PlusInterview

Kunsthandelaar Bob Haboldt: ‘De kick is het continu speuren’

Kunsthandelaar Bob Haboldt (65) dacht altijd dat hij een keiharde zakenman was. Maar sinds hij een kostbaar schilderij aan het Rijksmuseum schonk, is hij daar niet meer zo zeker van. ‘Medelijden is voor mij heel belangrijk.’ 

Bob Haboldt: ‘Wanderlust hoort bij de manier waarop ik werk.’ Beeld Wouter Le Duc
Bob Haboldt: ‘Wanderlust hoort bij de manier waarop ik werk.’Beeld Wouter Le Duc

Zoals altijd stond Bob Haboldt, handelaar in oude meesters, vorig jaar op The European Fine Art Fair, beter bekend als Tefaf. Het was zijn 33ste keer – hij is er sinds de oprichting bij – en ook dit keer zou vermoedelijk alles gaan zoals het altijd gaat. De privévliegtuigen vulden Maastricht Aachen Airport, er was champagne, een stevige handdruk, en dan kon er weer een rood stickertje op een werk. Het was begin maart: duizend mensen, uit verschillende landen, een week lang in dezelfde ruimte, en elke dag duizenden bezoekers was niets bijzonders.

Terwijl de organisatie van de prestigieuze kunstbeurs in Maastricht voor de zekerheid pompjes met desinfecterend middel plaatste, hing kunsthandelaar Bob Haboldt een uiterst zeldzaam schilderij van Bartholomeus Spranger aan de wand van zijn stand: Engelen dragen het lichaam van Christus.

Spranger schilderde het werk in 1587, op het moment dat hij een van de belangrijkste kunstenaars in Europa was. Te zien is hoe het lichaam van Christus door engelen uit een sarcofaag wordt getild, beschenen door hemels licht. Het was een van de topstukken van Tefaf, en werd dan ook gelijk verkocht.

“Bepaalde kunst raakt je veel harder dan andere dingen. Ik bedoel, een kerkinterieur is een kerkinterieur,” zegt Haboldt, en hij wijst naar een kerkinterieur in het appartement in Amsterdam-Zuid. Dit is zijn pied-à-terre, een met drie slaapkamers, en tegelijkertijd zijn ontvangstruimte voor klanten. Een gesloten galerie, alleen te bezoeken op afspraak.

Zo heeft hij soortgelijke plekken in New York en in Parijs, en heeft hij woonhuizen in Zwitserland en Italië. Als handelaar in oude meesters is Haboldt een reizende one-man-band. Altijd op pad, naar waar ter wereld ook maar iets interessant te zien is.

“Die wanderlust hoort bij de manier waarop ik werk. Het inkopen en verkopen van oude meesters, en het adviseren aan particuliere verzamelaars en musea. Dat houdt mij behoorlijk van de eh...nee, juist op de straat.”

Wanderlust, het verlangen om de wereld te ontdekken. Hij gebruikt het woord graag. En hij praat eigenlijk ook zo. Vraag hem bijvoorbeeld naar de jonge Bob Haboldt, die opgroeide boven Haboldts zelfbedieningswinkel aan het Hugo de Grootplein, en binnen enkele zinnen dwaalt hij ongemerkt van het verleden naar het nu.

Bartholomeus Spranger: ‘Engelen dragen het lichaam van Christus’ (ca. 1587). Dit schilderij schonk Haboldt aan het Rijksmuseum. Beeld Rijksmuseum
Bartholomeus Spranger: ‘Engelen dragen het lichaam van Christus’ (ca. 1587). Dit schilderij schonk Haboldt aan het Rijksmuseum.Beeld Rijksmuseum

“Toen ik 19 was, wist ik dat westerse kunst mijn voornaamste interesse was. Als je destijds had gevraagd: hoe zou je alles het liefste doen? Dan denk je als jong iemand natuurlijk aan een soort James Bondachtig bestaan. Vliegtuigen, auto’s. Alle landen in en weer uit. Met enig sociaal gemak overal binnenkomen. Dat je ontwikkeling op zo’n niveau is dat je over verschillende dingen mee kunt praten. Cocktails, openingen, diners, feesten en partijen. Ik ben nu 65 dus op een gegeven moment heb je ook veel dingen gezien en denk je van pfff.”

Hadden uw ouders zo’n leven ook voor u in gedachte?

“Nee, mijn ouders hadden daar geen notie van. Wij woonden boven de kruidenierszaak van mijn opa, en mijn vader heeft dat bedrijf uitgebreid tot meerdere zelfbedieningswinkels in Amsterdam. Hij had het liefst gezien dat ik in zijn voetsporen was getreden. Maar ik ging al snel de wereld van de kunst in.”

Hoe begon dat?

“Ik was als kind vrij allergisch en de dokter zei: ‘Het zou goed zijn als die jongen een tijdje in de bergen zijn longen kan laten werken.’ Dus werd ik door mijn ouders naar een kostschool in Zwitserland gestuurd. Dat was wel poef, eventjes aanpassen. Voor zo’n chique kostschool kwam ik uit een vrij laag sociaal niveau. Zat ik daar opeens, in een internationale omgeving, met kinderen van ambassadeurs. Maar toen ik eenmaal gewend was, had ik een internationale blik op het leven en sprak ik Engels. Terug in Nederland heb ik nog het atheneum gedaan, maar daarna was ik snel weg.”

Naar de Verenigde Staten.

“Ja, ik kreeg een studiebeurs om kunstgeschiedenis in Portland, Oregon te studeren. Weer terug in Nederland ben ik als werkstudent bij Sotheby-Mak van Waay op het Rokin gaan werken, en daarna bij een klein veilinghuis in de Spiegelstraat. Vervolgens kreeg ik een goede baan bij Christie’s in New York aangeboden, en in 1983 ben ik voor mezelf begonnen. Eerst in New York, daarna ook zaken in Parijs en Amsterdam.”

En nu begeeft u zich als expert in oude meesters onder de rijkste mensen op aarde. Ik stel me zo voor dat u af en toe een belletje krijgt van iemand in een kasteel in Frankrijk, waar nog wat oud familiebezit hangt, met de vraag om eens te komen kijken.

“Absoluut. Dat zijn de meest gelukkige momenten hoor, en maar één op de tien of twintig belletjes zijn de moeite waard. Mijn agenda wordt vooral bepaald door de bekende veilingen: New York, Londen en Parijs. Wat veel onregelmatiger is, zijn veilingen die hier en daar, links en rechts, plaatsvinden, en waar je op gegeven moment lucht van krijgt en denkt: daar moet ik zijn.”

Is dat de kick, om iets te vinden waarvan u denkt: dit is ondergewaardeerd?

“De kick is het continu speuren. Iedere keer weer een bladzijde omslaan, naar het volgende werk dat me boeit. En me daarin vervolgens verdiepen. Je kunt nooit alles gezien hebben in een mensenleven, maar dat je een museum binnenloopt en alles herkent. Dat je niet alleen weet door wie het geschilderd is, maar dat je het weet te plaatsen in een periode en geografisch, waar het vandaan komt. Dat is wel erg leuk. Als je een goede kunsthandelaar in oude meesters wil zijn, moet je die kennis ook wel hebben. En een scherp oog. Je moet niet te veel fouten maken, want het gaat om veel geld.”

‘Ik ben ook niet zo heel erg goed in het mensen achter hun broek aan zitten, en met een schilderijtje achter ze aan te rennen.’ Beeld Wouter Le Duc
‘Ik ben ook niet zo heel erg goed in het mensen achter hun broek aan zitten, en met een schilderijtje achter ze aan te rennen.’Beeld Wouter Le Duc

Wat vindt u van de gigantische bedragen die voor kunst worden betaald?

“Dat het allemaal hartstikke duur is, is een zweem die om oude meesters hangt. Mensen denken dat als een modern kunstwerk voor tien, twintig, dertig, veertig miljoen wordt verkocht, dat zo’n oude meester wel helemaal verschrikkelijk duur zal zijn. Een goede oude meester kan je kopen vanaf een ton. Dan kan je inderdaad een prachtige oude meester kopen voor tien miljoen en een oerzeldzame oude meester voor een absurd wereldrecord, maar dat is niets vergeleken met de wereld van moderne kunst. Waar je weet ik veel wat voor een bedrag neertelt voor een schilderij dat vijftig jaar geleden is geschilderd, of vijf dagen geleden.”

Een scherp oog is dus belangrijk, en goede contacten neem ik aan?

“Ik vind het ook wel fijn als een contact mij weet te vinden. Ik ben ook niet zo heel erg goed in het mensen achter hun broek aan zitten, en met een schilderijtje achter ze aan te rennen. Als mensen zeggen: Bob Haboldt, we weten dat u een goede kunsthandelaar bent, kunt u helpen om dit verkopen, of zoiets aan te kopen, dan geeft dat wel een bepaalde voldoening, na al die jaren.”

Om een voorbeeld te geven van uw contacten: u heeft Rembrandts Marten en Oopjen bij de Rothschilds thuis zien hangen, lang voordat ze naar het Rijksmuseum kwamen.

“Dat had een hele specifieke reden, maar ja, ik kom inderdaad wel bij mensen over de vloer. Maar ik vind het net zo leuk om over de vloer te komen bij iemand die in de keuken een schilderij heeft hangen dat daar al generaties hangt. En dat ik dan kan vertellen wat het is. Dat zoeken naar onbekende meesterwerken is veel boeiender dan op bezoek gaan bij belangrijke families, en naar werk te kijken wat al bekend is. Ik vind het leuk om dingen te ontdekken. Als ik iets haat is om het om achter een bureautje te zitten en administratief werk te doen.”

Wanderlust dus. Tot alles vorig jaar tot stilstand kwam, vlak nadat u dat werk van Spranger had verkocht.

“Wij voelden het aankomen in die dagen. Bepaalde collega’s en ik waren ervan overtuigd dat Tefaf een redelijk gevaarlijke plek was geworden.”

En twee dagen na de persconferentie waarin door Rutte het schudden van handen werd afgeraden, werd Tefaf alsnog afgelast. Een handelaar was positief getest.

“Ik ben in confinement in mijn huis in Zwitserland gegaan. Het was een reality check, voor de hele wereld natuurlijk. Door mijn werk heb ik dan wel verschillende plekken waar ik me kan opsluiten, indien gevraagd, maar ik vond het heavy. Dan moet je toch wel even opnieuw gaan evalueren waar je mee bezig bent en hoe de toekomst eruit komt te zien, als er een toekomst is. Ik ben gelukkig niet ziek geworden, maar ik vond het heel moeilijk wat mij was overkomen, wat mijn handel was overkomen.”

De koop van het schilderij van Bartholomeus Spranger werd geannuleerd. Begreep u waarom?

“Het betrof iemand die ik goed ken, een heel fijn iemand, dus ik wil daar geen stennis over maken. Maar ik vond het onbegrijpelijk. Het is iemand die het geld heeft. Een sympathiek persoon met een goed oog, die alle kwaliteiten van een goede verzamelaar heeft. En dan schrijft hij met pijn en moeite een briefje en zegt hij, het spijt me Bob, de tijden zijn zo onzeker, ik annuleer deze aankoop. Daar zit je dan. Opgesloten. En dan denk je van: jeminee. Je gaat je wel bezinnen.”

U had het waarschijnlijk zo weer kunnen verkopen aan iemand anders.

“Ja, maar ik dacht: ik ga eens niet de mensen bellen die zeiden van, o god, bel je ons op als het schilderij toch niet wordt verkocht? Ik dacht: er is iets wat me niet bevalt, nu, in de wereld, in deze covid-wereld. Er komt nog heel veel op ons af, god mag weten hoelang ik nog vastzit, mijn gezin nog vastzit, en de hele wereld met deze ellende door zal moeten gaan. Ik heb er een tijdje over na zitten denken en dacht: ik denk dat ik het me kan veroorloven om het schilderij van Spranger op een permanente plek te laten, die heel dicht bij mij staat.”

Terwijl u eigenlijk keihard bent als het op zaken aankomt, heeft u eens gezegd.

“Dat hoop ik. Ik weet het eigenlijk niet helemaal zeker. Ik zie mezelf als zakenman, ja, en dan hoop je dat je keihard bent. Maar misschien is dat ook wel niet zo. Ik ben heel gevoelig, en door kunst word ik geëmotioneerd. Zo’n schilderij als dat van Spranger, geen kerkinterieur maar een Christus aan een kruis, dat kan je ook alleen verhandelen als je daar emoties bij krijgt.”

Hoe uit zich dat?

“Door maar te blijven kijken. Dat het blijft fascineren, en dat je blijft ontdekken wat die kunstenaar probeert te vertellen, en hoe goed hem dat gelukt is. Dit schilderij, dat een erg mooi en oerzeldzaam schilderij is, raakte me. Toen ik het kocht van een Franse privéverzamelaar raakte het me, toen ik het schoon liet maken raakte het me, en toen ik het op Tefaf hing bleef het me raken. Het werd ook alom geprezen. Ik heb mijn eerste kans aangepakt door het meteen te verkopen. Daarna zat er een rode stip op, dus je hebt al die andere kansen laten lopen. Al die emoties. Ik dacht: dit is een werk dat ik niet graag op de verkeerde plek terecht zie komen.”

Over de waarde van het werk doet hij geen mededelingen, maar hoe oerzeldzaam het schilderij ook was: toevallig werd er op Tefaf door een andere handelaar nog een soortgelijk, maar groter werk van Spranger aangeboden. Een met een prijskaartje van 5 miljoen. Haboldt verwijst naar dat werk als het ‘peperdure ding’ – het werd niet verkocht – dus Engelen dragen het lichaam van Christus zal iets minder kostbaar zijn geweest. Maar hoeveel miljoen het ook was, voor Haboldt draait dit werk om iets anders.

“Dat mensen lijden is een ding, dat ze sterven is iets anders, maar wat daar tussenin zit is compassie,” zegt hij. “Medelijden is voor mij heel belangrijk. Dat er hulp is, dat er hoop is. Je ziet op dit werk dat mooie lichaam van Christus, dat uit de sarcofaag vertrekt. Dat die engel niet alleen het lichaam beschermt, maar ook de hoop geeft door naar die hemel te kijken. En dan die kleine engeltjes die spelen met de spijkers en de nagels die in Christus’ lichaam hebben gezeten, de instrumenten van compassie. En dat je op de achtergrond nog een keer drie Maria’s aan ziet komen, in het blauw gekleed, als een soort personificatie van het zorgpersoneel. Je kunt er natuurlijk in lezen wat je wil, maar het heeft een onderwerp dat je in de Nederlandse kunst van de laatzestiende eeuw niet makkelijk tegenkomt. De man is oerzeldzaam. Het Rijksmuseum is daar gewoon de plek voor.”

U voelt zich op veel plekken thuis, niet per se in Amsterdam. Heeft u nog overwogen om het schilderij aan een ander museum dan het Rijks te schenken?

“Nee. Ik ben in Amsterdam geboren en dit is hét Rijksmuseum. Wat zij aan de muren hebben hangen, is waar ik mijn carrière mee hebt gemaakt.”

Wat vond uw familie ervan dat u besloot om zo’n gift te doen?

“Mijn vrouw, of nee, ik ben niet getrouwd, mijn partner krabde even op haar hoofd, maar is er niet kritisch over geweest.”

Jeugdfoto van Bob Haboldt. Beeld Eigen archief.
Jeugdfoto van Bob Haboldt.Beeld Eigen archief.

Was ze wel verbaasd toen u vertelde over uw plan?

“Ik heb het heel stil gedaan. Mijn vrouw en mijn twee dochters zijn er pas achter gekomen toen het al rond was. Ik heb niet gezegd van jongens, ik wil dit percentage van mijn net worth inleveren, omdat ik het heel zuur vind wat er allemaal gebeurt. Dit is puur uit mijn innerlijk leven naar voren gekomen.”

Hoe reageerde het Rijksmuseum?

“Ik heb Taco Dibbits gebeld en gezegd: Taco, ik speel met het idee iets vrij groots te doen. Dat doe ik zeer zeker niet voor mezelf, maar ik zou een geste willen maken die deze tijd markeert waar we nu inzitten, ter nagedachtenis aan de slachtoffers. ‘Fantastisch, fantastisch idee. Dit is letterlijk een geschenk uit de hemel,’ zei hij.”

Bent u eigenlijk gelovig?

“Ik ben zeker niet op een traditionele manier gelovig, maar wel op een andere manier.”

Niet op een Jezus Christus-manier?

“Nee, maar ik geloof ook niet in Boeddha of Allah. Ik geloof wel dat onze aanwezigheid op aarde wordt bepaald door je eigen daden. Niet exclusief door een hoger iets. Je kunt er wat van maken. Je kan een goed mens of je kan een slecht mens zijn. Af en toe een goede daad, als je het je kan veroorloven, is voor mij altijd vrij belangrijk geweest. Maar ik ben niet een of ander heilig boontje dat voor iedereen de deur opendoet en even vriendelijk is tegen iedereen. Ik ben een zakenman. En een kunsthistoricus. Waarom je op deze aarde wat je aan het doen bent? Daar kan ik nog steeds niet mijn vingers achter krijgen. Maar ik weet wel dat bepaalde dingen op je afkomen die je pas krijgt als je op de juiste manier in het leven staat.”

Bent u sinds u het schilderij afgelopen voorjaar weggaf al in het Rijks geweest?

“Twee keer. De eerste keer stonden er twee heren naar te kijken en die herkenden mij. Daar heb ik geen behoefte aan, dat ik herkend word omdat ik een schilderij heb weggegeven. De tweede keer ben ik gaan kijken en dat vond ik erg prettig. Ik was met mijn zus en ze gaf me een zoen, van dat heb je goed gedaan, jongen.”

Roept het werk nog steeds dezelfde emotie op?

“Het wekt nu alleen nog maar een prettig gevoel bij me op. Ik denk niet meer aan het cancelen van de verkoop, ik denk niet meer aan Maastricht, ik denk alleen maar: het is een fantastisch schilderij en ik ben blij als mensen zich realiseren waarom het er hangt. Dat ze even stilstaan bij al die ellende waar deze hele wereld mee te maken heeft.”

‘Engelen dragen het lichaam van Christus’ (ca. 1587 Olie op koper, 33,7 x 26,6 cm) hangt in het Rijksmuseum – op dit moment gesloten – naast andere topstukken van kunstenaars uit de omgeving van Bartholomeus Spranger, waaronder Adriaen de Vries en Joachim Wtewael.

Bob Haboldt

26 september 1955, Amsterdam

1974-1977 Studie kunstgeschiedenis Lewis & Clark College, Portland
1977-1979 Werkstudent Sotheby-Mak van Waay, Amsterdam
1979 Expert oude meesters bij Philips Son & Neale, Amsterdam
1979 Expert oude meesters bij Christie’s, New York
1982 Directeur kunsthandel Colnaghi, New York
1983 Oprichting kunsthandel Haboldt & Co., New York
1988-1995 Bestuurslid American Friends of the Mauritshuis
1990 Oprichting Haboldt & Co., Parijs
2009 Oprichting Pictura/Haboldt, Amsterdam
2012 Publicatie Singular Vision, boek met selectie van duizenden werken die hij heeft verhandeld
2020 Schenkt schilderij van Bartho­lomeus Spranger aan Rijksmuseum, ter nagedachtenis aan de slachtoffers van Covid-19.

Bob Haboldt woont in Toscane, Italië en Crans-Montana, Zwitserland. Met zijn partner Spinella heeft hij twee dochters.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden