PlusAchtergrond

Martijn Katan: ‘Er zaten veel meer Joden in het verzet’

Martijn Katan (75) beschrijft in zijn boek Geen makke schapen hoe tien van zijn Joodse familieleden tijdens de Tweede Wereldoorlog in het verzet zaten. ‘Als het moet, kun je meer dan je denkt’

Ernst Katan in 1940.  Beeld archief NIOD
Ernst Katan in 1940.Beeld archief NIOD

Zijn hele leven hoorde Martijn Katan een stemmetje fluisteren: als het oorlog wordt, ben ik dan even koelbloedig als mijn vader? Van zijn Joodse vader Richard Katan (1917-1976) had hij een aantal vaste anekdotes over de oorlog ­gehoord die keer op keer terugkwamen. Zijn ­vader liep niet te koop met zijn verzetsverleden en er verder naar ­informeren deed Martijn Katan niet. “Later, na zijn dood, dacht ik met spijt: waarom heb ik niet doorgevraagd?”

Toen Katan, biochemicus en emeritus-hoogleraar voedingsleer aan de VU, werd gevraagd een hoofdstuk te schrijven over zijn vaders verzetsdaden voor een boek over Joods verzet van de Nederlandse Kring voor Joodse Genealogie, besloot hij in diens oorlogsverleden te duiken.

Richard Katan, die in de oorlog met zijn vrouw vanuit Rotterdam uitweek naar Brabant en de Veluwe, vervalste identiteitsbewijzen en distributiestamkaarten voor de voedselvoorziening voor onderduikers. Ook bedacht hij een systeem om ondergedoken mannen op de Veluwe te waarschuwen voor razzia’s.

Richard Katan had verschillende documenten uit de oorlog bewaard, waaronder een door hemzelf vervalst persoonsbewijs voor zijn echtgenote. Via brieven kwam Martijn erachter dat zijn vader in de Kriegswehrmachtgefängnis in Utrecht heeft gezeten. Later werd hij overgebracht naar het beruchte Oranjehotel in Scheveningen. “De SD paste bij de verhoren sadistische martelmethoden toe. Mijn vader werd zelf ongetwijfeld ook mishandeld. Hij heeft daar nooit een woord over gezegd.”

Uiteindelijk kwam hij in Kamp Amersfoort, waar Joseph Kotalla plaatsvervangend commandant was. “Mijn vader vertelde wel hoe Kotalla zijn kameraad uit het verzet een hele ochtend mishandelde, aankondigde te gaan lunchen en tegen zijn ­kameraad zei: ‘Na de lunch sla ik je dood.’ En zo gebeurde het. Volgens mijn vader ontleende hij zichtbaar seksuele bevrediging aan het martelen van mensen. Dat was een van de zeldzame keren dat hij vertelde over iets wat hem had aangegrepen. Ik leerde hem pas met deze zoektocht voor het boek beter kennen. Ik begrijp nu dat ik, vanwege die oorlog, zo weinig contact met hem kreeg.”

Plicht op aarde

Aan de hand van archieven, documenten, brieven, krantenberichten, foto’s en getuigenissen reconstrueerde ­Katan ook de levens van negen andere (soms verre) familieleden, onder wie de broers Hans en Ernst Katan uit Amsterdam. Hans Katan (1919-1943), student biologie, raakte nauw betrokken bij de Amsterdamse verzetsgroep CS-6, die liquidaties uitvoerde en sabotage pleegde. Hij was ­betrokken bij aanslagen op spoorlijnen die werden ­gebruikt voor deportatie van Joden en bij moordaanslagen op belangrijke Nederlandse collaborateurs.

Hans werd in 1943 opgepakt en met achttien anderen bij Overveen doodgeschoten. Zijn moeder schreef hij eind september een brief over zijn nabije einde. ‘Ik besef, dat dit erger is voor jou, dan voor mij, en ik kan me t.o.v. jou niet anders verontschuldigen, dan door te zeggen, dat ik het diepe besef heb, mijn plicht, ondanks mijn korte levensduur, op aarde meer dan te hebben vervuld.’

Pasfoto Hans Katan op persoonsbewijs 1941. Beeld archief NIOD
Pasfoto Hans Katan op persoonsbewijs 1941.Beeld archief NIOD

Martijn Katan: “Hans heeft gedaan wat hij wilde doen in de oorlog. Het was een bewuste keuze om in het verzet te gaan. Hij nam zijn lot in eigen hand. Hoe anders verging het zijn jongere broer Ernst, een verlegen en emotionele jongen. Het verhaal van Ernst greep me erg aan.”

Ernst Katan (1923-1944), die cello studeerde aan het ­Amsterdamse Muzieklyceum, deed voor verzetsgroep CS-6 soms koeriersdiensten, zoals het wegbrengen van papieren, voedselbonnen, geld, wapens, valse persoonsbewijzen naar onderduikers. “Uit hulpvaardigheid. Het kleine broertje dat voor zijn grote, koelbloedige broer boodschappen deed. Ook hij werd uiteindelijk gearresteerd en vanuit Kamp Amersfoort naar Westerbork gebracht.” In Westerbork werd Ernst Katan na een vluchtpoging doodgeschoten.

Rekensommetje

Met zijn boek Geen makke schapen wil Martijn Katan ­laten zien dat het Joodse verzet veel groter was dan men denkt. ‘Toen na de oorlog bekend werd wat er daadwerkelijk was gebeurd, was het misschien wel makkelijk om te zeggen dat de Joden zich meer hadden moeten verzetten. Weinig mensen wisten dat het percentage verzetsstrijders onder de Joden hoger was geweest dan onder niet-Joden,’ schrijft Katan.

Hij maakt in zijn boek een rekensommetje aan de hand van getallen uit het boek van historicus Ben Braber over het Joodse verzet. Katan berekent dat ongeveer 1,6 procent van de Nederlandse Joden in het verzet zaten. “Het is een heel speculatieve berekening, maar het waren er ten minste vijf keer zo veel als het percentage verzetsmensen onder de niet-Joodse Nederlanders, dat volgens Loe de Jong ongeveer 0,3 bedroeg. Bijna 30.000 Joden doken ­bovendien onder of vluchtten naar Zwitserland of Spanje. Ze namen de bevelen van de Duitsers niet klakkeloos aan.”

De Joden in het verzet, aldus Katan, kwamen veelal uit de sociale middenklasse: uit families van winkeliers en onderwijzers, mensen met niet-Joodse vrienden en relaties. Hij schrijft dat ‘je niet van jezelf weet en van de mensen om je heen wie de strijd aangaat als het zover is’.

“De tien familieleden waren geen supermannen of -vrouwen, maar gewone mensen die wij nu als heldhaftig beschrijven, maar die dit deden omdat ze vonden dat ze het moesten doen. Als het moet, kun je meer dan je denkt. Dit boek heeft me geholpen om van dat stemmetje af te ­komen waarin ik me vanaf mijn puberteit ­afvraag of ik me net zo door een oorlog heen zou slaan als mijn vader.”

En dat is ook een indirecte boodschap van dit boek, zegt hij. “Als grootvader maak ik me zorgen over het klimaat. Maar nu denk ik: als het zover is, doen mijn kleinkinderen misschien ook wat nodig is om zich erdoorheen te slaan.”

Martijn Katan: Geen makke schapen. Uitgeverij Prometheus, €20.

null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden