Plus Mijn Amsterdam

Mari Maris: ‘Mensen van buitenaf denken dat je brutaal hoort te fietsen’

Mari Maris (45) droomt al haar hele leven van een boerderij op het dak van Hotel Okura. Met kippen, koeien, een moestuin – alles. Haar nieuwste kookboek, Maison Mari, ligt vanaf 26 september in de winkels.

Mari Maris. Beeld Lin Woldendorp

Eerste keer in Amsterdam

“Dat was op 25 juni 1974. Ik werd geboren in het Wilhelmina Gasthuis. Voor zover ik weet, heeft mijn familie al zeven generaties roots in Amsterdam.”

Speciaalzaak

“Duikelman. Ze hebben werkelijk alles in huis, of ze hebben een hele goede reden om iets niet te hebben. Mijn laatste aankoop waren bordjes van porselein.”

Mooi van lelijkheid

“Voor mij is dat de fontein op het Marie Heinekenplein. Ik vind het een afschuwelijk ding, met die gekleurde ledlichten erin. Maar hij wordt zó goed gebruikt, bijvoorbeeld door spelende kindjes als het warm is, dat ik hem toch mooi vind.”

Favoriet vervoermiddel

“De fiets. Al zal ik daar niet meer op springen tijdens de spitsuren: wat een bizar verschijnsel is dat. De stad lijkt helemaal niet ingesteld op zo veel fietsers. Mensen van buitenaf hebben volgens mij het idee dat je brutaal hoort te fietsen in Amsterdam, maar Amsterdammers zelf worden steeds braver. Ik stop, tot mijn eigen verbazing, altijd keurig voor rood.”

Markt 

“De Albert Cuyp. Daar woon ik. Ik kom graag bij de Plantenmarkt, Jan de Grote Kleinvakman en de groentekraam van Van Mourik; hij heeft in principe alles. Als ik iets raars zoek en het is er niet, zoals gekke fruitsoorten of een minipompoentje, heeft hij het de volgende keer voor me. Zelden ga ik vreemd bij een andere groenteboer.”

Groentekraam van Van Mourik. Beeld Lin Woldendorp

Mooiste brug (1)

“Dat is de Hogesluis. Ik ken hem vooral vanaf het water; zo is de brug op zijn mooist.”

Ergste horeca-ervaring

“Ik kreeg eens een broodje met geroosterde paprika met alle zaadjes er nog in. Volgens het meisje achter de toonbank hoorde dat zo. Ik zei er iets van en kreeg een grote bek. Personeel dat geen idee heeft, en dat ook niet wil hebben, daar heb ik moeite mee.”

Café

“Kingfisher. Dat heeft alles wat fijn is aan een buurtcafé en een bruine kroeg, maar dan schoon en met goed personeel. Ik heb daar mijn lief ontmoet. Overdag bij de koffie, dat moet ik erbij zeggen. We hebben elkaar heel lang vriendelijk begroet en op een dag besloot hij mij het hof te maken. Dat is gelukt.”

Kingfisher. Beeld Lin Woldendorp

Dieren in Amsterdam

“Puce, de inloopkat van de buurvrouw. Het betekent ‘vlo’ in het Frans. Wij noemen hem zo, omdat we niet wisten hoe hij werkelijk heet. Het is een Amsterdams schoffie met een zwart-witte vacht en een baardje.”

Restaurant

“Bij Oma Ietje in Zuidoost eet je voor weinig een lekkere hap. De gerechten zijn heel afwisselend. Buffet van Odette is altijd lekker en het leukst bij mooi weer.”

Wil altijd nog

“Ik droom al mijn hele leven van een boerderij boven op Hotel Okura. Met kippen, koeien, een weilandje en een grote moestuin. Maar het mag ook best op een ander dak zijn, als iemand zich aanbiedt.”

Een avondje stappen met

“Mogen dat ook drie mensen zijn? Dan zeg ik: Midas Dekkers, Vjeze Fur en Ellie Lust. Vjeze Fur vind ik ontzettend grappig en Ellie Lust is waarom je trots bent op Amsterdam. Om Midas wilde ik altijd bioloog worden en ik neem aan dat hij heel goed kan drinken. Daar verdenk ik die andere twee eigenlijk ook van.”

Museum

“Het Pianola Museum in de Jordaan. Ze hebben van die rare piano’s waar je een papierrol van een pianospel in doet; dan gaat de piano het zelf spelen. Het is een piepklein museum en heel gezellig.”

Het Pianola museum. Beeld Lin Woldendorp

Monument

“Ik vind die bronzen boom op het Frederiksplein, het Walraven van Hall-monument, erg mooi.”

Het Monument Walraven van Hall. Beeld Lin Woldendorp

Met pek en veren de stad uit

“Onverdraagzame mensen en huisjesmelkers. De gemeente moet hard werken aan het woningbeleid, zodat normale mensen in de stad kunnen blijven wonen. Iemand die bij de Albert Heijn werkt, kan wat zij sociale huur noemen niet opbrengen.”

Ik voel me Amsterdammer, omdat

“Ik dat ben. Wanneer iemand mij vraagt waar ik vandaan kom, zal ik nooit zeggen dat ik een Nederlander ben. Dat antwoord ik altijd: een Amsterdammer. Het geeft een onverklaarbare trots.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden