kun je over alles praten: de club, het leven.”

Je kunt ook zeggen: dan word je dus niet meer serieus genomen.

“Dat kun je zeggen. Maar in de praktijk was dat niet zo.”

U bent de beruchte supporter ‘Polletje’ op gaan zoeken in de gevangenis.

“In 1997 was er bij Beverwijk een gewelddadige confrontatie geweest tussen supporters van Ajax en Feyenoord; Ajaxfan Carlo Picornie kwam daar om het leven. Dick Lindeboom van de gemeente belde: of ik met hem mee wilde naar de gevangenis om Polletje te vragen geen wraak te nemen. Een laatste redmiddel. In Engeland zag je dat wel vaker: dat er vanuit de club druk wordt uitgeoefend. De Graafschap heeft pas nog meegeholpen een moord op te lossen.”

“We hebben voor Polletje een shirt van Richard Witschge meegenomen, want daar was hij fan van. Hij heeft geluisterd. Hij zat in isolatie. Ik had het gevoel dat hij het uit de grond van zijn hart meende toen hij zei dat hij ervoor zou zorgen dat hij nooit meer de gevangenis in hoefde. In juli kwam hij vrij, in september schoot hij in een seksclub in Haarlem vier mensen overhoop. Bij Ajax waren we volkomen van de kaart.”

Hij is onlangs geliquideerd.

“Ja.”

Ging Ajax niet een beetje te ver in zijn omgang met hele en halve criminelen?

“Wat Polletje in zijn eigen leven deed, dat wisten wij niet. Hij was gewoon de lastigste en gevaarlijkste figuur op de tribunes. We hadden nog geen clubcard of stadionverboden, dus kon je alleen proberen om via de dialoog iets te regelen.”

Ajax staat bekend als ‘Jodenclub’.

“Dat gaat mij door merg en been. Dan roepen de supporters weer: ‘Joden, Joden, Joden’. Ik begrijp het niet, want ze zijn niet Joods. En Ajax is in de basis ook geen Joodse club.”

Er wordt vaak verwezen naar u en uw vader Jaap van Praag.

“Mijn vader is Joods. Ik niet. Ik wilde dat ik Joods was, maar mijn moeder was niet Joods, dus ik ben het ook niet. Maar goed: laat ik Joods zijn. Moet je dan de hele tijd ‘Joden, Joden, Joden’ schreeuwen? Waar leidt dat toe? Dat de tegen­stander sisgeluiden gaat maken en roept: ‘Hamas, Hamas, Joden aan het gas.’ Hoe vaak wij de supporters hebben gevraagd ermee op te houden en iets anders te bedenken. Het is tot mijn leedwezen niet gelukt. Een van de supporters, Joark, zei tegen mij: ‘Meneer Van Praag, u moet zich niet zo druk maken. Mijn ouders hebben in de oorlog ondergedoken mensen te eten gegeven. Wij hebben niets tegen Joden’.”

Als KNVB-bestuurder heeft u zich fanatiek ingezet tegen racisme en homo­fobie.

“Elke vezel in mij verzet zich tegen ­uitsluiting. We zijn toch allemaal mensen? Ik begrijp ook de haat niet tegen andere clubs. Waarom zou ik haat hebben tegen Feyenoord? En waarom hebben mensen haat tegen Ajax? Omdat ze er altijd van verliezen? Wat is dat voor onzin?”

Heeft uw afkeer te maken met uw achtergrond?

“Ik weet niet waar het vandaan komt.”

Uw familie was slachtoffer van uitsluiting.

Van Praag laat een stilte vallen. “Dat zou zomaar kunnen. Dat dat de basis is voor… Dat zou zomaar kunnen, ja. Ik denk dat je gelijk hebt. Mijn grootouders en mijn tante zijn vermoord in de oorlog. Veel kennissen van mijn vader hebben het ook niet gehaald.”

Uw vader zat drie jaar ondergedoken.

“Hij zat boven een fotozaak op de ­Overtoom. Hij had een koffer bij zich met vijf kostuums en een Nederlandse vlag. Zo zat hij te wachten. Die fotograaf wist niet dat er iemand boven hem zat, dus mijn vader moest de hele dag stilzitten op een stoel zodat je geen gestommel hoorde. Als de winkel dichtging, kon hij pas naar de wc en wat eten. ’s Avonds kwamen zijn vrienden klaverjassen en vertellen wat er in Amsterdam gaande was, en onder­tussen verliet zijn eerste vrouw hem voor een ander.”

“Mijn vader heeft na de bevrijding nooit meer over de oorlog gesproken. Wij deden thuis ook niets aan de Joodse gebruiken. Mijn moeder was Nederlands Hervormd, maar die had het best gevonden. Mijn vader wilde niet. Hij wilde er niets meer mee te maken hebben. Het was pure angst. Ik denk dat hij lang heeft gedacht dat er na de oorlog nog een keer oorlog zou komen.”

Waarom wilt u zo graag Joods zijn?

“Omdat ik mij verschrikkelijk Joods voel. Ik zit ook in een Joods clubje. Met Joodse vrienden voel ik me op mijn gemak. Ik hoor daar thuis. Alleen: ik ben het niet. Eigen schuld, want ik had best kunnen uitkomen. Ik had naar Joodse les kunnen gaan, alleen weet ik niet hoe ik dat had moeten doen de laatste dertig jaar. Ik was altijd weg. Nu zeg ik: ik ben wel Joods, maar niet helemaal.”

Uw biografie ademt geen gelukkige jeugd.

“In het begin waren we dat wel. Mijn zus en ik werden vreselijk verwend. De eerste vijf jaar woonden we boven de platenwinkel van mijn vader in de Taksteeg. Hij gaf ons alles wat hij zelf tekort was gekomen. Als kind van vijf had ik al een elektrische trein. Kun je nagaan, in die tijd. We hadden het gezellig. Mijn moeder organiseerde verjaardagsfeestjes. Kregen we kip en doperwtjes en regelde mijn vader een goochelaar.”

“Alleen: mijn ouders hadden veel ruzie. Dat ging de boventoon voeren. Mijn moeder is op een gegeven moment met de boot naar Amerika gegaan en bleef meer dan een maand weg. Toen ze terugkwam, zei mijn vader: jongens, jullie moeten er rekening mee houden dat mama hier niet blijft wonen. Ik zie hem nog staan voor het raam. Ik voelde me verschrikkelijk in de steek gelaten. Ze was ervandoor met zijn beste vriend, die ook op de boot zat. Het was het begin van een hele reeks rechts­zaken.”

Een vechtscheiding?

“Die heeft jaren geduurd. Ze gunden elkaar niks. Het gevolg was dat ik moest liegen als ik bij mijn moeder op bezoek wilde. Ik kan nog steeds niet tegen liegen. Toen ik mij bij de Uefa en de Fifa kandidaat stelde voor het voorzitterschap gaven allerlei mensen mij het gevoel dat ze op me zouden stemmen. Zeg dan gewoon: ik ga niet voor jou. Platini werd voorzitter van de Uefa met 27 stemmen. Na afloop zeiden veertig mensen dat ze op hem hadden gestemd. Ik vind dat verschrikkelijk.”

Er wordt gezegd dat u altijd bezig was om uw vader te overtreffen.

“Dat zeggen mijn Joodse vrienden.”

Daar zullen ze een reden voor hebben.

“Dat moet je hun vragen. Ik was een totaal andere man dan mijn vader. Naar buiten was hij altijd heel loyaal en vriendelijk. Altijd een mop, altijd klaarstaan. Maar naar mij toe…”

Misschien wilde u hem laten zien dat u ook bestond?

“Dat zou kunnen, maar dan onbewust. Waar ik wel verdriet van had… Dat ik tegen hem zei dat ik ging stoppen met scheidsrechteren en dat hij twee jaar later vroeg: fluit je nog? Dat vond ik een verschrikkelijke teleurstelling. Ik zat bij hem in het bedrijf. Hij was iemand die dan achter mijn rug om aan het personeel ging vragen of ik wel de goede spullen inkocht.”

U bent vijf keer getrouwd.

“Vroeger zei ik altijd: ik val onder de categorie verzorgende mannen. Ken je dat niet? Ik was veel op reis en dacht altijd: stel dat er wat gebeurt, dan moet ik mijn partner goed verzorgd achterlaten. Daarom trouwde ik steeds veel te snel. Maar bij het schrijven van mijn biografie en door de gesprekken die ik daarvoor over mijn jeugd voerde, ben ik erachter gekomen dat het heel anders zit. Het is verlatingsangst, pure verlatingsangst. Als ik nu ook terugdenk aan de mensen die zeiden op me te stemmen, maar het niet deden, voel ik me ook alsnog persoonlijk afgewezen.”

U weet nu waar uw woede vandaan komt?

“Juist.”

Kortom: je kunt nog beter een boek schrijven dan naar de psychiater gaan?

“Zo is het maar net.”

Willem Vissers, Van Praag, achter de coulissen van het voetbal. Verschijnt op 12 mei bij uitgeverij Inside, €22,99.

Michael van Praag

28 september 1947, Amsterdam

1953-1960

Basisschool Piet Hein, Amstelveen

1960-1965

Casimir Lyceum, hbs-b, Amstelveen

1965-1969

TU Delft, scheikunde en metaalkunde (niet afgemaakt)

1980-2006

Directeur-eigenaar Multitronics/Dutyfree Electronics

1989-2003

Voorzitter Ajax

2003-2008

Voorzitter ECV (Eredivisieclubs)

2008-2019

Voorzitter van de KNVB

2009-2021

Bestuurslid van de Uefa

2012-2017

Directeur en mede-eigenaar Janke Dekker Producties

2012-heden

Bestuurslid van de Johan Cruyff Foundation

2016-heden

Voorzitter van de Nederlandse Sportraad

Michael van Praag woont met zijn vrouw Yvonne Mackaay en dochter Nicoline (21) in Aerdenhout.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden