Plus Achtergrond

Met een heel gezin wonen in een tiny house - zo kan het

Tiny House Beeld RV

Wonen op amper 50 vierkante meter, eventueel met een heel gezin – het kan. ‘Het betekent vooral: ontspullen.’

Niet dat je struikelt over de kleine huizen, maar wie de lokale media volgt, ziet dat her en der in Nederland plaatsen worden aangewezen waar bewoners minihuizen – tiny houses in modern Nederlands – kunnen bouwen. Netflix wakkert het enthousiasme aan met de Amerikaanse serie Tiny House Nation. En voor wie zelf aan de slag wil, is er nu het boek Bouw je eigen Tiny House. Mét bouwtekeningen.

Maar een huis is geen Ikeaboekenkast die je even in ­elkaar timmert. Het boek van Jan-Willem van der Male en zijn vriendin Noortje Veerman, zelf klein-huisbewoners en cursusleiders, leest dan ook als een waarschuwing voor iedereen die het als een recreatief klusje ziet. “Het wordt soms iets te romantisch voorgesteld,” zegt Veerman. Op minder dan 50 vierkante meter wonen, met z’n tweeën of zelfs een gezin, vergt een cultuuromslag, een goede planning, geld en technisch inzicht óf hulp. Deze zes adviezen helpen bij het begin.

1. Maak een mentale omslag

“Klein wonen betekent vooral: ontspullen,” zegt Veerman. “Hoe je dat aanpakt? Maak een lijst met alles wat je denkt nodig te hebben voor je aan het ontwerp van het huis ­begint. Kun je niet alles kwijt? Dan is de lijst een heroverweging waard. Soms ben je ervan overtuigd dat je geen ­afstand kunt doen van iets, maar als blijkt dat er geen ruimte voor is, lukt dat vaak alsnog. Waar je juist niet te veel aan wilt veranderen, is je levensritme. Sta jij altijd vroeger op dan je partner? Dan blijft die behoefte bestaan, ook als je in een minihuis woont. Houd daar rekening mee in het ontwerp. Hou je van televisiekijken? Zorg ­ervoor dat daar ruimte voor is. Het idyllische plaatje van altijd buiten leven is niet altijd het ideale plaatje.”

2. Zoek een aanjager

“Natuurlijk kun je je project zelf aanjagen, maar omdat je te maken hebt met regelgeving is het handig om je bij een initiatief van een projectontwikkelaar aan te sluiten. ­Bedenk in welke gemeente je wilt wonen. Een vergunning aanvragen voor tijdelijk wonen in een minihuis is relatief gemakkelijk. Het helpt als een huis op wielen staat. Permanente bewoning is lastiger. Als je bij een gemeente ­aanklopt die er geen oren naar heeft, krijg je het soms niet voor elkaar.”

3. Doe ‘gek’ met het ontwerp

“Een tiny house moet bij je smaak passen. ‘Conceptueel’ denken kan veel mensen helpen. Bijvoorbeeld: denk aan een melkpak. Dat is iets wat je kent qua vorm. Van daaruit bedenk je wat er in het huis moet komen of hoe het eruit moet zien. Een truc van architecten is om niet binnen beperkingen te denken. Een bad op het dak, gekke vormen of kleuren: ga ervoor. Pas daarna schrap je wat niet realistisch blijkt.”

4. Doe veel zelf, ook al heb je geen ervaring

“Daar zijn twee redenen voor. De eerste is logisch: geld. Het kan wel twee keer zo duur worden als je het huis laat bouwen. De tweede reden heeft te maken met de mooie ervaring die het is om zelf het huis te bouwen waarin je gaat wonen. Laat je het doen, wees dan in elk geval zeer betrokken bij het proces. We hebben cursisten gehad die nog nooit een zaag hadden vastgehouden en het met een beetje hulp toch zelf hebben gedaan. Het kan!”

5. Budgetteer en plan

“Wij hebben een zelfvoorzienend huis, met waterzuivering, composttoilet, afvoer en zonnepanelen. Dat is relatief duur, maar dan nog kan het voor 30.000 euro. Goed plannen en marges inbouwen is vanzelfsprekend heel ­belangrijk. Je kunt ook van tevoren spullen verzamelen en kijken of je restpartijen kunt opkopen. Kozijnen zijn bijvoorbeeld best duur, maar aannemers hebben die soms over. Dan kun je ze met 70 procent korting kopen.”

6. Neem ruim de tijd

“Een huis bouwen doe je niet in je vrije uurtjes naast je werk. Wij raden aan er tenminste één persoon fulltime voor vrij te maken. Dan kan het in vijf maanden. Doe je het naast een parttime baan, dan kan het wel een jaar duren. Het ontwerp, het zoeken en regelen van een locatie, bouwen en verhuizen kost veel tijd. Onderschat dat niet. ­Bedenk wel: het is een investering, want daarna woon je vrijwel gratis in een huis dat helemaal bij je past.”

Niet in Amsterdam

Er is (nog) geen landelijke regelgeving voor het bouwen van tiny houses. Het ligt aan de gemeente waarin je een aanvraag doet wat wel en niet kan.

De gemeente Amsterdam heeft geen locaties voor tiny houses, zegt Anne-Sophie Gorgels, woordvoerster van wethouder Laurens Ivens (Wonen). “Vanwege de beperkte ruimte in Amsterdam en de grote vraag naar woningen willen we de beschikbare ruimte zo goed mogelijk gebruiken om meer woningen te bouwen. Daarom is het beleid van de gemeente erop gericht gebieden te ontwikkelen met gebouwen in grote dichtheden, voor­namelijk in grootschalige ontwikkelingsprojecten. Bij de ­uitvoering van dit beleid richt de gemeente zich niet op projecten met een kleinschalige impact. Het tiny houseconcept komt niet overeen met het beleid om in grote dichtheden te bouwen.”

“Ook bij zelfbouw gaat het om ontwikkelingen in een grote dichtheid, zoals woningen in een rij en appartementen. De gemeente heeft er daarom voor gekozen dit soort initiatieven niet te faciliteren. We onderzoeken wel andere vormen van samenwonen, waarbij door deelgebruik van bijvoorbeeld de woonruimte of andere voorzieningen de eigen woonruimte kleiner kan zijn.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden