Plus Smulpaap

Merijn Tol bakt dadelkoekjes voor de ramadan

Kookboekenschrijver Merijn Tol houdt van de Arabische en mediterrane keuken en eten dat mensen verbindt. 

Smulpaap Beeld Oof Verschuren

Roetsj roetsj, zo snel als hij kan loopt, of ­beter: rent, een kleine pezige man de stam op van een dadelpalm, alleen gezekerd door een touw. Gewoon op zijn blote voeten. Hij klimt wel zo’n 20 meter omhoog, want daar hangen in dikke trossen dat wat door ons stedelingen wordt omarmd als nieuw superzoet: de dadel.

Met de hand worden de grote trossen uit de bomen­ ­gesneden. Zo gaat dat nog steeds in het grootste deel van de dadel producerende landen. Als u ooit in een dadeloase bent geweest, vergeet u dat nooit meer. Overweldigend en majestueus torenen de dadelpalmen boven u uit, verkoelend is de schaduw die ze geven: een paradijselijk gevoel. Ik zal nooit vergeten hoe heerlijk mij die tajine smaakte, gezeten op de grond in een dadeloase in Zuid-Marokko.

De dadel is symbool voor weelde en overvloed. En om de vasten te breken tijdens de ramadan, zoals in de Koran wordt vermeld, in het voorbeeld van de profeet Mohammed. Een dadel is het perfecte begin, hij zorgt voor directe energie. Vol vitamine B6, magnesium, proteïne en calorieën. Mijn eega Said verheugde zich als kind ’s zomers in ­Casablanca op de amandelmelk en de dadels die hij kreeg bij de patisserie van zijn oom – en die heette toepasselijk: Patisserie Amsterdam.

Maar al het hippe superzoet, in de categorie dadelballetjes of bananen-dadelbrood, is niet aan mij besteed. De smaak van dit fantastische fruit komt veel beter tot zijn recht in authentiekere recepten. En wat een ontdekking dat er wel vijftig verschillende soorten zijn: van zacht en mierzoet (medjool) tot stevig en met de smaak van donkere karamel (sukkari en deglet nour). Dit receptje is geïnspireerd op een koekje van Sawsan (Arabisch voor Susan), een kloeke Libanese dame die een meester is in Arabische koekjes, in talloze soorten. Een meesterlijk eenvoudig ­minikoekje, dat eigenlijk meer een snoepje is, met alleen bloem, sinaasappelsap, olijfolie en dadel. En zacht gebakken. Om de vasten te breken – of de dag.

Sawsans dadelkoekjes

Ingrediënten
100 g bloem
60 ml sinaasappelsap
1 el olijfolie
zout
300 g zachte dadels of liefst dadelpasta (bij de Midden-­Oosterse winkel)
1 tl vers gestampte kardemom
4 el fijne semolina

Bereiding
Meng de bloem met het sinaasappelsap en de olijfolie en een mespuntje zout tot een glad en soepel deeg. Voeg eventueel nog een druppel sinaasappelsap erdoor. Kneed tien minuten. Rol uit tot een dunne lap en snijd in de lengte in vier ongeveer gelijke repen. Kneed de dadels tot een pasta (zijn uw dadels hard, stoom ze dan even tot ze zacht zijn en pureer met de staafmixer), meng de kardemom erdoor en rol tot een lange dunne slang (gaat makkelijk tussen bakpapier). Verdeel de slang in porties en leg op elke deegreep in het midden een dadelslang. Vouw het deeg om de dadelslang heen en knijp dicht, rol even door de semolina. Snijd de slangen met een scherp mes in dunne plakjes. Leg ze op een ovenplaat en bak ze 25 minuten op 160°C. Ze moeten nog een beetje chewy zijn en de dadelvulling niet hard. Laat afkoelen. Ik ben benieuwd hoe snel ze op zijn! 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.