PlusInterview

Marc de Hond: ‘Van kanker kun je niet verliezen’

Presentator en theatermaker Marc de Hond (42) staat in de theaters met een voorstelling over zijn leven in 29 interviews. Als document voor zijn kinderen. ‘Ik kan de dans nog ontspringen, al weet ik niet hoe groot die kans is.’

Beeld Marie Wanders

Opeens begon het hem op te vallen: overlijdensadvertenties met de tekst ‘mijn man heeft de strijd tegen kanker verloren’. Hoezo verloren? “Van kanker kun je niet verliezen,” zegt presentator en theater­maker Marc de Hond. “Net zo min als dat je van kanker kunt winnen. Je hebt geluk of je hebt pech. Trouwens: als je er goed over nadenkt: als jij dood bent, is je kanker ook dood, dus kun je hoogstens spreken van een gelijkspel.”

Zo, eerst maar eens een grap.

Wat moet er op zijn grafsteen komen te staan, vroeg zijn vriend Kefah Allush, bekend van het tv-programma De Kist. ‘Hier ligt Marc de Hond, hij speelde gelijk tegen kanker.’ “Nou ja,” zegt De Hond. “Ervan uitgaande dat het uiteindelijk kanker is, want wie weet wordt het wel dementie.”

Vorig jaar werd zijn blaas verwijderd, maar daarmee is hij nog niet van de kanker af. Zijn lymfeklieren zijn aangetast en dus moet De Hond voortdurend terug naar het ziekenhuis voor CT-scans en bloedtesten. Een pechvogel: op zijn 25ste werd bij hem al eerder een tumor in zijn ruggenmerg ontdekt en werd hij, na een medische fout, getroffen door een dwarslaesie.

De Hond: “Mijn vrouw doet ongelooflijk veel voor mij. Dus mijn stiefmoeder zei, toen ze even de kamer uit was: ‘Marc, wat heb je toch een geweldige meid.’ Ja, zei ik, ik weet ook niet waar ik dat aan te danken heb. Ze keek me streng aan en zei: ‘In het leven krijg je altijd wat je verdient.’ Ik zei: ‘Mam, even voor de zekerheid, hebben we het hier nog steeds over Remona of over de blaastumor en de dwarslaesie?’”

Pijnlijk.

“Waarom? Ik heb voor de operatie een etentje gegeven met al mijn vrienden en familie. Ik heb een afscheidsspeech gehouden voor mijn blaas: ‘Blaas B, die precies in het verlengde ligt van mijn Lange Frans, of zoals mijn vrouw hem noemt: Lil’ Kleine.’ Humor is een fijne uitlaatklep op het moment dat er in je leven dingen gebeuren waar je geen macht over hebt. Door het te ridiculiseren krijg je er tenminste nog een beetje greep op. Eigenlijk zeg je: mij krijg je niet kapot.”

“Hoe ga je om met het feit dat je elke drie maanden op controle moet? Nou, door geen bankstellen meer te bestellen met een levertijd van meer dan drie maanden. Hahaha, ik vind dat grappig. Al vraag ik me af of ik er nog steeds om kan lachen als de dokter echt een keer zegt dat ik nog drie maanden heb.”

Beeld Marc de Hond

Zijn dochter Livia en zoon James zijn nu drie en een jaar oud. Zijn eigen moeder overleed aan borstkanker toen hij zelf drie was. Thuis heeft hij een cassettebandje liggen dat zijn moeder speciaal voor hem en zijn broertje had opgenomen toen ze wist dat het einde was gekomen.

Wat staat erop?

“Het begint met een wens: ‘Ik hoop dat jullie goede Jiddische jongens worden.’ Daarna hoor je hoe ze ons naar bed brengt en voorleest. Het is kort. Het belangrijkste is dat ik haar stem kan horen.”

Hoe vaak luistert u ernaar?

“Bijna nooit, dat hoeft ook niet. Het is genoeg om te weten dat ik het heb en ernaar kan luisteren als ik dat wil. Het is heftig, omdat je luistert naar een vrouw die te horen heeft gekregen dat ze nog maar een paar weken heeft. Ze vertelt geen leuke verhalen uit haar leven, het is een boodschap van een moeder die weet dat ze doodgaat aan haar twee jonge kinderen. Bij mij is het anders: ik kan de dans nog ontspringen, al weet ik niet hoe groot die kans is.”

Niettemin heeft De Hond besloten ook voor zijn kinderen een blijvende herinnering achter te laten: een exclusief voor hen op beeld opgenomen wandeling door zijn leven. Dat moet uiteindelijk in drie maanden tijd veertig uur aan verhalen opleveren. Zijn theaterprogramma Voortschrijdend inzicht, dat hij vanaf januari zou spelen, heeft hij geschrapt en vervangen door 29 theatervoorstellingen met een keur aan interviewers en presentatoren: van Paul de Leeuw tot Sylvana Simons, van Ruben Nicolai tot Andries Knevel.

Beeld Marie Wanders

Zomergasten wordt nagespeeld met Janine Abbring. Moeder en zoon Hanneke en Gijs Groenteman vullen een avond met hem en zijn stiefmoeder. Bureau Sport met Frank Evenblij en Erik Dijkstra gaat over zijn carrière bij de Amsterdamse voetbalclub AFC en als rolstoelbasketballer in het Nederlandse team. Hij is inmiddels al een aardig eindje op streek. Het programma loopt nog tot eind april en wordt afgesloten in Amstelveen met Eva Jinek.

“Mijn kinderen mogen ermee doen wat ze zelf willen,” zegt hij. “Ze mogen er ook voor kiezen om er niet naar te kijken. Het is een verzekering: er is een kans dat ik het later samen met ze kan bekijken, maar ik moet rekening houden met de optie dat het niet goed met me gaat. Voor mij is dit een manier om onsterfelijk te worden.”

Als ik zo vrij mag zijn: een beetje megalomaan klinkt het wel.

“Ik had die mensen natuurlijk bij mij thuis kunnen uitnodigen, maar ik ben gewoon scherper als er publiek bij is. Het helpt me ook als ik mensen steun kan geven in moeilijke tijden. Na de voorstelling ga ik de foyer in en dan kunnen bezoekers die daar behoefte aan hebben met me praten. Dat geeft mij kracht.”

Was het moeilijk interviewers te vinden?

“Ik heb eerst een top 10 gemaakt van mensen die ik graag wilde hebben, maar van wie ik verwachtte dat ze geen tijd zouden hebben. Gewoon om te kijken: wat is de respons? Er waren er drie die het echt niet voor elkaar kregen, de rest deed mee. Terwijl je nogal wat vraagt: de mensen moeten voor mij een hele avond opofferen. En een doorbraak zal het ze ook niet opleveren, want in principe sta je ergens in een dorp voor tweehonderd man mij te interviewen en zien verder alleen mijn kinderen het. Tja, hoe werkt dat? Toen duidelijk werd dat Eva Jinek, Humberto Tan en Coen Verbraak meededen, dachten anderen misschien: mooi rijtje om tussen te staan.”

Zieke mensen hebben nog weleens de neiging zichzelf te verstoppen.

“Het idee alleen al: dat je je moet verstoppen als je fysiek niet helemaal honderd procent bent. Dat je er dan verder niet meer toe doet. Je ziet het in Hilversum nog steeds: dat mensen met een handicap of een ziekte alleen maar op televisie komen om te praten over die ziekte of handicap, maar bijna nooit voor de leuk. Ik heb nu met De slimste mens meegedaan, maar dat is vrij uniek. Dat er iemand met een handicap wordt uitgenodigd om gewoon aan een spelletje mee te doen.”

U zat er niet in uw rolstoel.

“Dat paste niet in het decor. Of had ik moeten zeggen: zaag die bank maar doormidden? Het is ook niet zo dat ik opeens geen dwarslaesie meer heb als ik niet in een rolstoel zit. Die rolstoel is niet mijn aandoening. Dan wordt gezegd: door een medische fout belandde Marc de Hond in een rolstoel. Nee: door een medische fout kreeg Marc de Hond een dwarslaesie en omdat hij niet de hele dag in bed wou liggen heeft hij een rolstoel.”

Realiseren uw kinderen zich wat er gaande is?

“Totaal niet. De oudste weet dat ik ziek ben, maar dat was ik al toen ze nog twee moest worden. Ziek zijn associeert ze met leuke dingen doen in het ziekenhuis. Ze is teleurgesteld als ze niet mee mag, want op de bovenste verdieping zit een pretpark. En de bedden kunnen extreem hoog. Ze vindt het leuk om bij me op bed te gaan zitten en dan met het liftje omhoog te gaan. Doen we alsof het een vliegend tapijt is uit Aladdin.”

Had u het leuk gevonden als uw moeder een project als dit had georganiseerd?

“Dat denk ik wel. Wie zouden haar dan geïnterviewd hebben? Ischa Meijer en Mies Bouwman? Kijk: ik denk dat mijn kinderen nog altijd liever een vader van vlees en bloed hebben en er zullen ook periodes zijn dat ze echt niet zitten te wachten op 29 interviews met mij. Maar misschien komt dat moment er ooit wel. Dan is dit het cadeau wat ik aan ze geef.”

U kunt het iedereen aanraden.

“Ik zou iedereen die de kans heeft voortijdig te overlijden willen zeggen: laat een vriend of vriendin dat interview afnemen. En trouwens ook als je die kans niet loopt. Als kinderen er oud genoeg voor zijn, kunnen ze het zelf doen. Dan krijg je een gesprek dat er anders nooit zou zijn, want welke kinderen weten nou alles van hun ouders?”

Maakt u nog toekomstplannen?

“Maar natuurlijk. En als ik tegen die tijd ziek of dood ben, dan gaat het niet door. Ik denk dat degene met wie ik een afspraak heb gemaakt, daar wel begrip voor heeft. Ik ben gevraagd om weer met de NOS naar de Paralympische Spelen in Tokio te gaan. Daar heb ik ja tegen gezegd. En dan ga ik ook gewoon een week eerder met het hele gezin. Hoe vaak kom je nu in Japan? We gaan er met zijn allen een feestje van maken. Als er veel leuke dingen in mijn agenda staan, denkt de dood misschien wel: hij heeft het nog veel te druk.”

Uw theatershow zou eigenlijk over klimaatverandering gaan.

“Het was een rode draad, ja.”

Interesseert u dat nog wat?

“Ik gooi het plastic tegenwoordig weleens in de gewone prullenbak. Mijn artsen zouden blij verrast zijn als ik het moment dat Nederland onder water komt te liggen nog zelf mee ga maken. Maar ik hou van mijn kinderen. Meer dan van mezelf. Of in elk geval evenveel. Ik hou namelijk ook best veel van mezelf. Dus ik hou evenveel van, nou nee, ik hou net iets meer van mijn kinderen dan van mezelf.”

Bent u bang voor wat er komen gaat?

“Ik weet niet wat er komen gaat.”

U houdt overal rekening mee.

“Ja, maar dat maakt me niet bang. Het maakt me verdrietig. Tegelijkertijd denk ik: bij mij komt het wel goed. Het is een soort overlevingsmechanisme. Dat je dat tot op het laatste moment blijft geloven.”

Krijgt u veel advies?

“Na elk artikel dat over mij verschijnt stromen de mails binnen. Ik zal je even wat vertellen: heel veel vitamine C in-nemen. Of wietolie. Ik kan een hele lijst produceren van dingen die ik zou moeten doen om beter te worden.”

Maakt dat u boos?

“Ik had er laatst eentje die zei: als jij zorgt dat je Jezus accepteert en elke dag tot Hem bidt, dan komt alles goed. O ja, denk ik dan, want christenen gaan nooit dood aan kanker. Het is toch algemeen bekend dat alleen moslims en Joden zoiets overkomt. Wat ik het vervelendst vind: het wordt allemaal met zo’n stelligheid gebracht dat je op een gegeven moment gaat denken dat er echt iets in zit. Maar ach, mensen bedoelen het goed. En over de reguliere geneeskunde kun je ook kritisch zijn.”

Beeld Marc de Hond

Ga uw gang.

“Het is tegenwoordig mogelijk om een biopt van je tumor chemotherapie te geven, gewoon in een petrischaaltje. Als je dat doet kun je buiten het lichaam zien of chemo aanslaat en hoef je het dus niet meer te geven aan mensen bij wie dat niet zo is. Bij 20 procent van de patiënten haalt het namelijk niets uit, maar kennelijk is het goedkoper om het standaard aan iedereen te geven. Ik heb drie keer chemo gehad zonder dat het hielp.”

“Inmiddels laat ik mijn tumor genetisch onderzoeken. Als daar straks een uitslag van is, kunnen ze op basis van het dna van mijn tumor zien wat de afwijking is en bepalen welke experimentele behandeling het meeste kans van slagen maakt. Dan kunnen ze mij nog steeds niets garanderen, maar het lijkt me toch beter dan me verlaten op mensen die mij via internet allerlei vage linkjes sturen.”

Hoe blijft u positief?

“Dat is mijn aard. Een optimist denkt bij alle nare dingen die hem overkomen: dit zal toch wel het laatste zijn. Zo lopen de draadjes in mijn lijf. Ik zit dichter bij mijn ratio dan bij mijn emoties, waardoor ik met mijn ratio mijn emoties kan beïnvloeden. Ik draai vaak het liedje Que Sera, Sera voordat ik een belangrijke uitslag krijg of een operatie inga. Of Bob Marley: Everything’s gonna be alright. Daar haal ik steun uit.”

“Mensen zeggen altijd: er is licht aan het einde van de tunnel. Maar waarom zou je daarop wachten? Het is leuker om alvast wat lampjes in de tunnel op te hangen. Dus heb ik vorig jaar, toen ik hoorde van de tumor, meteen Remona ten huwelijk gevraagd. Hadden we ook iets om ons op te verheugen.”

U heeft vaak verteld over uw grootouders die Auschwitz hebben overleefd.

“Je merkte het niet aan ze. Ondanks wat ze hebben meegemaakt waren het warme, lieve, optimistische en gelukkige mensen.”

Hingen zij ook lichtjes op?

“Mijn broertje en ik waren hun lichtjes. Ze hebben er niet veel over gepraat maar het werd me op een gegeven wel duidelijk dat op de arm van opa niet zijn telefoonnummer stond. Als je de grootste tegenslag kan doorstaan die mensen elkaar ooit hebben aangedaan en dan vervolgens nog steeds… Het is gewoon, als je het zelf niet hebt meegemaakt, niet voor te stellen hoe het is om van een familie met meer dan honderd mensen er opeens nog maar vijf over te hebben. En dan toch levensgenieters kunnen zijn.”

“De filosofie van mijn opa was: wie bang is, krijgt ook klappen. Angst verpest ook de dagen dat er niks aan de hand is. Ze zijn kort na elkaar overleden, precies in het jaar dat ik mijn dwarslaesie kreeg. Ik heb ze toen in dromen wel aan mijn bed zien staan: je gaat het niet opgeven, dat hebben wij ook niet gedaan. En laten we wel wezen: een dwarslaesie is nog altijd een stuk minder erg dan de Holocaust.”

Bent u zo uw eigen ongeluk niet aan het stuk relativeren?

“Het is niet zo dat je van een dwarslaesie moet genieten, maar om hem te accepteren, moet je hem relativeren. Alle narigheid in de wereld zul je moeten relativeren. Op een gegeven moment moeten ook gewoon je kinderen naar bed.”

Uw situatie is nu een andere.

“Ja, de dood is lastig te relativeren. Aan de andere kant kun je van de dood wel zeggen dat je er zelf weinig last van hebt. Tenminste: als je niet gelooft dat er na de dood iets is, dan is dood zijn het probleem niet. Behalve dan voor je familie.”

U lijkt me niet erg religieus.

“Daar ben ik veel te rationeel voor. Een hemel? Ik zie geen enkel bewijs en ik zie er ook geen enkele aanleiding toe. Al vind ik het heel bijzonder dat er mensen zijn die zichzelf dit soort verhaaltjes wel wijs kunnen maken. Dat is ook een vorm van relativeren. Kijk: als je het leven objectief zou bekijken, is het best wel kut. Maar jouw hersenen schotelen je een subjectieve werkelijkheid voor. God waakt over mij of God weet wat goed is voor mij. Ik creëer mijn eigen verhaaltjes. Daarvan ben ik me bewust en desondanks werkt het. Zo briljant zijn onze hersenen.” 

Marc de hond

21 september 1977, Amsterdam

1981-1989

Buitenveldertse Montessorischool, Amsterdam

1989-1995

Casimir Lyceum (vwo), Amstelveen

1996

Studie Economie (in eerste jaar gestopt)

1996-2000

Oprichter Hatchoo! en Veiling.com

2000-2006

Presentator NCRV, 3FM

2006-2007

DJ bij CAZ!

2007-2011

Commentator RTL Poker

2008

Publicatie Kracht

2008-2009

Presentator LLiNK

2010-2012

Nederlands rolstoel-basketbalteam

2015

Theatershow Scherven brengen geluk

2017

Theatershow Wie bang is, krijgt ook klappen

2018-2020

Theatershow Voortschrijdend Inzicht

Marc de Hond woont met zijn vrouw, voormalig atletiek-kampioen Remona Fransen, en hun twee kinderen Livia (3) en James (1) in Badhoevedorp.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden