PlusAchtergrond

Lockdown is ook strop voor reparateurs: ‘Nette schoenen blijven in de kast’

Ook al zijn reparateurs gewoon open, de meeste klanten blijven weg. Deze ondernemers uit Noord dreigen kopje-onder te gaan in de coronacrisis. ‘Je kunt niet geld blijven bijleggen om je werk te doen.’

Marleen Dijkhof en Elyn Blom van de Schoenmakerette Beeld Lin Woldendorp
Marleen Dijkhof en Elyn Blom van de SchoenmakeretteBeeld Lin Woldendorp

Het rek met opgelapte schoenen is leeg waar het normaal boordevol is in de wintermaanden. In de werkplaats van de Schoenmakerette in de Van der Pekstraat is het stil. Geen klanten die schoenen komen brengen, geen klanten die hun gerepareerde schoenen weer komen ophalen. Door de coronapandemie zien schoenmakers Marleen Dijkhof (34) en Elyn Blom (26) nog maar zo’n tien keer per dag de deur opengaan.

De vijf jaar geleden door Dijkhof begonnen schoenmakerij in de Van der Pekstraat is gewoon open. Winkels zijn ­gesloten, maar in reparatiewerkplaatsen gaat het werk door. Alleen lijken maar weinig mensen daarvan op de hoogte. Terwijl oktober tot februari juist de drukste maanden zijn. “Van slippertjes en sandalen moeten we het niet hebben,” zegt Blom.

De Schoenmakerette liep goed, vertelt Dijkhof. Amsterdam-Noord is snel populair geworden bij gezinnen met kinderen. Meer bewuste consumenten ook, die degelijke schoenen aanschaffen en ze niet zomaar bij het oud vuil zetten, maar bereid zijn om ze een tweede leven te geven. De sfeervol ingerichte werkplaats lag voor veel fietsers mooi op de route uit hun werk op weg naar huis, vlak bij de pont. Maar ja, wie fietst er nog naar zijn werk?

De Schoenmakerette kan het nog wel even uitzingen. Dat een collega net voor de pandemie koos voor ander werk, is nu een geluk bij een ongeluk. Dijkhof vreest vooral voor haar vak. “Onze grondstoffen raken op.” Doel is een circulaire economie waarin afval nauwelijks nog bestaat door recycling en reparatie. Maar dan moeten er wél vakmensen zijn die dat kunnen. “Hoe gaan we in de toekomst ­consuminderen als ambachten als schoenmaker en kleermaker dreigen te verdwijnen?”

Goedkoop geproduceerd

Het aantal schoenmakers is al veel kleiner dan in het verleden. Vroeger waren schoenen verhoudingsgewijs duurder, waardoor ze soms meermaals werden opgelapt en van kind naar kind werden doorgeschoven. Nu kiezen we vaak voor goedkoop in Azië geproduceerde schoenen die al na één seizoen op apegapen liggen. “Er eindigen veel te mooie schoenen in de afvalbak. We leven in enorme voorspoed,” zegt Margret Hoekenga-Idema van de Nederlandse Schoenmakers Vereniging.

Voor de coronatijd leek het net wat beter te gaan. Bij de consument leek het besef door te dringen dat schoenen goed hersteld kunnen worden. “Suède is al wat jaren in de mode en het werd steeds breder bekend dat de schoenmaker daar nog wél wat mee kan, zelfs al zijn je schoenen heel vies geworden na een festival in de modder.”

Maar toen kwamen de coronamaatregelen. We werken massaal thuis en de nette schoenen blijven in de kast. “We zitten allemaal in onze pantoffels achter de laptop,” zegt Hoekenga-Idema. In kleinere plaatsen weten consumenten volgens haar de schoenmaker nog te vinden. Maar ook daar geldt dat de inkomsten uit de verkoop van schoensmeer en veters zijn weggevallen. “De steunmaatregelen zijn vaak niet eens genoeg voor de huur.”

“Het is een strop voor het vak als de laatste schoenmakers die over zijn nu ten onder gaan door corona,” zegt Dijkhof. Het vak is toch al vergrijsd en de opleiding voor nieuwe schoenmakers dreigt dit jaar opnieuw niet door te gaan. De combinatie van werken en leren is door het virus geen doen.

De Schoenmakerette zal blijven bestaan, daar zijn Dijkhof en Blom van overtuigd. “Mijn gevoel zegt dat het goed komt, dat we dit kunnen overbruggen,” zegt Dijkhof. “Maar je kunt niet geld blijven bijleggen om je werk te doen.”

Marleen Dijkhof en Elyn Blom van de Schoenmakerette Beeld Lin Woldendorp
Marleen Dijkhof en Elyn Blom van de SchoenmakeretteBeeld Lin Woldendorp

Drie reparaties per dag

Bij fietsenmaker Rahtour aan de Van der Pekstraat merken ze dat veel klanten nu de tijd hebben zelf hun fiets te maken. Eigenaar Rathu Ekanayaka (46) merkt het aan de vragen die klanten stellen als ze bellen. En aan het verzoek om ­alleen de materialen te bestellen. Al sinds november is het rustig. Hij is teruggegaan van twintig naar drie of vier ­reparaties per dag.

Terwijl januari en februari normaal gesproken de drukste maanden zijn. Weer en wind eisen hun tol. Bij de scholen worden de fietsen in overvolle fietsenrekken gepropt. “Ja, dan gaan fietsen kapot. Nu is het zo rustig, dan gaan fietsen ook niet kapot.”

Het werk is ook minder plezierig nu er niet genoeg werk is voor zijn collega, een zzp’er. Normaal kunnen ze de ­taken verdelen – klanten ontvangen, wat administratie en natuurlijk de reparaties. Als één iemand zich aan een stuk door kan buigen over de fietsen, dan schiet het lekker op.

Of het nu iets zegt over de circulaire economie of niet: fietsenmakers hebben meer werk dan in het verleden, zegt brancheorganisatie Bovag. Er worden veel dure e-bikes aangeschaft en die moeten ook allemaal een verzekering en onderhoud. “Dat is meer dan alleen een ketting ­smeren,” zegt een woordvoerder.

Volgens de Bovag kan het zelfs verstandig zijn om dat ­oude barrel uit de schuur nu te laten oplappen. “Als je slim bent, doe je het nu. Straks kan je achteraan in de rij aansluiten.” Het coronavirus zorgde deze zomer ook voor een erg drukke periode bij de fietsenmakers. Toen andere sporten niet mochten, schaften jongeren massaal een racefiets aan.

Ekanayaka wil niet klagen. Hij weet nog goed hoe klein zijn reparatiewerkplaats bij de vorige grote crisis begon. Bovendien: hij mag nog open en de drukte van de zomer ligt nog vers in het geheugen. “Mensen die normaal met de trein of metro naar hun werk gingen, kochten nu een ­­e-bike. We hebben wel een beetje een buffer.”

Rathu Ekanayaka van fietsenmakerij Rahtour. Beeld Lin Woldendorp
Rathu Ekanayaka van fietsenmakerij Rahtour.Beeld Lin Woldendorp

Geld lenen

De koerier van de stomerij komt weer eens voor niks. ­Omdat hij ook fungeert als depot voor een stomerij opent Suat Arslanlar (60) zijn kleermakerswerkplaats in de ­Vogelbuurt in Noord zes dagen in de week. Maar door de coronastilte heeft hij nu geen vier tot vijf kledingstukken per dag meer, maar één of twee per week.

Met alle feestdagen zijn december en januari normaal de drukste maanden. Maar nu bleef het stil. Arslanlar schaamt zich, zegt hij. Het kost hem moeite om elke vroege ochtend weer naar zijn winkel te gaan. Het lijkt zinloos. “Maar ik geef de hoop nooit op. En op mijn leeftijd kan ik toch nergens anders meer terecht.” Zijn werkplaats is ­eigenlijk alles ineen. “Werkplek, gebedsruimte, bibliotheek.”

Al 23 jaar heeft Arslanlar kleermakerij Andreas, vernoemd naar zijn zoon. Het houdt altijd al niet over in deze arme buurt, maar in het sfeervolle winkeltje vol antieke strijkijzers en naaimachines kwamen altijd genoeg klanten aanwaaien voor een reparatie of wat verstelwerk. Door de Noord/Zuidlijn leek het net wat drukker te worden in de Koekoeksstraat – halte Noorderpark is om de hoek. Maar toen kwam corona.

“Als mijn vrouw geen werk had gehad, was ik nu aan het bedelen.” Het wordt een onzekere tijd. “Voor een of twee maanden durf ik vrienden nog wel te vragen om me tweeduizend euro te lenen. Dan lukt het me wel om het terug te betalen. Maar als het langer gaat duren, wat dan?”

Suat Arsanlar van kleermaker Andreas. Beeld Lin Woldendorp
Suat Arsanlar van kleermaker Andreas.Beeld Lin Woldendorp

Winkel dichtgegooid

We swipen meer dan ooit, maar zelfs bij de reparateurs van smartphones en tablets is het doodstil. Hij heeft het altijd druk gehad, zegt Edris Noorzada (34) over zijn telefoonwinkel Homy Phone, waarmee hij al zes jaar op het ­Buikslotermeerplein zit. Van zijn omzet is sinds corona nog maar de helft over.

Het aantal reparaties is deze weken teruggelopen naar twee of drie per dag. Dat zijn er normaal soms wel tien. En een telefoon of een hoesje verkopen mag niet, dus de klanten die er zijn komen vaak ook nog vergeefs. Zijn reparatiewinkel in Katwijk heeft hij zelfs maar dichtgegooid. In de donkere en afgesloten winkelpassage was het helemaal huilen met de pet op.

Homy Phone is maar met een webshop begonnen. Te ­repareren apparaten worden opgehaald en thuisbezorgd. Dat is de toekomst, maar de grote telecombedrijven zijn er ook mee begonnen. “Hun personeel staat toch niet in de winkel.” Bij de nieuwe mogelijkheid om bestellingen op te halen in de winkel, kan hij zich nog niet veel voorstellen. Ophalen mag pas vier uur later. “De mensen willen zo’n hoesje toch meteen meenemen.”­

null Beeld Lin Woldendorp
Beeld Lin Woldendorp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden