PlusReportage

Mee in de bus met Terschellinger Ajaxfans: ‘Wij zijn de beste, net als Ajax’

null Beeld Dingena Mol
Beeld Dingena Mol

Twee keer per jaar reist een groep Ajaxsupporters van Terschelling naar een thuiswedstrijd van de Amsterdamse club. Het Parool ging met ze mee. ‘Dit is een van de mooiste dagen van het jaar.’

Thomas Sijtsma

De volwassenen hebben één afspraak met elkaar gemaakt: voor de Afsluitdijk moet het eerste blikje bier zijn geopend. Dat lukt de meeste Terschellingers al eerder. Bij het betreden van de dubbeldekkerbus sist het schuim naar boven door het cilindervormig metaal. Naar deze dag kijken de bijna negentig Terschellingers al een halfjaar uit. Ze gaan naar Ajax-Go Ahead Eagles. Eindelijk.

Plaats van handeling is nog de haven van Harlingen, waar de veerdienst van Rederij Doeksen de rood-witte armada van de eilandbewoners na een overtocht van twee uur om 14.30 uur heeft afgezet. Ajax speelt om 20.00 uur.

André Brink (66) is de aanjager en organisator van de oversteek, ook zijn indirecte nevenfuncties van ordehandhaver en sfeermaker vervult hij met verve. Al bijna twintig jaar neemt hij het gezelschap twee keer per jaar mee naar een thuiswedstrijd van hun favoriete club. Vooraan in de bus vraagt de uitgever van weekblad De Terschellinger zijn eilandgenoten om na de wedstrijd alsjeblieft om 22.30 uur terug te zijn bij de parkeerplek, anders wordt de terugweg problematisch. Zijn vraag wordt ontvangen met luid gejuich.

Daarna neemt de buschauffeur de microfoon over voor een welkomstwoord. “Hallo iedereen, mijn naam is Max.” Hij heeft het amper uitgesproken of de opmerkingen komen zijn kant op. De een wijzend op de naamgenoot van autocoureur Verstappen: “Dat is mooi, dat zijn we binnen een halfuur bij de Johan Cruijff Arena.” De ander: “Dan moeten we heel rap ons biertje leegdrinken.” Weer een ander: “Riemen vast!”

Baas van het wrakkenmuseum

De grappen stuiteren vanaf dat moment zo hard op en neer door de dubbeldekker dat het ondoenlijk is om de verantwoordelijke Terschellinger met naam en toenaam te noteren. De fans overstemmen elkaar, de grappen overtreffen elkaar. Dat zal in de twee uur tot Amsterdam zo blijven.

Op de vraag wie wel serieus een gesprek wil en kan voeren, komt amper reactie. “Niemand,” roept iemand verderop. “Dan zit je in de verkeerde bus. “ Zijn buurman: “We gaan ook helemaal niet naar Ajax. Deze shirts hebben we voor de vorm aangetrokken.” Ze krijgen de lachers op hun hand. Met een ander wordt de spot gedreven: “Luister niet naar hem. Van de tien woorden die hij spreekt, zijn er elf gelogen.”

Brink heeft een gemêleerd gezelschap bijeengebracht. Op de onderverdieping zitten de oudere mannen, veelal vijftigers en zestigers, soms zelfs een zeventiger. Een deel van hen klaverjast de tijd dood. Boven verzamelen gezinnen en jongeren zich. Vrolijkheid kent hier geen tijd. De groep is homogeen in zijn heterogeniteit: vrijwel iedereen is geboren als Ajacied en getogen als Terschellinger.

Automonteurs, bootmachinisten, kroegeigenaren, serveersters, veerdienstmachinisten glazenwassers; bijna elke beroepsgroep is vertegenwoordigd. “We hebben zelfs de directeur van het wrakkenmuseum in ons midden,” roept iemand achter in de bus. “Nee, niet van het bejaardentehuis, maar van het echte museum.”

“Ik noem deze mensen bij elkaar weleens ‘de stichting’,” zegt een lachende Brink, die een bedrukt shirt met rugnummer 14 en ‘Cruijff’ als opdruk draagt. “Maar misschien lijkt het meer op een schoolreisje, zo een dag met elkaar weg, zoals je ziet zijn ze allemaal kinderlijk enthousiast. We vinden het allemaal een van de mooiste dagen van het jaar.”

Vanwege de reisafstand tussen Terschelling en Amsterdam is het voor de eilanders onmogelijk om een seizoenkaart te nemen. Brink – olijk gezicht, kale schedel – regelt de toegangsbewijzen via de supportersvereniging waarmee hij een goede verstandhouding heeft.

De meeste Terschellingers balen dat Ajax door het drukke programma met de Champions League bijna nooit meer op zondag speelt. Dan is de laatste boot terug naar huis nog haalbaar. Deze keer heeft Brink kort na middernacht een partyboot geregeld: de Regina Andrea. “Als je vindt dat we nu al slechte grappen maken, zou ik adviseren dan mee te gaan,” zegt Cees Swart (49), die soms ook met een eigen vriendengroep naar de Johan Cruijff Arena gaat. “Op de heenweg maken we met de bus meestal geen plasstops. In tegenstelling tot de terugweg.”

Beginnersfout

De passagiers zijn afkomstig uit een van de elf dorpen van het eiland met bijna vijfduizend inwoners. Ze spreken thuis het dialect Westers, Aasters of Meslônzers. Noem ze geen Friezen of Nederlanders. Ze zijn Terschellingers. Dat het eiland nou eenmaal officieel bij Friesland hoort, komt door de Duitsers, die deze beslissing tijdens de Tweede Wereldoorlog namen. Daar kunnen Terschellingers ook niets aan doen.

Brink en Frans Ravesteijn (60) zijn de enige twee geboren Amsterdammers. Los van elkaar wonen ze al decennia op het derde Waddeneiland. Ze roemen de vrijheid, de natuur en de gezelligheid. Amsterdam is Amsterdam niet meer, vinden ze. Swart noemt de sociale controle als enige nadeel. “Als je de auto bij de buurvrouw van drie straten verderop neerzet, gaan de verhalen. Dat is een beginnersfout.”

Volgens de inzittenden van de bus is de enclave Ajacieden het grootst op Terschelling. Supporters van PSV en Feyenoord zijn er ook, maar in de minderheid en ze hebben al helemaal geen tripjes naar Eindhoven of Rotterdam. Johan Haarsma (40), trouwe trawant van de busreizen van Brink, heeft er een verklaring voor. “Wij beschouwen Terschelling als het hoofdeiland, net zoals Ajax van de hoofdstad is. Dat maakt ons op een uniek niveau eigenwijs, net zoals Amsterdammers dat zijn. Net als Ajax is Terschelling het beste. We zijn trots en keren altijd terug.”

Ook kinderen mogen mee naar de Ajaxwedstrijd. Beeld Dingena Mol
Ook kinderen mogen mee naar de Ajaxwedstrijd.Beeld Dingena Mol

Brink haalt aan dat de Ajaxfans op Terschelling in geen enkel opzicht haatdragend zijn in de richting van andere supportersgroepen. Op het eiland vloeit de gastvrijheid, iedereen is welkom. Een anekdote uit 1997 is wat hem betreft sprekend.

Ajacied Carlo Picornie komt dan bij rellen, die de geschiedenisboeken ingaan als ‘De Slag bij Beverwijk,’ tussen aanhang van Ajax en Feyenoord om het leven. “Die controverse tussen de twee groepen vonden we helemaal niets,” zegt Brink. “We wilden met elkaar laten zien dat het ook anders kon en organiseerden daarom wedstrijden tussen de twee supportersgroepen op het eiland. Het werd een groot succes en we organiseerden uiteindelijk vijf edities.”

Het was niet de enige supporterswedstrijd op het Waddeneiland. Ook Lucky Ajax, het veteranenelftal van de 36-voudig landskampioen, kwam al eens langs. Dat werd zo gezellig dat de Terschellingers gevraagd werden voor een duel in Amsterdam. Op die uitnodiging gingen ze gretig in.

Onder de banken

Na de afslagen bij Wognum, Hoorn, Purmerend doemt Amsterdam-Noord in de verte op. Over de wedstrijd tussen Ajax en Go Ahead Eagles is het in de bus nog niet gegaan. De wedstrijd voelt voor een deel ook als bijzaak. Brink: “De uitslag beïnvloedt de sfeer ook nooit. Al wordt op de terugweg meer over het voetbal gesproken. Net alsof je dan aanschuift bij de nabeschouwing op televisie. De een weet het nog beter dan de ander, de meesten vinden zichzelf hier de beste analist. Ik heb daar eerlijk gezegd mijn twijfels bij.”

Het veredelde schoolreisje bereikt ruim op tijd het gebied rond de Johan Cruijff Arena. Omdat er geen ouders zijn die de bus staan op te wachten, ligt niemand van de supporters onder de banken. De algemene verwachting is dat het op de terugweg wel anders zal zijn.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden