PlusAchtergrond

Krijgen de Oscars toch nog een Nederlands tintje?

Zondag is de Oscaruitreiking. Via de internationale coproducties Another Round, Quo vadis, Aida? en The Mole Agent doet Nederland toch een beetje mee.

Quo vadis, Aida? van Jasmila Žbanić. Beeld
Quo vadis, Aida? van Jasmila Žbanić.

In 2003 werd voor het laatst een Nederlandse film genomineerd voor een Oscar, en ook dit jaar komt aan die losing streak geen einde. Toch hebben maar liefst drie genomineerde films een Nederlands tintje.

Aan de Bosnische film Quo vadis, Aida? van Jasmila Žbanić, het Deense Another Round van Thomas Vinterberg en het Chileense The Mole Agent van Maite Alberdi is een Nederlandse coproducent verbonden. Zulke internationale coproducties zijn er altijd geweest, maar de afgelopen jaren lijken ze, in Nederland en in de hele Europese filmindustrie, steeds gangbaarder te worden.

“Het is interessant omdat het je horizon verbreedt en je met makers met een ander point of view en een andere stijl werkt,” zegt Fleur Knopperts van Volya Films, een van de coproducenten van The Mole Agent (genomineerd in de categorie beste documentaire). “Het idee is dat je als ­coproducent creatieve input inbrengt, crewleden vanuit Nederland. Zo kunnen de crews waarmee je hier werkt ook aan projecten over de hele wereld werken. Die kruisbestuiving, de ervaring die zij daar opdoen, komt vervolgens films hier ten goede.”

Voor The Mole Agent werd in Nederland een deel van de montage gedaan, en componist Vincent van Warmerdam maakte de muziek. “Een opdracht uit het buitenland heeft iets extra aantrekkelijks,” zegt Van Warmerdam. “De filmcomponist wordt niet beperkt door wat er alleen in Nederland wordt gemaakt. Als de grenzen open zijn, ontstaan er meer mogelijkheden. Daar begint het nu een beetje op te lijken. In eerste instantie natuurlijk om de financiën. Maar ik denk dat die wisselwerking ook zeker inhoudelijk en ­artistiek gevolgen heeft.”

Speciale regeling

Precies met het oog op die grotere mogelijkheden begon het Nederlands Filmfonds in 2014 met de zogenoemde Production Incentive, een belangrijke factor in de toename van dit soort internationale coproducties. Via die stimuleringsmaatregel kunnen filmproducenten onder bepaalde voorwaarden een deel van de uitgaven die zij in Nederland doen terugkrijgen.

Financieel adviesbureau Het Creatief Kapitaal becijferde onlangs in opdracht van het Filmfonds dat elke euro die het fonds uitgeeft via de Production Incentive resulteert in bestedingen van ruim 4 euro in de Nederlandse filmsector. Meer dan de helft van de 405 producties die van 2014 tot en met 2020 gesteund werden, kwam uit het buitenland en was zonder de regeling waarschijnlijk aan Nederland voorbijgegaan.

Thomas Vinterbergs Another Round. Beeld Henrik Ohsten
Thomas Vinterbergs Another Round.Beeld Henrik Ohsten

“Voordat de Production Incentive er was, liepen we achter ten opzichte van andere landen,” zegt Jack Kuiper van postproductiebedrijf Storm. Het in Amsterdam en Antwerpen gevestigde Storm was verantwoordelijk voor de visual effects in Another Round. “Nederland was voor buitenlandse producenten niet interessant, omdat wij niet zo’n speciale regeling hadden en veel andere landen wel.”

Als het goed is, ziet niemand het werk dat Kuiper en zijn collega’s deden aan Another Round (Oscargenomineerd in de categorieën beste internationale film en beste regie). De film speelt zich af over verschillende jaargetijden, maar werd in een relatief korte periode gedraaid. Daar kwam Storm in beeld. “Wij moesten van lente winter maken en andersom,” legt Kuiper uit. “In sommige scènes hebben we sneeuwvlokken toegevoegd, in andere kale bomen groen gemaakt.”

Dubbel genomineerd

Nog ingrijpender was de digitale trucage die het in ­Amsterdam gevestigde Filmmore deed voor Quo vadis, ­Aida? de Oscarinzending uit Bosnië en Herzegovina die wordt gezien als grote kanshebber in de categorie beste ­internationale speelfilm. Het Nederlandse N279 Productions is een van de twaalf producerende partijen, uit negen landen. Dat is in dit geval niet enkel een ­financiële kwestie, maar heeft ook te maken met het ­onderwerp. De indringende film draait om de val van Srebrenica, een drama dat in 1995 heel Europa raakte.

Vanuit Nederland werden niet alleen acteurs als Raymond Thiry, Reinout Bussemaker en Teun Luijkx ingebracht, maar ook diverse crewleden. Onder wie dus de beeldtovenaars van Filmmore. Vrijwel elk shot van de film werd onder handen genomen, vertelt Visual Effects ­Supervisor Stefan Beekhuijzen. “We hebben allerlei vernietiging toegevoegd, tanks, explosies.”

The Mole Agent van Maite Alberdi.
 Beeld
The Mole Agent van Maite Alberdi.

Ook in de imponerendste beelden had Filmmore een stevige hand: shots van de ruim twintigduizend vluchtelingen die veiligheid zoeken op de VN-compound werden gefilmd met zo’n 450 figuranten, die digitaal werden gedupliceerd. Ze moesten daarvoor wel eindeloos stilstaan op snikhete vlaktes. “Ik dacht: dit is heftig voor ze,” zegt Beekhuijzen, “maar ze waren zo ­betrokken bij deze film, mensen kwamen mij zelfs ­bedanken dat ik eraan meewerkte. Het was voor hen zó ­belangrijk dat deze film gemaakt werd.”

Diezelfde ervaring had Ellen Lens, die als kostuumontwerper aan de film meewerkte. “Ik heb Quo vadis, Aida? nu al een paar keer gezien, en ik ben steeds weer heel erg onder de indruk. Dat er, door een vrouw, zo’n film over oorlog is gemaakt.”

Lens is overigens dubbel genomineerd, want ze werkte ook aan Another Round mee; met Vinterberg maakte ze al enkele eerdere films. De twee producties liepen voor haar min of meer tegelijk, en aan beide werkte ze op afstand. “Dat wil ik niet meer zo doen,” zegt ze beslist. Het aantrekkelijke aan de internationale projecten zijn juist het reizen en het contact met andere crewleden. “Ergens naartoe met je kladblok en je budget, mensen zoeken om mee samen te werken, reageren op mensen uit andere landen, en daarin met zijn allen weer een energie vinden. Dát prefereer ik.”

The Mole Agent is nu te zien op streamingdienst Picl. Another Round en Quo vadis, Aida? worden later dit jaar uitgebracht in de Nederlandse bioscoop.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden