Leen Gijzenberg in de boerderijwinkel.

Plus Reportage

Leen is al 55 jaar boer: ‘Dit is een hobby. Rijk word je er niet van’

Leen Gijzenberg in de boerderijwinkel. Beeld Dingena Mol

Na 55 jaar kan boer Leen Gijzenberg (74) van ­Hoeve Hazerswoude in Lijnden het werk nog maar ­moeilijk volhouden. Een ­opvolger is er niet. ‘Je moet het zien als ­hobby.’

Om zeven uur ’s morgens plukt Leen Gijzenberg pruimen in zijn boomgaard aan de Hoofdweg in Lijnden. De banden van de plukemmer strak om zijn schouders. Hij doet hem niet te vol, dan wordt het te zwaar. Vroeger, toen ging dat makkelijk. Kilo’s droeg hij. Nu neemt hij geen risico meer. Zijn heup is versleten. Hij trekt een beetje met zijn been. Soms staat hij stil, trekt een verfrommelde, ruitenzakdoek tevoorschijn en snuit zijn neus. De buitenlucht heeft zijn wangen rood gekleurd. Een plukslede staat werkeloos in het struikgewas. “Die gebruik je om de koppen – de toppen van de bomen – te plukken. Ik ga er niet meer voor opstaan. Mijn dochter doet het nu voor me. Als je jong bent, rol je om als je valt. Ben je ouder, dan val je als een zak neer en breek je iets.”

Hij zet zijn hand als een zonneklep boven zijn ogen en tuurt met geknepen ogen over zijn maïsveld. In de verte de verkeerstoren van Schiphol, taxiënde vliegtuigen op de Polderbaan. Hoog in de lucht het geraas van een opstijgende Boeing. Verderop zoeft het ­verkeer over de A9 voorbij.

Halve hectare

Gijzenberg is de derde generatie die aan de Hoofdweg 152 een boerderij bestiert: Hoeve Hazerswoude. Zijn land werd steeds kleiner. Van de vroegere acht hectare aan ­appelbomen is nog een half hectare over. De rest verkocht hij vanwege de komst van de A9. “Je kunt het niet tegenhouden. Als je denkt dat je met recht kunt komen, heb je het mis. Wat rest, is je erbij neerleggen. Dan slaap je beter.”

Hij werd op de boerderij geboren. Zijn grootvader begon er in 1926 met akkerbouw en suikerbieten. Later nam zijn vader de hoeve over. De plek is Gijzenberg dierbaar. Als jongen sprong hij in de kafhoop, bouwde hutten in de ­strobalen en hielp zijn vader op het land.

In 1926 begon Gijzenbergs grootvader op de boerderij met akkerbouw en suikerbieten. Beeld Dingena Mol

In 1964 begon hij zelf met fruitteelt op de boerderij. “We hebben toen de eerste appelbomen geplant. Tienduizenden waren het. In die tijd begonnen mijn vrouw Wil en ik ook met de huisverkoop.” In de boerderijwinkel verkoopt Gijzenberg onder meer appels, pruimen, peulvruchten, ­eieren en aardappelen. Een deel van de producten betrekt hij van andere leveranciers.

Zijn kleindochter Isis (7) huppelt onvermoeibaar achter hem aan. “Opa, heb je gezien hoe groot deze appel is? Je hebt een appeljoekel hier!” Gijzenberg sloft voort door het hoge gras. Hij zwijgt. Met die stilte dwingt hij de rust af die bij hem past. Na tien stappen draait hij zich stroef om en antwoordt: “Ja, ja groot. Goed zo!”

Hij haalt een zakmes uit zijn broekzak. Het lemmet oogt klein in zijn grote werkhanden. Traag schilt hij een appel die Isis heeft geplukt. De partjes deelt hij uit. 

“Lekker zuur!” roept zijn kleindochter uit. “Die is nog niet rijp ­genoeg. Te hard en zuur,” vindt Gijzenberg. “Voor kinderen is het ­prima, maar als je ouder wordt, wil je niet meer dat ruige en harde.”

De ingang van de winkel. Beeld Dingena Mol

Vanaf 1980 konden mensen op Hoeve Hazerswoude zelf appels plukken in de boomgaard. Razend populair was dat. Om acht uur ’s morgens stonden de mensen al ­rijendik voor de deur. Op het erf maakte Gijzenberg parkeervakken. “De hele ­familie sprong bij. We hadden drie jongens in oranje vesten staan om het verkeer te regelen. In de schuur stonden tachtig kruiwagens om de appels in te vervoeren en vier weegschalen om ze te wegen.”

Gijzenberg zit inmiddels met een kop koffie aan de keukentafel, die bekleed is met een zeil in appeltjesprint. Hoofdschuddend kijkt hij naar buiten. “Het gaf me ook wel spanning. Al die mensen die je op je af zag komen. In golven kwamen ze. Als het stoplicht om de hoek op groen sprong, kwam een nieuwe golf van zeven auto’s. Of een bus vol Chinese toeristen. Een heksenketel was het. En overal gepraat om me heen.”

In 2009 stopte de familie Gijzenberg met de appelplukdagen. “Na die laatste appelpluk had ik last van mijn rug. Ik dacht: ik stop ermee, gooi alles eruit. ‘Zou je dat nu wel doen, dan heb je niks meer,’ zei mijn vrouw. Toen heb ik nog een halve hectare laten staan.”

In plaats daarvan organiseert Gijzenberg sinds 1990 in september plukdagen voor suikermaïs. Hij verwacht dat de maïspluk dit jaar pas rond 14 september zal beginnen. “Normaal gesproken is het begin september al. De telefoon staat roodgloeiend met mensen die willen weten wanneer het begint. Chinezen, Marokkanen en Turken nemen vaak wel vijftig à zestig kilo maïs mee, voor de ­barbecue en weet ik wat ze ermee doen.”

Nieuwe heup

In de loop der jaren sijpelde een nieuwe, exotische ­wereld binnen bij de Hoeve Hazerswoude, waar vier keer per week aardappelen met Hollandse groenten op tafel staan. “Turken en Marokkanen gebruiken het suikerbietenblad om een vulling in te doen. Bij de Griek kun je het ook eten, met druivenbladeren. Andere vullen de stelen met ­knoflook en kruiden. Ze hebben het weleens voor ons meegenomen om te proeven.”

Hij schiet in zijn klompen om terug naar de boerderijwinkel te gaan. “Hihi, opa heeft klompen,” giechelt kleindochter Isis, die op eenhoog in Amsterdam woont. Als zij iets zegt, verzacht zijn blik. De winkel bevindt zich in de schuur die zijn grootvader in de jaren dertig bouwde, met hoge, schuine wanden. De paar tl-balken verdrijven de schemer maar nauwelijks. Het fruit en de aardappelen weegt Gijzenberg op een ­imposante Jaffaweegschaal uit 1964, gemaakt door ­Machinefabriek Stork.

Kleindochter Isis in het maïsveld, met op de achtergrond de verlegde A9. Beeld Dingena Mol

Op de achterkant van elk afgescheurd bonnetje heeft hij met de hand de website van de winkel geschreven. Zijn dochter maakte die site, want zelf heeft hij weinig verstand van internet. Van twaalf uur tot half zes ’s middags is de winkel ­geopend, maar lang niet iedereen houdt zich aan die tijden. Soms trekt Gijzenberg voor negentig cent de klompen aan om de schuur in te gaan. “Zes ­dagen twaalf uur werken wil ik niet meer. Ik bouw het langzaam af. Je doet er niks aan dat je ouder wordt. Het ­afgelopen jaar kwakkelde ik met mijn gezondheid. Ik krijg een ­nieuwe heup.”

Een opvolger is er niet. Zijn drie kinderen hebben voor ander werk gekozen. “Je moet dit ook meer zien als een hobby. Rijk word je er niet van. Met de huisverkoop is het net rendabel.”

Natuurlijk zal hij het werk gaan missen. De vroege ­ochtenden in de boomgaard, zijn klompen in het bedauwde gras. “De blaadjes zien komen, zien hoe alles groeit en bloeit. Dat vind ik mooi.” Hij zucht. “Nee, voor mij geen flatje.”

De boerderijwinkel. Beeld Dingena Mol
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden