PlusOuder & kind

Marijke over dochter Anna: ‘Ze was echt een heldin in de tijd dat ik ziek was’

Marijke en Anna. Beeld Harmen de Jong
Marijke en Anna.Beeld Harmen de Jong

Anna zat op de middelbare school toen haar moeder de diagnose borstkanker kreeg. Megaverdrietig was ze niet. ‘Ik weigerde te accepteren dat het misschien ook níet goed zou kunnen gaan.’

Anna Bánsági (21)

“Mijn moeder is enthousiast over alles. Al toen ik heel jong was, droeg ik graag hakken. Mijn vader was daar niet zo blij mee, maar mijn moeder vond het juist wel leuk. Toen we in groep acht kerstdiner hadden, mocht ik van haar mijn hakken aan. Die waren natuurlijk veel te hoog – stond ik daar te wiebelen – maar ik vond het heel leuk dat ik dat toen mocht van mama.

Toen ik in de derde klas van de ­middelbare school zat, kreeg mama de diagnose borstkanker. Ik heb toen heel erg mijn kop in het zand gestoken. Ze waren er gelukkig vroeg bij, dus ik dacht: het komt vast goed. Ik denk dat het op mij niet zo’n impact heeft gehad, omdat ik weigerde te accepteren dat het misschien ook níet goed zou kunnen gaan.

Mijn moeder heeft mijn mentor destijds gemaild om te laten weten wat er aan de hand was. Dat was wel awkward, want ik merkte dat mijn mentor dacht: hoezo is Anna alweer op school, waarom is ze niet megaverdrietig? Maar in mijn hoofd zou alles toch wel goed komen. Toen mijn moeder hoorde dat de kanker was uitgeschakeld, was ik wel blij natuurlijk, maar ik dacht vooral: o, daar ging ik toch al vanuit.

Mijn moeder is altijd heel erg bezig met andere mensen. Ze werkt met mensen met uitkeringen, en nu ze thuis werkt hoor ik haar vaak bellen. Ze vraagt bij elk telefoongesprek aan degene met wie ze spreekt hoe het met diegene gaat. Dat hoeft ze niet te doen. Zij neemt net die extra stap, en zeker deze mensen kunnen dat goed gebruiken.

Dat bezig zijn met anderen betekent ook wel dat ze zich erg graag met andere mensen, en vooral met mij, bemoeit. Zo heeft ze laatst mijn oude kamer opgeruimd. Dat vind ik erg lief, maar ik heb een la met oude ­kleren die ik probeer te vermaken tot nieuwe kledingstukken. Zij heeft daar een aantal ­kledingstukken uitgehaald, in een vuilniszak gedaan en me gevraagd: ‘Dit kan wel weg, toch?’ Ik denk dan: nee, het kan niet weg. En waarom ga je überhaupt door die la heen?

Ik ben twee keer uit huis gegaan. De eerste keer duurde minder dan een jaar en was antikraak. Nu woon ik samen met vriendinnen en is het permanent: ik ben niet van plan terug naar huis te verhuizen. Vorige keer wilde ik weg om het weggaan, nu ben ik bijna elk weekend thuis – gewoon omdat ik merk dat ik zin ­heb om mijn ouders te zien.”

Marijke Hooiveld (56)

“Anna had als kind al een heel sterk rechtvaardigheidsgevoel. Toen we op haar derde samen buiten waren, was er een groepje jongens van een jaar of tien ruzie aan het maken. Anna liep toen op hen af en zei: ‘Jongens, geen ruzie maken!’ Die jongens dachten: huh? Maar ze waren wel stil.

De periode dat ik ziek was, was zwaar. De behandeling kostte veel energie en ik was erg moe. Ik heb daar nog steeds naweeën van. Ook werd ik kaal. Dat vond ik toen niet per se erg, maar nu denk ik wel: jeetje, ik liep zo rond, dat moet voor anderen heftig geweest zijn. Anna was echt een heldin in die tijd. Veel mensen wilden haar helpen, maar daar houdt ze niet zo van. Dat had ik ook wel, ik kwam toen weinig onder de mensen: je wilt normaal zijn, maar dat ben je op dat moment niet.

Ik ga graag harmonieus door het leven, zeker met iemand van ik zoveel hou. Ik vond opvoeden daardoor soms best moeilijk; regels zijn niet mijn ding. Haar kamer was altijd een enorme troep, ik vond het lastig om daar achteraan te gaan. Dan zei ik op een gegeven moment maar: ‘Anna, ik kom je kamer niet meer in.’ Daar moest ze dan om lachen. Ze ruimde dan wel op, maar zodra ze daar zelf aan toe was.

Anna is superzelfstandig. Ze wilde altijd al vroeg het huis uit en zelf dingen ontdekken. Ze heeft als internationaal koerier gewerkt: pakjes rondbrengen over de hele wereld. Ze zocht de dingen daar allemaal zelf uit en wilde daar niet onze hulp bij. Als ze iets van plan is, wil ze het echt in haar eentje doen. Ook toen ze uit huis ging, wilde ze alles zelf doen. Toen haar televisiepakket werd afgeleverd, stelde ik voor dat ik zou blijven zodat we het samen konden uitzoeken. Maar zelfs dat wilde ze liever doen zonder mijn hulp, merkte ik.

We hebben veel gevideobeld tijdens haar reizen. Zo konden we haar ontdekkingen vanaf de zijlijn meemaken, ter support. Ze belde ons vaak als ze op het vliegveld zat; dat zijn natuurlijk al eenzame plekken, en dan bleven we zo lang mogelijk aan de lijn. Maar ze belde ons bijvoorbeeld ook toen ze door een stadje in Maleisië liep en er verder niemand op straat was. Dan had ze ons gewoon even nodig. Ze redde zich prima zelfstandig, maar toch was ik er altijd pas gerust op als ze weer thuis was.”

Paul Bánsági (60), projectleider bij een softwarebedrijf
Marijke Hooiveld (56), budgetconsulent bij de gemeente Amsterdam
Aurél Bánsági (27), student ­informatica
Anna Bánsági (21), student ­psychologie

Paul en Marijke wonen in een appartement op Zeeburg. Anna woont in een appartement in Nieuw-West. Aurél woont in Delft.

Ook samen in Het Parool? ouderenkind@parool.nl

Dickie en Jet. Beeld Harmen de Jong
Dickie en Jet.Beeld Harmen de Jong

Jet vertrekt voor twee jaar naar Noorwegen om haar vwo daar af te maken. Ze lijkt erg op haar moeder, niet alleen qua uiterlijk. ‘We zijn allebei ook eigenwijs en vinden snel dat we gelijk hebben.’

Dickie Gunning (47)

‘Het is supermooi voor Jet dat ze de komende twee jaar haar vwo kan afmaken op een school in Noorwegen. Tegelijk heb ik moeite haar los te laten. Net als Cecile, mijn jongste dochter. Toen we hoorden dat Jet geplaatst was op het United World College in Noorwegen, verzuchtte Cecile: ‘Gelukkig niet in Canada.’ Toch is het ver. Ze vliegt naar Bergen en reist dan nog een eind naar een fjord in the middle of nowhere. Daar is het in oktober al -10 graden Celcius.

Ik ben een huismus. Vroeger kroop ik vaak nog even bij Jet in bed om samen de dag door te nemen. Tegenwoordig komt ze bij mij in bed om me nog even te knuffelen. Jet houdt enorm van knuffelen. Voor het ­United World College heeft ze zelf alles geregeld. Ik probeer op te voeden door de kinderen zelf te laten ontdekken. Soms zal iets tegenvallen, maar dan leer je vallen en opstaan.

Jet is sensitief. Zij is het hondje dat om de kudde rent en zorgt dat iedereen het goed heeft. Ze helpt al een paar jaar statushouders en vluchtelingen om in Nederland te aarden. Zo raakte ze ook betrokken bij de schakelklas van haar school en ontdekte dat sommige leerlingen moeite hebben om een stageplek te vinden. Op zo’n moment vraagt ze ons om hulp. Natuurlijk hebben wij iets geregeld om goeie plekken te vinden.

Voor Noorwegen wil ik haar iets zelfredzaams meegeven. Van mij krijgt ze een goed zakmes, dat is een waardevol instrument waarmee je een broodje kunt smeren en een schroef kunt indraaien. Plus een setje speelkaarten, niets is zo universeel. Qua uiterlijk lijkt Jet lijkt op mij, ze heeft mijn optimisme en vrolijkheid, maar verder lijkt ze op haar vader.

Joost, mijn man, heeft in zijn jeugd met zijn ouders – Louise en Jan Willem Gunning – over de hele wereld getrokken. Hij is avontuurlijker dan ik. Jet en hij houden van ontdekkingsreizen. Jet en haar zus Cecile zijn verschillend. Ze hebben allebei op een montessoribasisschool gezeten. Jet ging door naar het Montessori Lyceum. Cecile wilde juist een ­strenge school met duidelijke regels. Jet is van de harmonie, die houdt niet van ruzie. Cecile vindt het leuk om een beetje te prikken.

Door corona hebben we erg met zijn vieren geleefd, dat vond ik heerlijk. Voor Jet naar Noorwegen vertrekt, gaan we nog een week zeilen: met zijn vieren in een kleine ruimte, overgeleverd aan de natuur en zien waar de wind ons brengt.”

Jet Gunning (16)

“Ik heb geen flauw idee waar ik terechtkom. Het spannendst lijkt het me om mensen uit andere culturen te ontmoeten en daardoor een breder beeld van de wereld te ontwikkelen. Ik heb superveel zin om de verhalen achter de mensen te horen. Ik ben nieuwsgierig, net als mama. Wij ­willen alles weten.

De buitenwereld ziet het United World College (UWC) vaak als elitair. Dat klopt niet. De organisatie wil dat de scholen toegankelijk zijn voor iedereen die zich kwalificeert. Daarom zijn er beurzen beschikbaar voor wie dat nodig heeft. Elk kind kan naar het UWC, geld speelt geen rol.

Voor ik me inschreef, heb ik uitgebreid onderzocht of het een school voor mij is. Het was zo vet om te ontdekken dat oud-leerlingen zoveel voor mij wilden doen. Echt iedereen dacht mee.

Ik heb opgegeven naar welke scholen ik wilde, het UWC bepaalt uiteindelijk de school die het best bij je past. Mijn ouders hebben me alles zelf laten organiseren. Ik wilde dat ook, maar vroeger verlangde ik er weleens naar dat zij iets voor me zouden regelen. Het is heel lekker als iemand dat voor je doet. Eerst zag ik mijn ouders als een twee-eenheid, door mijn keuze voor het UWC ontdekte ik voor het eerst hoe verschillend ze zijn. Papa vindt het superleuk dat ik ga. Mama ook, maar ze zei al snel dat ze me ontzettend zal missen.

We zijn alle vier retecompetitief. We doen altijd wedstrijdjes, bijvoorbeeld wie het eerste bij de ijswinkel is. Je wint niets, het draait letterlijk om wie de eerste is. Ik ben niet goed in verliezen, als ik toch verlies, raak ik snel gefrustreerd. Daar maken de anderen grapjes over. We zijn goed in elkaar plagen.

Uiterlijk lijk ik op mijn moeder, we zijn allebei ook eigenwijs. We vinden snel dat we gelijk hebben. Zij is heel zorgzaam, dat hoop ik ook te zijn. Mama komt overal te laat. Echt altijd. Papa en ik zijn juist altijd te vroeg. We zeggen weleens tegen haar dat we ergens eerder moeten zijn, dan komen we precies op tijd.

Wat ik het meest zal missen is het vangnet dat mijn ouders en mijn zusje bieden, vooral het spontane, dat ik niet meer zomaar even kan knuffelen. Met mama zal ik onze kleine kletsmomentjes missen. Tegen haar kan ik echt alles zeggen. Mama is mijn voorbeeld. Ik zou het heel mooi vinden als ik later net zo’n sterke vrouw word als zij.”

Dickie Gunning (47), ambtenaar bij gemeente Amsterdam
Joost Gunning (46), werkt bij ABN ­Amro
Jet Gunning (16), klas United World College Red Cross Nordic
Cecile Gunning (14), 4-vwo, Amsterdams Lyceum


Dickie, Joost en Cecile wonen in een koophuis in De Pijp. Vanaf augustus woont Jet intern op haar school in ­Flekke in Noorwegen.

Ook samen in Het Parool? ouderenkind@parool.nl

null Beeld Harmen de Jong
Beeld Harmen de Jong

Mary emigreerde naar Nederland voor de liefde. Edwin werd op z’n Engels opgevoed. ‘Hoe ouder ik word, hoe meer ik me bewust word van de extreme beleefdheid die ik heb meegekregen.’

Mary Brown (76)

“Toen ik net 18 werd, ging ik met een vriendin op vakantie naar Nederland. Na een paar dagen ontmoette ik een jongen op wie ik verliefd werd. Het plan was eigenlijk om met die vriendin drie maanden door Europa te gaan reizen en dan terug te gaan naar Engeland, maar ik heb toen de keuze gemaakt om in Amsterdam te blijven. Nu woon ik hier al 58 jaar.

Edwin was erg driftig toen hij jong was. Hij sliep ’s nachts niet: overdag deed hij af en toe wel een dutje, maar in de nacht was het krijsen en gillen. Op een gegeven moment ben ik, toen hij drie was, zelfs een paar dagen in mijn eentje naar Engeland gegaan: ik trok het gewoon niet meer.

Als mijn familie uit Engeland belde, zat ik in de keuken Engels met ze te praten. Edwin kende toen natuurlijk nog geen Engels en begreep dus niet was er werd gezegd. Daar kon hij erg boos om worden. Op een gegeven moment heeft hij uit woede toen de telefoon gepakt en door de kamer gegooid. Toen hij ouder werd, werd dat gelukkig wel minder.

Hij komt elke zaterdag bij me op bezoek. We lezen allebei graag, daar praten we veel over. Over welke boeken we gelezen hebben en wat we daarvan vonden. Soms praat ik ook weleens over dingen die hij wat minder leuk vindt. Ook al praat ik dan lang, hij doet toch alsof hij het interessant vindt.

Edwin is sowieso erg zorgzaam en probeert altijd oplossingen voor problemen te vinden. Toen ik een paar jaar geleden mijn elleboog had gebroken, kon ik de voordeur niet zelf openmaken. Hij heeft toen een hele constructie gemaakt waardoor dat wel lukte. Hij heeft ook iets bedacht voor de duivenoverlast op mijn balkon. Hij heeft daar iets voor gemaakt waar hij wel vier of vijf uur mee bezig is geweest, maar dat vindt hij helemaal niet erg.

Als ik mijn familie in Engeland opzoek, ga ik altijd met de trein. De laatste jaren gaat dat wat lastiger, ik heb moeite met het tillen van mijn koffer. Edwin gaat daarom weleens met me mee. Dat kost hem dan een week van zijn vakantiedagen, maar hij doet dat om mij te helpen. In Engeland maken we graag samen mooie wandelingen, bijvoorbeeld in Bath. Dat zijn fijne momenten.

Toen Edwin jonger was, ging hij graag en vaak uit. Je kunt je als moeder dan niet voorstellen dat hij ooit een lieve, goede vader zal worden met een eigen volkstuintje. Dat is hij nu wel. Dat is erg leuk om te zien.”

Edwin Raap (50)

“Mary was als moeder heel liefdevol, maar ook erg beschermend. Ze was altijd bang dat me iets zou overkomen. Ik leerde relatief laat fietsen; pas op mijn negende, van een vriendje. Mijn moeder vond het wel prettig dat ik niet fietste: zo had ze weer een zorg minder. Ik merk dat ik dat zelf ook had toen ik kinderen kreeg: op de speelplaats stond ik het liefst de hele tijd naast Azra en Rebekka. Ik vond het lastig om ze maar gewoon hun gang te laten gaan.

Toen ik in de puberteit kwam vond ik het al vroeg leuk om uit te gaan en te blowen. Als ik dan midden in de nacht thuiskwam hoorde ik altijd gestommel. Dat was mijn moeder, die niet kon slapen voordat ik er was. Daar voelde ik me soms wel een beetje schuldig over.

Ik bewonder heel erg hoe mijn moeder haar plek heeft gevonden in Nederland. Ze was heel jong toen ze naar Amsterdam kwam. Ze is zelf erg timide en om dan, zonder de taal te spreken, in zo’n ouderwetse naoorlogse maatschappij terecht te komen, met al die Nederlandse directheid, dat zal niet makkelijk geweest zijn.

Hoe ouder ik word, hoe meer ik me bewust word van de Engelse aspecten in mijn opvoeding. Extreme beleefdheid en een bepaalde mate van klassenbewustzijn die ik heb meegekregen bijvoorbeeld. Ik ben ook minder direct opgevoed dan in Nederland normaal is. Ik merk ook nu nog dat ik moeite kan hebben met de Nederlandse directheid. Ik ben niet tweetalig opgevoed, maar als mijn ouders ruzie maakten, deden ze dat altijd in het Engels zodat wij het niet konden verstaan. Een betere drijfveer om de taal te leren is er natuurlijk niet.

We lezen allebei graag. Mijn moeder nam ons vroeger vaak mee naar de bieb. Dat vond ze heel belangrijk, en ze las ons elke avond voor. Toen ik een jaar of vijf was, wilde ik niet meer voorgelezen worden. Ik had toen net zelf leren lezen en vond dat ze te langzaam las. Ik wilde veel sneller door de boeken heen. Ze was een fantastische voorlezer, wat extra knap is als je bedenkt dat Nederlands niet haar moedertaal is.

Mijn moeder straalt liefde uit op alle manieren. Toen ik een jaar of zeven was, was ik gigantisch Robin Hood-fan. Toen we met carnaval verkleed naar school mochten, heeft ze een fantastisch Robin Hood-pakje voor me gemaakt. Inclusief hoedje met veer, groene muiltjes en werkende pijl en boog. Daar moet ze minstens veertig uur aan gezeten hebben. Ik voelde me toen echt heel cool. Fantastisch dat ze dat voor me heeft gedaan.”

Mary Brown (76), gepensioneerd
Edwin Raap (50), tekstschrijver gemeente Amsterdam
Carien Reugebrink (56), eigenaar vintagekledingwinkel Rosa Rosas
Azra Raap (22), afgestudeerd HKU
Rebekka Raap (22), student Journalistiek aan Hogeschool Utrecht

Mary woont in een appartement in de Surinamepleinbuurt. Edwin en Carien wonen in Slotervaart. Azra en Rebekka wonen in Utrecht.

Ook samen in Het Parool? ouderenkind@parool.nl

null Beeld Eva Plevier
Beeld Eva Plevier

Bouchra woont met haar drie kinderen afwisselend in Hilversum en bij haar vriend Robert in Diemen. Jimmy is de enige jongen. ‘Bij mijn vader krijgen ze nog een baby. Ik hoopte op een broertje.’

Bouchra Tjon Pon Fong (38)

‘Vorig jaar werden Robert en ik aan elkaar gekoppeld door gemeenschappelijke vrienden, zijn buren in Diemen. Het was meteen gezellig, en dat is het nog steeds. Net als ik heeft hij drie kinderen; Roberts oudste dochter woont voornamelijk bij haar moeder, de mama van de jongste twee meisjes is overleden. Mijn jongste dochter heeft een andere baby daddy dan mijn twee oudsten.

Gelukkig klikte het meteen tussen alle kinderen. Roberts dochters hebben mij meteen omarmd en mijn kinderen Robert ook, dat was het belangrijkste. Volgend jaar gaan we met z’n allen in Diemen wonen, dan zijn mijn kinderen ook dichter bij hun vader, die in Amsterdam woont.

Tijdens de lockdowns hebben we al met zijn zevenen samengewoond, dat ging heel goed. Mensen vinden het vaak heftig, zo’n groot gezin, maar ik ben het gewend. Ik kom uit een grote familie, mijn moeder is Marokkaans en mijn vader Surinaams. Het is een kwestie van goed plannen en verder heel flexibel zijn.

Jarenlang was ik zangeres in K-otic, daarna heb ik nog opgetreden in dinnershows. Het leventje was heerlijk en het had iets verslavends, maar sinds een jaar voel ik de drang om op te treden niet meer zo. Mijn leven is goed zoals het nu is. Ik werk in het bedrijf van Robert als planner en als ayurvedisch behandelaar, maar ik ben vooral druk met moeder zijn.

Jimmy zit altijd als enige jongen tussen de meiden, hij is heel lief en zorgzaam. Nog iedere ochtend maakt hij me wakker met een dikke knuffel. Hij volgt tweetalig onderwijs en spreekt vlekkeloos Engels. Leren gaat hem makkelijk af, er was zelfs sprake van dat hij een klas over zou slaan, maar vanwege corona hebben we dat laten gaan. Jimmy heeft ook een goed gevoel voor humor, heel volwassen, we kunnen echt lachen samen.

Toen ze klein waren gingen Jimmy en Eleana vaak met me mee naar optredens, misschien is hij daarom niet bang om op de bühne te staan. Vorig jaar bij een moppentapavond op camping De Lievelinge in Vuren klom ie zo het podium op, heel stoer.

Vroeger verslond Jimmy boeken, nu vindt hij gamen het leukste wat er is. Ik probeer er wel op te letten, maar met zo veel kinderen die de aandacht vragen, ontglipt het weleens aan mijn aandacht. Ik heb niet echt een gebruiksaanwijzing voor de opvoeding, ik doe gewoon mijn best. Met veel liefde komt het sowieso goed.”

Jimmy van Rongen (11)

“Mama is heel chill, ze wordt nooit snel boos om dingen. Ze houdt erg van plannen en kan er alleen niet goed tegen als we ons niet aan de gemaakte afspraken houden.

Omdat we met veel kinderen zijn moeten we haar wel een beetje helpen, met de tafel dekken en afruimen, of op de kleintjes te letten als ze boodschappen moet doen. Ik kan heel goed omgaan met kleine kinderen, dus ik vind dat nooit erg.

Ik heb ook nog een halfzusje bij mijn vader en daar krijgen ze nu nog een baby. Ik hoopte op een broertje, maar nee, het wordt wéér een meisje. Straks heb ik zeven zusjes, haha! Ik ben daarom extra blij met mijn vader en met Robert, dan ben ik tenminste niet de enige jongen in huis.

Het is druk met z’n allen, maar wel gezellig. Tijdens corona woonden we in Diemen en dan zaten we met zevenen aan de ronde tafel te eten. Als mijn zus en ik vrienden uitnodigen mogen ze altijd mee-eten, ook in Hilversum, waar we heel klein wonen.

Als er ergens veel mensen zijn merk ik dat vaak niet eens, ook in een drukke klas kan ik me goed concentreren. Wel vind ik het lekker me af en toe even terug te trekken en te gamen, dat is iets voor mij alleen. Ik speel veel Minecraft en ook wel schiet­spellen. Mama zegt vaak dat ik moet stoppen, maar dat lukt dan niet altijd. Ik moet wel toegeven dat ik er soms iets te lang achter zit.

Mama en ik vinden het leuk om samen filmavondjes te houden, met een zak Bugles en zo’n knijptube met kaas, en iets te drinken erbij. We hebben alle Marvelfilms al gezien en laatst zijn we aan de Star Wars-films begonnen, maar toen viel mama ­halverwege in slaap. Het plan was om ze allemaal te gaan kijken, maar dat hebben we nog steeds niet gedaan.

Ik ben Marokkaans, Surinaams en Nederlands, maar daar merk ik niet zo veel van, behalve dan misschien het eten. Mama kan heel goed koken, vooral haar rijst met bonen en vegan shoarma vind ik heel lekker.

Ze is met de islam en het katholieke geloof opgevoed, maar toen ze zeventien werd is ze daarmee gestopt. Ze heeft me uitgelegd hoe dat voor haar was. Ze zegt altijd dat ze nergens in gelooft, behalve in de liefde.”

Bouchra Tjon Pon Fong (38), ­ayurvedisch behandelaar en planner
Eleana van Rongen (13), 3 vwo
Jimmy van Rongen (11), groep 8
Melina van Rongen (2)
Robert van Opmeer (43), eigenaar van kitbedrijf Are You Kitting Me
Jody van Opmeer (13), 2 mavo/havo
Jane van Opmeer (5), Sint Petrus
Roisin van Opmeer (3)

Bouchra en kinderen wonen afwisselend in Hilversum en in Diemen.

Ook samen in Het Parool? ouderenkind@parool.nl

null Beeld Harmen de Jong
Beeld Harmen de Jong

Danny groeide op in de Jordaan. Problemen werden thuis vaak weggelachen. Zijn moeder, Greet, heeft echt Jordanese humor. ‘Ik hou van geintjes, misschien om iets te verdoezelen.’

Greet Lentz (70)

“Via mij had Danny samen met een vriendje een vakantiebaantje als afwasser in de spoelkeuken van het Confectiecentrum. Ze stonden aan het eind van een lopende band en moesten het vuile servies in de afwasmachine zetten. Eerst ging het goed, maar al snel konden die sukkels het niet bijhouden en hoorde je steeds meer borden en glazen stukvallen. Het leek wel een slapstick.

In het begin van de coronatijd raakte Danny zijn baan kwijt. Daar schrok ik van. Hij is toen een eigen schoonmaakbedrijf begonnen, dat vond ik moedig en eng. Omdat hij zo hard werkt, loopt het goed. Daar ben ik trots op. Op zijn eerste werkdag zijn we met Semmie en Tatum, zijn oudste kinderen, naar zijn huis gereden om hem te verrassen met een fles champagne en een taart. Als grap had ik er ook een emmer met schoonmaakspullen bijgedaan. Ik hou van geintjes, misschien om iets te verdoezelen, dat weet ik niet.

Danny is gek op zijn vader. Met mij is hij het meestal oneens, dat is altijd zo geweest. Ik ben direct en zeg alles wat ik vind, Danny is behoudender. Hij denkt eerst na voor hij praat. ­Danny heeft vier kinderen uit twee relaties. Anita, zijn vrouw, heeft een zoon die ernstig verstandelijk gehandicapt is: Lars. Danny is zo lief met Lars, dat is echt prachtig om te zien.

Ik kom uit een voetbalfamilie. Als kind ging ik met mijn vader naar het Olympisch Stadion waar Blauw-Wit speelde. Ons huwelijksfeest vierden Simon en ik in de kantine van Blauw-Wit. In mijn jeugd in de Jordaan stond mijn box buiten en zat mijn moeder ernaast op een vuilnisbak. Alles gebeurde op straat. Na het eten speelden hordes kinderen buiten en als de ijscoman kwam en je geluk had, kon je moeder een ijsje betalen. Nu zijn er alleen maar achterlijk dure huizen.

Sinds een paar jaar gaan we in de winter naar Spanje. Dat vond ik moeilijk, omdat ik mijn kleinkinderen zo lang niet zou zien. In ons eerste jaar lag ik op het strand en dacht ik dat ik ­Anita op de boulevard zag. Ja hoor: op dat moment kwamen Danny’s kinderen Nikkie en Noa aanrennen, die keihard ‘Oma!’ riepen. Ik huil ­bijna nooit, maar toen hield ik het niet droog.

Aan tattoos heb ik een bloedhekel, maar ik ben trots dat Danny zijn vader en moeder op zijn arm heeft staan, als dank voor alles wat we voor hem hebben gedaan.”

Danny Lentz (50)

“Ik doe altijd mijn best om ma aan het lachen te maken, lekker met haar dollen, tot ze zo hard lacht dat ze niet meer kan ophouden. Mijn moeder heeft echte Jordanese humor. Ze zegt precies wat ze denkt, ook al is dat niet altijd in haar voordeel.

Ze is stronteigenwijs, maar dat ben ik ook. Ik heb mijn moeder vroeger wel tot wanhoop gedreven, want ik kon heel goed zuigen. Omdat we ­hetzelfde karakter hebben, botsen we vaak, maar ik hou verschrikkelijk veel van haar.

In onze familie worden problemen vaak weggelachen. Anita heeft mij leren praten en laten zien hoe je problemen bespreekbaar kunt maken.

Wij hadden vroeger een simpel en nuchter gezin. Mijn ouders werkten keihard en als we ’s avonds thuiskwamen waren er aardappels, groenten en een karbonade. Ze verwenden me ook. Ik mocht geen brommer, dat vond ik jammer, maar zij wisten wat voor wildebrassie ik was. Toen ik mijn rijbewijs haalde, gaven ze me mijn eerste auto, een oranje Mini.

In mijn jeugd waren we elk weekend bij Goldstar, onze voetbalclub. Pa zat in het bestuur en ma was vrijwilliger in de kantine. Ze heeft haar hele leven in de horeca gewerkt. De horeca is voor haar gemaakt: ze heeft humor, maakt het iedereen naar de zin en kan heel snel werken. Van kleins af aan zat ik op de tribune bij Ajax, eerst samen met mijn vader en later bij de F-side.

Door corona werd ik ontslagen. Het was altijd al mijn ambitie om iets voor mezelf te beginnen. Mijn meisje steunde me enorm en omdat zij een goeie baan heeft, durfde ik de gok te wagen. Het bevalt prima. Als Anita

’s morgens vroeg naar het ziekenhuis moet, heb ik tijd om de kinderen nog even naar school te brengen. Mijn ouders hebben ook geholpen toen ik voor mezelf begon, maar het belangrijkste is dat ik van hen heb geleerd wat hard werken is.

Ma is een geweldige oma. Toen ­Nikki en Noa jong waren, kwam ze elke week met de trein naar Nieuwegein om een dag op te passen. Ze verwent ze enorm. Wij zijn nogal streng met eten, maar van haar mogen ze altijd snoep.

Pa en ma hebben al veertig jaar een zomerhuisje in Egmond. Vroeger ­gingen we daar elk weekend heen en nu zitten zij daar de hele zomer. Een paar jaar geleden zijn ze in de winter voor het eerst naar Benidorm gegaan. Dat hadden ze jaren eerder moeten doen, ze zijn nu op een leeftijd om te genieten.”

Greet Lentz (70), cateringmedewerker (gepensioneerd)
Simon Lentz (72), hoofd logistiek (gepensioneerd)
Danny Lentz (50), eigenaar DLCleaning
Anita Bokma (43), verpleegkundige
Semmie Lentz (21), bouwvakker
Tatum Lentz (17), havo afgerond
Nikki Lentz (9), groep 5 obs De Krullevaar, Nieuwegein
Noa Lentz (8), groep 5 De Krullevaar
Lars Bokma (18), dagcentrum De Weteringhoek, Utrecht

Greet en Simon wonen in de ­Jordaan. Danny en Anita wonen met hun ­kinderen in Nieuwegein.

Ook samen in Het Parool? ouderenkind@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden