null

PlusExclusief

Louis d’Or-winnaar Emmanuel Ohene Boafo: ‘Ze maakten grappen over me en ik moest dansen zoals Carlton uit The Fresh Prince of Bel-Air’

Beeld Marc de Groot

Emmanuel Ohene Boafo (28) is de eerste zwarte man die de Louis d’Or ontving, de belangrijkste Nederlandse prijs voor toneel­acteurs. Hij is er bijna net zo trots op als zijn Ghanese ouders. Nu de volgende stap: film, buitenland. ‘Een stemmetje zegt: het is tijd.’

Robert Vuijsje

Emmanuel Ohene Boafo won dit jaar de Louis d’Or, de belangrijkste Nederlandse prijs voor toneelacteurs, en zegde zijn ­contract bij Het Nationale Theater op; hij wil voor een internationale filmcarrière gaan. O ja, en hij woont nog bij zijn ouders, in Amsterdam-Noord, bij het Waterlandplein. Of eigenlijk woont Emmanuel ­Ohene Boafo (28) wéér bij zijn ouders.

“Op dezelfde kamer als vroeger,” vertelt hij op de bovenste verdieping van de A’DAM Toren, zijn vaste hangout. “De inrichting is wel veranderd. Ik heb nu een tweepersoonsbed.”

Op de Toneelacademie in Maastricht woonde hij al vier jaar op zichzelf. “Mijn eigen huis, eigen regels, ik hoefde met ­niemand rekening te houden.” Na een ­harde lach: “Nu zit ik weer thuis, alsof ik een jongetje van vijf ben. Het liefst zou ik een eigen plek hebben gehad, met mijn verloofde.”

Maar?

“Wat in Amsterdam-Noord gebeurt is dubbel. De nieuwbouw is fijn, en dat de buurt opknapt. Maar het wordt veel duurder. Mensen die ik ken worden gedwongen hun wijk te verlaten. Kinderen die uit huis gaan, kunnen niets betaalbaars vinden. Dat geldt ook voor mij.”

Dit is de eerste keer dat hij zichzelf vandaag ‘een agressieve optimist’ noemt. Want: “Het is fijn om deze tijd met mijn ouders te hebben, daar zijn mooie dingen uit gekomen. Tijdens de eerste lockdown hebben we samen gebarbecued op het balkon. We dachten: dit is geweldig, waarom deden we het niet eerder?”

Zijn twee zussen verhuisden naar Engeland, zijn getrouwd en hebben kinderen. De een studeerde er internationaal recht, de andere werd verpleegkundige. Hij lacht weer: “En ik ben de baby, de verwendste.”

Een paar dagen eerder, in de laatste week van november, bezocht Ohene Boafo, in Ghanese traditionele kleding, op Paleis Noordeinde de uitblinkerslunch van het Koninklijk Huis. De koning en koningin ontvingen 26 Nederlanders die dit jaar een prijs wonnen. “Het was fantastisch, een droom. Ik kon bijna niet geloven dat het gebeurde.”

Waarom niet?

“Het is allemaal zo snel gegaan, binnen een paar jaar. Ik ging naar de Toneelschool, kwam daarna meteen bij Het Nationale Theater, won de belangrijkste prijs en ineens zat ik te lunchen met de koning en de koningin.”

“Mijn ouders begonnen te schreeuwen toen ze het hoorden. Ze riepen: wij hebben jou op deze aarde gezet, we willen mee naar die lunch. Ze kwamen uit Ghana met een droom, een doel: een beter leven voor hun kinderen. Als je zoon dan gaat lunchen bij de koning, dat is een groot moment.”

Het naambordje dat in Paleis Noordeinde op tafel stond, ging mee naar huis. En op zijn telefoon staat een foto van de menukaart bij de lunch: vooraf gelakte langoustine en een gepofte soufflé gevuld met achiotecrème, gevolgd door gebakken ­reerugfilet met bloemkoolhart in beurre noisette en gebakken koningsboleten. “Ik zat tegenover de koning en Máxima, ze waren zo lief en geïnteresseerd. Met haar heb ik over Ghana gepraat, zij is daar ook geweest. Je merkte dat ze echt hun huiswerk hadden gedaan.”

Waarom droeg je traditionele kleding?

“Ik vind het netjes, een vorm van respect. Ik draag de Ghanese identiteit mee, dit is hoe ik mijn twee kanten bij elkaar laat komen. Een gastvrouw vertelde hoe we één voor één binnen moesten komen. We moesten onze naam zeggen en welke prijs we hadden gewonnen.”

null Beeld Marc de Groot
Beeld Marc de Groot

“Ik stond daar terwijl ik in mijn hoofd steeds die zin repeteerde: ik ben Emmanuel Ohene Boafo en ik heb de Louis d’Or gewonnen. Tot ik dacht: hoe nerveus is dit, ik ga toch niet mijn eigen naam vergeten?”

Waren er nog andere mensen die op jou lijken?

“Eén lichtgetinte man.” Op de gastenlijst stond ook dichter Alfred Schaffer, dit jaar winnaar van de P.C. Hooft-prijs. “Dus laten we zeggen: twee donkere mannen.”

Alle gasten hadden iets bijzonders gepresteerd, de koning zit daar...

“Vanwege zijn bloedlijn, ja. Nee, die tegenstelling hebben we niet besproken. Maar we waren allemaal benieuwd naar: wie is die man? Hij en Máxima zijn ook maar gewoon gewoon mensen, met hun eigen dromen. We spraken ook over zijn hobby’s, hij houdt van vliegen. Maar toen ging een belletje en moesten ze naar de volgende tafel.”

De obsessie met acteren begon tijdens een voorstelling in De Meervaart. “Met school had ik daarvoor al wel toneelstukken gezien, maar die waren niet goed uitgekozen. Te abstract, niet geschikt voor jongeren.”

“Naar De Meervaart ging ik met een vriend. Backfire was een voorstelling van JongRast, inmiddels heten ze DeGasten. Een gemengd gezelschap, op het podium zag ik een verzameling mensen zoals mijn eigen vriendengroep. Ze praatten zoals ik, het was zo echt: de muziek, de manier van dansen. Het verhaal trok me ook aan.”

Waar ging het over?

“Een gestolen scooter. Wie heeft het gedaan? En daarna zag je een reis door het nachtleven, met dans en gevechten, alles zat erin. Die acteurs waren in mijn ogen supersterren.”

En toen?

‘Ik deed auditie bij JongRast en werd aangenomen. Eerst kwam ik in de trainingsgroep-plus, daar speelde ik mijn ­eerste hoofdrol in het stuk Holy Moses. Ik speelde Mozes. Daarna mocht ik doorstromen naar de productiegroep. Dat was waar het gebeurde.”

“Van 10 uur ’s ochtends tot 10 uur ’s avonds montagewerk, een voorstelling echt in elkaar zetten. Met de regisseur onderzoek doen: hoe gaan we dit samen het beste stuk maken, iets waar we allemaal achter kunnen staan? Spelen, oefenen, beter maken, doorgaan – ik kon er geen genoeg van krijgen. In die tijd voelde ik: dit is geen hobby meer, dit wil ik de rest van mijn leven doen.”

Ben je een nerd?

“Ja, zeker. Maar zo voelde het voor mij: spelen was alles.”

‘Mijn vader vond toneel leuk, voor als hobby erbij. Maar als serieus beroep? Nee, dat kon hij niet accepteren.’ Beeld Marc de Groot
‘Mijn vader vond toneel leuk, voor als hobby erbij. Maar als serieus beroep? Nee, dat kon hij niet accepteren.’Beeld Marc de Groot

In die tijd deed zich één complicatie voor: “Mijn vader vond toneel leuk, voor als hobby erbij. Maar als serieus beroep? Nee, dat kon hij niet accepteren. Ze waren niet helemaal uit Ghana gekomen zodat ik kon gaan spelen en geen geld zou hebben. Accountant of dokter of advocaat: hij wilde vastigheid. Terwijl ik denk: ja, wat is vastigheid nog tegenwoordig?”

Wat vond je moeder ervan?

“Pas toen ik ging acteren, besefte ik: dit heb ik van haar. In Ghana studeerde ze economie en hier werkt ze als schoon­maker, maar nu kijk ik naar haar en denk ik: jij wilde eigenlijk actrice worden. Op Salto 2, die Amsterdamse lokale zender, maakt ze met vriendinnen een eigen soapserie: GAM TV.”

“Twee jaar geleden zat ik in de korte film Venserpolder en moest iemand mijn moeder spelen. Ik zei dat ik wel iemand wist: mijn eigen moeder. Als ik haar nu zie spelen... Ze kan het heel goed.”

“Het was vooral mijn vader die niet ­wilde dat ik acteur werd, hij is de head of the family. Mijn moeder ging daarin mee, zeg maar. Ik werd ook brutaal. Terugschreeuwen, dat deed ik nooit, maar toen moest ik wel: dit is míjn leven, ík mag bepalen wat ik daarmee wil doen.”

Het werd drie jaar verplicht International Business Studies aan het ROC. “Op de automatische piloot. Ik kreeg een gesprek met Elike Roovers, artistiek leider van Jong­Rast. Zij geloofde in mijn talent en vroeg zich af of ik dit wel echt wilde. Waarom vocht ik er dan niet meer voor? Ze bood zelfs aan met mijn vader te praten. Dat leek me niet zo’n goed idee. Toen ben ik een paar maanden gestopt. Ik woonde in het huis van mijn vader, het waren zijn regels.”

En daarna?

“Ik ben stiekem teruggegaan. Maar mijn vader kwam erachter. Het schema was niet veranderd bij JongRast. Hij zag dat ik weg was op precies dezelfde tijden.”

Wat vond hij daarvan?

“Hij vond dat ik hem disrespecteerde. Waarom deed ik dit achter zijn rug om terwijl we een afspraak hadden? De nieuwe afspraak werd: oké, dit is de allerlaatste voorstelling waaraan je mag meedoen, als deze klaar is, stop je hiermee. Ik zei oké, maar ik wist dat het niet klaar was.”

‘Als donkere acteur wil ik ook de winnaar in een verhaal kunnen zijn, of de held.’ Beeld Marc de Groot
‘Als donkere acteur wil ik ook de winnaar in een verhaal kunnen zijn, of de held.’Beeld Marc de Groot

“Die voorstelling heette I don’t care. Na afloop werd ik benaderd door Kemna Casting, ze heten nu Post Castelijn Casting. Ze wilden me mijn eerste rol in een film geven, Exit. Meteen de hoofdrol.” Weer lachend: “Toen mijn vader zag welk salaris ik verdiende met die rol, dacht hij: oké, dit is toch wel serieus.”

Dat maakte alles anders?

“Niet alleen het geld. Exit won een ­Gouden Kalf voor Beste Televisiedrama, dat maakte indruk. En het ging over asielzoekers, over Afrikanen. Mijn ouders herkenden zich in het verhaal. Niet dat ze zelf de dingen uit die film hadden mee­gemaakt, maar ze kenden mensen voor wie het wel zo was gegaan. Ze zagen: dit is niet zomaar een film, het doet er echt toe. En het kwam op tv. Ze konden iedereen bellen die ze kenden: jullie moeten allemaal kijken, onze zoon komt op tv.”

Exit is van 2013, in 2014 mocht Ohene ­Boafo beginnen aan de Toneelacademie Maastricht. In het derde jaar, tijdens de stage bij Het Nationale Theater, deed zich iets ingewikkelds voor. Bij de repetities voor het stuk Ondertussen in Casablanca. “Het was een scène met twee blonde collega’s. Zij speelden golfers en ik hun caddy, als een soort knecht. Zij maakten grappen over mij en ik moest dansen zoals Carlton, uit de tv-serie The Fresh Prince of Bel-Air. Ik voelde me dom in die rol. Ik wist dat vrienden en familie kwamen kijken. Die zouden denken: wat is dit? Ik had steeds een gevoel in mijn buik: dit is niet goed.”

Maar?

“Het was mijn eerste rol in een grote voorstelling die het hele land door zou gaan. Ik kwam net kijken, kon ik het maken om te zeggen dat ik deze scène niet wilde doen?”

Was het zes jaar geleden anders dan nu?

“Een vriendin trok toen al haar mond open, maar dat gebeurde niet vaak. Uit­eindelijk vond ik toch dat ik iets moest zeggen: sorry, ik voel me dom in deze ­scène en het is clichématig, kunnen we dit niet anders doen?”

“De regisseur voelde zich aangevallen, hij wilde laten zien hoe slecht wij zijn als mensen. Ik vond: dat weten we toch al, wat is hier nieuw aan, waarom moet dit worden getoond? Andere mensen vroegen aan de regisseur wat zijn doel met deze scène was. Daar kwam een vaag antwoord op.”

“Die scène is veranderd. Ik ging een van de rijke golfers spelen en er was geen caddy meer. Als donkere acteur wil ik ook de winnaar in een verhaal kunnen zijn, of de held. Niet dat alleen mijn pijn wordt geëxploiteerd om anderen op te voeden. Het kost te veel energie om steeds bezig te zijn met die pijn.”

Over pijn: hebben andere zwarte Nederlanders, van Surinaamse of Antilliaanse afkomst, ooit iets gezegd over jouw Ghanese voorouders?

“Omdat ik een Ashanti ben? Zo van: jouw voorouders hebben mijn voorouders als slaven verkocht? Nee, dat heeft nooit iemand gezegd. Ghana heeft excuses gemaakt aan Suriname: sorry dat dit is gebeurd, wij zijn jullie broeders en we ­houden van jullie. In 2019 heeft Ghana The Year of Return georganiseerd, een jaar van activiteiten voor nakomelingen van slaven uit Noord- en Zuid-Amerika. Een uitnodiging om in Ghana te komen kijken, ze konden een paspoort laten maken.”

“Die pijn is er nog, ook bij mijn mensen. Met ons is een spel gespeeld, heel ingewikkeld: het verraden van elkaar, om te overleven. Wij zijn tegenover elkaar gezet, de Ashanti en andere stammen. In Ghana bestond al een systeem, met housemaids bijvoorbeeld, dat was normaal. Maar niet de horror van de slavernij nadat de Europeanen kwamen. De betekenis van slavernij is daarna veranderd. Wat als de Euro­peanen nooit naar Afrika waren gekomen? Dat vind ik een interessante vraag.’

In Sea Wall, de solovoorstelling waarvoor Ohene Boafo de Louis d’Or won, speelde zijn kleur geen rol. “Het gaat over een vader, een fotograaf. Ik zal de details niet spoileren, maar met hem is iets heftigs gebeurd. De monoloog gaat over familie, de liefde voor zijn vrouw en dochter. En gesprekken met zijn schoonvader, over liefde, bier en God. Waar is God als je hem nodig hebt? Bestaat hij wel?”

“In de tekst herkende ik me, maar ook weer niet. Ik ben geen vader en best jong om zoiets zwaars te dragen. En ik ben ­gelovig. Het personage is dat totaal niet.”

Sea Wall is een Engelse tekst die niet werd vertaald. “Dat had ik nooit eerder gedaan. Thuis spraken we een mengeling van Nederlands, Engels en Twi, een Ghanese taal. Ik was al bezig met Engels, als er een rol zou komen, wilde ik ready zijn. Een monoloog had ik ook nog nooit gespeeld.”

Hoe kwam het tot stand?

‘Bij Het Nationale Theater had ik na drie jaar gezegd dat ik weg zou gaan. Daarvoor hadden we al getekend. Toen kwam corona en alles lag stil. Ze boden me aan nog één jaar te blijven en salaris te krijgen. Supergenereus. En ze kwamen met deze coronaproof voorstelling voor hun project Het Nationale Theater speelt altijd. Na de lockdown heb ik hem nog gespeeld voor volle zalen in ITA, de Stadsschouwburg.”

Op zijn telefoon staat een filmpje van wat er op het Gala van het Nederlands Theater gebeurde na de bekendmaking van de jongste en eerste zwarte winnaar van de Louis d’Or: Ohene Boafo schreeuwend en dansend met Daniël Kolf en Dionne Verwey, die waren genomineerd voor andere prijzen. “Dit was ons moment, zo voelde het. There’s been a shift.”

null Beeld Marc de Groot
Beeld Marc de Groot

“Ik wist dat de voorstelling genomineerd was en dat de kans bestond dat ik zelf ook werd genomineerd voor de Louis d’Or. Dat hoop je ergens stiekem in je achterhoofd. Je laat het ook weer los. De eerdere winnaars waren allemaal wit en veel ouder dan ik. Tijdens de toespraak over de winnaar besefte ik: dit gaat over mij. Je voelde de spanning in de zaal, mensen begonnen al te schreeuwen.”

Heb je gedacht: ze geven me deze prijs vanwege mijn kleur?

“Toen ik hoorde van de nominatie flitste het even door mijn hoofd. Maar ik dacht meteen: dit is dus precies wat ik níét ga doen. Ik heb hier hard voor gewerkt, ik ben er goed in en het is tijd. Er zullen vast wel mensen zijn die denken dat het door mijn kleur komt, maar ik weet dat het niet zo is – door hoe het voelde, door de reacties op de voorstelling, van collega’s en het publiek.”

“En ook al was het wel gebeurd dankzij mijn kleur: het was allang tijd, eigenlijk is het te laat dat iemand zoals ik deze prijs krijgt. Ik sta op de schouders van de donkere acteurs voor mij en de generatie hierna kan weer op mij steunen.”

En nu wil je filmacteur worden in het buitenland.

“Twee dagen geleden had ik mijn laatste gesprek bij Het Nationale Theater. Daar had ik zekerheid, een vast contract, elke maand een salaris, toffe mensen om mee te werken. Waarom zou ik weggaan?”

Ja, waarom?

“Het is die onderbuik. Een stemmetje dat zegt: het is tijd. Ik blijf een agressieve optimist. Toch denk ik natuurlijk ook: voel ik dit echt goed of ben ik gek aan het worden? Maar ik ga het gewoon proberen. Ik ben nog niemand tegengekomen die tegen me zei: ik denk dat het je niet gaat lukken. En als ik iemand zou tegenkomen die dat zegt, dan nog houdt dat me niet tegen.”

Loopt er al iets?

“Nee, er is nog helemaal niets. Voor mijn portfolio wil ik ook in Nederlandse films blijven spelen. Verder wordt het ­lobbyen en kennismaken en hopen dat er een rol gaat komen. Heel eng. Maar als je geen risico’s neemt, gebeurt er sowieso niets.”

null Beeld

Emmanuel Ohene Boafo

(Meppel, 1993)

1997-2005 Mgr. Bekkersschool, Amsterdam-Noord
2005-2009 Bredero College, vmbo-horeca
2009-2012 International Business Studies, ROC Hoofddorp, later Amstelveen
2013 Eerste filmrol in Exit, Gouden Kalf voor Beste Televisiedrama
2014-2018 Toneelacademie Maastricht
2018-2021 Het Nationale Theater
2021 Winnaar Louis d’Or voor beste mannelijke dragende toneelrol in Sea Wall

Emmanuel Ohene Boafo woont met zijn vader en moeder in Amsterdam-Noord.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden