Recept van de dag

Kruidige mujardara: een smaakbom waar iedereen wat in vindt

Kookboekenschrijver Merijn Tol houdt van de Arabische en de mediterrane keuken en eten dat mensen verbindt. Vandaag: Kruidige mujardara.

Merijn TolBeeld Oof Verschuren

Wanneer is iets lekker en wanneer niet? En wie bepaalt dat? Als je kookt, wil je graag dat mensen je eten heerlijk vinden. Dat ze blij en gelukkig gaan kijken, zachtjes ‘mmm’ zeggen, of ‘wat is dit fenomenaal lekker!’ roepen. Maar dat smaken verschillen, is een feit. De een houdt van Aziatisch, de ander juist van mediterraan. De één houdt van kruidig en pittig, de ander van fris en puur. Maar we houden allemaal van eten, van gerechten, die ‘af’ zijn. En dat is niet altijd makkelijk. Want wanneer is iets ‘af’?

Gisteravond stond ik met een groep mensen om een tafel, helemaal vol met eten. Het was in de keuken van A Beautiful Mess, het restaurant van The Refugee Company. Ik was er om te proeven of de gerechten ‘af’ waren. Klaar, niks meer aan doen, of toch wel? Alles was kleurrijk, bijzonder en met veel smaak, net als de mensen daar. De een kwam uit Syrië, de ander was van Iraanse origine, weer een ander was Marokkaans-Israëlisch. Met een handjevol kaaskoppen erbij en ik, een halloumikaaskop.

Zo veel verschillende mensen met zo veel verschillende percepties van smaak. Mensen uit het Midden-Oosten houden van zuur en mensen van hier van zoet. Maar waar iedereen, waarvandaan ook, het over eens was: een gerecht moet in balans zijn wat betreft de smaken zout, zoet, zuur en kruidig. Met precies genoeg olie, boter, saus of dressing. Dat is lekker. Dat is dus ‘af’.

Een goed voorbeeld is deze rijst: een chique, opgedofte versie van mujardara: rijst met linzen. Met heel veel gebakken uien, aromatische specerijen zoals kaneel, geelwortel en kardemom. Een smaakbom waar iedereen wat in vindt: zoet, kruidig, hartig, complex en af. Niks meer aan doen.

Kruidige mujardara

Ingrediënten
(voor 4 personen)
300 g basmatirijst (liefst van heel goede kwaliteit)
5 uien
olie om in te bakken
150 g bruine kleine linzen
1 kaneelstokje
3 kardemompeulen
½ el geelwortel
olijfolie
1 bosje dille

Bereiding
Was de rijst een paar keer tot het gebruikte water helder begint te worden. Snijd de uien in halve ringen en bak ze al roerend in porties goudbruin op middelhoog vuur. Haastige spoed is zelden goed en zeker niet nu. Als je je haast, word je gestraft met zwarte uien.

Als je eerste portie uien klaar is, doe je die in een soeppan, samen met de rijst, linzen en zo veel water dat er één vingerkootje boven staat. Voeg voldoende zout toe (proef!), samen met het kaneelstokje, de kardemompeulen en de geelwortel. Breng met de deksel erop aan de kook. Draai het vuur daarna laag en laat de rijst in 15 tot 20 minuten gaar worden. Meng dan twee derde van de gebakken uien erdoor, samen met flink wat olijfolie (proef!). Verdeel de rest van de uien over de rijst. Snijd de dille fijn en bestrooi de rijst ermee. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden