PlusExclusief

Leraar Kurano Bigiman begon een gymnasium in Zuidoost: ‘Pas als kinderen kansen krijgen om te groeien, kúnnen ze groeien’

Kurano Bigiman, leraar Grieks, Latijn en klassieke culturen op het Ir. Lely Lyceum in Zuidoost. Beeld Maarten Kools
Kurano Bigiman, leraar Grieks, Latijn en klassieke culturen op het Ir. Lely Lyceum in Zuidoost.Beeld Maarten Kools

Amsterdammer van het Jaar Kurano Bigiman (36) zette een gymnasium op in Zuidoost, droomt nu al over een tweede en kijkt terug op een wiebelig jaar. ‘Soms kijk ik de klas in en denk ik: wat doen jullie raar.’

Raounak Khaddari

Het jaar van

Dit is de vierde aflevering van de interviewserie Het jaar van, waarin markante Amsterdammers terugblikken op hun 2021.

Leerlingen op het gymnasium van het Ir. Lely Lyceum in Zuidoost krijgen van Kurano Bigiman dezelfde lessen Grieks, Latijn en klassieke culturen voorgeschoteld als de leerlingen op het Vossius Gymnasium in Zuid. Bigiman, geboren en getogen Amsterdammer, vindt het leuk om te zien dat alle leerlingen dezelfde struggles hebben en allemaal dezelfde lessen aankunnen. “Lang leefde het vooroordeel dat kinderen in Zuidoost slechter konden leren dan kinderen in andere stadsdelen. Door het gymnasium zien we nu: pas als kinderen kansen krijgen om te groeien, kúnnen ze groeien.”

Ook Bigiman kreeg naar eigen zeggen een kans: Jeroen Rijlaarsdam, zijn oud-collega die aardrijkskunde gaf op het Vossius, werd rector van het Ir. Lely Lyceum, waar Bigiman nu voor de helft van zijn werkweek lesgeeft. Rijlaarsdam vroeg of Bigiman een gymnasiumafdeling wilde opzetten. Inmiddels zijn er vier jaarlagen gymnasiasten in Zuidoost. De eerste lichting van vijf leerlingen doet over twee jaar eindexamen, en in de eerste klas zitten nu zestien leerlingen.

Bigiman werd dit jaar uitgeroepen tot Amsterdammer van het Jaar omdat het hem lukte succesvol een gymnasium uit de grond te stampen. Hij is blij, maar niet trots. “Ik kreeg een mooie kans en die heb ik gepakt. Het zijn de leerlingen waar we trots op moeten zijn. Die presteren en floreren op het gymnasium, niet ik.”

Bent u bescheiden?

Na een korte stilte :“Ja, een beetje denk ik. Niet vals bescheiden, want het voelt echt alsof ik gewoon mijn werk heb gedaan. En het was nu net het werk dat hard nodig was in onze stad.”

Waarom heeft ook stadsdeel Zuidoost een gymnasium nodig?

“Het is belangrijk dat alle vormen van onderwijs aanwezig zijn in de buurt. Kinderen in Zuidoost die naar het gymnasium willen, moeten vanaf hun elfde of twaalfde élke schooldag drie kwartier heen en drie kwartier terug reizen met de metro. Dat moeten ze zes jaar lang volhouden, en de metro is niet gratis. De kosten worden ook niet vergoed. Weet je wel wat we dan aan die kinderen vragen? En dat doen we alleen bij hen. In de rest van Amsterdam staat in elk stadsdeel een gymnasium. Daar kunnen kinderen gewoon op de fiets naar hun middelbare school.”

U geeft les in Grieks, Latijn en klassieke cultuur. Dat zijn uitsluitend gymnasiumvakken, en tegelijk benadrukt u: niet elk kind hoeft naar het gymnasium.

“Dat klopt. Ik vind het belangrijk dat kinderen die dat willen een extra sticker kunnen verdienen op hun vwo-diploma. Ook als het niet lukt, om welke reden dan ook, of als leerlingen zelf besluiten ermee te stoppen na een paar jaar, is dat oké. Ze hebben de ervaring opgedaan en de kennis neemt niemand ze meer af. Een leerling die begint en vervolgens stopt met iets, heeft ook iets geleerd.”

Na bijna vijftien jaar in het onderwijs moest u zichzelf dit jaar herontdekken als leraar. Hoe kwam dat?

“Door corona. De scholen moesten sluiten en dat heeft effect op leerlingen. Vooral leerlingen in de eerste en tweede klas op zowel het Vossius, waar ik voor de helft van de tijd lesgeef, als op het Ir. Lely Lyceum hebben het echt moeilijk gehad met die sluitingen. Niet zozeer op vakinhoud, maar op sociaal gebied. Ze zijn het ontwend om in een groep te functioneren.”

“Het kost die kinderen ontzettend veel energie: ze zijn om zich heen aan het kijken hoe ze zich moeten gedragen en hoe anderen zich gedragen, en dan komt er ook nog bij dat docenten allemaal wat van die kinderen willen. Dat kost ze heel veel werkgeheugen en dat baart me zorgen.”

“Soms, als er even wat tijd over is, kijk ik in de klas en denk ik: wat doen jullie raar. Alle ervaring die ik heb opgedaan in de afgelopen veertien jaar moest ik uit het raam gooien, en vervolgens opnieuw ontdekken welke interventies helpen en welke niet. Noodgedwongen moest ik mezelf heruitvinden als leraar. Ik hou van mijn leerlingen, maar het is niet altijd gemakkelijk een nieuwe en leuke interventie in een les te moeten bedenken. Ik moet natuurlijk ook nog de stof met ze doornemen.”

Kurano Bigiman

24-2-1985 geboren in Amsterdam-Oost
1997-2003 Vossius Gymnasium
2003-2013 Griekse en Latijnse Taal en Cultuur aan de UvA
2004-2012 Europese Studies aan de UvA
2004-2008 Nieuwgriekse Taal en Cultuur aan de UvA
2007-heden Docent aan het Vossius Gymnasium
2018-heden Docent aan het Ir. Lely Lyceum

De gevolgen van de schoolsluitingen op leerlingen worden nu beetje bij beetje zichtbaar, wat voor effect had het op u?

“Ik was een periode veel minder energiek. Vooral de tweede schoolsluiting heeft er bij mij ingehakt. We hadden alles net een beetje op de rails, en ik kon weer min of meer normaal lesgeven, toen we opnieuw overgingen op onderwijs op afstand. Het is eigenlijk niet meer goedgekomen tot aan de zomervakantie, waardoor ik ook daarna heel moeilijk op gang kwam. Die periode ging ik ook met tegenzin naar mijn werk.”

“Als ik thuiskwam, voelde ik me helemaal leeg, en sporten in de sportschool kon niet. Ik probeerde mezelf op te vrolijken met YouTubevideo’s van Lubach, en door te koken. Het duurde een aantal weken, maar toen zat ik er weer goed in. Zodra ik voor de klas sta, ga ik ‘aan’ en verschijnt er een lach op mijn gezicht. Dat verdienen die kinderen ook.”

En nu zijn de scholen wéér gesloten. De kerstvakantie werd door het kabinet een week vervroegd en het is niet ondenkbaar dat de lessen in het nieuwe jaar op afstand worden hervat. Hoe is dat voor u?

“Het is meer dan zuur dat de scholen op dit moment weer dicht moeten; als een lockdown echt had gemoeten, had dat volgens mij ook een kleine in november kunnen zijn, zodat we nu niet op stel en sprong zo vlak voor de feestdagen paniekerig hoefden te doen. Je had dit van verre kunnen zien aankomen met omikron, waarom dan op zo’n ongelukkig moment?”

U bent de vijftiende Amsterdammer van het Jaar en ook de laatste. De subsidie van de gemeente Amsterdam, waarvan de organisatie bijna geheel afhankelijk is, loopt af. De Amsterdammer van het Jaar past niet binnen de nieuwe subsidieregels van wethouder Groot Wassink (Diversiteit). Hoe vindt u dat?

“Ik begrijp de redenering van de gemeente niet om de subsidie daarvoor stop te zetten. Het is een project dat precies de diverse kanten van de stad en de prachtideeën van diverse Amsterdammers in de spotlight zet. Het past juist in álle hokjes van de gemeente! Ik had de prijs namelijk graag willen doorgegeven, en ik hoop dat ik die kans toch nog eens krijg.”

Is Zuidoost met een gymnasium nu compleet?

“Nee, zeker niet. Over twee jaar doen de eerste leerlingen eindexamen. Dat is spannend en daar kijk ik enorm naar uit. Ik zou het ook fijn vinden als er een categoraal gymnasium zou komen. Keuze vind ik een groot goed. Sommige leerlingen vinden het fijn om op een scholengemeenschap te zitten en willen bijvoorbeeld de kans krijgen op of af te stromen. Anderen gedijen beter bij gelijkgestemden om zich heen. Elk stadsdeel heeft een categoraal gymnasium, Zuid heeft er zelfs twee. Kinderen uit Zuidoost moeten die keuze ook krijgen.”

Terugblik 2021

Mijn hoogtepunt

“Dat is zonder twijfel het begin van het academische jaar van de UvA dat ik mocht openen. Dat is de universiteit waar ik zelf aan heb gestudeerd. Ik mocht ingaan op de toekomstvisie van leerlingen die ik lesgeef. Dat vond ik een heel mooi moment.”

Mijn dieptepunt

“De tweede lockdown. We waren net weer aan het gaan met z’n allen, toen we teruggefloten werden. Dat hakte er wel in bij mij.”

Persoon van het jaar

“Alle Amsterdamse leerlingen. Ze leven in een ontzettend ingewikkelde tijd. We kunnen ze geen enkele zekerheid bieden en ze blijven doen wat ze moeten doen. Ik heb groot respect voor het feit dat ze nog niet in opstand zijn gekomen.”

Wat zal u het meeste bijblijven?

“Het moment dat mij verteld werd dat ik Amsterdammer van het Jaar werd. Ik dacht dat het een grap was. Maar het was waar: Halsema noemde mijn naam, en in het DeLaMar Theater kreeg ik van Edson da Graça een foto van mezelf en een cheque van 1500 euro.”

Wat hoopt u volgend jaar niet meer terug te zien?

“De onmacht van je leerlingen niet kunnen begeleiden. Die constante wiebeligheid maakt alles zo onzeker. Ik kan niet eens vertellen hoe hun centraal eindexamen eruitziet, en of hun Romereis doorgaat. Die antwoorden heb ik niet.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden