PlusInterview

Kunstenares Natasja Kensmil, winnares Johannes Vermeer Prijs: ‘Ik ben altijd op zoek naar complexiteit, naar het zwart én het wit’

Natasja Kensmil: ‘Weerstand en obstakels overwinnen hoort bij mijn werkproces.’ Beeld Marie Wanders
Natasja Kensmil: ‘Weerstand en obstakels overwinnen hoort bij mijn werkproces.’Beeld Marie Wanders

Natasja Kensmil ontvangt deze week de Johannes Vermeer Prijs voor haar ‘helende’ werk. Nog steeds leeft ze van schilderij naar schilderij. Soms is het maakproces zwaar, met koppijn en al. ‘En dan ineens is het er, dan is het toch gelukt.’

Jan Pieter Ekker

Er staan drie grote schildersdoeken tegen de muren, achterstevoren. Verder is het atelier van de Amsterdamse beeldend kunstenaar Natasja Kensmil (47) vrijwel leeg.

Haar werk is elders: in Kunsthal KAdE is momenteel haar eerste overzicht­stentoonstelling in Nederland te zien, A Poison Tree, met een dwarsdoorsnede van haar oeuvre – van de vroegste werken van eind jaren negentig tot recentere series. In het Fries Museum in Leeuwarden wordt een werk getoond dat Kensmil speciaal heeft gemaakt voor de tentoonstelling Icons, en in de Amsterdam Museumvleugel van de Hermitage is nog een bijzondere interventie van haar hand te zien.

Op 1 november krijgt Kensmil, die haar opleiding genoot aan de Gerrit Rietveld Academie en het postacademische De Ateliers, in Het HEM in Zaandam de Johannes Vermeer Prijs 2021 (100.000 euro) uitgereikt. Haar werk is ‘helend, opbouwend en kritisch tegelijkertijd’, aldus de jury. ‘Ze weet op haar eigen manier een verbinding te leggen tussen erfgoed en actualiteit en maakt deze op indringende wijze zichtbaar op doek en papier.’ De oeuvreprijs ging eerder naar Pierre Audi, Alex van Warmerdam, Erwin Olaf, Marlene Dumas, Rem Koolhaas, Irma Boom, Michel van der Aa, Steve McQueen, Iris van Herpen, Ivo van Hove en Rineke Dijkstra.

Haar werkruimte is ook zo leeg omdat ze pas kortgeleden is verhuisd, legt Kensmil uit. “Toen ik die schilderij-installaties ging maken, merkte ik dat mijn vorige atelier te krap werd. Het was daar moeilijk om de werken in hun geheel te kunnen bekijken; het ging net, maar dan moest ik steeds weer spullen verschuiven…”

Ze kijkt even om zich heen. “De huwelijksportretten van Johan de Witt en Wendela Bicker hadden hier waarschijnlijk ook niet gepast.”

Ze is alweer met iets nieuws begonnen, voor een groepstentoonstelling in het Rembrandthuis, maar daarvan kan ze nog niets tonen. “Ik laat nooit werk zien als ik er nog mee bezig ben. Toen ik op De Ateliers zat, kwam ik erachter hoe beïnvloedbaar ik tijdens het maakproces ben. Het was een verademing toen ik die opleiding had voltooid en in de beslotenheid van mijn eigen atelier kon gaan werken. Het is niet zo dat ik niet tegen kritiek kan, integendeel, dat werkte juist op De Ateliers heel goed, maar op een gegeven moment wilde ik gewoon zelf de beslissingen nemen.”

“Tijdens het maakproces heb ik er behoefte aan om in mijn eigen wereld te kruipen. Dat heb ik nodig om erachter te komen wat ik precies wil zeggen en waar ik naartoe wil met het werk. Als je dan te veel meningen van anderen hoort, zit je voor je het weet op het spoor dat een ander van je wil zien in plaats van op je eigen spoor.”

null Beeld Marie Wanders
Beeld Marie Wanders

Wat is die eigen wereld?

Na lang nadenken: “Het is een wereld die beetje bij beetje is ontstaan doordat ik me over van alles een mening ben gaan vormen. Op een gegeven moment ontdek je daar patronen in, en als je dat dan weet te vertalen in beeld, dan... Laat ik het zo zeggen: op een gegeven moment leer je jezelf kennen. Ook in je werk. Dat is begonnen met dat beeldonderzoek, dat beelden verzamelen. Ik kreeg steeds meer behoefte om verschillende perspectieven en verbanden te zien. En ik voelde een soort van stuwende kracht vanuit de geschiedenis en de kunsthistorie. Dat was iets waar ik vanuit mezelf steeds maar niet bij kwam. Door het om me heen te verzamelen, kreeg ik er wat meer grip op.”

Ze wijst naar een hoek in haar studio, met een bureau vol kwasten en tubes olieverf, muren boordevol geprinte afbeeldingen van schilderijen van historische figuren en portretten uit de 17de eeuw. “Het is een ‘semi-reconstructie’ van mijn oude atelier, maar er komen steeds weer nieuwe beelden bij van historische gebeurtenissen en figuren die me fascineren, van schilderijen en andere werken van kunstenaars die me inspireren, zoals Francis Bacon en Philip Guston.”

Wat boeit u in hen?

“Wat ik bewonder in Guston is dat hij brak met het abstract expressionisme, terwijl hij daar beroemd mee was geworden en het publiek dat enorm waardeerde. Ver­volgens ging hij weer figuratieve werken maken, maar dan vele malen rauwer dan zijn vroegere figuratieve schilderijen. Dat is een beetje vergelijkbaar met mijn eigen traject, maar hij heeft nog veel meer lef gehad dan ik. Bij mij was het veel kleinschaliger. Op De Ateliers ben ik, aangemoedigd door een aantal docenten, de abstractie wat meer gaan verkennen. Dat ging best goed, maar ik kwam er al snel achter dat ik de verhalende kant op wilde.”

Is schilderen verhalen vertellen?

“Ook.”

Verhalen die minder bekend zijn?

“Als ik naar die historische beelden kijk – beelden die vaak door machthebbers worden bepaald, altijd eigenlijk, vooral in Europa – stralen die een soort zelf­verzekerdheid uit. Een vorm van dominantie. Ze zijn bijna onaantastbaar, heel machtig. Maar door mijn nieuwsgierigheid ging ik daar vraagtekens bij zetten.”

“Daarnaast is er ook sprake van een vorm van bewondering voor dat soort beelden. Ze veroorzaken een vreemd soort esthetisch genoegen omdat ze iets vertellen over het geheugen van een stad of persoon. Daar gaat een bijzondere aantrekkingskracht vanuit. Ik kan daar heel erg van genieten, maar intussen voel ik dat er een keerzijde is, een duistere kant die niet zichtbaar is. Ik hou ervan om die kritisch te bevragen. Schilderen is voor mij niet alleen maar iets moois maken; ik wil ook wel iets te melden hebben.”

Voor de Hermitage maakte u een serie sinistere schilderijen van archetypische regentessen, die getuigen van de donkere kant van een periode van verrijking. Ze vormen een welkome aanvulling vormen op de vaste tentoonstelling Groepsportretten van de 17de eeuw.

“Dat vond ik heel spannend. Die schilderijen zijn zo overweldigend.”

Ze hangen er al een poos; kunt u er ­inmiddels tevreden langslopen?

“Soms wel, soms ook niet. Ik ben tevreden over de interventie, maar ik wil natuurlijk verder. Als een schilderij af is en ik er helemaal blij en tevreden mee ben, gaat het na een paar dagen toch aan me knagen: hoe ga ik nu verder? Kan ik dit nog wel overtreffen?”

Vanwaar die vrees? U hebt de laatste twintig jaar toch wel het een en ander voor elkaar gekregen?

“Tja, zo zie ik dat zelf niet. Het zijn bouwstenen in een oeuvre dat twintig jaar overspant, maar ik leef en werk ook heel erg van schilderij naar schilderij. Elk verlangen naar een goed schilderij kan een enorme worsteling zijn. Dat wordt een pijnlijke lijdensweg. Ik vrees dat weerstand en obstakels overwinnen bij mijn werkproces hoort. Ik vind het soms heel zwaar. Dan loop je een tijd rond met koppijn omdat het maar niet wil lukken. En dan ineens is het er, dan is het toch gelukt. Dat geluk is zo fantastisch, een soort vuurwerk – ik weet niet hoe ik het anders kan omschrijven. Dat is heel verslavend aan dit werk; dat lijden en dat worstelen heb ik nodig om tot iets te komen waar ik honderd procent tevreden over ben.”

null Beeld Marie Wanders
Beeld Marie Wanders

Hoe begint u aan iets nieuws?

“Ik pak eigenlijk nooit zomaar een kwast, want dan gaat het zelden de kant op die ik zou willen. Ik kan niet gewoon maar een vaderlandse held pakken die nu als schurk wordt gezien en daar dan tijdens het schilderen op losgaan; zo werkt het niet bij mij. Er moet eerst een aantal aspecten bij elkaar komen voor ik ergens een werk over kan maken. Onderzoek vormt de basis; ik ben altijd op zoek naar de complexiteit van zo’n figuur, naar het zwart én het wit. Dat vind ik het interessante eraan.”

“Het onderzoek gaat door tijdens het schilderen; je bent continu op zoek naar nieuwe mogelijkheden. Zo kan het gebeuren dat ik allemaal portretten over elkaar heen schilder. Een man kan ineens veranderen in een vrouw of weer andersom of toch in een kind. Of uiteindelijk toch in een landschap.”

Waar komt uw fascinatie voor de vaderlandse geschiedenis eigenlijk vandaan?

“Toen ik klein was, kon ik maar niet begrijpen waarom ik hier was. Het was een vraag die me constant bezighield: wat doe ik op deze wereld? Het besef dat je een gast bent, een bezoeker op een planeet. Ik vond dat vervreemdend.”

“Als je dan kijkt naar de gebeurtenissen of figuren uit onze geschiedenis; dat zijn ook allemaal gasten die sporen en puin­hopen hebben nagelaten. En wat betekent dat allemaal? Daar denk ik over na en daar doe ik iets mee. Ik denk dat het op deze manier geleidelijk aan is gaan groeien.”

Hebben uw ouders een rol gespeeld bij uw beroepskeuze?

“Mijn vader was wel altijd bezig met zijn handen. Tekenen, kleien, hij was altijd wel iets aan het maken. Tussendoor, niet als beroep. Maar het komt dus bij hem vandaan. Met mijn oudere zus Iris heb ik van jongs af aan getekend. We hadden niet zo veel in huis. Weinig speelgoed, geen boeken, alleen de Bijbel – voor de rest was er niks. Dus het was of buiten spelen of binnen tekenen. Mijn moeder heeft me uiteindelijk wel ondersteund toen ik naar de Vrije Tekenacademie wilde.”

null Beeld Marie Wanders
Beeld Marie Wanders

Uw werk is overal te zien en u hebt de ­Johannes Vermeer Prijs gewonnen, de staatsprijs voor de kunsten. Alles lijkt opeens ­tegelijk te komen.

Lachend: “Het heeft ook met corona te maken; de musea zijn een tijdje dicht geweest. Mijn tentoonstelling in Amersfoort zou al eerder plaatsvinden. Mijn expositie in de Hermitage is verlengd door corona, anders was die al afgelopen. Zo komen verschillende dingen samen.”

En de Johannes Vermeer Prijs?

“Ik had het niet verwacht en ik was erg verrast. Ik ben natuurlijk enorm vereerd. Het is een cliché, maar het is echt zo.”

Is die prijs een bevestiging dat er langzaam maar zeker iets verandert op het gebied van inclusiviteit? De kunst die lange tijd over het hoofd werd gezien, wordt nu wél wordt gezien?

“Zeker. Dat was denk ik ook wel nodig. Ik heb soms het gevoel gehad dat ik drie keer zo hard moest werken als anderen. Dat ik telkens weer moest bewijzen dat ik serieus bezig was. Nu merk je dat men veel meer openstaat voor allerlei experimenten en andere geluiden – van jongeren, van vrouwen... Een van de eerste dingen waarmee ik op de academie werd geconfronteerd, was een docent die zei: ‘Jij bent een vrouw en de meeste vrouwen redden het niet in de kunst, want je wordt op een gegeven moment zwanger en dan is het afgelopen.’ Ik weet nog goed hoe woest ik daarvan werd.”

U hebt inmiddels zonen van 11 en 15 en het is allesbehalve afgelopen.

“Sinds zij er zijn, ben ik niet meer iedere dag in mijn atelier, maar het is alleen maar beter gegaan. Ik heb wel wat moeten veranderen, want ik heb een man die ook werkt. Maar op de een of andere manier ga ik alleen maar effectiever te werk.”

Zijn uw zonen geïnteresseerd in kunst?

“Dat vind ik lastig te zeggen. Ze zeggen altijd standaard dat ze niet mee willen naar een tentoonstelling. Maar dan gaan we toch. En vaak zijn ze dan foto’s aan het maken. Dan moet ik de neiging onderdrukken om te zeggen: ‘Zie je wel, je vindt het wel leuk!’ Het is fijn om te zien dat ze er toch mee aan de gang gaan en dingen zien waardoor ze getriggerd worden.”

Ze gaan dus ook mee naar de uitreiking van de Johannes Vermeer Prijs?

“Ja, dat kan toch niet anders?!”

null Beeld Marie Wanders
Beeld Marie Wanders

Exposities

A Poison Tree: t/m 9 ­januari in Kunsthal KAdE in Amersfoort.

Monument der Regentessen: t/m 2 januari in de Hermitage.

Icons: t/m 9 januari in het Fries Museum in Leeuwarden.

Ter gelegenheid van de ­Johannes Vermeer Prijs presenteert het ministerie van OCW Kensmils werk in november, december en januari in de OCW-­Etalage, een tentoon­stellings­ruimte naast de ingang van het ministerie in Den Haag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden