PlusAchtergrond

Mag ik even door je weiland crossen? De zelfopgelegde uitdagingen van amateurfietsers

Hardloopkunstenaar Sander Gabel rent met de sportapp Strava routes in de vorm van een dolfijn of kat. Ook deze fietsers zoeken uitdagingen in hun parcours.

Frank Noort (55), projectmanager in de IT, Koog aan de Zaan. Uitdaging: tegeltjes verzamelen.

Frank Noort (55).Beeld Ivo van der Bent

“Dit klinkt raar voor de onwetende lezer, maar al fietsend verzamel ik tegeltjes op een grote kraskaart die als een denkbeeldige deken over Nederland is gelegd. Via Strava gebruik ik een tool waarbij Nederland is opgedeeld in tegeltjes van een mijl bij een mijl. De sport is nu om in elk van die tegeltjes te fietsen zodat ze ingekleurd worden op mijn kaart.

Het idee kwam van een fietsmaatje. We fietsten regelmatig samen, altijd hard en venijnig sjeesden we door de polders. We waren constant bezig met beter worden en elkaar beconcurreren. Dwangmatig pakte ik bijna dagelijks de fiets. Het was bijna neurotisch. Wielrennen werd vervelend, terwijl we beiden juist wilden genieten.

Die vriend kreeg burn-outklachten door toestanden op het werk, ik ervoer ook stress door te moeten wielrennen. Het was geen keuze meer. We besloten tegeltjes te verzamelen en nu hebben we weer plezier op de fiets.

Bijkomend voordeel is dat we veel minder de wegen berijden die we al 500 keer hebben gehad. Dit is een ontdekkingstocht. Soms moeten we over hekken klimmen om een stukje in een denkbeeldige tegel te rijden of bellen we aan bij een boer of we even in zijn weiland mogen rijden.

We plannen elk weekeinde een nieuwe route. Al hebben we nu alle tegels in de omgeving gehad, waardoor we gedwongen zijn met de auto naar een nieuw gebied te rijden. Ik zie nu nog meer de schoonheid van Nederland.”

Eline van Straalen (39), coördinator online winkel, Amsterdam. Uitdaging: Race Around the Netherlands.

Eline van Straalen (39)Beeld Ivo van der Bent

‘Ik greep pas anderhalf jaar geleden voor het eerst naar een racefiets. Daarvoor had ik alleen zo’n stadsfietsrammelbak. De glimlach kwam als vanzelf op mijn gezicht. Het gevoel van vrijheid voelde als een openbaring. Ik wist meteen dat ik een nieuwe verslaving had.

Halverwege dit jaar zit ik inmiddels op ruim 8000 kilometer. Afstanden van minder honderd kilometer vind ik bij wijze van spreken de moeite van het omkleden niet waard. Mijn ‘normale’ ritten tellen al gauw 200 kilometer. Dat begon met een terugreis van 160 kilometer van mijn ouders in Enschede waar ik steeds stukjes aan toevoegde.

Nu bereid ik mij voor op Race Around the Netherlands op 29 augustus: geheel zelfvoorzienend 2000 kilometer langs de landsgrenzen van Nederland maken. Hulp van anderen is verboden; dat is de schoonheid van deze uitdaging.

In aanloop naar dat evenement had ik kort geleden een dinsdag vrij genomen. Op maandag at ik na mijn werk een bord pasta leeg om vervolgens om 18.30 uur naar Vaals in Limburg te rijden. De volgende ochtend kwam ik daar om 6.30 uur aan. Ik kocht broodjes bij de bakker en reed weer helemaal terug. Na 26 uur fietsen, en dik 500 kilometer op de teller, reed ik Amsterdam binnen. De volgende ochtend meldde ik me weer op kantoor.

Door Strava krijg ik veel inspiratie van anderen. In mijn achterhoofd heb ik al bedacht een keer rechtstreeks naar Parijs te fietsen of om Europa van oost naar west te doorkruisen. Gewoon lekker fietsen.”

Nicole van Batenburg (26), werkzoekend, Amsterdam. Uitdaging: alle provincies ronden.

Nicole van Batenburg (26).Beeld Ivo van der Bent

“Als ik eenmaal 200 kilometer aan het fietsen ben, vergeet ik waar ik mee bezig ben. De runner’s high is een bekend begrip, maar ik heb een cyclist’s high. Misschien is het een aangeboren talent om heel lang op een fiets te zitten.

Na drie jaar wielrennen wilde ik mij dit seizoen richten op wedstrijden. Ik ben competitief en wil strijden tegen anderen. Tot corona kwam. Als grap bedacht ik om elke ­provinciegrens te ronden. Dat begon eenvoudig: Flevoland, Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht kon ik vanaf mijn huis rijden, maar inmiddels heb ik er zeven van de twaalf gehad en staan alle grote provincies nog open.

Op Strava zag ik ook andere fietsers deze gekkigheid uithalen, daar haalde ik motivatie uit om het zelf ook maar gewoon te doen. Ik barst altijd van de energie en heb veel drukte in mijn hoofd, fietsen is echt mijn uitlaatklep. Het liefst zou ik elke dag alleen maar op de fiets zitten.

Flevoland kan ik overigens iedereen afraden. Die rechte wegen zijn droevig. Groningen was verrassend mooi, maar de beste herinneringen bewaar ik aan de 345 kilometer rond Zeeland. Die reed ik als enige provincie niet alleen. Een vriend ging mee en tijdens die rit werd hij mijn vriend. Wat wil je ook? Als je vijftien uur met elkaar fietst, kun je echt niet meer om elkaar heen. De laatste vijf provincies moet ik weer alleen doen, mijn vriend heeft de buit immers al binnen.”

Jacco de Vries (48), technische receptie fietsenzaak en content creator bij fietsclub Cycle Capital, Uithoorn. Uitdaging: ‘Everesten’ op het Kopje van Bloemendaal voor het Prinses Beatrix Spierfonds.

Jacco deVries (48).Beeld Ivo van der Bent

“Wielrennen hangt aan elkaar van mooie en sterke verhalen, en ik ga op 11 juli zelf een mooi hoofdstuk schrijven. Het plan is om dan 255 keer achter elkaar het Kopje van Bloemendaal te beklimmen, alsmaar heen-en-weer fietsen. Na die 255 keer heb ik 8848 meters omhoog gemaakt, net zo veel als de hoogte van de Mount Everest.

Mijn omgeving is deze uitspattingen van mij gewend. Ik maak jaarlijks meer kilometers op de fiets dan de meeste mensen in de auto doen. Waarschijnlijk heb ik een bepaalde aanleg voor deze licht autistische uitdagingen, ik ben regelmatig bezig met beproevingen die anderen als mensonterend bestempelen. Het is bovendien niet de eerste klim die ik ga ‘everesten’.

Het Kopje is voor iedere fietsliefhebber uit de omgeving van Amsterdam de scherprechter, maar ik heb eigenlijk een hekel aan het ding. Ik fiets er vaker langs dan overheen, ondanks de allure die Gerrie Knetemann – de beste Amsterdamse wielrenner aller tijden – aan het klimmetje gaf door er vaak te trainen.

Er ligt een plan, maar dat heb ik meer gemaakt voor mijn geliefden. Mijn vriendin gaat die dag gewoon andere dingen doen. De start is aan het begin van de avond zodat ik na twintig uur fietsen eindig in de middag. Dat is mentaal een prettig vooruitzicht tijdens al die nachtelijke uren. Het doet ongetwijfeld pijn, het wordt ongetwijfeld saai en ik houd er ongetwijfeld een jetlag aan over. Het is een solitaire bezigheid, maar ik heb er heel veel zin in. Misschien ga ik nu wel echt van het Kopje houden, of het nog meer haten.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden