PlusLongread

Loslaten versus volledige vrijheid: de betekenis van een tussenjaar

Beeld Xurxo Lobato/Getty

Een tussenjaar betekent voor veel jongeren uitstel van het negen-tot-vijfbestaan, volledige vrijheid en persoonlijke groei. Voor ouders is het een ander verhaal: die moeten hun kind loslaten. ‘Wil ik dit wel voor mijn zoon?’

Tot nu toe loopt zijn tussenjaar lekker, zegt Moos (18), mijn zoon. Al zijn vrienden doen het ook. Vorige week waren ze met zijn allen in Domburg. Hadden ze wat ­studentes, derdejaars, meegenomen. Met meiden van drie jaar ouder moet je goed op je woorden letten. De jongens zeiden dat ze hun tweede tussenjaar ingingen. Dat wilden die studentes nog wel geloven, maar toen een van de jongens een grap had gemaakt over een derde tussenjaar waren de studentes vertrokken.

Moos en zijn vrienden Ole (18) en Ilias (18) willen na zes jaar middelbare school de ratrace onderbreken. Even de tijd stilzetten en om zich heen kijken. “Als je meteen doorgaat, ben je over vier jaar klaar met studeren en is je jeugd ineens voorbij.”

Alle gekheid eruit

Dit is het ultieme leven, vinden deze jongeren. Iedereen heeft tijd. Er is geen irritante conrector meer die in hun nek hijgt. Ze moeten een beetje geld verdienen, maar veel hebben ze niet nodig. Ze kunnen drinken, uitgaan en hebben overal vrienden die ook een tussenjaar doen. Via Instagram en Snapchat nodigen ze meisjes uit, bij iemand wiens ouders op reis zijn. Ze hebben half Amsterdam, meisjesgewijs, leren kennen.

Anderen zien hen als luilakken, zegt Ole. Daarom wil hij maar één tussenjaar nemen, niet twee. Anders verlies je je ­concentratie. Zijn vader vond het maar niks. Die was begonnen over oude studiegenoten die ook ‘even’ waren gestopt. Veel­belovende jongens van wie uiteindelijk niets terecht was gekomen. En dat allemaal door een tussenjaar.

Vorig weekend was Ilias met tien gasten in België. Waren ze hard gegaan. De dag erna ging hij ook wat doen met vrienden. Het hoeft niet elke keer veel te zijn, zegt hij: je kunt ook chillen. Maar meestal gebeurt er iets en gaan ze toch hard. Dit is de tijd dat je alle gekheid eruit kunt gooien, zodat je over een jaar of vijf uit­geraasd bent en rustiger wordt, zegt Ilias. Anders krijgt hij later misschien spijt en gaat hij alsnog gek doen.

Moos (18).Beeld Dalal El Ouariachi

Kijk, zijn broer heeft rechten gestudeerd en heeft op z’n 23ste al een mooie baan. Zekerheid en alles. Maar zijn broer, en zijn tante die op de Zuidas werkt trouwens ook, die moeten weleens een nacht doorhalen om werk af te krijgen. Die moeten zich de hele tijd omhoogwerken voor hun carrière.

Eerlijk gezegd weet hij niet of hij dat wil. Eerlijk gezegd denkt hij dat je van zo’n leven kapot kunt gaan. Laatst moest hij drie dagen achter elkaar werken in het ­restaurant. Hoe kwam hij die ooit door? Ik hoef er nog maar twee, dacht hij na de eerste dag. En na de tweede dag was hij al over de helft. Na de derde dag was hij vrij. Misschien is het vooral wennen en groeit hij straks ook in zo’n carrière als zijn broer.

Maar liever wil hij het iets relaxter doen. Misschien een club beginnen, net als zijn vader. Waar allemaal mensen komen om een goede tijd te hebben. Wel lekker verdienen, zodat hij elke maand blij wordt als hij de storting op zijn rekening ziet. Maar niet zo hard werken dat het zuur wordt.

Ilias moet nodig weer eens nadenken en zijn hersenen trainen, vindt hij. Dat heeft hij niet meer gedaan sinds die laatste SE-week in mei. Hij wil een boek kopen. Iedereen zegt dat hij De alchemist van Paulo Coelho moet lezen. Over een herdersjongen die op reis gaat, de wereld verkent en ondertussen allemaal levenslessen leert. Dat past bij zijn situatie. In het komend tussenjaar wil Ilias in ieder geval Arabisch leren, zodat hij eindelijk met zijn oma kan praten.

Een tijdje geleden, op het hoogtepunt van corona, toen het erop leek dat je reizen en vakanties wel kon vergeten, hadden Ole en Moos bedacht om in Utrecht te gaan studeren. Volgens Ole is zeventig procent van de studenten er vrouw. Groningen was te ver. Leiden te kak. In Utrecht konden ze nieuwe mensen ontmoeten. Het was dichtbij, waardoor ze hun vrienden in Amsterdam konden behouden. Ze hadden een huis met een rieten dak gevonden, in het centrum. Als ze vol zouden lenen en de ouders meebetaalden, zou het wel gaan, dachten ze.

Toen duidelijk werd dat vanwege corona de colleges online werden gegeven en ze de hele ambiance van het studeren konden vergeten, kozen ze toch voor een tussenjaar.

Bang om te kiezen

Ole wil uiterlijk deze maand een plan hebben. Moos ziet het wel. Eerst willen ze nog met z’n zessen naar Santorini, een Grieks vulkaaneiland. Dat lijkt ze mooi, omdat er geen boom groeit. Als de fanatiekelingen straks zitten te blokken, zullen zij het ervan nemen. Ze hoeven niet per se uit te gaan. Ze kunnen ook gaan wandelen en wat dorpjes bekijken. Het is beter als er geen clubs zijn. Als ze er zijn, ga je toch.

Oles moeder wil dat hij rechten gaat studeren. Dat had ze zelf graag gedaan. Veel zekerheid, een goed uurloon. Maar een rechtenstudie interesseert hem niet. Hij vraagt zich af of hij zijn droom moet volgen en gitarist moet worden, of beter direct met plan B kan beginnen. Degenen die het hebben gemaakt in de muziek, hebben een geweldig leven. Elke keer die adrenaline van het optreden. De roem en alles. Maar wat als het niet gaat lopen?

Ole (18).Beeld Dalal El Ouariachi

Ole vindt dat te onzeker. Hij heeft ervaren hoe het is om op te groeien met twee freelancende ouders, die nooit wisten of ze over een halfjaar nog wel werk hadden. Dat wil hij niet, later, voor zijn gezin. Hij wil iets degelijks studeren. Bedrijfskunde. Misschien kan hij het straks combineren. Muziek en business, als festivaldirecteur of zo. Dit najaar wil hij drie maanden naar Engeland om zijn taal te verbeteren.

Misschien kan jeugdpsycholoog Marga Akkerman me vertellen wat Ole, Moos en de anderen bezielt. Waarom willen ze iets heel anders dan hun ouders ze adviseren? Akkerman vertelt dat jongeren tussen hun achttiende en 25ste een enorme ontwikkeling doormaken. De wereld ligt aan hun voeten. Ze vindt trouwens dat we de druk veel te groot maken. Die ouders met hun huizenhoge verwachtingen. Maar ook de jongeren zelf. Die denken: iemand van dertig is bejaard. En als je gaat werken, zit je voor altijd vast. Wat je kiest, doe je voor de rest van je leven.

Akkerman: “Ze realiseren zich niet dat het een mensenleven duurt om je plek in de wereld te zoeken en te vinden, om je te ontwikkelen.” Over tien jaar is hun leven niet voorbij, maar dat is wel een veel­gehoorde angst in haar praktijk. Daarom zijn jongeren bang om te kiezen – voor die ene studie, voor die ene liefdespartner. Het zou beter zijn te bedenken dat je steeds keuzes maakt voor een jaar of vijf. Want zo is het.

Het is ook een heel turbulente tijd. Je moet ervaringen opdoen. Seksueel, emotioneel, relatieachtige ervaringen. Afstand nemen van je ouders. Je een mening over hen vormen. Terugkijken op je jeugd. Ideeën over de wereld ontwikkelen. Langdurige vriendschappen sluiten. Vriendschappen beëindigen. De rode draad, ­biologisch gezien, is reproductie, zegt Akkerman. Als je het gedrag van Moos en andere achttien- tot dertigjarigen analyseert, zijn vrijwel al hun inspanningen op een of andere manier verbonden met voortplanting.

Bekende influencer

Sil (20) en Madelief (18) hebben al wat ­tussenjaren – jeugdpsycholoog Akkerman spreekt liever van onderzoeksjaren – ­achter de rug. Sil weet na vier jaar zoeken (wilde hij naar het CIOS, de Herman Brood Academie, een mbo-zorgopleiding?) eindelijk wat hij wil. Hij verhuisde van Voorst naar Amsterdam om een hbo-zorgopleiding te beginnen. Dat hadden zijn ouders graag. Twee maanden geleden kreeg hij iets met een ouder meisje. Met haar besprak hij zijn toekomstplannen. Ze vroeg hem wat hij zelf eigenlijk wilde. Zij had op haar twintigste haar hart gevolgd. Vijf jaar later was ze een bekende influencer met een paar honderdduizend volgers en verdiende ze meer dan haar ouders ooit hadden gedaan.

Haar verhaal had Sil de ogen geopend. Hij wil heel goed worden in dat wat hij leuk vindt en daar geld mee verdienen. Hij is geen negen-tot-vijfpersoon, zoals zijn ouders. Hij wil zijn eigen tijd kunnen indelen. Hij was naar die sportschool aan de ­Zuidas gegaan. Daar zagen ze wat in hem als personal trainer. Hij was op die voetbalclub afgestapt waar ze nog een keeper zochten voor het eerste elftal. Ze wilden hem graag hebben. Wat schuift het, had hij gevraagd. Ze boden een mooi bedrag, waar hij in elk geval de huur van kan betalen.

Een modellenbureau zag zijn foto’s op Instagram en bood hem een contract. Als het wat wordt, pakt ie veel geld. Hij heeft alles klaarliggen. Nu moet het worden opgepikt. Misschien lukt het om via Insta fitnessmodel te worden en krijgt hij veel volgers. Kan hij over vijf jaar terugkijken en zien dat het goed was, dat hij eindelijk zijn eigen keuzes had gemaakt. Tegen achttienjarigen die niet weten wat ze willen, wil hij zeggen: laat je niet opjagen. Neem de tijd om te onderzoeken wat je echt wilt. Het komt vanzelf.

Madelief (18).Beeld Dalal El Ouariachi

Madelief werkte vier maanden fulltime in de keuken van maaltijdservice MarleenKookt en reisde daarna drie maanden met een vriendin door Zuidoost-Azië. Alles zelf betaald. Daardoor voelde het meer verdiend. Ze ontmoette mensen die ze normaal nooit zou leren kennen. Backpackers die maandenlang op eenzelfde plek bleven, tot hun geld op was en dan dachten: oké, wat ga ik nu doen? Als ze na een volle reisdag in bed lag, popten allemaal nieuwe ideeën op. Zo werkt dat in haar hoofd.

Na de zomer zou ze artificiële intelligentie in Nijmegen gaan studeren, maar eigenlijk had ze nog heel veel plannen. “Waarom neem je niet nog een tussenjaar?” vroeg haar moeder. Zij had spijt van haar keuze voor een studie kunstgeschiedenis, die ze overhaast had genomen en alleen omdat ze graag uit huis wilde.

Nóg een jaar om helemaal zelf in te vullen, dus. “Het is superchill om te doen wat je wilt.” Eerst wil Madelief drie maanden bij een surfclub in Spanje werken. Ze heeft de surfscholen gemaild en met een beetje geluk gaat ze over twee weken weg. Het seizoen loopt daar gewoon door, denkt ze. En anders gaat ze wel zo’n strandtent beheren. Daarna wil ze een tijdje werken op een boerderij, omdat ze nog nooit met haar handen heeft gewerkt. En misschien lesgeven op een basisschool, nu er een lerarentekort is. Waar ze volgend jaar zal zijn, weet ze nog niet. Ze kan nog alle kanten op. Dat voelt heerlijk.

Op het goede spoor

Wat wil ik eigenlijk dat mijn zoon in zijn tussenjaar gaat doen? Dit is het laatste jaar dat ik nog invloed op hem heb. Daarna gaat hij vast uit huis. Komt hij één keer in de maand de was brengen. Bestaat ons contact voornamelijk uit de betaalverzoeken die hij me zal appen. Wat kan ik hem op de valreep nog meegeven? Voorkomen dat hij dezelfde fouten zal maken als ik?

Mijn tussenjaar duurde vijf jaar. Ik wil dat hij eerder op het goede spoor raakt. Ik vertel hem dat hij op zoek moet naar zijn innerlijke drijfveren. Wat is het dat hem ten diepste beweegt? Kortom, wat is de zin van zijn leven? Hij kijkt me wazig aan. “Wat zei Ole daar dan over?”

“Dat hij op zoek moest naar zichzelf, maar dat hij zichzelf ook al een beetje had gevonden. Dat hij tussen twee werelden leeft, die van het muzikant-zijn en die van gymnasiumkakkers. Dat hij dicht bij zichzelf wil blijven, want dan ga je niet op in een groep.”

“Wat is dat volgens jou, de zin van het leven?” vraagt ie.

Scherp. Gewoon zo’n rotvraag terugkaatsen. Ik begin wat te hakkelen en zoek naar een mooie formulering. Iets wat zich in zijn hoofd zal nestelen als een van de wijze lessen van zijn vader, vlak voor hij de afgrond van de volwassen wereld instapte.

Hij zegt dat hij even helemaal weg wil. Weg van school en alles. De middelbare school was niets voor hem. Dat in de pas lopen. Hij zegt dat ze écht iets aan het lesprogramma moeten doen, want het is nu ontzettend demotiverend. Eindelijk kan hij elke stap die hij zet zelf bepalen.

Plannen maken

Ik vertel Moos dat zijn stappen zinvoller zijn als ze een richting op gaan en niet zomaar in de rondte. Gewoon wat werken in het restaurant en wachten tot het inzicht komt, werkt niet. “Wat zijn je ­plannen?”

“Misschien wil ik op die camping van je vriend aan het Gardameer gaan werken.”

Leuk werk. Leuke tijd. Die vriend is er dertig jaar geleden begonnen en er nooit meer mee opgehouden. Heeft goed verdiend. Een mooi huis aan het meer. Maar straks blijft Moos in de toeristensector hangen. Staat hij avond aan avond Hollandse gezinnen te animeren. Of vindt hij er een meisje en komt hij nooit meer terug. Mijn god.

Ilias (18).Beeld Dalal El Ouariachi

Snel begin ik over de waarde van kennis. Hoe aangenaam het is om met iedereen mee te kunnen praten en niet te hoeven denken dat je het niet begrijpt. “Of misschien iets met schoenen, zoals je broer.” Iets met schoenen? Mijn hele jeugd heb ik de stress van het zakenleven bij mijn vader en moeder ervaren. Hoe pap terugkwam van een beurs in Milaan en die Duitse en Franse inkopers met de neus omhoog langs zijn schoencollectie waren gelopen.

Op mijn achttiende mocht ik mee op zakenreis. Kijken of het iets voor me was. Ik zat naast pap, tegenover een Duitse grootindustrieel, die ons welvarende leven kon maken of breken. Die tienduizend paar schoenen kon bestellen, of niets. “Weet je hoe dat voelt?” Ik leg uit hoe risicovol en meedogenloos het zakenleven is. Hij is er veel te zachtaardig voor.

“Waarom ga je niet een tijdje bij mama werken? Weet je hoeveel mails zij krijgt van studenten die gratis stage willen lopen bij haar filmbedrijf?”

“Die zijn ijverig.”

“Jij niet?”

“Ik denk dat ik pas ijverig word als ik weet wat ik wil.”

Ik zie hem uitvluchten zoeken om niet te gaan studeren. Dat zag ik ook bij Ilias. Die misschien naar de modeacademie wilde, maar daar de enige heterojongen zou zijn. “En hoe groot is nu de kans dat je een eigen kledingmerk ontwikkelt?” Al die ­carrièreambities drukten zwaar op hem. Liever hoopte hij dat de dingen vanzelf op zijn pad kwamen. Misschien als hij straks in een dorp in Thailand zat, waar iemand iets heel handigs maakte voor op de Europese markt. Dat kon hij importeren en er goed geld mee verdienen. “Je moet overal voor openstaan.” Het maakt niet uit als het eerst een tijd slecht gaat, als hij uiteindelijk maar goed zit en zijn life safe wordt.

Eropuit

Moos’ enige werkelijke plan is naar Zuid-Amerika gaan. Azië doet iedereen al. Vietnam, Laos, Thailand en dan uitrusten op het strand van Bali. De grote reis zal hem losmaken van ons, zijn ouders. Ik moet denken aan Sil, die vertelde over die keer dat hij zijn broer van Schiphol haalde, terug van wereldreis. Dat die lange haren had en zo anders uit zijn ogen keek. Zelfverzekerd. Alsof hij wakker was geworden. Dat wens ik Moos ook toe. Dat alle verlangens, sluimerende interesses, zijn persoonlijke trekken, zich als een waterlelie zullen openen.

Sil (20).Beeld Dalal El Ouariachi

Dit jaar beleeft hij zijn coming of age. Tenminste, zo wil ik het zien. Gaandeweg zal hij ontdekken uit wat voor hout hij is gesneden. Leren wat hij kan en wat niet. Coming of age vereist een crisis. Eenzaamheid, verlies, pijn. Hoe groter de crisis, hoe groter de persoonlijke groei. Maar wil ik dat wel voor mijn zoon?

“Is er iets dat je inspireerde?”

Into the Wild, die film.”

De boekverfilming over Chris McCandless die in de jaren negentig zijn geld verbrandde, het contact met zijn ouders verbrak en zelfvoorzienend in de wildernis van Alaska ging leven, op een menu van geschoten eekhoorntjes en bessen. Die bessen deden hem uiteindelijk de das om. Ze bleken giftig. De achtergelaten bus waarin hij stierf, ergens in de rimboe, werd een bedevaartsoord voor jonge back­packers, op zoek naar zichzelf.

Zoon zegt dat hij op een bus wil stappen, zonder te weten waar hij zal uitkomen. Kijken in wat voor vreemde wereld hij dan terecht zal komen. Ik leg hem uit dat hij minstens drie maanden moet gaan, maar eigenlijk een halfjaar. Dat hij zelf zijn geld moet verdienen, zodat het verdiend voelt. Dat hij zijn telefoon beter kan wegdoen en zich helemaal moet onderdompelen in die onbekende wereld – als hij elke dag contact houdt met zijn vrienden, zal hij niet echt weg zijn. Dat ik destijds in mijn eentje mijn angsten en eenzaamheid moest zien te overwinnen.

Eigenlijk wil ik dat hij de reis maakt waar ik toen niet de moed voor had. Op de motor van Caracas, via Colombia en Nicaragua omhoog naar New Orleans.

“Ben je al Spaans aan het leren? Weet je iets van malaria?”

“Dat zie ik wel als ik er ben,” zegt hij.

Wat zei jeugdpsycholoog Akkerman?

“Door het te doen, komen ze er vanzelf achter. Dat is toch fantastisch! Hoe moeten ze anders leren wat ze aankunnen? Jij hebt toch ook dingen gedaan waarvan je achteraf denkt: als ik het van tevoren had geweten, had ik het niet gedaan?”

Moos en zijn vrienden bespreken wat ze in coronatijden kunnen doen. Dat ze misschien alleen door Europa kunnen. Steeds korte reizen moeten doen. Die onzekerheid is waardeloos. Hij wil zo graag de wereld in, maar hij weet niet of het kan. Misschien in februari. Dan zal hij toch wel naar Zuid-Amerika kunnen?

Op internet verlies ik me in de zoektocht naar mogelijkheden om zinvol ­vrijwilligerswerk te doen. Hij kan orang-oetans redden op Sumatra. Meehelpen in een mobiel ziekenhuis in Namibië. Ik probeer te bedenken hoe dat voor hem zal zijn. Hoe hij zal groeien als mens. Hoe hij een liefde voor een vak zal ontwikkelen. Hoe bepalend deze ervaringen zullen zijn voor de keuzes in zijn verdere leven.

Ik lees over de scepsis. Dat sommige vrijwilligersreizen moneymakers zijn. Dat ze met een uitgestreken smoelwerk een paar honderd euro per week vragen om in een weeshuis in Peru te mogen werken. Dat het onverantwoord is om weeskinderen te laten verzorgen door westerlingen, die na een paar weken weer weg zijn. En dat die zogenaamde weeskinderen worden geronseld bij arme gezinnen, om de wereldreis van de westerling te verrijken.

Zelf zou hij graag een brug bouwen in Guatemala, zegt Moos. De kok op zijn werk in L’Entrecôte et les Dames deed het ook. Het was de mooiste ervaring van zijn leven, zei ie tegen Moos.

“Wat lijkt je er zo mooi aan?”

“Dat je een afgelegen gebied iets bereikbaarder kunt maken voor de mensen daar.”

Controle houden

Ik denk aan wat Kaja (18) over haar reis door Zuidoost-Azië vertelde. Hoe ze die eerste week, in Laos, een mooie grote vis aan een spies van de markt had opge­peuzeld. Hoe ze ’s nachts misselijk was geworden, de volgende dag naar een waterval wilde en omdat ze duizelig was een scooter had gehuurd. Dat ze zo slap was en bijna niets zag en daarom een ongeluk kreeg. Dat inheemse mensen haar naar een ziekenhuis brachten dat op een dierenasiel leek. Er grote bloedvlekken in het bed zaten, met tien mensen om haar heen die geen woord Engels spraken. De arts een grote naald in haar kont stak en ze pas na een paar dagen opknapte.

Kaja (18).Beeld Dalal El Ouariachi

Ze vertelde het niet aan haar moeder, anders was die haar komen ophalen. Naar haar vader stuurde ze foto’s van apen die ze had gezien. Dus die dacht dat ze het wel leuk had. Sowieso begrepen haar ouders niet hoe ze zo’n reis beleefde. Haar moeder stelde onlogische vragen: “Heb je in Bangkok wel een paar mooie schoenen gekocht?”

Kaja leerde dat ze altijd controle moest houden. Ook als ze ’s avonds in haar eentje in een hut stond met acht vreemde jongens. Dat ze niet te veel kon drinken en haar kop erbij moest houden. Kaja gaat haar derde tussenjaar in. Ze werkte op festivals. Deed een artistieke vooropleiding. In Indonesië had ze een groot deel van haar familie voor het eerst ontmoet.

Vorig jaar op Lowlands had ze geen idee wat ze in het nieuwe studiejaar wilde doen. Ineens wist ze het: naar Berlijn! Ze had een kamer gevonden en een baantje in een crèche. Ze dacht dat baby’s eng waren, maar leerde dat het eigenlijk heel leuke minimensjes zijn.

Bevrijding

Berlijn voelde als een bevrijding. Dat eerste weekend viel er een enorme last van haar schouders. In Amsterdam voelde ze de druk om iedereen tevreden te houden. Ze is niet zo goed met sociale media. Als ze een paar uur niet op haar telefoon keek, waren er tachtig berichten die op een antwoord wachtten. In Berlijn hoefde ze alleen aan zichzelf te denken. Kon ze haar leven helemaal zelf inrichten. Ze kocht een leerboek en probeerde zichzelf Duits te leren.

Na een maand was ze voor het eerst uitgegaan. In haar eentje naar de Berghain, dé club. Daar vroeg een man met geblondeerd haar en een zijden vrouwenblouse: ga je mee met ons naar de wc? Die avond hadden ze elkaar niet meer losgelaten en daarna zagen ze elkaar elke week in de Berghain. Hij voelt als een vader en een broer ineen. Hoe meer ze zich liet gaan, hoe opener iedereen was. Je gaat uit om jezelf te laten gaan, en niet om een meisje of een jongen te fixen.

Die kerstmis in Amsterdam voelde beklemmend. Al die ogen, het geflirt. De twintig bekenden die ze onderweg naar de supermarkt tegenkwam. Gezellig allemaal, maar iets te, daarom ging ze snel weer naar Berlijn.

Komend jaar wil Kaja misschien iets met coaching gaan doen, omdat ze emoties van mensen goed aanvoelt. Daarna misschien psychologie studeren, al wordt dat met haar dyslexie een hele klus. Of naar de kunstacademie. Berlijn heeft haar sterker gemaakt. Dat is een heerlijk gevoel. Ze kan morgen voor twee jaar naar Hongkong gaan. Ze weet dat ze het aankan.

En Moos? Wat kan ik hem nog zeggen? Het lijkt soms of ik tegen een muur praat.

“Ze willen het helemaal zelf doen,” zei Marga Akkerman. “Je hebt geen invloed meer op wat hij met je adviezen doet. Maar wat je gezegd hebt, is wel gehoord.”

Ik raak er pijnlijk van bewust hoe ver zijn belevingswereld van de mijne is verwijderd. Die van hem vol dromen en verlangen naar het onbekende. Zonder angst. Die van mij vol zorgen en ambities die ik hem opleg.

Misschien moet ik me erbij neerleggen dat hij vanaf nu zijn eigen weg zal gaan. Dat hij juist iets wil doen wat niet door mij is bedacht. Doe maar, jongen.

Ik zal mijn broer vragen of Moos eens met hem op zakenreis mag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden