PlusAchtergond

Mama moet naar school: woonproject voor tienermoeders in Zuidoost

Het ROC van Amsterdam ziet in Zuidoost relatief veel zwangere meisjes en jonge moeders uitvallen op school door problemen met huisvesting. Een samenwerking met woningstichting Rochdale, die tien woonplekken in de flat Echtenstein opleverde, geeft hoop. 

Jeanouska Maduro met dochter QueenyBeeld Lin Woldendorp

De meeste moeders die sinds september met één of twee kinderen in het woonproject wonen, of nog zwanger zijn, zijn van Surinaamse of Antilliaanse afkomst en studeren aan het ROC Op Maat, een opleiding voor jongeren vanaf zestien jaar die geen middelbareschooldiploma hebben en in kleine klassen extra begeleiding ­krijgen. In het laatste studiejaar was een op de zeven leerlingen moeder.

“De uitval van deze zwangere meisjes of jonge moeders speelt in het hele mbo. Ze doen er alles aan om hun hoofd boven water te houden, het zijn doorzetters. Het ROC vindt het belangrijk iets voor hen te doen,” zegt Janneke Gulen, opleidingsmanager van het ROC van Amsterdam.

Studerende jonge moeders kunnen niet in een studentenwoning, jongerenwoning, antikraakpand of op een campus terecht, omdat ze een kind hebben. Ook hebben ze geen recht op maatschappelijke opvang omdat ze te zelfredzaam zijn.

“Omdat ze geen woning hebben, doen deze meisjes vaak aan couchsurfing. De vader is vaak uit beeld. Ze hebben geen netwerk, of hun netwerk is onveilig. Dat is funest, dan zakken ze nog meer af. Ze hebben moeite om school en kind te combineren. School valt dan als eerste af, terwijl dat juist hun ticket naar zelfstandigheid is,” zegt Gulen.

De moeders komen vaak zelf uit instabiele, onveilige ­gezinnen, waar verslaving en armoede voorkomen. ­Sommigen hebben traumatische ervaringen in hun jeugd ­opgelopen door seksueel misbruik, mishandeling of ­verwaarlozing. Velen zijn niet thuis opgegroeid maar door hun oma of tante opgevoed. Sommigen zijn ontheemd of hebben hechtingsproblemen. Velen raken in de schulden.

Deze woonvorm, waarbij twee leerlingen een woning delen, is een pilotproject van twee jaar. “Wij willen deze groep leerlingen die tussen wal en schip valt, een veilige plek bieden. Anders belanden ze straks in de crisisopvang of noodopvang in hotels voor alleenstaande moeders. Als woningstichting hebben we ook een maatschappelijke taak,” aldus Marlou Steenbergen van Rochdale.

De jonge moeders in dit project worden begeleid door onder meer de Volksbond Streetcornerwork. Ze krijgen minimaal om de week huisbezoek.

Jeanouska Maduro (24) met dochter Queeny (4)

‘Thuis was geen liefde’

Jeanouska is opgeruimd van karakter en lacht veel. Ze ziet een mooie toekomst voor zich en is vastberaden haar studie aan het ROC met succes af te ronden. “Ik ben een vechter, een survivor,” zegt ze in haar nieuwe woning die ze met een medeleerling deelt.

Jeanouska is nog maar kort in Nederland. Haar leven in Curaçao was, op zijn zachtst gezegd, moeilijk. Ze groeide op in een huis met twaalf ­familieleden, onder wie drie aan drank en drugs verslaafde, gewelddadige ooms. Er waren veel ruzies thuis, veel huiselijk geweld. Ook Jeanouska is vaak geslagen. ­“Altijd politie over de vloer. Die werden moe van ons.”

Er was ook armoede. Jeanouska’s moeder had geen werk en kon ook niet voor haar dochter zorgen. Eten was er nauwelijks. Jeanouska ging de straat op om drugs te verkopen, zodat ze brood kon ­kopen. “Ik belde vaak naar 918, de kindertelefoon. Zelfs zo vaak, dat de kinderbescherming op een gegeven moment langskwam.”

Op haar twaalfde ging ze ­samen met een nichtje dat ook in het familiehuis woonde, naar een pleeggezin. Het werd een tocht van pleeggezin naar internaat en weer terug naar huis, uiteindelijk sliep ze bij vriendinnen op de bank. “Er was thuis geen liefde. Ik was heel angstig, werd gekleineerd. Mijn familie heeft me veel pijn gedaan, toch hou ik nog van hen.”

Zelf is ze nooit drugs gaan gebruiken. “Ik wist als kind al: dit leven wil ik niet.”

Op haar negentiende raakte ze in verwachting. Ze trok bij haar toenmalige vriend en zijn moeder in. De relatie was geen lang leven beschoren. Weer volgde een tocht langs verschillende verblijfadressen. Uiteindelijk liep ze Sheila Albertoe van jeugdorganisatie Bos di Hubentut, die onder meer huiselijk geweld en (seksueel) misbruik bij kinderen bestrijdt, tegen het lijf. Zij bleek de verlossende engel. Met hulp van Sheila verhuisde Jeanouska naar Amsterdam. “Sheila en ik dronken altijd thee en spraken veel met elkaar. Sheila zei: ‘Je moet iets bereiken in je leven. Ik stuur je niet voor niets naar Nederland.’ Ik denk nu veel aan haar.”

Na een jaar in Huize Kalor, een gezinshuis voor jonge moeders in Zuidoost, mocht ze met haar dochter een van de tien kamers betrekken van Rochdale. Ze heeft haar leven op de rit en voelt zich sterk. Ze studeert aan het ROC om maatschappelijk werkster te worden. “Ik geloof in God. Alles heeft betekenis. Ik heb veel problemen meegemaakt en kan andere vrouwen straks helpen, door mijn eigen ervaring.”

Deze woning ziet ze als een kans. “Soms ben ik moe, wil ik niet naar school, maar dan zeg ik tegen mezelf: waarom ben ik hier? Sta op en vecht voor jezelf en je dochter. Ik wil Queeny een ander leven geven. Op mijn arm heb ik een bloem laten tatoeëren. Want nu bloei ik.”

Shenifa Ajerie met dochter Clémence.Beeld Lin Woldendorp

Shenifa Ajerie (20) en dochter Clémence (4)

‘Hier kom ik tot rust’

Acht maanden oud was ­Shenifa toen haar moeder om medische redenen van Suriname naar Frans-­Guyana trok. Shenifa bleef achter bij haar overgrootmoeder en tante. “Oma was heel streng voor me. Ik ben op mijn veertiende naar mijn moeder verhuisd. Daar raakte ik op mijn vijftiende zwanger.”

Op haar negentiende wilde ze weer weg uit Frans-Guya­na. “Ik heb daar een traumatische ervaring meegemaakt, maar daar wil ik niet over praten. Het was er niet meer leefbaar. Ik wilde mijn dochter beschermen.”

Ze verhuisde met Clémence naar Nederland en trok in bij haar vader in Almere. Na een maand stuurde hij hen weg en zocht Shenifa onderdak bij een nichtje dat zelf vier kinderen had. “Mijn dochter en ik sliepen ruim een jaar in haar woonkamer op een kleine matras.” Uiteindelijk kwamen ze in de noodopvang in Osdorp terecht, in een hotel met andere alleenstaande moeders.

Via streetcornerwork kwam ze in deze woning voor jonge moeders terecht. “Dit project gaat het beste uit mezelf halen. Ik kan nu bereiken wat ik wil, ik heb rust. Mijn dochter heeft een tafeltje voor haar huiswerk en kan hier buitenspelen.”

In de hoek van haar kamer staat een schoolbord met het alfabet. “Clémence vindt het hier geweldig. We waren in een fase van ons leven waarin zij geen plezier had. We gingen van huis naar huis. Ze lachte niet meer en wilde ­altijd maar slapen. Hier is ze opgeleefd. Ze is vrijer geworden en blij. Vroeger zat ze in een hoekje.”

Met Shenifa zelf gaat het ook beter. “Ik kom hier tot rust. Als ik stress heb, word ik paniekerig. Muziek kalmeert me. Ik lees graag boeken in het Frans en bak taarten.”

Ze studeert aan het ROC en wil graag in het management van een retailbedrijf terechtkomen. “Maar ik wil realistisch zijn en ga voor een baangarantie. Er is veel vraag naar kraamvrouwen, dus na de opleiding Handel en Retail wil ik doorgaan voor een opleiding tot kraamvrouw. Ik wil mijn rijbewijs halen en een auto kopen.”

“Als ik niet in dit project terecht had gekund, was ik gaan werken en nooit aan een opleiding begonnen. Mijn ­diploma halen is nu het ­belangrijkste. Dat staat op nummer één. Ik heb veel meegemaakt, maar ik heb niet opgegeven. Ik ben veranderd en heb een ander gezicht gekregen: ik ben hier mezelf geworden.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden