PlusAchtergrond

Kunstenaars logeerden en werkten gratis in een luxe hotelsuite: ‘Ik kon met een vuilniszak vol rommel over hoogpolig tapijt lopen’

Beeldend kunstenaar Simone Bordignon: ‘Ik maak een toost op de hele ervaring, op de residency en eigenlijk ook op mezelf.’ Beeld Nina Schollaardt
Beeldend kunstenaar Simone Bordignon: ‘Ik maak een toost op de hele ervaring, op de residency en eigenlijk ook op mezelf.’Beeld Nina Schollaardt

Tijdens corona stonden hotels leeg. Reisjournalist en schrijver Ivo Weyel haalde Sofitel Legend The Grand over om 52 kunstenaars ieder een week in de speciaal daarvoor ingerichte grootste suite te laten logeren, om te werken – all expenses paid. Drie van hen vertellen hoe dat was.

Edo Dijksterhuis

Toost op mezelf

De deelname van Simone Bordignon (1991) aan de artist in residency in The Grand was in minder dan tien minuten beklonken. Ivo Weyel – reisjournalist, schrijver en initiatiefnemer van het project – zag een schilderij van de Italiaan tijdens een expositie bij Go Gallery en was zodanig onder de indruk dat hij hem ter plekke uitnodigde. Bordignon op zijn beurt hoefde niet lang na te denken en hapte meteen toe.

“Ik heb een baan van veertig uur per week en kan alleen in de avonduren werken aan mijn schilderijen en sculpturen. De kans om honderd procent van de tijd met mijn kunst bezig te kunnen zijn, er hypergefocust over na te denken, was een ongekende luxe. En dan vond de residency ook nog eens plaats in zo’n luxe omgeving. Toen de ober me bij het ontbijt champagne aanbod, dacht ik: waarom niet?”

Bordignon genoot met volle teugen en dronk behalve de bubbels zoveel mogelijk van zijn omgeving in. “Ik kreeg zoveel prikkels dat ik niet meer wist waar ik een werk over moest maken,” bekent hij. “Op een gegeven moment ben ik in de sauna gaan zitten en heb ik mezelf gekookt totdat ik een idee had. Het werd een zelfportret met een champagneglas. Ik maak een toost op de hele ervaring, op de residency en eigenlijk ook op mezelf.”

In het schilderij zijn duidelijk Bordignons neusring, zwarte haar en smiley-oorbellen te herkennen maar zijn hoofd ziet er behoorlijk vervormd uit tegen de felgele achtergrond. In een stijl die invloeden verraadt van Francis Bacon en Aliens-ontwerper H.R. Giger lopen voorhoofd en jukbeenderen over in ingewanden en hersenen. Het is alsof de kunstenaar zichzelf deels binnenstebuiten heeft gekeerd en vervolgens voor een lachspiegel is gaan staan.

“Mijn stijl is technisch veeleisend en kost veel tijd,” vertelt Bordignon. “Tijdens mijn verblijf in The Grand heb ik vooral schetsen gemaakt die ik later heb uitgewerkt in verf. Ik heb er een hele maand over gedaan, ook omdat ik weer overdag moest werken.”

De weeklange residency smaakt naar meer. “Ik heb een atelier ingericht in mijn huis en hoop binnenkort een dag minder te gaan werken. Over vijf jaar wil ik zover zijn dat ik al mijn tijd kan spenderen aan mijn eigen werk.”

Beeldend kunstenaar Bob Eshuis: ‘Het voelde raar om met een vuilniszak vol rommel door de gangen met hoogpolig tapijt te lopen, maar niemand zei er iets van.’ Beeld Nina Schollaardt
Beeldend kunstenaar Bob Eshuis: ‘Het voelde raar om met een vuilniszak vol rommel door de gangen met hoogpolig tapijt te lopen, maar niemand zei er iets van.’Beeld Nina Schollaardt

Een roestig banketje

Een paar jaar geleden begon Bob Eshuis (1966) tijdens wandeltochten met zijn honden het afval op te rapen dat hij tegenkwam. Eerst om weg te gooien, maar al snel nam hij de geplette blikjes, halfvergane verpakkingen en afgedankte gebruiksvoorwerpen mee naar zijn fotostudio. “Als commercieel fotograaf leg ik pakken frisdrank of wasmiddel zo mooi mogelijk vast. Maar afval is veel dankbaarder. Het heeft een reis afgelegd en draagt daar de sporen van, waardoor massaproducten uniek worden.”

Eshuis componeert zijn beelden als schilders van 17de-eeuwse stillevens. “Iets groots naast iets klein, iets plats met iets ronds en het liefst strijklicht van de zijkant. Vooral de banketjes van Willem Claesz. Heda vind ik erg inspirerend. Tegelijkertijd zeg ik met mijn versie iets over de hedendaagse consumptiemaatschappij, verspilling en vervuiling.”

Zo’n kruising tussen geëngageerd stilleven en collectief portret wilde Eshuis ook tijdens zijn verblijf in The Grand maken. “De Wallen zijn dichtbij dus ik verwachtte volop rotzooi te vinden. Maar de tweede coronagolf was net uitgebroken, er waren weinig toeristen en de buurt bleek ook nog eens drie keer per dag netjes te worden aangeveegd. Het enige dat ik vond waren milkshakebekers, frietbakjes en ander fastfoodspul.”

Daarmee voorstellingen bouwen bleek onbevredigend: er zat niet genoeg leven in deze stillevens. Maar de magneetvissers die Eshuis aan de gracht voor het hotel ontmoetten, boden uitkomst. De roestige vondsten die overbleven, sleepte de fotograaf naar The Grand. “Het voelde raar om met een vuilniszak vol rommel door de gangen met hoogpolig tapijt te lopen, maar niemand zei er iets van. Ook niet toen ik mijn kamer half verbouwde tot studio en er een installatie bouwde met lachgaspatronen, flesdoppen, een half spatbord, een doorgeknipt fietsslot en een paraplu.”

‘Royal blue’ noemt Eshuis het fluwelen doek dat als achtergrond dient en mooi contrasteert met het roodbruin van de grachtvangst. “Ik heb het beeld zodanig gekadreerd dat het een hemellucht kan zijn, maar het is niet helemaal duidelijk waar je naar kijkt. Als je inzoomt op de huid van de objecten wordt het bijna abstract, als een maanlandschap. Ik heb er ongeveer een halve dag over gedaan om de juiste balans te vinden. Zoals gewoonlijk ben ik op het moment dat ik dacht er bijna te zijn, even wat anders gaan doen. Dan kom je terug met een nieuwe blik, verander je nog één ding en is het goed.”

Beeldend kunstenaar Didi Lehnhausen: ‘Eenmaal in mijn hotelkamer stond ik plots weer oog in oog met Appel.’ Beeld Nina Schollaardt
Beeldend kunstenaar Didi Lehnhausen: ‘Eenmaal in mijn hotelkamer stond ik plots weer oog in oog met Appel.’Beeld Nina Schollaardt

Mijn week met Karel Appel

“Als ik ergens langere tijd ben, wil ik meer weten over de geschiedenis van die plek en ga ik als een archeoloog door de lagen van de tijd heen. The Grand is in de vroege 15de-eeuw gebouwd als klooster en diende lange tijd als stadhuis. Dit gebouw heeft de groei van Amsterdam meegemaakt en niet alleen de mooie delen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het bijvoorbeeld bezet door nazi’s.”

Toen Didi Lehnhausen (1993) in The Grand verbleef, was net de tweede lockdown afgekondigd en bleef het hotel zo goed als leeg. “De conciërges hadden volop de tijd om me rond te leiden. Door hun verhalen voelde ik me omringd door de personen die hier in het verleden hebben rondgelopen. Alsof ik op een bal was.”

In de geschiedenisverhalen ontbrak een naam nooit: Karel Appel. De schilder was lange tijd kind aan huis in het hotel waar hij in 1949, toen het nog dienst deed als stadhuis, een grote wandschildering heeft gemaakt – volgens sommige bronnen om een schuld bij de belastingdienst af te betalen. “Eenmaal in mijn hotelkamer stond ik plots weer oog in oog met Appel. Er hangt daar een schilderij uit 1993: mijn geboortejaar. Elke ochtend bij het ontbijt ontstond een soort stilzwijgend gesprek met dat werk. Alsof het echt leefde en een personage was.”

Lehnhausen schreef een brief aan Karel Appel, waarin ze haar gedachten over kijken deelt met de in 2006 overleden kunstenaar. Die is onderdeel van het drukwerk dat ze maakte naar aanleiding van haar verblijf, in een oplage van 28 – haar eigen leeftijd en die van Appels schilderij. De brief plus collages zitten verpakt in een envelop, die gevouwen is als een Victoriaanse liefdesbrief. “Als je die uitvouwt zie je aan de ene kant de plattegrond van het hotel zoals ik me de ruimtes herinner. Op de andere kant staan afbeeldingen van onder andere het Indiase marmer dat in de hotelgang ligt of de roze bloemen op de binnenplaats die maar één keer per jaar bloeien – precies toen ik er was.”

Het is niet overdreven te stellen dat de Grand-residency Lehnhausens kunstenaarspraktijk blijvend heeft veranderd. “Ik dacht altijd dat schilderkunst niet zo vitaal was. Daarom richtte ik me al op de Rietveld Academie op performance en theatrale uitingen. Maar Karel Appel is levendigheid, heb ik ervaren. Sinds mijn verblijf in het hotel wil ik elke dag schilderen.”

Artists in residence at The Grand: 3 t/m 20 november, Oudezijds Voorburgwal 197. Christie’s veilt veertien werken online, de rest word ter plekke verkocht of online via de Artists in Residence-catalogus. De opbrengst gaat naar een steunfonds voor noodlijdende kunstenaars.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden