PlusInterview

Media- en internet­ondernemer Willem Sijthoff: ‘Soms valt het muntje jouw kant op, soms niet’

Als telg uit een befaamde Haagse uitgeversfamilie verdient Willem Sijthoff (54) geld met titels als Kidsweek en Binnenlands Bestuur. Daarnaast investeert hij in techbedrijven als Catawiki en Xite en kocht hij de oude Diamantbeurs aan het Weesperplein. ‘Mannen die een beetje anders zijn dan anderen, die zouden we hier goed kunnen gebruiken.’

Beeld Linda Stulic

“Even tussendoor,” zegt media- en internet­ondernemer Willem Sijthoff na een uurtje praten. “In coronatijd heeft mijn vrouw twee konijnen gekocht voor de kinderen: Co en Rona. Co overleed vrij snel en toen hebben we Rona bij de andere konijnen gezet. Kwamen we er vanochtend achter dat we er vier konijnen bij hebben. Rona bleek Ronald te zijn. Dat had de dierenwinkel ons toch anders verteld. Absurd verhaal toch?”

Achter zijn bureau zit een kleine man, gekleed in zomers zwart. Of zitten? Hij is rusteloos, staat op, loopt naar buiten, komt weer terug, prutst aan zijn laptop. Leesbril op, leesbril af. Een ongemakkelijke lach. Een interview? “Ik heb hier een paar slides over wat ik zoal doe. Zullen we daar even doorheen lopen?”

Sijthoff, telg uit de befaamde Haagse uitgeversfamilie, was op zijn 29ste verantwoordelijk voor de verkoop van het kroonjuweel: de eerbiedwaardige Haagsche Courant. In 1997 kwam hij keihard terug met de redding van Het Financieele Dagblad uit handen van zijn rommelende achterneef Bob Sijthoff en de fusie van die krant, zes jaar later, met Business Nieuws Radio.

Tegenwoordig laat hij met zijn bedrijf Sijthoff Media zien hoe je geld maakt met titels als Kidsweek, Adformatie, Binnenlands Bestuur en iBestuur. Als investeerder heeft hij ook een stevige vinger in de pap bij bedrijven als online veilinghuis Catawiki en Xite, een aanbieder van online muziekvideo’s. En in Noorwegen is hij vicepresident van het bedrijf Polaris Media Sør, dat tien lokale kranten uitbrengt in het zuiden van het land. Zijn opa, jurist en parlementariër, de vader van zijn moeder, kocht er ooit de Agderposten.

Een mannetjesputter: drummen en boksen. “Kijk hier.” Hij wijst op een van zijn slides naar een plaatje van café-restaurant Dauphine in de voormalige Renaultgarage tegenover het Amstel­station, waar het FD en BNR na de fusie onderdak vonden. “De Willem Sijthoffzaal. Bedankje van de jongens toen ik vertrok.”

Van de hak op de tak. Zijn vrouw Machteld Vos, zegt hij, ontmoette hij toen zij hem, anderhalf jaar na de scheiding van zijn eerste vrouw, interviewde voor het glossy mannenmagazine George over zijn deelname in 2007 aan het televisieprogramma Dragon’s Den. “Onze eerstgeborene heet George Skipper Vos Sijthoff. Roepnaam: Skip.”

Hij neemt een slok koffie. Op Catawiki is net een Ferrari geveild voor ruim 200.000 euro, laat hij tussen neus en lippen door weten. “Catawiki is geen Marktplaats; er worden alleen speciale objecten geveild. Maar je kunt er ook voor een paar tientjes een mooie trui van Versace kopen.”

Losjes: “Na de lockdown bleef het vijf dagen stil, daarna gingen mensen als gekken kopen en is onze omzet met veertig procent gestegen. We hebben de ambitie om een unicorn te worden, een bedrijf dat meer dan een miljard euro waard is, zoals Adyen en Takeaway, de echt grote spelers. We zijn al een keer uitgeroepen tot de snelst groeiende onderneming van de hele wereld.”

Sinds enige tijd is Sijthoff de trotse eigenaar van de Diamantbeurs aan het Weesperplein, samen met de Amsterdamse vastgoedbaron Cor van Zadelhoff. Capital C moet het nieuwe ‘clubhuis’ worden van de creatieve sector in de hoofdstad. Cijfers, opnieuw: “In Amsterdam werken 100.000 mensen in design, kunst, architectuur, reclame, media, film en muziek. De totale omzet is 4,5 miljard euro.” Denk dus niet dat er niets te halen valt.

Het in 1911 geopende gebouw van architect Gerrit van Arkel doet zijn best zijn plek te heroveren naast het negen verdiepingen hoge, glanzend zwarte Weesper­staete uit 1969, ook wel bekend als ‘De Doodskist’. In de loop der jaren is de beurs volledig onttakeld, zoals meer panden in die hoek van de stad slachtoffer zijn geworden van gemeentelijke liefdeloosheid.

Een gietijzeren hekje en de monumentale marmeren trap, dat is het enige wat ze hebben laten staan, schampert Sijthoff. Wat een eenvoudige interne verbouwing had moeten worden van 9 miljoen euro liep uit op een megaproject van 25 miljoen, compleet met reusachtige glazen koepel. “We stonden op het dak,” zegt hij. “En dachten: zullen we er iets op zetten?”

Beeld Linda Stulic

Tijd voor een rondleiding. In moordend tempo loopt hij door zijn gebouw. In de hal hangt een enorme lichtsculptuur van Rick Tegelaar, in het trappenhuis druipt de verf van Rutger de Vries van de muren. De oude klokkentoren is door Erik Kessels behangen met klokken in alle soorten en maten. Zaaltjes zijn geen zaaltjes, maar door kunstenaars ontworpen signature rooms, met namen als The Pink Salon of The Modern Fossil.

Zijn oude vriend, regisseur en reclamemaker Diederick Koopal, waarschuwde al: Willem houdt van mooie dingen.

Met zijn bedrijf Sijthoff Media neemt hij de vierde verdieping in beslag. De rest van het gebouw wordt verhuurd als kantoorruimte en voor congressen, modeshows en vergaderingen. Op de begane grond zit een grand café en een pop-upgalerie.

En toen kwam corona.

“Begin maart was alles net af. Heel zuur, ja.”

Dan, uit het niets: “Ik was vorig jaar de Amsterdamse vastgoedman van het jaar.”

Volgens wie?

“Volgens Vastgoedjournaal. Toch aardig om dat als media- en internetprofessional opeens te worden. Begin 2021 krijgen we in Duitsland ook een grote prijs voor excellente architectuur en deze maand behoren we in Parijs tot de vier geselecteerden voor ‘Best Refurbished Building’ van Mipim, de grootste vastgoedbeurs ter wereld.”

Bent u zo gevoelig voor schouderklopjes?

“Ik zal je vertellen: met mijn uitgeverij organiseren we veel awardshows. De beste bestuurder van het jaar, de marketeer van het jaar, het snelst groeiende softwarebedrijf. We doen de IT-politicus van het jaar. Mensen denken vaak dat dat soort awards niet veel voorstellen, maar vakgenoten zeggen: die heeft het heel goed gedaan.”

Met een lachje: “Voor de rest heb je er natuurlijk niets aan.”

Ik zag dat u veel culturele instellingen in Amsterdam sponsort.

“Ik ben de enige niet, Cor van Zadelhoff doet het ook. Wij zijn ondernemers, wij creëren. Daar houden wij van. Ik ben ook een van de oprichters van Amsterdam Art, het grootste zelfstandige festival in Amsterdam op het gebied van hedendaagse kunst, met 45.000 bezoekers.”

“Het is belangrijk dat zakenmensen zich inzetten voor de stad. Net voor de zomer heb ik een diner opgezet voor ondernemers, het Samuel Sarphatidiner. Sarphati was als arts niet alleen belangrijk voor de gezondheidszorg, maar bemoeide zich ook met de ontwikkeling van de stad. Hij bouwde het Paleis van Volksvlijt en het Amstelhotel, dat het nieuwe Centraal Station had moeten worden. Zonder mensen als hij hadden we nu geen Vondelpark, Concertgebouw en Stedelijk Museum gehad.”

Hoe gaat dat? Toen hij 2010 voor vele miljoenen zijn aandelen in het FD en BNR verkocht, zong het in de markt rond: bij Willem is geld te halen.

Kom maar op met de poen.

“Het was de tijd van de angel-investeerders. Zeg maar: mensen die…”

Op een berg geld zitten en niet weten waar ze ermee heen moeten?

“Particuliere investeerders. Dan gaat het vaak om bedragen van 50.000 euro tot een paar ton. Je noemt het ook wel informal investors, omdat het nogal informeel gaat. Van: Jantje doet mee en Pietje ook. Kopje koffie erbij. Het programma Dragon’s Den, waar mensen ideeën kwamen pitchen in de hoop er geld voor op te halen stond daar een beetje symbool voor. Nu staat het vooral symbool voor een wereld die er heel erg niet meer is. Er is een grote groei van investeringsfondsen die op een professionele manier hun geld stoppen in innovatieve techondernemingen. Ik ben bij vijftien van die fondsen betrokken.”

Is de naam Sijthoff een last?

“Waarom zou dat zo zijn?”

Omdat iedereen begint over de ondergang van de Haagsche Courant.

“Dat is 25 jaar geleden. Het is nu eenmaal lastig om meer dan 150 jaar een be­drijf binnen de familie te houden. Het was een mooi bedrijf. We hadden er meer van kunnen maken, maar dat is niet gelukt.”

Als ik de website van uw huidige bedrijf zie, denk ik: een schoenendoos.

“Schoenendoos!?”

Ik lees: ‘een omnichannel content­bedrijf op het gebied van IT, marketing, media, communicatie, creatie, lokaal bestuur en kinderen’.

“Er zit een filosofie achter. Onze redacties produceren inhoud en publiceren dat op papier, op internet, als app. Mensen nemen daar een abonnement op. Wij verkopen advertenties, net als de kranten, maar daar houdt het voor ons niet mee op. Een belangrijk deel van onze inkomsten komt uit events en educatie. Dat is het echte ondernemen: wij organiseren inmiddels vijftig congressen, awardshows en seminars per jaar en werken samen met Nyenrode op het gebied van masterclasses. Wij weten precies wie onze lezers zijn en vragen ze: vindt u het niet leuk om daar ook eens heen te gaan?”

Dat is hoe moderne media werken?

“Het is de business-to-businessmediamarkt. Gemeenten geven 65 miljard uit, in de IT-markt gaat een kleine 50 miljard om. Wij van de media vinden onze media geweldig. Dat is ook wel zo, maar meer dan acht miljard euro wordt er niet omgezet aan abonnementen en advertenties. Alleen al wat de overheid aan IT uitgeeft is anderhalf keer zoveel.”

En in die vijver zit u met uw bedrijf te vissen?

“Dat is waar wij activiteiten ondernemen. Dus die schoenendoos…”

Ik heb u toch niet beledigd?

“Zeker niet. Die schoenendoos van jou is alleen een bak met twaalf legostenen waar wij zorgvuldig een nieuw kasteel mee bouwen. Wij bereiken 500.000 professionals en weten precies waar ze behoefte aan hebben. Binnenkort komt de dertiende legosteen erbij.”

In 2009 was u nog in de race om NRC te kopen van de Persgroep.

“Dat klopt. Soms valt het muntje jouw kant op, soms niet.”

Kennelijk kruipt het bloed toch nog waar het niet gaan kan.

“Ik ben in Noorwegen nog altijd de vicepresident van de vierde uitgever van het land. Maar de krantenbusiness is  eendimensionaal. Waar draait het om? Gaat het goed met de redactie, met de abonnees en met de advertenties? Werkt de drukkerij nog? Eigenlijk ben je elke dag bezig dezelfde vier vragen te beantwoorden. Dan is wat ik nu doe leuker. Het is diverser. Er zit meer ondernemerschap in. Je moet voortdurend nieuwe concepten lanceren. Het is creatiever.”

Is Nederland een goed land voor ondernemers?

“Dat vind ik wel. We hebben een stabiele politieke situatie en een goede infrastructuur. Amsterdam scoort in vergelijking met andere Europese hoofdsteden goed. Een stad als Londen wordt geraakt door de Brexit, Stockholm is ver weg, in Parijs praten de mensen nauwelijks Engels en in Berlijn hebben ze een mooie tech­industrie, maar is het wat betreft de creativiteit weer minder.”

Ik bedoel: wordt het ondernemerschap in Nederland gewaardeerd?

“Dat is wat anders, ja. De ambities mogen hoger. In Amerika is het closing dinner, om te vieren dat je je bedrijf hebt verkocht, of naar de beurs hebt gebracht, meteen het diner om de start van een nieuw bedrijf te vieren. Nederlandse ondernemers hebben de neiging om van het geld eerst maar eens een duur huis of een mooi jacht te kopen. Of ze investeren hun geld in appartementen voor de verhuur. Neem Elon Musk...”

Dat vinden wij hier een raar mannetje.

“Ja, een raar mannetje... Ik vind het knap wat hij doet. Even los van zijn grillen. Hetzelfde geldt voor Richard Branson. Mannen die een beetje anders zijn dan anderen. Die zouden we hier goed kunnen gebruiken.”

Zijn we in Nederland te bang dat iets mislukt?

“Dat is wel een ding. Het kan natuurlijk niet zo zijn dat alles altijd maar goed gaat. Dat gaat gewoon niet. Ik ben niet zo van de tegelwijsheden, maar Einstein zei: waanzin is dat mensen steeds hetzelfde blijven doen, terwijl ze een andere uitkomst verwachten. Als iets niet lukt, moet je iets anders verzinnen. Met het risico dat het misgaat.”

Is u dat overkomen?

“Ik heb ooit het blad Den Haag Centraal gefinancierd. Dat ging failliet. En begin dit jaar moesten we met 7Days stoppen. Ik sta dan niet ’s ochtends op met het idee: goed dat er eens iets misgaat. Maar shit happens.”

In 2003 investeerde u 800.000 euro in tulpenbollen.

“O god, ja. Alles weg. Dat was een zwendel. Er hadden allemaal banken naar gekeken en die zeiden dat het prima was.”

Wat leert u daarvan?

“Dat je je geld beter kunt stoppen in zaken waar je verstand van hebt.”

Willem Sijthoff
12 september 1965, Den Haag

1977-1983 Vrijzinnig-Christelijk Lyceum, Den Haag
1984-1989 Bedrijfskunde en economie in ­Groningen en Amsterdam
1989-1994 Bestuursvoorzitter van het familiebedrijf Sijthoff Pers
1996-2002 Mede-oprichter en marketing­directeur van internetbedrijf Scoot
1996-heden (Vice)voorzitter van Agderposten (nu Polaris Media Sør)
1997-2009 FD Mediagroep (Het Financieele Dagblad, in 2003 fusie met ­Business Nieuws Radio)
2010-heden Ceo en oprichter van Sijthoff Media Groep
2010-heden Raad van Commissarissen Catawiki
2010-heden Mede-oprichter en bestuurslid ­Amsterdam Art
2014-heden Raad van Commissarissen Xite
2018-heden Raad van Commissarissen Rabobank Amsterdam
2019 Opening van Capital C in de oude Diamantbeurs, Amsterdam

Willem Sijthoff woont met zijn vrouw Machteld Vos in de Plantagebuurt en heeft vier kinderen van 21, 18, 10 en 8 jaar.

Wat wilde u vroeger worden?

“Drummer.”

Dan had u een heel ander leven gehad.

“De muziek is spijkerhard.”

Schnabbelen, veel drank.

“Muziekleraar worden. Nee, ik kon het best goed, maar was niet top of the bill. Ik speelde bij Buckwheat en kwam vaak in café Naar Boven in de Reguliersdwarsstraat. Daar kwam de Amsterdamse muziekscene bij elkaar, bands als Total Touch. Muziek was de reden dat ik naar Amsterdam kwam, maar je moet wel heel erg goed zijn om een redelijk inkomen te halen. Al verdiende ik als muzikant best aardig.”

Vindt u dat belangrijk: geld?

“In een ondernemersleven biedt geld de mogelijkheid om zaken te ontwikkelen.”

Maar u houdt ook van mooie dingen.

“We hebben een kunstverzameling en een goede audio-installatie.”

Een zwembad.

“Natuurlijk is het mooi om middelen te hebben, maar het is niet het belangrijkste.”

Hoe Noors bent u?

“Het CBS ziet mij als eerste generatie westerse allochtoon.”

Wat is dat?

“Ja, dat vraag ik me ook af. Als een van je ouders niet in Nederland is geboren, ben je volgens het CBS kennelijk een allochtoon.”

Twee paspoorten?

“Twee nationaliteiten. De Noorse heb ik rond mijn vijftiende aangevraagd. Ik ben geboren in Den Haag, ik heb altijd in Nederland gewoond, maar van mijn vier grootouders waren er drie Noors. En van mijn acht overgrootouders waren er vijf Noors, één Deens, één Duits en één Nederlands.”

Waarin onderscheiden Noren zich?

“Noren in het buitenland spreken altijd twee woorden: skal hjem – ik wil naar huis. Noren houden van de natuur. Ze zijn nogal met zichzelf bezig. Er was laatst iemand in het bedrijf die zei: we hebben hier weinig allochtonen. Ik antwoordde dat het bedrijf een allochtoon als directeur heeft.”

Hij vindt het belangrijk, zegt hij: diversiteit in zijn bedrijf.

“We hebben in Nederland net het debat achter de rug over het vrouwenquotum in de top van het bedrijfsleven. Er zijn twee landen in Europa die dat al hadden: Spanje en Noorwegen. In ons bedrijf is vijftig procent man en vijftig procent vrouw. Van onze vijf hoofdredacteuren zijn er vier vrouw.”

Beeld Linda Stulic

“Gemengde teams presteren gewoon beter. Ik heb veel vrouwen gevraagd hoe zij over een quotum denken. Dan zeggen ze vaak dat het niet nodig is, of dat aan de vrouwen zelf ligt of dat ze niet te vinden zijn. Ik begrijp dat niet. Het duurt gewoon te lang voordat er gelijkheid is. Datzelfde geldt voor etnische diversiteit, alleen is dat veel moeilijker te meten.”

Beschouwt u uzelf als een feministisch man?

“Wat is dat nou weer? Feminisme betekent toch dat vrouwen dominant moeten zijn? Wat het gewoon is: ik heb aan de lopende band meetings. Zit ik daar weer met tien mannen die van alles vinden. Dan denk ik: goed als er een vrouw bij zou zitten. Zijn we gelijk van al die lullige grapjes af.”

Bent u veel thuis?

“Als het even kan wel, ja. Ik kook ook graag. In het weekend. Heerlijk. Ik vind die coronatijd helemaal niet erg. Mijn dochter is 21 en studeert politicologie in Amsterdam, mijn zoon van 18 heeft net eindexamen gedaan. Maar ik heb ook nog twee kinderen op de basisschool van 8 en 10 jaar oud.”

Gaf u die dan ook thuisonderwijs?

“Dat deed mijn vrouw, terwijl ik werkte.”

Ja, zo kan ik het ook.

“We hadden het zo verdeeld. Dat is dan weer niet weer zo feministisch, hè?”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden