PlusReconstructie

Leszek P. kwam naar Amsterdam. Kort erna werd hij beschuldigd van moord

Beeld Ted Struwer

Liftend door Europa ontmoet de Poolse student Leszek P. vooral behulpzame mensen. Tot hij in Amsterdam de verkeerde persoon tegenkomt. Hij wordt verkracht en belandt in de gevangenis voor moord. Hoe bewijst hij dat hij uit noodweer handelde?

Dagboek van Leszek P. op Facebook

“Ben ik goed voorbereid op de Eurotrip, en zal het goed gaan? Nee, nee. Was ik bang dat alles in de soep zou lopen? Ja. Ben ik hier nog steeds bang voor? Meer en meer. Wat gebeurt er als alles misgaat? Ik zal me realiseren dat ik gefaald heb en het gewoon weer proberen. En als het dan niet lukt, nog een keer. (...) Tot later! #Eurotrip”

Wrocław

De Poolse student Leszek (nu 24 jaar) ging op reis op een manier die midden in het huidige Covidtijdperk ondenkbaar schijnt. In zijn backpack nam hij mee: een laptop om dagelijks op Facebook een dagboek bij te houden voor zijn volgers, een bellenblaasset, een stuk touw en een flink mes van de scouting om onderweg fruit en groenten mee te snijden.

Leszek studeerde IT aan de Universiteit van Wrocław en hij was, zoals zoveel jonge mensen rond hun twintigste, toe aan avontuur. Het idee voor de backpackreis zat al langer in z’n hoofd, maar vragen kwelden hem. Wat als hij onderweg ziek zou worden? Moest hij de reis misschien ondernemen met een ervarener reiziger?

In de zomer van 2016 vertrok hij, alleen. Van A naar B komen deed hij gewoon old skool door zijn duim op te steken langs de kant van de snelweg of een kartonnen bord met de bestemming boven zijn hoofd te houden. Onderkomen vinden voor de nacht ging moderner: via Couchsurfing, een website voor en door reizigers. Op de website spreek je af met iemand en als het klikt kun je op de bank blijven slapen. Gratis. Daar zijn natuurlijk risico’s aan verbonden, dat wist Leszek ook wel. Maar wie avonturen wil beleven, moet risico’s nemen.

Beeld Ted Struwer
Beeld Ted Struwer

Wrocław–Berlijn

De Poolse politie had Leszek van de weg gehaald, bij Poznań. Iemand had ’m zien staan liften op een plek waar dat niet mocht en de politie gebeld. In plaats van een boete brachten de agenten hem naar een plek waar liften wel mocht. Aardige kerels. Leszek hield een bord met daarop ‘Berlin’ boven z’n hoofd. Uiteindelijk nam een vrouw met twee kinderen in de auto hem mee en zette hem af in hartje Berlijn, aan de Spree, op een uitgerangeerd fabrieksterrein waar de undergroundscene was gehuisvest. Hij raakte er in gesprek met een oude Amerikaan over de geneugten van het reizen, dat het fijn is om te reizen en tegelijkertijd met je hobby bezig te zijn. Leszek vertelde al bellenblazend door Europa te zullen reizen, in de hoop daarmee wat geld te verdienen. Hij voelde zich thuis tussen de vrijbuiters in Berlijn. Het anarchistische gedeelte van zijn ziel was blij, schreef hij. Iedereen was aardig en geïnteresseerd.

“Nu ik weer schrijf realiseer ik me hoe weinig ik geef om likes. Wie dit ook mag lezen, ik heb een vraag aan je. Als je mijn post hebt geliked, maar het niet hebt gelezen, wis dan je like. Ik heb liever één eerlijke ‘like’ dan tien onzinnige. Ik wil weten of iemand mijn stukken daadwerkelijk leest. Ik wil weten of het de moeite waard is verder te schrijven.”

Berlijn–Amsterdam

Hij moest verder, westwaarts, naar Amsterdam. Weer met die duim langs de snelweg. Het ging moeilijker deze keer; afwerende blikken bij het stoplicht en wanhoop en frustratie bij Leszek. Een stel gedrogeerde figuren in een auto zeiden dat hij wel met hen mee kon rijden. Leszek bedankte; stel dat die lui zich onderweg zouden ontpoppen tot psychopaten. De wanhoop nabij ging hij achter zijn rugzak zitten. Alleen zijn lange haar was zichtbaar en het karton met ‘Amsterdam’ erop. Een meisje zouden ze wellicht wél meenemen, dacht hij.

Uiteindelijk klonk er een ‘hello!’: Patricia en Judith, twee jonge Duitse vrouwen met een Volkswagen Polo. Ze hielpen hem een eind op weg. De nacht bracht hij door op een benzinestation in de omgeving van Hannover, terwijl hij eigenlijk al op zijn couchsurfadres in Amsterdam had moeten zijn. Zijn gastheer Yan vergat hij af te bellen. ’s Ochtends vroeg noteerde hij op Facebook:

“Als je gaat liften moet je onthouden dat er goede en slechte dagen zullen zijn. Dit was overduidelijk een slechte dag. Maar je moet ook beseffen dat je niet alleen lift om op een bestemming te komen. Als ik niet zoveel lifts nodig had gehad, had ik ook al die mensen niet ontmoet die besloten me uit de penarie te helpen. En dan had ik geen leuke meiden ontmoet met wie ik misschien later nog in contact zou kunnen blijven.”

Op zijn Facebookwall staan foto’s met alle mensen die Leszek een lift gaven. Patricia en Judith. En Ida – ‘Ida. Ze sprak geen Engels. De eerste van mijn redders’, staat onder haar foto. Of Lars – ‘weer iemand die ik niet zal vergeten’. En de vrachtwagenchauffeur ‘die me redde van een rotplek in de buurt van Hannover’. Iedereen aardig, allemaal leuke mensen. Ze deelden hun eten, hun drinken en wisselden verhalen uit. Geweldige mensen on the road ontmoeten: daarom was Leszek überhaupt aan deze onderneming begonnen. Sommigen gaven hem zelfs geld toen ze hoorden van zijn reisplannen. Niet dat hij dat per se nodig had. Hij had ook gewoon een bankpas van een rekening waarop voldoende geld stond. Maar het ging om de kick. ­Kijken of het zou lukken om te reizen en te leven van wat de mensen bereid waren te geven.

In de auto vlak voor Amsterdam belde zijn broer. Of hij ervoor kon zorgen dat hij aan het begin van de herfst terug zou zijn. Hij vroeg of Leszek getuige wilde zijn op zijn huwelijk. Leszek twijfelde niet. Hoewel hij zich weinig laat voorschrijven door anderen, besloot hij zijn reis met twee weken in te korten: Berlijn, Amsterdam, België en dan via Frankrijk, Italië, Oostenrijk en Tsjechië terug naar Polen, om daar gebruind en misschien wat uitgemergeld van de reis erbij te zijn als zijn broer het ja-woord zou geven aan z’n verloofde.

Prinsengracht

En zo zat Leszek uiteindelijk te wachten op de stoep voor een woning aan de Prinsengracht. Couchsurfhost Yan was niet thuis. Die dacht dat Leszek niet meer zou komen en wist niet dat de jonge reiziger in Duitsland vertraging had opgelopen. Op straat zag Leszek feestelijk uitgedoste types rondlopen. Over de grachten voeren versierde boten. Amsterdam maakte zich op voor de Gay Pride. De stad was inderdaad zo mooi als hij verwachtte. Het was het waard geweest Berlijn achter zich te laten.

Van alle honderden couchsurfers in Amsterdam die hun bank of bed gratis aanboden voor een nacht, koos Leszek voor Yan. Voorwaarde was wel dat je bij Yan in bed zou slapen. Uit zijn online advertentie: ‘Mijn slaapkamer is een nudistenslaapkamer. Couchsurfers slapen met mij in hetzelfde bed. Je moet comfortabel zijn met naakt (…). Ik snurk niet dus je zult lekker slapen.’

De afspraak was twee nachten, maar omdat Leszek een dag te laat was, vond Yan het na één nacht genoeg. Het huis was klein. Bovendien had Yan ook al ander bezoek, want hij runde vanuit huis ook een B&B – het was het weekeinde van de Canal Parade en dus druk – en Leszek snurkte, daarvan kon Yan niet slapen. Daarnaast moest hij vroeg opstaan omdat hij als verpleger werkte. Yan heeft achteraf wel gedacht dat hij mogelijk Leszeks lot had kunnen beïnvloeden als hij ’m nog een nacht extra had aangeboden. Op de handdruk bij het afscheid na hebben ze elkaar met geen vinger aangeraakt, dat heeft Yan ook meermaals bij de politie verklaard.

En zo stond Leszek met zijn backpack weer buiten.

“Laatst de Disneyfilm ‘De Weg naar El Dorado’ gekeken met een stel vrienden. En ik kwam tot de conclusie dat de meeste sprookjesfilmhelden één simpele regel volgen. Stel geen vragen, ga gewoon. Wat het lot ook voor ze in petto heeft, ze trekken zich er niets van aan. Ze accepteren het en ­proberen zich erop aan te passen.”

Beeld Ted Struwer

De Wallen

Met zijn backpack waarvan inmiddels één hengsel kapot was, slenterde Leszek door de stad. Het was vermoeiend, dat gesleep. Op het Rembrandtplein besloot hij zijn bellenblaasset uit zijn tas te halen. Hij begon te blazen en verdiende zo een paar euro voor een koffie bij McDonald’s. Nadat de McDonald’s waar Leszek zat te schrijven haar deuren had gesloten, besefte hij dat hij nog geen slaapplek had voor de nacht. Hij liep naar De Wallen. Zoiets had hij nog nooit gezien. Iedere vrouw was ook werkelijk in rood licht tentoongesteld. De naam ‘Red Light’ sneed hout. De vrouwen waren knap, ondanks de implantaten. Maar ze zagen er professioneel opgebrand uit, weinig levensvreugde in hun ogen, vond Leszek.

Hij stapte bij een vrouw naar binnen. Voor de kick, voor een nieuw verhaal voor zijn volgers, om met haar te praten, om haar te vertellen over zijn reis en haar te vertellen dat er een manier van leven is die helemaal niet zo duur is. Dat ze dit werk niet hoeft te doen. Dat ze net als hij ook kan besluiten te vertrekken en te leven van wat de dag brengt. Stond hij daar in een krappe gang met zijn tas op zijn rug op nog geen tien centimeter van een bijna naakte vrouw. Een beetje ongemakkelijk.

“Ik probeerde haar te laten geloven dat ze het zou kunnen. Dat het niet eng is. Dat ze het ook kon proberen. Mislukt. Ik ging naar buiten en toen ik omkeek, zag ik een glimlach op haar gezicht. Het was géén flirterige glimlach die je uitnodigt om met haar naar bed te gaan.”

Rembrandtplein

Na nog meer gezeul door de stad was hij rond zes uur ’s ochtends weer op het Rembrandtplein. Daar besloot hij in afwachting van de opening van de McDonald’s even tegen zijn backpack aan te leunen. Hij viel in slaap. Om negen uur ’s ochtends werd hij gewekt door twee agenten.

Ze vertelden hem dat buiten slapen niet was toegestaan en vroegen om zijn identiteitsbewijs. Ditmaal kwam hij er zonder boete vanaf, maar hij stond nu wel geregistreerd, dus de volgende keer zou een boete volgen. De komende nacht moest en zou hij een slaapplek vinden.

De McDonald’s was inmiddels open. Leszek ging er moe en uitgeput zitten om uit te rusten, zijn electronica op te laden en te schrijven voor zijn Facebookvolgers. Hij las over de aanslag in Nice, waar een terrorist met een vrachtwagen op een menigte was ingereden. De terrorist had eerst de Poolse chauffeur doodgeschoten. Leszek voelde zich er klote door, ook door de gebroken nacht. Het waren uitputtende dagen.

“Ik geef toe, misschien is het mijn schuld, misschien heb ik de wet overtreden, maar eerlijk gezegd ben ik wrokkig over hoe het hele systeem werkt. Misschien is het waar dat ik nu gewoon bitter ben. En misschien is het waar dat het anarchistische deel van mijn ziel vrij wil zijn. Ik denk dat de veiligheidswetten de vrijheid steeds meer inperken. Ik vind dat niet zo leuk.”

Vondelpark

Het was Gay Pride en hij bevond zich ­precies aan de drukke route. Hij keek zijn ogen uit. Vooral de mannen in hondenpakken, kruipend op hun knieën aan de ketting van hun baas, maakten indruk. In Polen was zoiets ondenkbaar. Gaaf om dat eens met eigen ogen te zien. Hij vond het maar niks om daar met zijn bellenblaasset tussen te staan. Er waren al paradijsvogels genoeg, dus de set borg hij op. Leszek ging op weg naar de barbecue in het Vondelpark waarvoor een aantal collega-straatartiesten hem hadden uitgenodigd. Op de barbecue gaf een meisje hem een portrettekening die ze eerder van hem maakte toen hij z’n bellenblaasact stond te doen.

Hier houdt Leszeks dagboek op. Onder zijn laatste post schreven mensen:

Malgorzata: “Ik kijk hier vandaag ook weer omdat ik al een paar dagen niks meer heb gezien. Is er iets aan de hand? Ik hoop dat het goed met je gaat Leszek, en dat je niets schrijft omdat je gewoon lol aan het maken bent.”

Lagnar: “Ik hoop ook dat alles ok is.”

Agnieszka: “Hmmm.”

Dan een paar dagen later post zijn broer op Leszeks Facebookpagina:

“Leszek heeft geen toegang tot zijn computer. Hij vroeg me jullie te zeggen dat als hij terug is hij jullie zal vertellen over zijn Eurotrip.”

Van Lennepstraat, 24 juli 2016, avond

De barbecue liep op z’n einde. Iedereen was een andere kant op gegaan. Leszek bleef alleen achter in een donker Vondelpark. Een jongen die ook bij de barbecue was geweest, had hem zijn telefoonnummer gegeven. Leszek kon daar wel blijven slapen, als hij wilde. De jongen was zelf al eerder naar huis gegaan. Hij had gezien dat Leszek het naar zijn zin had en gezegd dat hij gerust later kon komen.

Leszek begon te lopen in de richting van dat huis, vermoeid, aangeschoten van de drank en een joint die rond was gegaan.

Een man sprak hem aan in een men­geling van Oost-Europese talen. Leszek herinnert zich nog dat hij de man hem meteen ­fascineerde – hij raakt nu eenmaal snel gefascineerd door mensen. Bijzonder dat ze, hoewel ze geen landgenoten waren, toch konden communiceren. Zijn stem had bovendien een mooie zangerige ­melodie. Iedereen was sinds de start van zijn reis zo aardig geweest. Alleen maar aardige mensen. Leszek dacht maar aan één ding: een bed vinden. Weer buiten ­slapen was geen optie. Als de politie hem zou tegenkomen zou hij een boete krijgen. Hij liep met de man mee naar de Jacob van Lennepstraat. Op de drempel, voordat ze de steile trap opliepen, gaf de man Leszek drie zoenen op zijn wang, zoals grootmoeders doen. Later herinnerde Leszek zich deze kussen als de judaskus, het symbool van verraad.

Ze dronken nog wat, Leszek en Halilovic, de man met de mooie stem. Daarna ging hij liggen op een matras in de woonkamer. Toen Leszek wakker werd, probeerde Halilovic hem anaal te penetreren. Hij sloeg een arm om Leszek heen en hield hem stevig vast. Leszek was verlamd van angst. Toen hij dacht dat de man sliep en wilde opstaan, hield Halilovic hem tegen en probeerde hem nogmaals aan te randen. Er ontstond een worsteling, waarbij Leszek een klap uitdeelde.

Uiteindelijk lukte het Leszek zich los te rukken en op te staan. Radeloos ging hij op een krukje zitten naast zijn rugzak. Hij zocht naar vluchtwegen. Waren de deuren op slot? Springen vanaf het balkon ging niet, driehoog. Ongezien pakte hij zijn scoutingmes uit het bovenvak van zijn rugzak. Hij was doodsbang. De man was afwisselend aardig en boos, en ijsbeerde door de kleine woonkamer.

Op een gegeven moment werd de man weer agressief en kwam op hem af. Leszek stak hem. Bloedend rende hij het appartement uit. Leszek ging erachteraan, vol adrenaline. Bang, boos en machteloos tegelijk stak hij hem op straat nog een keer. Een overbuurvrouw zag de bloedende man en sleepte hem haar hal in. Een andere bewoonster op driehoog had Leszek zien steken. Leszek ging zitten op straat. Hij had alleen zijn boxershort aan en een laken om zijn bovenlijf dat een buurtbewoner hem had gegeven. Hij zat onder het bloed. Het mes gooide hij een eind bij zich vandaan. Hij wilde niet dat voorbijgangers zouden denken dat hij hen kwaad wilde doen. De politie kwam en nam hem geboeid mee. Bij aankomst op het politiebureau kreeg hij medicijnen tegen aids en hiv. Na drie dagen mocht hij zijn familie bellen.

Beeld Ted Struwer
Beeld Ted Struwer

Gevangenis Almere

Volkomen logisch dat ze hem in eerste instantie als dader behandelden. Zo moet hij er ook uit hebben gezien, die ochtend in de Van Lennepstraat, gezeten op de stoep. Leszek bleef de rechercheurs, de zeden­politieagente, de psychologen en zijn advocaten hetzelfde consistente verhaal vertellen. Tijdens die verhoren realiseerde hij zich dat er ook een stuk touw in zijn backpack had gezeten. Wat als Halilovic dat touw in handen had gekregen in dat eenkamerappartement en hem had vastgebonden? Als Leszek over de verkrachting sprak, kokhalsde hij.

Het OM verdacht Leszek van moord met voorbedachten rade. Leszek dacht voor tien, twintig, dertig jaar de cel in te gaan. Boeken sleepten hem erdoorheen. In het bijzonder Dantes Goddelijke komedie maakte veel indruk, en specifiek deze zin: ‘Ik stierf wel niet, maar bleef toch ook niet leven.’ Die zin was een klap in Leszeks gezicht. Maar hij vond er ook de motivatie in om door te gaan. Tijdens de maanden in de gevangenis werd hij fitter dan ooit. Hij ging gesprekken aan met een boeddhistische raadsman, een katholieke priester en een rabbijn. Hij ­verbeterde ook zijn gitaarspel.

Helaas lukte het zijn eerste advocaat niet om verlof te krijgen om, in afwachting van zijn rechtszaak, toch als getuige bij het huwelijk van zijn broer te kunnen zijn. Zijn familie regelde een andere advocaat, ze wilden de beste die er was. Dat werd Stijn Franken, toenmalig advocaat van Willem Holleeder. Die was er ‘ten diepste van overtuigd’ dat Leszek een beroep op noodweer(exces) zou toekomen. Een klassiek geval. In Het Parool: “Hij is overvallen in zijn slaap en anaal verkracht, waarna hij overmand door emoties twee keer heeft gestoken toen hij dacht dat hij opnieuw zou worden verkracht.”

Beeld Ted Struwer

Rechtbank

Het OM dacht er anders over, het zag in Leszek een gay in de ontkenningsfase. Hij had naakt bij couchsurfer Yan in bed geslapen. En wist Leszek echt niet dat het het weekend van de Canal Parade was? Misschien was er in de slaapkamer aan de Van Lennepstraat wel sprake van een ordinaire ruzie tussen prille geliefden.

Het deed Leszek pijn dit te horen. Al helemaal omdat zijn familie op de tribune zat. Hij was en is hetero, en heeft – een aanzienlijk deel van zijn landgenoten ten spijt – niets tegen homoseksuelen. Leszeks Tinderprofiel werd nog behandeld in de rechtszaal; daaruit bleek dat hij geïnteresseerd was in vrouwen, niet in mannen.

Een paar dagen voor het hoger beroep was er een novum. Een man werd voor een ander vergrijp aangehouden en stond zijn DNA af. Datzelfde DNA werd aangetroffen op de matras in de woning aan de Van Lennepstraat. Schoorvoetend gaf deze man toe aangerand te zijn door Daniel Halilovic; hij herkende hem bij een fotoconfrontatie. De jachtmethode was dezelfde: ’s avonds in het Vondelpark bood Halilovic hem een slaapplaats aan. Toen hij wakker werd zat Halilovic met zijn hand in zijn onderbroek, er ontstond een gevecht en de man vluchtte de woning uit.

Dat was wat Leszek nodig had. Halilovic bleek een serieaanrander te zijn. Ook buurtbewoners hadden verklaard dat er regelmatig jonge jongens bij hem thuis waren. Leszek ging vrijuit. Vrijgesproken op basis van noodweerexces. Hij mocht met zijn familie mee terug naar Polen. ­Uiteindelijk zat Leszek een half jaar in de cel, in Almere, op krap negen vierkante meter. Leszek was opgelucht dat hij vrijkwam, maar er was ook een ander gevoel: wat erg dat nóg iemand dit mee had ­moeten maken.

Beeld Ted Struwer

Wrocław

Oud en nieuw vierde hij weer thuis bij zijn broer, diens inmiddels vrouw en wat vrienden. Bij het uitpakken van zijn tas besefte hij hoe erg het eigenlijk stinkt in de gevangenis.

De gebeurtenissen in de zomer van 2016 en zijn gevangenschap hebben ertoe geleid dat Leszek zijn studie IT heeft afgebroken. In de gevangenis kwam hij niets anders dan mensen tegen, mensen zoals hij, de meesten geknakt. Met sommigen zou hij nog geen minuut alleen durven zijn. Maar toch, het waren mensen. Mensen die geen andere opties meer zagen en besloten te doen wat op dat moment de enige overgebleven optie voor hen scheen.

Leszek is gestart met een studie psychologie. Hij was al langer geïnteresseerd in de verborgen mechanismen van het brein. En nu nog meer. Helemaal nu hij begrijpt hoe fragiel herinneringen kunnen zijn, en hoe breekbaar mensen. In september gaat hij voor zijn Erasmusjaar naar Almería, Spanje. De universiteit zorgt voor woonruimte.

Pas in 2017 noteerde Leszek in zijn dagboek de volgende woorden over die avond in het Vondelpark, zomer 2016. Hij voelde zich verplicht zijn volgers van toen alsnog bij te praten over de laatste dag van zijn Eurotrip:

“Het was fantastisch. Jay had eten voor iedereen meegenomen (...). Het moment dat Jay zeepbellen begon te blazen en wel twintig jonge mensen al die bellen begonnen kapot te prikken. Voor dit soort momenten leef ik. (...) We zaten dus naast de fontein, dronken bier en luisterden naar muziek. Ik begon te vertellen over mijn reis. De tijd ging snel. Deze avond was een van de mooiste momenten in mijn leven. Mensen ver­zamelden zich en iedereen ging richting het centrum behalve ik. Ik zei tot ziens en ging mijn weg. Tot later!”

Voor deze reconstructie sprak de auteur uitvoerig met Leszek P. Hij zocht hem op in Polen en ontving hem in Amsterdam. Verder was er een gesprek met couch­surfer Yan en enkele buurtbewoners in de Van Lennepstraat. De auteur raadpleeg­de daarnaast Leszeks Facebook en de rechterlijke uitspraak op rechtspraak.nl.

Op maandag 31 augustus om 20.25 uur zendt 2doc de documentaire Noodweer – ik ben niet begonnen uit. Leszeks verhaal maakt deel uit van deze documentaire (regie: Hans Pool).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden