Maria Stahlie: Boogschutters

Boogschutters van Maria Stahlie opent met een wanhoopsbrief die hoofdpersoon Alex Wigman schrijft aan zijn getrouwde minnares Françoise. Zij is sinds kort bij hem weg. Aan het geëxalteerde proza te oordelen - 'Ik ben verloren, Françoise, onomkeerbaar verloren!' - zouden we wel eens met een schrijver van doen kunnen hebben, en jawel, dat hebben we: Alex Wigman schrijft romans en dat doet hij op zijn boerderij in de Bourgogne.

Hoewel de relatie met Françoise puur seksueel was en Alex haar bovendien zelf heeft weggejaagd, tilt hij erg zwaar aan de breuk. Hij ziet er een keerpunt in. Daarom besluit hij zich op papier, in de brief dus, volledig aan Françoise uit te leveren; hij zal de hele mens Alex Wigman verklaren en van voetnoten voorzien, en misschien - 'Ik smeek je, Françoise, ik smeek het je!' - komt zij dan terug.

Parallel aan de brief loopt de eigenlijke roman, die is geschreven in de derde persoon en waarin we dus met enige afstand naar Alex kijken. Hij moet onverhoeds naar Nederland rijden omdat zijn stervende ex-schoonmoeder hem iets belangrijks wil zeggen. Aangekomen bij haar sterfbed is zij al niet meer aanspreekbaar. Ook hierin ziet Alex een keerpunt. Alex is een beetje de man van de keerpunten.

Toch raakt de lezer geïntrigeerd: wat is dat toch met die Alex? Gevoel voor drama kan hem niet worden ontzegd, maar daar is hij schrijver voor, en bovendien is dankzij het laatste keerpunt een geweldig romanidee in hem neergedaald. Terug in de Bourgogne gaat hij verwoed aan het werk. Niet voor lang, want het is zomervakantie en daar komt zijn ex-vrouw Vera aangereden, met in haar kielzog een stoet familieleden die Alex allemaal van zijn werk zullen houden. Dat levert een paar mooie scènes op, waarin de gekwelde schrijver halsbrekende toeren uithaalt om de indringers te ontvluchten.

Hier raken we aan de kern van de roman. Alex wordt het nauw gedreven door de mensen van wie hij het meeste houdt - hoewel, hoe diep gaat zijn liefde eigenlijk? Zijn dierbaren lopen hem voor de voeten, zijn minnares was hem tot last, zijn kinderen - in het bijzonder puberdochter Lisette - hengelen naar zijn aandacht, maar Alex geeft niet thuis, gepreoccupeerd als hij is met zijn brief, zijn roman en zijn reeks keerpunten. Alex Wigman is een grote egoïst, en dat besef dringt pas goed door als hij een door Lisette geschreven verhaal leest. Wat weet hij eigenlijk van haar? En van de anderen? Boogschutters, de titel zegt het al, gaat over het onvermogen de ander werkelijk te raken.

Eén zin blijft Alex tegen het einde steeds herhalen: 'Hij die leeft zoals het hem het beste uitkomt, zal niet sterven zoals het hem het beste uitkomt.' Maar wat je zou verwachten, namelijk dat deze egoïst zijn leven betert, gebeurt niet. Hij is eigenlijk best over zichzelf te spreken. Maakt niet ieder mens fouten? Is het leven niet voor iedereen een dwaaltocht? Alex vindt van wel. Bovendien, en dat is een beetje pijnlijk, brengt hij die slappe smoesjes als een diep en dapper inzicht - hij voelt zich een gelouterd man.

In een roman die zo ambitieus is opgezet en waarin zo veel overhoop wordt gehaald, is dit einde een zwaktebod: joh, iedereen maakt fouten. Daarmee kunnen we het doen. (KARIN OVERMARS)

Maria Stahlie: Boogschutters
Prometheus, 17,95 euro

null Beeld

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden