PlusExclusief

Kunstenaar Philippa van Loon (58): ‘Ik pas niet in het vakje erfgename van een deftige familie’

null Beeld Shinji Otani
Beeld Shinji Otani

Kunstenaar Philippa van Loon (58) groeide op in weelde aan de Keizersgracht, als telg van een adellijke familie met een roemrucht verleden – een bitterzoete erfenis. ‘Ik was liever in een minder vermogende familie opgegroeid met gezelligheid en warmte.’

Minou op den Velde

Het is kwart voor tien en Museum Van Loon gaat bijna open. Straks bestijgen de eerste bezoekers de monumentale trappen, terwijl generaties Van Loons vanuit hun goudkleurige lijsten aan de muur minzaam toekijken. Philippa van Loon laat nog even snel haar puppy uit in de zeventiende-eeuwse tuin. De lift wordt vandaag gerepareerd, dus lopen we via het museum naar haar appartement op de bovenste etage. Achter het gebloemde behang van een stijlkamer blijkt een deur verscholen, waarachter een steile trap leidt naar een groot openstaand luik. Hier glanst geen marmer meer, maar is het als zwierig patroon geschilderd op de treden, in vele eeuwen kaal gelopen door het personeel dat hier ooit zijn slaapvertrekken had. Hier zijn de plafonds lager, maar kijk je royaal uit over de daken van Amsterdam. Dit is het domein van Philippa van Loon, die als kunststudent van midden twintig in Londen al kunst verzamelde. Naast een plafondhoog portret van dochter Giselle, door Katinka Lampe, hangt een foto van Rineke Dijkstra. Op een antieke stoel in de hal slingert een jas van een van haar twee zoons.

Twee priemende ogen staren ons aan: het is een zelfportret van Zanele Muholi, een zwarte lhbtq-activist, zegt Van Loon. “Zij heeft zichzelf traditioneel gedecoreerd, maar met spelden die in Schotse rokken steken. Met een voorwerp uit de koloniale cultuur toont ze wat wij met de Zuid-Afrikaanse gemeenschap hebben gedaan. Namelijk exploiteren en ons van alles toe-eigenen.”

In de woonkeuken treffen we haar Franse echtgenoot. Stiefmama Labouchere, een voorname tachtiger die nog als grootmeesteres onder koningin Beatrix diende, pakt een kop koffie. Ze bewoont het naastgelegen appartement. “Je ziet er goed uit!” roept Van Loon. Labouchere, droog: “Ik heb mijn haar gewassen.”

Philippa van Loon werd geboren in Chicago, waar haar vader archeologie doceerde. “Mammie en pappie waren allebei 41 toen ze trouwden. Mijn moeder had niet door dat ze zwanger was, ze dacht dat ze in de overgang zat.” Schaterend: “Drie maanden nadat dat zogenaamd was begonnen, ging ze naar de gynaecoloog, die zei: ‘U bent in verwachting.’” In 1971, toen Van Loon zeven was, verhuisde het gezin naar het familiehuis aan de Amsterdamse Keizersgracht.

Wat zijn de mooie kanten van opgroeien in een huis als dit?

“Het is een esthetische omgeving. Alle huizen hier hebben gigantische tuinen. Het is prachtig om vanuit de drukte van de stad in zo’n oase van stilte terecht te komen. Maar als kind vond ik het lastig om hier te wonen. Vergeleken met mijn vriendinnetjes woonde ik in een bizarre omgeving, waar je nergens aan mocht ­zitten. Mensen voelden zich vaak niet op hun gemak als ze op bezoek kwamen. Vriendinnen werden geselecteerd. Ze moesten er netjes uitzien, bien élevé zijn, goed opgevoed.”

Kunt u beschrijven hoe het er dagelijks aan toe ging?

“Ik was enig kind en de sfeer was stijf en formeel. Elke avond zaten we in de eetzaal en werd de tafel gedekt met zilver en mooi porselein. Mammie kookte en we hadden een elektrische roltafel om de borden en het eten warm te houden. Heel sixties, haha. Je moest je omkleden in het lang. Goed rechtop zitten, geen ellebogen op tafel. Je kon niet terug praten, het gesprek bleef oppervlakkig. Hoe was het vandaag? Ze wilden niet mijn hele verhaal horen, ze wilden alleen horen: alles gaat goed.”

“Mammie en pappie zaten meestal bij de open haard te lezen en naar klassieke muziek te luisteren. Supersaai. Zo nu en dan mocht ik televisie kijken. Ik zat me meestal in mijn kamer te vervelen, dat maakte me creatief. Ik schreef dagboeken en maakte eindeloos kleren voor mijn ­Barbies. Maar vergeleken met de jeugd van mijn ouders had ik het makkelijk. Mijn vader had een Engelse nanny. Zijn moeder was op zijn derde naar Parijs vertrokken, want ze had het gehad. Hij werd met een chauffeur naar school gereden en alle kinderen lachten hem uit. In de oorlog werd hij naar een werkkamp in Duitsland gedeporteerd waar hij nachtenlang moest werken. Een Duitse arts heeft medische documenten vervalst zodat hij terug kon naar Laren. Daar heeft hij ruim een jaar op zolder geschuild, terwijl zijn vader en zusjes beneden gewoon doorleefden.”

Kon u met uw vader praten over zijn jeugd?

“Nee, die generatie sprak niet over gevoelens. Gevoelens, daar heb je niets aan, die zijn alleen maar een handicap, daarmee raak je de controle kwijt.”

Uit wat voor familie kwam uw moeder?

“Mammie was geboren in Touraine en is na de oorlog naar Amerika vertrokken. Eerst werkte ze als au pair, daarna voor een Franse galerie op Madison Avenue in New York. Ze kreeg de opdracht om in Parijs kunstenaars te ontdekken en kreeg een koffer vol dollars mee, die ze in hotel Ritz moest zien te wisselen voor francs. Ze kwam uit een goede familie, maar had zelf geen cent. Ze vertelde dat ze haar kousen nooit droeg als ze naar haar werk liep, uit angst dat ze zouden scheuren. Zodra ze op zichzelf ging wonen begon ze met alleen een matras. Toen ze met mijn vader trouwde, die in die tijd nog heel vermogend was, voordat hij alles weggaf, belandde ze in een wereld vol comfort. Maar het waren de jaren zeventig in Amsterdam. De pooiers en prostituees stonden hier op de brug. Pappie is een keer beroofd toen hij naar de brievenbus liep. Die bontjas die mijn moeder eindelijk had, kon ze niet dragen, haha. Mammie kon hier moeilijk aarden. Ze sprak ook nauwelijks Nederlands.”

null Beeld Shinji Otani
Beeld Shinji Otani

Wat voor vrouw was zij?

“Een pittige vrouw, heel slim, maar niet academisch opgeleid. Zij was de baas in huis en gaf grote diners, waarbij ik soms mocht serveren, met een schortje voor. Ze was wat moderner en pappie was een verstrooide professor. Maar zij was Française en katholiek, pappie was Nederlands-protestants, daar zit al een zekere terughoudendheid, terwijl die Fransen uitbundiger zijn. Pappie was meestal bij de universiteit of zat in zijn werkkamer. Zij had meer aandacht nodig, maar dat had hij niet door.”

Hoe was uw band met haar?

“Mammie was niet heel warm, ze had zelf ook een moeilijke jeugd gehad. Haar ouders waren gescheiden, haar moeder was hard. Ze wilde mij in een harnas hebben. Netjes en beleefd moest ik zijn. Ze gaf mij weinig ruimte en liefde. Ik kan me niet herinneren dat we ooit knuffelden. Het speelde mee dat ze niet gelukkig was in haar relatie. Ze wilde een erfgenaam voor mijn vader baren, maar wist maar één kind te krijgen. Ze vond dat ze had gefaald. Dat maakte haar een beetje verbitterd.”

U wilde op uw veertiende naar kostschool.

“Zij vonden het een prima idee. Er was vaak ruzie, vooral met mijn moeder. Pappie was er niet veel. Hij ging elk jaar maanden naar Syrië om opgravingen doen. Ik voelde me thuis claustrofobisch, ik wilde gewoon contact met kinderen van mijn leeftijd!”

Op uw negentiende vertrok u naar de kunstacademie in Londen. Hoe was bij u de liefde voor kunst ontstaan?

“Door mijn moeder, zij had in de jaren zeventig een galerie in het souterrain. Al toen ik een jaar of zes was, gingen we op atelierbezoek en ik weet nog dat ik dacht: dit is mijn wereld, in deze omgeving wil ik werken en leven.”

Waar stond kunst voor, voor u?

“Voor mensen die echt in het leven stonden. They were real people. Kunstenaars zijn mensen die geen façade ophouden, maar die denken, zeggen en doen waar ze in geloven en niet omdat iemand zegt: zo moet het. Dat rebelse herkende ik. Als student begon ik in een kelderflat in Kensington, daar moest je geld in de meter stoppen om de verwarming aan te zetten. De schimmel stond op de muren. Het contrast met thuis was gigantisch, maar ik vond het geweldig. Het was de tijd van de Young British Artists, met Damien Hirst en Tracey Emin. We gingen allemaal naar dezelfde openingen en feestjes. Na een jaar werd ik aangenomen op de Chelsea College of Arts.”

Wat maakte u in die tijd?

“Dat varieerde van werken met tekst tot installaties die ik moest lassen, en die ik combineerde met stof, glas of gedroogde bloemen. Het ging vaak over mijn eigen lichaam en afmetingen. Ik had bijvoorbeeld een ijzeren kooi om mijn lichaam gebouwd (Cage, 1989). Ik deed veel per­formance art, vaak naakt. Flight, mijn ­laatste performance in Parijs, was in een oude marmerfabriek.”

Van Loon giechelt. “Daar heeft mijn familie het nog over. Het was een soort metamorfose. Ik had veren in de kleur van mijn huid laten verven en op mijn naakte lichaam geplakt. Ik was als een foetus in een glazen doos in de vorm van een huis gekropen. Die stond in een lege, donkere ruimte waar alleen een lamp van boven op scheen, als een couveuse. Ik kwam daaruit alsof ik uit een ei kroop, ik begon mezelf te plukken en ik eindigde zonder veren, met restjes plaksel op me. De gevallen veren legde ik in die doos en ik liep weg. Haha, we hebben het over de jaren negentig.”

Hield die performance verband met uw achtergrond?

“Ik wilde herboren worden en mezelf vinden, vrij zijn. Maar het ging mij om alle vrouwen, om iedereen die vastzit in een situatie en in een identiteit waarin ze zich niet herkennen. Later heb ik een houten toren gemaakt onder de titel Home, een soort luxe hondenhok waar mijn hoofd uit stak. Vanbinnen was het bekleed met roze tapijt – een restje uit mijn kinderkamer. Het symboliseerde dat ik me voelde opgesloten in een gouden kooi.”

Welk toekomstbeeld hadden uw ouders voor u?

“Als mijn moeder niet zo jong gestorven was, had zij mij professioneel gepusht, denk ik. Mijn vader ging ervan uit dat ik zou trouwen en ‘de vrouw van’ zou zijn. Maar ik ben geen vrouw die in een hokje past. Ik pas ook niet in het vakje ‘erfgename van een deftige familie’.”

Wat is het probleem van dat vakje?

“Dat mensen een bepaald idee van je hebben, terwijl je dat niet bent. Namelijk erg bezig met uiterlijkheden, sociale ranking en materiële waardes. Maar ik vind iedereen gelijk. Ik ben gewend om om te gaan met zowel de deftigste mensen als werkende mensen uit andere klassen, die een lager inkomen hebben.”

U ziet uzelf niet als werkende vrouw?

“Ik werk, maar ik heb geen betaalde baan.”

U heeft ook vrienden in Amsterdam-West?

“Nou ja, het is niet zo makkelijk voor mij om vrienden te maken, want mensen kijken een beetje zo naar me” – ze geeft een schuine blik. “Ik ben ook expres niet aan de Rietveldacademie gaan studeren, maar in Londen, omdat ik daar anoniem was. Terwijl Van Loon hier in koeienletters op de gevel staat. Mensen denken dat ik rijk ben, bevoorrecht, geprivilegieerd.”

Dat klopt toch ook.

“Ja en nee. Het kan ook helemaal tegen je werken. Weet je wat ik gaaf had gevonden? Om voor een bedrijfscollectie te werken. Maar als ik laat weten dat ik interesse heb in een bepaalde baan, kunnen mensen zich niet voorstellen dat ik dat echt wil, werken voor een ander. En als ik probeer om mijn kunst ergens tentoon te laten stellen, vinden mensen het moeilijk me serieus te nemen als kunstenaar. Omdat ik die naam heb. Iemand interviewde mij voor een kunstmagazine en daarna liet diegene mij weten dat het magazine toch niets over mij wilde publiceren vanwege het slavernijverleden van mijn familie.”

Uw voorvader Willem van Loon was in 1602 een van de oprichters van de VOC. Jan van Loon was vanaf 1728 directeur van de West-Indische Compagnie en ­investeerde in plantages in Suriname. Hoe werd vroeger thuis gesproken over dat slavernijverleden?

“Daar werd niet over gesproken. Het ­enige waar ik het met mijn vader over heb gehad is het familiewapen, wat ik als kind al gênant vond. Daar staan twee zwarte hoofden op. Dat voelde bizar. Mijn vader vertelde me dat een variant van dat fami­liewapen al is gevonden voordat de VOC werd opgericht. Hij verbond het aan de specerijenhandel die mijn familie dreef met het Ottomaanse Rijk. Het heeft nare connotaties, maar mijn vader zei dat er geen sprake was van directe slavenhandel. Omdat we geen eigenaar waren van plantages, maar investeerders. Nu zou je zeggen: we waren daar wel degelijk bij betrokken. Maar in zijn hoofd was dat niet zo.”

Nazaten zijn niet verantwoordelijk voor de daden van hun voorvaderen. Maar voelt u wel eens ongemak over dat uw goede leven deels te danken is aan slavenarbeid?

“Ik ben tegenwoordig veel meer bezig met die geschiedenis. De familieportretten die beneden hangen, zijn geschilderd met dat geld. Maar een generatie later was het op en hebben de nazaten van die WIC-directeur weer vermogen opgebouwd door te trouwen met rijke vrouwen, door te bankieren, door te investeren in spoorwegen. Het is niet zo’n duidelijk plaatje van: Van Loon-slaven-rijk. Het is wel zo dat de familie Van Loon investeerde in koloniale activiteiten, zoals bijna iedereen die toen een huis op de gracht had. Dat wil niet zeggen dat ik daar trots op ben, natuurlijk niet. Maar als jij investeert op de beurs, weet jij dan precies wat er gebeurt in een bedrijf? Die vraag heb ik me vaak gesteld, ik wil zo ethisch mogelijk investeren. Ik vind het soms moeilijk dat er met een vinger naar mij wordt gewezen als symbool van het koloniale verleden van mijn familie. Er zijn kunstenaars die mij niet willen ontmoeten omdat ik een Van Loon ben. Die geschiedenis is er, maar aan de daden van mijn voorouders kan ik inderdaad niets meer doen. Dat betekent niet dat ik geen verantwoordelijkheid voel op dit vlak. Wil je nog koffie?”

null Beeld Shinji Otani
Beeld Shinji Otani

Als ze terugkomt met de kopjes: “Ik wil geen zeurverhaal ophangen. Maar dat ik ben geboren in een adellijke familie met veel materiële voordelen, wil niet zeggen dat ik geen obstakels heb gekend. Ik heb een eenzame, moeilijke jeugd gehad. Ik was liever in een minder vermogende familie opgegroeid met gezelligheid en warmte.”

“Ik heb er ook last van gehad dat ik vrouw ben. Ik ben eigenlijk geen Van Loon meer, en ik ben ook geen jonkvrouw meer, want die titel verlies je als je trouwt. Het gaat ook om de houding van mijn vader ten opzichte van mij. Pappie heeft het pand en de collectie geschonken aan een stichting. Ik weet niet of hij dat had gedaan als ik een man was geweest, want dan had hij een erfgenaam gehad. Dan was hij niet de laatste Van Loon geweest.”

Want aan een vrouw doe je die nalatenschap niet met een gerust hart over?

“Nee, want een vrouw gaat trouwen en neemt de identiteit van haar man over. Kijk maar, ik ben getrouwd met een Fransman en ben in Frankrijk gaan wonen. En ik heb Franse kinderen gekregen.”

Van Loon is 23 als haar moeder overlijdt aan longkanker. De geplande masterstudie aan de Amerikaanse California Institute of the Arts durft ze niet meer aan. “Mijn kunstenaarschap sukkelde door. Als Charles Saatchi in die tijd je studio niet leegkocht, was het klaar.” Ze beproeft haar geluk als acteur in het fringecircuit en tourt een paar zomers mee met een Amerikaans ­circus, waar ze figureert in een clownsact. In 1997 vertrekt ze naar Parijs, op zoek naar haar Franse wortels, en leert ze haar toekomstige echtgenoot kennen. Een jaar later wordt ze voorzitter van het bestuur van Museum Van Loon, waar ze tentoonstellingen voor hedendaagse kunst organiseert.

“Het museum was alleen op afspraak open. Ik wilde er een dynamischer plek van maken. Met Diana Stigter heb ik de tentoonstelling Home is Where the (He)art is gemaakt. Martin Creed vulde een his­torisch beschilderde zaal met ballonnen.” Schaterend: “Je kunt je wel voorstellen wat het bestuur daarvan vond.”

Heeft u nog meer kunst ingebracht waarover werd gefronst?

“O, heel veel! In de tuinkamer stond een canapé waar modder uit spoot. We hebben Richard Wright in de hal een muurschildering laten schilderen op het stucwerk, haha! We organiseerden ook groepstentoonstellingen als Suspended Histories in 2013, waarbij kunstenaars uit de voormalige koloniën hun eigen verhaal vertelden. Daar was ik graag mee door­gegaan, maar ik woonde in Frankrijk en was druk met mijn kinderen. De directie van destijds heeft het museum op de kaart gezet. Op zeker moment wilde ik graag terug naar Nederland, want ik dacht: ik moet voor het museum zorgen. Dat was wat mijn vader me had ingefluisterd voordat hij in 2006 overleed: ‘Dit is nu jouw verantwoordelijkheid.’ Maar toen ik hier in 2014 aankwam, werd me snel duidelijk dat ik me had verkeken op hoe graag ze wilden dat ik mij dagelijks met het museum zou gaan bemoeien.”

Waarom wilde men dat niet?

“Daar heb je weer die gunfactor. Bij iemand die veel petten draagt en privileges heeft, omdat ze daarmee is geboren, komt altijd iets kijken van: do they deserve it? Een gevoel van: waarom zij, en ik niet?”

U heeft nu niets over het museum te zeggen?

“Het is een onafhankelijke stichting. Ik ben lid van de raad van toezicht en ik zorg voor de patrons die het museum financieel steunen.”

Omdat vader Van Loon het familiehuis wegschonk, huurt zijn dochter er nu een appartement. Het gezin slaapt aan een kant van de zolder, de andere helft is in gebruik als museumdepot. “Maar ze vragen het altijd vriendelijk als ze erin ­willen.” Aan elke muur hangt kunst. “Ik verzamel grotendeels vrouwelijke kunstenaars van mijn generatie. Werken die gaan over identiteit, veel portretten. De feministische beweging in kunst inspireerde me enorm.”

Boven de haard hangt werk van de Britse kunstenaar Dawn Mellor. We zien twee vrouwen – Liza Minnelli en Raquel Welch – met schaamhaar dat even lang is als hun hoofdhaar. “Iedereen schrikt ervan, haha. Het is een provocerende verbeelding van onconventionele seksualiteit.”

In de hal prijkt een tekening van Louise Bourgeois. “Hier ben ik trots op. Het is een vrouw met als hoofd een trechter. Op de achterkant heeft de kunstenares allerlei kreten geschreven: ‘La fille mal aimée’ – het onbeminde meisje –, ‘Nothing to her name’. Dat sluit aan bij mijn ervaringen. Jezelf niet goed genoeg voelen. Niet perfect genoeg voelen. Ik ben geen man, heb niet groots carrière weten te maken. Voor de buitenwereld heb ik weinig bereikt. Dit werk toont wat er met vrouwen wordt gedaan: in je hoofd zit wat je ouders en de maatschappij je je hele jeugd hebben verteld. Dit kan je niet zeggen, dat kun je niet doen.”

Heeft u het idee dat uw generatie, die tegen de zestig loopt, binnen het feminisme nog veel te bevechten heeft?

“Dat vind ik wel zeg. Kijk maar naar de Klimaatconferenties laatst. Daar zaten één of twee vrouwen in een groep van honderd mannen. Hoezo? We zijn de eerste generatie die is grootgebracht met het idee dat we gelijke kansen hebben. Maar dat is niet zo. Want je krijgt niet hetzelfde salaris en je moet vaak je tijd opgeven voor je gezin. Mijn man ging elke ochtend naar zijn werk, en als ik ook naar mijn werk wilde, wie bracht dan de kinderen naar school?”

Wat is uw toekomstplan?

“Ik wil doorgaan met mijn kunstenaarschap. Ik wil erkenning, dat is het sleutelwoord. Ik kan mij het beste uiten via mijn kunst. Tijdens de coronaperiode heb ik elke dag een tekening in inkt gemaakt en op Instagram gepost, om met mensen te communiceren. Het project heet Until It Ends. Vanuit het idee: dit virus houdt ons samen, totdat het verdwijnt. Samen met de Bijzondere Boeken Brigade heb ik hier een boek van gemaakt. De 250 omslagen heb ik stuk voor stuk bewerkt en beschilderd.”

In 2017 toverde u voor de tentoonstelling Natural Born Rebel een kopie van een statig portret van uw vader om tot punkportret, compleet met hanenkam. Wat vond uw vader eigenlijk van uw kunst?

“Pappie had niets met mijn werk. Hij vond het onbegrijpelijk spul. Misschien was het ook confronterend dat zijn dochter bloot in een kooi optrad, haha. Fantastisch: dan kwam hij in Londen en zag mij al die rare dingen doen, en dan gaf hij me daarna artikelen van kunstenaars die braaf figuurtjes boetseerden uit klei. Haha, hij dacht dat ik dat leuk vond. Maar ik dacht: pappie, je hebt er niets van begrepen!”

null Beeld

Philippa van Loon

25 oktober 1964, Chicago

1971 Verhuist naar de familiewoning aan de Amsterdamse Keizersgracht
1987 Studeert af aan de Chelsea College of Arts, richting beeldhouwkunst
1989 Treedt toe tot het bestuur van Museum Van Loon
1996-2016 Organiseert tentoonstellingen met hedendaagse kunst in Museum Van Loon
1998-2019 Voorzitter raad van bestuur van Museum Van Loon
2021 Publicatie Until It Ends, kunstboek met Van Loons tekeningen uit de coronatijd

Philippa van Loon woont met haar echtgenoot en kinderen Giselle, Felix en Casimir aan de Keizersgracht, boven Museum van Loon.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden