Plus Achtergrond

Lijntje coke? Trio? Het minutieus geplande bestaan van de agendahedonist

Beeld Dagmar Stap

Een stel van eind twintig stelt een vijfjarenplan op. Achteraan staat: kinderen. Daarvoor een rits gelukmakende activiteiten. Sinds wanneer wordt vrije tijd minutieus gepland? En waarom? Journalist Tom Grosfeld ontdekte dat daar zelfs een term voor is: agendahedonisme. 

Ik weet nog goed dat mijn moeder tijdens mijn middelbareschooltijd mijn rooster uitprintte en op de kastdeur plakte. Daaronder schreef ze voor elke dag wat mijn huiswerk was, en wanneer ik dat moest maken. Met controle wilde ze haar bezorgdheid beteugelen: ik was dertien en niet vooruit te branden.

Het veranderde niets aan mijn gedrag. Ik bleef alles uitstellen tot het niet meer kon, raffelde dan tot in de late avonduren mijn huiswerk af. Alleen al de gedachte van meegaan in het opgelegde rooster van mijn moeder gaf me een diep ongelukkig gevoel. Alsof iemand je dag dichttimmert.

Het liefst stond ik op zonder vooropgezet plan. Met de bal onder de arm op goed geluk bij mijn vrienden aanbellen voor een wedstrijdje. Op zaterdagavond na het eten de telefoon maar eens pakken om te vragen wie kon chillen. Een van mijn vrienden deed toentertijd een poging om over drie weken af te spreken. Lukte niet. Vonden we veel te ver weg. Hoe wisten we nou of we die zaterdag zin hadden? Drie weken voelden als een eeuwigheid. ‘We zien wel,’ werd onze mantra.

Strakgetrokken korset

Dat was vroeger. Geen baan, weinig verplichtingen, ouders die voor ons zorgden. Ons korset was nog niet strakgetrokken. Met diezelfde vrienden heb ik nu wél afspraken staan voor over drie weken. Uitgaan, feestje, gewoon een avond chillen: het is al gepland. Ik moet maar hopen dat ik op 25 januari opsta en denk: ik heb zin om de kroeg in te gaan.

Nog zoiets: een bevriend stel, 26 en 28, vertelde laatst dat het een vijfjarenplan had opgesteld. Achteraan staat: kinderen. Daarvoor een rits activiteiten die hen gelukkig moet maken: een wereldreis, naar zo veel mogelijk festivals, een trio, ketamine proberen, trainen voor een marathon, promotie maken, een huis kopen. Ze willen deze vijf jaar alles uit het leven halen. En daarna toch maar aan kinderen beginnen. “Dan is het over met de pret,” zei een van hen sip.

Het contrast was dan ook groot toen ik ze een paar weken later vertelde dat mijn vriendin in verwachting is. Lief maar niet nodig: ze wilden ons snel nog een paar weken meenemen naar de andere kant van de wereld. Want nu kon het nog.

Genieten op de klok

Ik zie mijn omgeving steeds dwangmatiger van alles plannen. De verre toekomst, maar vooral de weekenden worden minutieus volgebouwd, tot maanden vooruit. Uitgaan, coke snuiven, trainen voor een marathon, met vrienden afspreken, naar het theater, verdiepende achtergrondverhalen lezen, podcasts luisteren, Instagram bijhouden. Alles tegelijk en door elkaar. Past het niet, dan past het toch.

Waar komt dat vandaan? Sinds wanneer zijn we bezig onze vrije tijd zo optimaal mogelijk te benutten? Op internet vind ik een term: agendahedonisme. Het betekent zoiets als ‘genieten op de klok’. De definitie van ‘agendahedonist’ in de encyclopedie: ‘Iemand die zijn hedonistische uitspattingen plant, zoals het gebruiken van drugs.’

Agendahedonisten zijn vaak hoogopgeleide twintigers en dertigers in grote steden. Ze hebben een druk, georganiseerd leven en willen daar in het weekend uitbreken. “Je gaat uit je plaat, maar het moet wel precies in je agenda passen,” zegt Daan Roovers, filosoof en Denker des Vaderlands. “Zondag staan immers weer nieuwe activiteiten gepland: crossfitten, naar het theater, met vrienden afspreken. Ze willen het maximale uit de dag halen.” 

Dat betekent dat we ons hedonisme, ofwel genotzucht, niet meer laten gebeuren, maar nauwkeurig organiseren. Niet alleen ons drugsgebruik, maar alles wat ons blij maakt, ons vermaakt, waar we plezier uithalen of door in extase belanden. We willen het controleren. Er alleen aan toegeven wanneer de agenda het toelaat.

Levensregie

Volgens Roovers zijn onze levens veel meer gereglementeerd dan tien, twintig jaar geleden. De samenleving is strenger geworden, meer gericht op resultaat.

Efficiëntie is het toverwoord. Wie dat beheerst, haalt meer uit het leven.

Tik op de website van vacaturebank Intermediair.nl onder het tabje ‘opleidingen’ de zoekterm ‘persoonlijke effectiviteit’ in en je krijgt 474 hits. Trainingen, cursussen, opleidingen: het aanbod is enorm, de vraag misschien nog groter.

Roovers denkt dat vooral twintigers en dertigers daar gevoelig voor zijn. “Dat wordt aangemoedigd tijdens de studietijd. Niet zo lang geleden was het vier maanden college en dan een tentamen. Nu zijn er continu toetsen, inlevermomenten en checks. De student bij de hand houden. Een voorzet naar een gereglementeerd leven na de studietijd, waar ze vast blijven zitten in allerlei stramienen.”

We passen dus een soort efficiëntieslag toe op onze privétijd. De Vlaamse cultuurfilosoof Kris Pint spreekt in zijn boek De wilde tuin van de verbeelding over de ‘homo economicus’. Hij schrijft dat de mens door de geschiedenis heen steeds anders over zichzelf denkt. Anno nu proberen we ons in het ‘krappe ideaal van de neoliberale homo economicus te persen’. We willen volgens Pint ‘managers zijn van ons eigen leven’.

Met andere woorden: we zien het leven als iets wat maakbaar is. Het gevolg van de neoliberale samenleving: alles is economisch. Hoe haal je het meeste uit je vrije tijd? Door activiteiten te plannen waar je beter van wordt. Hardlopen om je conditie bij te werken. Een wandeling maken om je hoofd leeg te maken zodat je daarna harder kunt werken. Een documentaire kijken om je kennis te verbreden. De vraag is: zou je die dingen ook doen wanneer je er niets voor terugkrijgt?

Beeld Dagmar Stap

Het deed me denken aan afgelopen zomer, toen ik op vakantie was in Italië met mijn vriendin. Ontspannen, een tempo lager leven, even nergens mee bezig zijn. Achteraf voelt zelfs dat vooropgezet: op het strand wilde ik mijn batterij opladen, in gedachten was ik al bij de nieuwe verhalen die ik met frisse blik ging schrijven. Ik hield bij hoeveel boeken ik las, met telkens in mijn achterhoofd: lezen is belangrijk, je wordt er een betere schrijver van.

Zelfs wanneer ik uiteten was, kon ik het niet laten soms te denken: mijn vriendin en ik moeten nu een diep gesprek voeren, dat zal onze relatie nóg sterker maken, meer betekenis geven.

Dat gevoel van controle willen houden op je vrije tijd, wordt mede gefaciliteerd door allerlei nieuwe technologieën, zegt Doortje Smithuijsen (27), filosoof en journalist. “We becijferen alles, omdat we de tools voorhanden hebben. We kunnen stappen tellen, bijhouden hoeveel uur we slapen en hoeveel calorieën we verbranden. We lopen niet spontaan een café binnen om een hapje te eten, want je kunt online vergelijken en de beste kiezen. We worden architecten van ons eigen leven.”

Vooral in de Randstad lijken de mogelijkheden eindeloos om zo efficiënt mogelijk de dag door te komen. Neem Bodytec: sporten met allerlei elektroden op je lichaam die de oefeningen drie keer zo zwaar maken. Binnen een kwartier sta je weer buiten. “Kun je daarna naar de saladebar om gechopte groenten naar binnen te werken, heb je dat ook weer afgevinkt.”

Smithuijsen vertelt dat ze laatst op stap was. Veel drinken en laat thuiskomen. Haar vriendinnen appten de volgende ochtend om negen uur alweer. Ze waren aan het sporten. “We hebben een geïnternaliseerd telraam. Vandaag zes glazen wijn, morgen een uur sporten. Als ik dit even naar beneden duw bij mezelf en dat omhoog, is er weer balans. Het is een misvatting dat we dat op die manier kunnen reguleren, maar vind je het gek? We zijn omringd door dingen die we kunnen bepalen.”

Maar wat als je plant om naar de kroeg te gaan en jezelf klemzuipt? Of xtc neemt? Als je naar de klote gaat, valt er weinig te optimaliseren. Smithuijsen: “Dat is interessant. Het is escapisme. Enerzijds geoptimaliseerd: we gaan niet random naar een café, we weten precies waar we naartoe willen en wanneer. Maar het is ook loskomen van die controle. Een manier van samen offline zijn.” Kortom: een geplande vorm van ontsnappen uit je planning.

Statusverlies

Ik herken deels het beeld dat Smithuijsen, Pint en Roovers schetsen van de mens die de optimale versie van zichzelf wil zijn. Veel waarvan ik dacht dat ik het ter ontspanning deed, doe ik met een doel. Ik weet niet of ik dat erg vind. Je kunt best een boek lezen omdat je het leuk vindt en er wat van wilt opsteken. Het maximale uit mijn weekend halen wat betreft activiteiten die elkaar in strak tempo opvolgen, herken ik minder. Dat komt ook doordat ik weinig naar feestjes en festivals ga, sporadisch de kroeg in duik en nooit (meer) drugs gebruik.

Een gemiddeld weekend ziet er zo uit: vrijdagavond bijkomen van de drukke werkweek. Zaterdag voetballen, beetje werken of lezen, een serie kijken en met vrienden afspreken. Zondag ergens lunchen met mijn vriendin, naar familie, sport kijken.

Laatst vroeg een collega, ook een twintiger, hoe mijn weekend was geweest. “Goed,” zei ik en legde bovenstaande uit. Hij keek me vertwijfeld aan. “Rustig weekendje.” Hij bedoelde saai. Ik had het gevoel mijn weekend te moeten verdedigen, helemaal toen hij die van hem opsomde: twee keer wezen stappen, naar de wedstrijd van Ajax, zelf voetballen, stukje afgetikt en uiteten.

Niet meer trots

Carien Karsten, psychotherapeut en coach, hoort het aan en zegt dat ik op zo’n weekend niet meer trots kan zijn. “Vroeger was het weekend niet iets waarmee je moest pronken. Dat deed je met een horloge. Tegenwoordig geeft het belevingsaspect je status: kijk eens wat ik meemaak.”

“Dat is een uiting van de ervaringshonger waaraan deze generatie lijdt,” zegt drugsonderzoeker Ton Nabben. Ze willen het leven intensiveren, zegt hij. Zoeken steeds sterkere prikkels en storten zich op belevenissen. “Drugs, maar ook een bootcamp, wereldreis of exclusieve lunch. Ervaringskapitaal verzamelen. Het gevaar is dat de kicks een doel op zich worden.”

En wat als we een vrijdagavond alleen thuiszitten? Kunnen we dat nog? “Vijftig jaar geleden was dat heel normaal,” zegt Marli Huijer, hoogleraar publieksfilosofie. “Eenzaamheid hoorde bijvoorbeeld erg bij het studentenleven. Dat was even balen, maar de volgende dag zag je je vrienden weer en was alles goed. Wanneer je nu als student alleen thuiszit, voel je je verschrikkelijk, een loser.”

Plannen en optimaal leven. Het komt samen in het boek Grip van Rick Pastoor, dat eerder dit jaar verscheen. De gedachte van Pastoor: besteed je uren slim, dan haal je het maximale uit jezelf. De agenda staat centraal. Het idee is om alles wat meer dan dertig minuten kost op te schrijven. Ook belafspraken met vrienden en familie. Tijd om te spelen met je kind. Weekboodschappen. Creatief denken. Alles inclusief eindtijd. Het doel: meer tijd voor de (ingeplande) écht belangrijke dingen in het leven.

Vergelijkbaar is de managementgoeroe die journalist Annemiek Leclaire beschrijft in haar boek Minder moeten, meer leven. “Hij zei in zijn op de minuut ingeplande werkdagen ook één of twee uur in te plannen voor onverwachte dingen. Het hele leven wordt zo ondergeschikt gemaakt aan schema’s en volledig aan de ketting gelegd.”

Niet efficiënt genoeg

Ik snap de kritiek van Leclaire. Zoiets voelt alsof je een werknemer van je eigen bv bent. Aan de andere kant: ik hoor mezelf dikwijls klagen dat ik niet efficiënt genoeg werk, te weinig voor elkaar krijg op een dag. Of ik vergeet mijn ouders weer te bellen. Hoe absurd ik sommige passages uit Grip ook vind klinken, ik ben toch benieuwd in hoeverre het werkt.

Roovers is minder enthousiast. Ze vindt het een misverstand dat we denken controle te kunnen hebben over ons leven. “Een administratie bijhouden van alles wat je doet, betekent niet dat er verbetering ontstaat. Het maakt het alleen inzichtelijk. Mensen met een kasboek zijn niet per se goed met geld.”

Al geeft ze toe: er is niets mis met plannen. Het is leuk en effectief. “Alleen, de meest waardevolle momenten heb je niet gepland. Als je geen ruimte overlaat om spontaan twee uur ergens te zitten met iemand die je tegenkomt, omdat je weer door moet, doe je jezelf tekort. Hou ruimte over voor spontaniteit. Anders is het alsof je een soort Ikeahandleiding voor je eigen leven volgt.” Ook hoogleraar publieksfilosofie Huijer benadrukt het belang van onverwachte ontmoetingen. “De openheid naar anderen, vooral mensen die je niet kent, wordt daarmee groter. Dat is de basis van creativiteit, van nieuwe dingen ervaren.”

Spontaniteit, onverwachte dingen, niet op de tijd letten: het doet denken aan wat de Britse filosoof Roman Krznaric schrijft in zijn boek Carpe Diem Regained: ‘We zijn bijna vergeten hoe het is om vrij en spontaan te zijn. Van het moment te genieten, ons onder te dompelen in het heden.’ Het is de vraag of het schema van Pastoor ruimte biedt om op te gaan in het hier en nu. Of zou je telkens met je hoofd bij de volgende afspraak zijn?

Huijer begrijpt wel dat mensen een jaarplan opstellen, zoals in het boek Grip ook wordt geadviseerd. Of zelfs een vijf-jarenplan. “Honderd jaar geleden lag je levensloop vast. Je wist naar welke school je ging, wat voor werk je kreeg, in welk graf je zou eindigen. Deze generatie moet hun eigen biografie schrijven. Je kunt zeggen: laat het maar gebeuren. Dat heeft zeker voordelen. Het nadeel is dat je dan geen enkele regie hebt over je leven. Ik kan me dus best voorstellen dat je de toekomst probeert vorm te geven in zo’n plan.”

Psychotherapeut Karsten kijkt daar anders naar. “Een vijfjarenplan biedt misschien houvast, maar welke leegte moet je opvullen als je zo’n plan maakt?”

Zo gelukkig mogelijk

Misschien willen we wel gewoon zo gelukkig mogelijk zijn. Als we geloven dat alles maakbaar is, geldt dat ook voor ons geluk. Plannen we daarom onze vrije tijd vol met hedonisme? Om zo veel mogelijk geluk binnen te harken?

De Zweedse onderzoeker en filosoof Carl Cederström, auteur van het boek Ons geluksideaal, waarschuwde eerder dit jaar in een interview al voor ‘het extreme individualisme dat gepaard gaat met onze huidige opvatting over geluk’. Hij zegt: “Wat ooit een jarenzestigideaal was, maakt nu deel uit van een hedonistische consumentencultuur. In het Westen is de heersende opvatting: we zijn zelf verantwoordelijk voor ons geluk. Dat bereiken we door succesvol en productief te zijn. Wie dat niet bereikt, is een mislukking.”

Ook Ruut Veenhoven, geluksprofessor, stelt dat geluk steeds belangrijker wordt gevonden. “Steeds minder mensen geloven dat je dat in het hiernamaals kunt komen, dus ze willen het nu. Daarnaast: ze zien dat een gelukkig leven goed mogelijk is, zeker in Nederland. En ze geloven dat het iets is wat je deels in eigen hand hebt.”

Maar is geluk wel maakbaar? Volgens Veenhoven zeer beperkt. “Je kunt actief genot najagen. Het geluksgevoel bestaat voor ongeveer tien procent uit het genot dat je ervaart. Dus leuke dingen doen, naar festivals gaan, een reis maken. Maar dan nog: te veel focus daarop en je jaagt op een leeg bestaan.”

Wat ook een vereiste is: je moet kunnen stilstaan bij al die leuke dingen die je voor jezelf hebt georganiseerd. “Alleen dan zou je er theoretisch gezien gelukkig van kunnen worden,” zegt psychiater Witte Hoogendijk. “Maar de kans is aanwezig dat je tijdens een festival alweer aan het volgende festival denkt.”

Ik heb het idee dat veel mensen in mijn omgeving denken heel gelukkig te worden van al die vermakelijke dingen die ze in het vooruitzicht hebben. Een borrel. Feestje. Exclusieve lunch. Ontspanningsmassage. Ook ik kan daar blij van worden. Maar wat betekent het voor me? Ik ben zo’n borrel de volgende dag vaak al vergeten. Net zoals de gedachte dat met vakantie gaan, een wasbord trainen of promotie maken dingen zijn waarvan ik gelukkig word. Het voelt uitgedokterd. Hier en hier word ik blij van, doe ik dat zo veel mogelijk, maakt dat me gelukkiger. En dan moet ik ook nog in staat zijn om dat allemaal in het hier en nu te beleven, zonder met mijn koppie al bij de volgende activiteit te zitten.

Het geeft ook druk. Neem oud en nieuw, dat moet elk jaar leuk zijn. En het valt altijd tegen. Komen we weer uit bij spontaniteit: langswaaien bij een vriend en iets te veel biertjes drinken is leuker.

Het lijkt mij eerder dat het plannen van genot leidt tot een afname van het geluk. Dat denkt Karsten ook. Want wanneer je naar een festival gaat met de gedachte dat je daar gelukkig van wordt, valt je beloningscentrum weg. “Dat wordt ingeschakeld wanneer iets verrassend of spontaan is. Plan je alles, krijg je dertigers die zeggen: ik heb alles, maar voel me toch niet gelukkig.”

Het is geforceerd jagen op hedonistisch geluk. Zoals de Amerikaanse schrijver Emily Esfahani Smith schrijft in haar boek De kracht van betekenis: ‘Hedonistisch geluk is oppervlakkig. Gericht op het ‘ik’: wat moet ik doen om me lekker te voelen?’

Of zoals de Belgische psychiater Dirk De Wachter in zijn lezingen verkondigt: “Laten we met zijn allen wat minder efficiënt zijn. Ons minder bezighouden met gelukkig zijn. Want de ervaring van geluk zit niet in kicks en genot, maar in het ervaren van kleine dingen. In het content zijn met de gewonigheid van het leven.”

Tips

En nu? Hoe meer ik te weten kom over mezelf als homo economicus en de neiging van mijn generatie om te organiseren in plaats van te laten gebeuren, hoe meer ik me daaruit wil loswrikken. Alleen heb ik geen idee hoe. Ik kan mijn agenda verscheuren. Stoppen met leuke dingen plannen. Of thuis zitten en tijd verspillen.

Volgens hoogleraar Huijer hoeft het niet zo rigoureus. Ze zegt dat het niet erg is dat ik mezelf als kapitaal beschouw waarin ik moet investeren om er het maximale uit te halen. “Maar weet dat er een onbewuste discipline onder zit die ons via ons werk aanspreekt om ook alles uit ons privéleven te halen. Zie je dat niet, loop je het risico dat je alleen maar bezig bent om jezelf als werknemer uit te buiten.”

Wat ik daarnaast kan doen, is bedenken of ik plezier mis in mijn dagelijks leven. Wanneer ik alles uit mijn weekend wil halen, is dat misschien een signaal voor het anders inrichten van mijn dagelijks bestaan, zegt Roovers. “Het is vergelijkbaar met mensen die horen dat ze doodgaan en plots een bucketlist moeten afwerken. Wat heb je dan in de tussentijd gedaan? Je kunt ook dertig uur in de week werken.”

En het is goed om dingen te doen alleen om de activiteit, niet om wat het oplevert, doceert Karsten haar cliënten die een burn-out willen voorkomen. “Een cliënt van me is elke zaterdag met vrienden in een loods in de weer met modelvliegtuigen.” Dat vindt Roovers ook belangrijk: tijd verspillen. “Het mooiste is tijd verspillen samen met dierbaren. Zonder vooropgezette agenda, zonder doel. Voor je het weet ontvouwt zich een mooi gesprek waar je jaren later nog aan terugdenkt.”

Het voelt alsof ik mezelf opnieuw moet aanleren om dingen te doen die ik leuk vind, zonder doel. Gewoon zomaar. Net als toen ik kind was. Het probleem zit hem in het woordje ‘moeten’. Zo wordt het weer iets dat ik mezelf opleg om er beter van te worden. Minder plannen om relaxter te worden. Ruimte overlaten voor spontaniteit om meer in het nu te leven.

En heb ik wel de discipline om me te verzetten tegen het optimaal besteden van mijn vrije tijd? Lummelen, me vervelen. De dingen op zijn beloop laten. Ik weet niet of ik dat kan.

Ik vraag het cultuurfilosoof Pint. Hij mailt: ‘Ik wil je feliciteren met het feit dat jullie in verwachting zijn. Een kind is de ideale manier om af te raken van de slavernij van de dwingende vrijetijdsagenda. Een kind laat zich niet plannen. Wanneer het geboren wordt, wanneer het jullie ’s nachts uit bed krijst, wanneer het jullie onverwacht zal thuishouden en de meest aangename uren bezorgt met lummelen en spelen.’

Ik kijk ernaaruit.

Beeld Dagmar Stap
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden