PlusReportage

Kunstenaar Fiona Tan toont een museum in het Eye Filmmuseum: ‘Ik houd van zulke droste-effecten’

Fiona Tan in haar atelier: 'Ik werk altijd aan meerdere projecten tegelijk.' Beeld Daphne Lucker
Fiona Tan in haar atelier: 'Ik werk altijd aan meerdere projecten tegelijk.'Beeld Daphne Lucker

Kunstenaar Fiona Tan (56) speelt in haar werk met tijd, geheugen en de rol die beeld daarin speelt. Voor de grote tentoonstelling Mountains and Molehills in Eye Filmmuseum dook ze in het museumarchief. Ze maakte een nieuw werk met filmfragmenten van meer dan honderd jaar oud.

Edo Dijksterhuis

“Hij valt bijna uit elkaar,” verontschuldigt Fiona Tan zich, terwijl ze met plakband de stukjes piepschuim probeert vast te zetten die de tentoonstellingszaal van Eye Filmmuseum moeten voorstellen. “Vroeger maakte ik maquettes op de computer, maar dan voel je de ruimte een stuk minder. Zeker bij een ingewikkelde locatie als Eye.”

Opvallend aan Tans schaalmodel van de curieus geknikte zaal met z’n opmerkelijke hoogteverschillen is de afwezigheid van tussenwanden. Waar vorige tentoonstellingen in Eye vaak gekenmerkt werden door ingebouwde kamertjes, doorgangen en scheidingen, is de ruimte bij haar tentoonstelling Mountains and Molehills open. “Zo is ie op z’n mooist,” zegt de kunstenaar, om er meteen aan toe te voegen: “Maar de werken komen eerst, die zijn het uitgangspunt en moeten zich goed tot elkaar kunnen verhouden.”

Een retrospectief wil Tan de Eye-presentatie niet noemen, eerder een update voor het Nederlandse publiek dat sinds de tentoonstelling Ascent in het Tilburgse museum De Pont, vijf jaar geleden, niets meer van haar gezien heeft. Het eerste werk dat zij selecteerde is Inventory (2012). In deze film tast de camera het interieur af van een van ’s werelds vroegste musea, de Londense woning van de 18de-eeuwse architect Sir John Soane. Die had een excentrieke collectie schilderijen, beelden, tekeningen en boeken bij elkaar gebracht en stalde die uit in zijn directe leefomgeving. Sinds zijn dood in 1833 is er niets meer aan veranderd.

“Normaal doe je voor het begin van de opnamen een paar testjes om te bepalen wat voor camera het meest geschikt is”, vertelt Tan. “De camerakeuze bepaalt met wat voor crew je moet werken en welke andere apparatuur en licht nodig is. Dit keer besloot ik die keuze niet te maken en gebruikte ik zes verschillende camera’s, zowel digitaal als analoog. Stiekem hoopte ik dat gaandeweg duidelijk zou worden wat voor mij de ultieme camera is, maar dat gebeurde niet. Omdat we alleen op dinsdag konden filmen – dan is het museum gesloten voor publiek – moesten we vijf keer heen en weer naar Londen, telkens met twee camera’s in de bagage. Zo is de film een inventaris geworden van de middelen waarmee ik werk, wat natuurlijk goed past bij Eye. En het toont ook nog eens een museum in een museum. Zulke droste-effecten, daar houd ik van.”

Tan werkt aan de manquette voor haar tentoonstelling in Eye Filmmuseum. Beeld Daphne Lucker
Tan werkt aan de manquette voor haar tentoonstelling in Eye Filmmuseum.Beeld Daphne Lucker

Inventory was nooit eerder te zien in Nederland. Hetzelfde geldt voor Gray Glass (2020), dat Tan koos als tweede ‘tentstok’ voor haar tentoonstelling. “Deze film heb ik gedraaid in coronatijd, en hij ging in première in Salzburg. De opening was op een zaterdag. Er mochten maar veertig mensen tegelijk naar binnen, met mondkapjes. De daaropvolgende maandag sloten de deuren.”

Ook Gray Glass leunt op de nalatenschap van iemand uit de 18de eeuw: de Engelse dichter Thomas Gray, die een zwart zakspiegeltje gebruikte om de felle kleuren op overweldigende buitenlocaties te temperen en het beeld zo behapbaar te maken. Drie eeuwen later legt Tan het majestueuze alpenlandschap vast in bijna grafisch aandoende grijstinten. “Gray Glass gaat over onze relatie met de natuur en de manier waarop wij haar vastleggen, die sterk bepaald is door de romantiek. Maar het is ook een tour de force, ik wilde laten zien dat ik dit onder de knie heb. In het achterste deel van de Eyezaal komt de film goed tot zijn recht. Ik hoop dat het een goede uitsmijter is voor de tentoonstelling.”

Gekleurd glas

Tan vertelt dit allemaal zo’n anderhalve week voor het begin van de opbouw. Ze oogt heel ontspannen en poseert geduldig voor de fotograaf totdat ‘haar glimlachjes op zijn’. Maar Tan is dan ook een veteraan, die prestigieuze museumsolo’s in onder andere New York, Parijs, Bazel en Londen op haar naam heeft staan en in 2009 Nederland vertegenwoordigde op de Biënnale van Venetië. Dat haar huidige, technisch best ingewikkelde tentoonstelling in tien dagen moet worden opgebouwd, bezorgt haar geen stress. “In Tokio hebben we het eens in vier dagen moeten doen,” relativeert ze. “En dat lukte ook.”

Alles in Tans atelier, gesitueerd in een verborgen hofje aan de Amstel, ademt rust en overzicht. Boeken staan naar onderwerp geordend op de planken. Losse papieren zijn opgeborgen in een houten ladekast formaat XL. Snoeren en kabels hangen als een verzameling industrieel wier aan een wandrek. En een rode racefiets staat geparkeerd in de open ruimte tussen verschillende werkplekken.

“Ik werk altijd aan meerdere projecten tegelijk, en ieder project heeft een eigen plek,” licht ze toe. Mail behandelt ze liefst staand aan de hoge tafel, ‘want dan houd je het lekker kort’. Voor researchsessies stapt ze op de vier treden naar het podium in de hoek, waar een licht doorgebogen bureau en versleten kuipstoel verraden dat hier vele uren worden doorgebracht. Voor het raam staat een fotocamera op statief, waarmee ze iedere ochtend de schaduwen vangt die de buitenplanten op haar rolgordijn werpen. “Misschien wordt het wat. Veel van mijn films zijn ooit begonnen als foto.”

Tans ontwerp voor een 23 meter hoog raam in de Grote Kerk in Alkmaar.  Beeld Daphne Lucker
Tans ontwerp voor een 23 meter hoog raam in de Grote Kerk in Alkmaar.Beeld Daphne Lucker

Tussen de plattegronden van Eye aan de muur springt een atypische tekening van een gotisch kerkraam in het oog. “Volgend jaar is het 450 jaar geleden dat Alkmaar bevrijd werd van de Spanjaarden,” vertelt Tan. “Om dat te markeren heeft de Grote Kerk mij gevraagd een ontwerp te maken voor een 23 meter hoog raam, een van de grootste in Europa.” Ze wijst op het rek met staaltjes gekleurd glas en trekt uit de berging een compleet paneel tevoorschijn. “In totaal bevat het raam 214 van dit soort panelen, die allemaal met de hand gemaakt zijn. Volgende week is de eerste rij panelen klaar voor inspectie.”

De gestileerde afbeelding op het paneel doet denken aan een bloem en roept associaties op met middeleeuwse kathedralen. “Mijn vriend hoopte dat ik een portret van hem erin zou verwerken,” zegt ze lachend. “Maar ik heb gekozen voor een bepaalde mate van abstractie, dat is tijdlozer. Onderaan zijn de kleuren licht en warm, geel en rood. Bovenin wordt het steeds blauwer en paarser. De kleurstelling doet denken aan een opkomende zon. De opeenvolging van panelen is een soort animatie: je kunt het raam lezen als verticale filmstrips.”

Archiefmateriaal

De helderheid van het Alkmaarse kerkraam staat in groot contrast met Footsteps, het werk dat Tan op verzoek van Eye maakte voor Mountains and Molehills. Terwijl het glas van het kerkraam over een paar eeuwen er nog precies hetzelfde uitziet als nu, gebruikte ze voor deze film archiefmateriaal waar de rafels soms aan hangen en het stof van de geschiedenis lijkt ingebakken.

“Ik heb eerder met het archief van Eye gewerkt, maar dat was altijd vanuit een van tevoren bepaald onderwerp of filmkeuze. Nu wist ik in eerste instantie niet waar ik naar op zoek was. Het is ook moeilijk grip krijgen op zo’n grote hoeveelheid beeldmateriaal. Het is niet als een verzameling schilderijen of prenten waar je als het ware doorheen kunt bladeren. Films moet je echt zien en dat kost veel tijd. Maar ik geloof heel erg in het principe van serendipity: als je in de bibliotheek denkt dat ene boek te moeten hebben, blijkt het boek ernaast dat te bevatten wat je nodig hebt. Na vele omzwervingen en foute afslagen kwam ik uit bij vroege Nederlandse non-fictie.”

Daarmee doelt de kunstenaar op films uit de late 19de en vroege 20ste eeuw, standaard zonder geluid en vaak vastgelegd op cellulosenitraat, dat later handmatig is ingekleurd. Het Nederland op deze beelden is een nog grotendeels agrarische staat en mensen lopen massaal rond in traditionele klederdracht. “Wat mij opviel was hoe hard er gewerkt werd, soms stonden ze tot hier in de modder,” illustreert Tan met een hand boven haar middel. “Sjouwers in de haven van Amsterdam droegen zakken van vijftig kilo op hun hoofd en in Philipsfabrieken pakten kinderen gloeilampen in. Om tegenwoordig dit soort beelden te schieten, moet je naar China of India. Ook opvallend is dat je bijna nooit mensen alleen ziet. Ze zijn altijd in een groep, soms zelfs met het hele dorp. Dat staat in groot contrast met hoe ik in mijn eentje tijdens de lockdown al dat beeldmateriaal heb bekeken.”

Fiona Tan: 'Ik wilde de film optillen uit het archief.' Beeld Daphne Lucker
Fiona Tan: 'Ik wilde de film optillen uit het archief.'Beeld Daphne Lucker

Zoals wel meer mensen in die periode besteedde Tan een deel van haar ‘alleentijd’ aan het opruimen van haar huis. Daarbij stuitte ze op de brieven die haar vijf jaar geleden overleden vader aan haar schreef in de periode 1988-1990. “Ik was toen net naar Amsterdam verhuisd om te studeren aan de Gerrit Rietveld Academie,” zegt Tan, die werd geboren in Indonesië en opgroeide in Australië. “Ik leefde in een cocon, was vooral aan het overleven en probeerde Nederlands te leren, terwijl er grote veranderingen plaatsvonden in de wereld. Dat is te lezen in mijn vaders brieven, die vaak van de hak op de tak gaan. In de ene zin heeft het nog over onze teckel Heidi en in de volgende over Gorbatsjov, de Berlijnse Muur en Mandela. Bij het herlezen dacht ik: het zijn misschien appels en peren, maar misschien levert de combinatie van deze brieven met het filmmateriaal iets op.”

Dat bleek moeilijker dan gedacht. Tan had zeventien uur aan beeldmateriaal uit het Eye-archief opgevraagd. Dat lijkt misschien veel maar is bijzonder weinig als je bedenkt dat filmmakers regelmatig honderden uren footage versnijden voor een eindresultaat van 95 minuten. “De eerste twee, drie maanden wist ik niet of het ging lukken. Ik ging iedere dag op en neer naar Rotterdam, waar ik met mijn vriendin Nathalie Alonso Casale (cineast, red.) aan de montage werkte. We zijn een paar keer helemaal opnieuw begonnen. Het was echt pittig. Uiteindelijk hebben we er zeven maanden over gedaan.”

Niet alleen stonden toen de beelden in min of meer de juiste volgorde, ook het tempo – dat in oude films standaard te hoog ligt – was genormaliseerd en alle titelkaarten waren ertussenuit gehaald. “Zonder die aanduidingen mag het beeld nu voor zichzelf spreken. Het is een soort bevrijding: het beeld mag beeld zijn.”

De filmfragmenten combineerde ze vervolgens met haar vaders brieffragmenten op een manier die zij beschrijft als ‘voice-under’, in tegenstelling van de gebruikelijke voice-over. “De tekst moet niet als een slechte powerpointpresentatie alles wat je ziet nog eens benoemen. In dit geval zie je iets en hoor je iets totaal anders. Natuurlijk moeten er wel punten zijn waarop beeld en tekst bij elkaar komen – knijpmomenten, noem ik dat. Tijdens de montage gingen beeld en geluid gevoelsmatig steeds meer bij elkaar horen en ging het geheel steeds meer vliegen. Het aantal knijpmomenten heb ik steeds verder gereduceerd, waardoor het kijken zelf een creatieve daad wordt.”

Behalve de voorgelezen brieven bevat de geluidsband ook omgevingsgeluiden. Je hoort fabrieksgeluiden, een kat die mauwt en – passend bij de titel Footsteps – veel voetstappen, meestal in de klompen die vrijwel iedereen toen droeg. “Ik wilde de film optillen uit het archief,” beargumenteert Tan haar keuze voor de soundtrack. “Ik wilde niet zo’n klassiek pianoriedeltje zoals vaak gebruikt wordt bij stomme films.”

En zelfs toen was het werk niet gedaan. Tan vond dat de film niet koud en kaal op een scherm in de museumzaal kon worden geprojecteerd. Dus liet ze een schuur bouwen op een werf op het NDSM-eiland. “Doordeweeks was ik bezig met oude beelden van plekken als Volendam en Marken en in de weekends ging ik daar kijken. De mensen van toen zijn verdwenen, maar de gebouwde omgeving is weinig veranderd. Door die speels na te maken en in de museumzaal te zetten, heb je weer een droste-effect.”

Fiona Tan: Mountains and Molehills, 2 oktober t/m 23 januari in Eye Filmmuseum.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden