PlusInterview

Kort na het overlijden van haar man werd ze hoofdredacteur van BNR: ‘Ik dacht: als ik het niet doe, verlies ik nog iets’

Mireille van Ark: ‘De ­mensen die radio maken, dat zijn andere mensen.’ Beeld Ivo van der Bent
Mireille van Ark: ‘De ­mensen die radio maken, dat zijn andere mensen.’Beeld Ivo van der Bent

Hoofdredacteur Mireille van Ark (44) leidt BNR Nieuwsradio met ‘een fluwelen hamer’. Tijdens de crisis moest ze dierbare collega’s ontslaan. Maar het bijtertje onder de commerciële zenders is op de weg terug. ‘Dingen lopen toch zoals ze lopen.’

In februari 2019 reed Mireille van Ark van haar werk bij BNR Nieuwsradio in Amsterdam naar haar huis in het Utrechtse Lexmond toen ze een appje van een vriendin kreeg: ‘Kan ik iets voor je doen?’ Vreemd, dacht ze. Even later belde de politie. Of ze even haar auto langs de kant van de weg wilde zetten?

Van Ark wist dat haar man Joost die middag nog even een stukje was gaan fietsen. “Hij reed over de dijk bij de Lek. Van de andere kant kwam er een Volkswagen aan, zo’n Caddy. Erachter reed een motor. De bestuurder van het busje dacht: ik ga even opzij om Joost erlangs te laten. Die motorrijder dacht: dat busje gaat aan de kant zodat ik hem kan inhalen. Ze zijn vol op elkaar gebotst.”

Een supernuchtere man, zegt Van Ark. “Een echte ondernemer. Hij had in Lexmond een familiebedrijf in vrachtwagenopleggers. We kenden elkaar uit Zwolle, waar ik op de School voor Journalistiek zat en hij mijn huisbaas was.”

In de auto is ze doorgereden naar de plaats des onheils. Daar vertelde de politie haar dat haar man ernstig hersenletsel had. Hij werd overgebracht naar het UMC.

Van Ark: “In het ziekenhuis bleek dat het wel erg mis was. Joost had het niet-­responsief waaksyndroom. Vroeger noemden ze dat een vegetatieve toestand. Dat zeggen ze niet meer omdat het zo naar klinkt, maar het komt op hetzelfde neer.”

Heeft u nog contact met hem gehad?

“Nee. Hij heeft nog wel in een rolstoel gezeten, maar ik had niet het idee dat hij mij of onze kinderen nog zag. Hij keek wel, maar dan dwars door je heen. Ergens in het dossier staat dat hij anders reageerde als hij een foto van mij of de kinderen zag, maar hij humde alleen maar. Hij kon ook niet aan zijn neus krabbelen. Hij had ook nog eens een dwarslaesie en had last van spasmen. Echt verschrikkelijk. Hij heeft nog even in Leijpark in Tilburg gezeten, een revalidatiecentrum waar ze proberen bij mensen in deze toestand de hersen­activiteit weer een beetje op gang te brengen. Hij ging wel iets vooruit, maar niet veel. De hele zomer heb ik met de ­kinderen vlakbij op een camping gestaan. Zo konden we nog een beetje vakantie hebben. In november is hij overleden.”

Heeft u de motorrijder gesproken?

“Ik heb hem een kerstkaart gestuurd. Eerst wilde ik helemaal geen contact, maar ik had daar toch moeite mee. Ik dacht: als je dit hebt gedaan, hoe ga je dan kerst vieren? Een vriendin heeft die kaart gebracht. Het deed hem veel. In de rechtszaal hebben we het daar nog over gehad.”

Door de rechter is hij als schuldige aangewezen.

“Maar hij heeft het natuurlijk niet expres gedaan. Het was een gewone man, een leraar. Het was een nare samenloop van omstandigheden. Ik zie nu motoren over de dijk rijden en dan wil ik bijna ­roepen: je rijdt te hard, doe niet zo stom!”

Drie maanden na het overlijden van uw man solliciteerde u naar de functie van hoofdredacteur van BNR.

“Ik dacht: als ik het niet doe, verlies ik nog iets – de kans om echt door te gaan. Als ik het niet had gedaan, had ik het bijltje er misschien wel helemaal bij neer­gegooid.”

Kreeg u hulp bij verwerking van uw ­verlies?

“Ik heb een psycholoog die mij begeleidt. Ik besteed er een dag in de week aan en dan ben ik ook echt alleen daarmee bezig. Dan werk ik niet.”

Heeft het u veranderd?

“Iemand zei laatst tegen me: jij ziet nu elke struik die in bloei staat. En dan wijs je ook nog eens iedereen daarop. Het klinkt soft, maar ik kan daar enorm van genieten. Gisteren was ik aan het wandelen en zag ik een hert. Dan is meteen alles goed. Ik had het erover met Frits Spits, die heel veel moeite heeft met het overlijden van zijn vrouw. Hij zei ook: de magnolia bloeit. Ik snap dat precies. Ik weet waar hij dan van geniet. Na het ongeluk met Joost heeft hij me een prachtige handgeschreven brief gestuurd.”

Heeft het u niet angstiger gemaakt?

“Als de telefoon ging en ik het nummer niet kende, was ik bang dat er iets was met de kinderen. Dat heb ik wel een tijdje gehad, maar wat kan ik doen? Mijn kinderen verbieden om op de fiets naar school te gaan? Daar help ik ze niet mee. Je kunt je heel erg verzetten en angstig zijn, maar de dingen lopen toch zoals ze lopen. Daar heb je helemaal geen vat op.”

Bent u zo nuchter?

“No-nonsense. Ik vind het in elk geval prettig er open over te praten, omdat mensen het vaak moeilijk vinden ernaar te ­vragen. Maar dit is hoe het leven soms ook is: gewoon heel erg hard.”

‘Wij zijn geen zender die zegt: heel Nederland moet naar ons luisteren.’ Beeld Ivo van der Bent
‘Wij zijn geen zender die zegt: heel Nederland moet naar ons luisteren.’Beeld Ivo van der Bent

Ze laat een foto zien die haar collega’s bij BNR na het ongeluk naar haar appten. Ze staan op straat, vormen samen een hart. “Dat vond ik echt… Dat heeft me echt goed gedaan. Dat is misschien ook wel de reden dat ik bij BNR hoofdredacteur wilde worden. Omdat ik me hier zo gedragen voelde door de mensen.”

Een van uw eerste taken was: twintig collega’s ontslaan. Tien freelancers en tien van de 55 vaste medewerkers.

“Ja, dat was pittig.”

Wat dacht u?

“Shit.”

Allemaal mooie plannen gemaakt.

“En vervolgens kwam de klap van corona.”

Het waren de mensen van die foto.

“Het was ingewikkeld, maar dan gaat de realiteit toch voor.”

Hoe gaat zo’n gesprek?

“Vrij formeel, toch wel. Dan vertelde ik waarom we bepaalde ingrepen moesten doen. Dat was heel duidelijk: na corona aarzelden de adverteerders. Daar kon niemand omheen. Er moest worden bezuinigd en dan gaat het erom welke keuzes je maakt. Die probeerde ik zo goed mogelijk uit te leggen.”

De meeste mensen die worden ontslagen luisteren helemaal niet meer.

“We hebben ze eerst gebeld en gezegd dat er een reorganisatie kwam, en dat het hen ook zou raken. De mensen om wie het ging waren voorbereid.”

Heeft u vrienden moeten ontslaan?

“Mensen met wie ik uit eten ben geweest, bij wie ik thuis ben geweest.”

Zaten ze huilend tegenover u?

“Nee, dat viel eigenlijk wel mee.”

Kunt u nog met ze door één deur?

“Absoluut, ja. Ik denk niet dat mensen het me persoonlijk kwalijk hebben genomen. Je stapt in je rol van hoofdredacteur en dat zien zij ook. Natuurlijk is het niet zo dat ze je in de armen vallen. Er moet tijd overheen, maar ik ben, denk ik, nog gewoon in gesprek. Ik ben nu bezig met de evaluatie. Ik zoek iedereen op om te vragen: hoe heb je het ervaren? Hoe heb ik die gesprekken gevoerd? Wat had ik beter kunnen doen? Ik wil het graag weten. Het is een lelijk proces. Van alle slechte beslissingen moet je de beste slechte beslissing nemen.”

Wat maakt u een goede hoofdredacteur?

“Iemand zei laatst: jij bent heel daadkrachtig in het nemen van besluiten, maar dat doe je wel met een fluwelen hamer.”

null Beeld Ivo van der Bent
Beeld Ivo van der Bent

BNR Nieuwsradio, het bijtertje onder de Nederlandse nieuwszenders, bekend van de gele plopkap. Een zender voor beslissers, zegt Van Ark. Met als belangrijkste pijlers: politiek, economie en technologie. Een brandje komt er niet in, een moord evenmin.

Van Ark: “Ik heb nergens anders op de wereld een commercieel nieuws­radio­station kunnen ontdekken. Ze zullen er misschien zijn, maar ik ken ze niet.”

Wat doen jullie anders dan anderen?

“Wij hebben een ander tempo. Wij ­praten sneller.”

Is dat een grap?

“Nee hoor, onze presentatoren zijn mensen die je er in een hoog tempo doorheen praten. Als ik naar Radio 1 luister, voel ik een verschil in tempo.”

Zegt u dat ook tegen uw verslaggevers en presentatoren: sneller praten!

“Ik zeg dat ze ervoor moeten zorgen dat het naar BNR klinkt. Energiek, dat is misschien een beter woord ervoor dan snel. Wij willen het nieuws met energie en oprechte interesse brengen.”

Ik moet de eerste hoofdredacteur nog tegenkomen die zegt: het mag wel wat slomer en ongeïnteresseerder.

“En toch zijn wij anders. Onze redacteuren krijgen een BNR-geelcursus om ze het juiste BNR-gevoel mee te geven: ­kritisch zijn, maar ook altijd positief en gericht op oplossingen. Wat mij vaak opvalt als ik naar de radio luister: presentatoren die klakkeloos een persbericht voorlezen. Dan heeft de vakbond een klacht en komt niemand op het idee om eens te kijken hoe werkgevers ertegenaan kijken. Dan denk ik: hoe kan dat nou? Waarom let niemand op waar we hier in lopen?”

Dat zal u niet overkomen?

“Vast wel, maar minder vaak.”

De luisterdichtheid van BNR schommelt tussen de 0,6 en 0,7 procent.

“In absolute aantallen is dat nog best veel.”

Maar ik denk dan: wat is eigenlijk uw bestaansrecht?

“Dat wij een doelgroep bedienen die wel naar ons luistert: de zakelijke beslisser. Daar halen wij onze adverteerders op ­binnen. Wij zijn geen zender die zegt: heel Nederland moet naar ons luisteren. Wij kunnen hele groepen uitsluiten. Dat maakt de nieuwskeuze ook een stuk makkelijker, al wil je natuurlijk altijd dat er meer mensen luisteren. Elke hoofdredacteur van BNR zegt bij zijn sollicitatie: die 1 procent ga ik wel halen.”

U ook?

“Zeker.”

En u gelooft het echt?

“Ja, eigenlijk wel, ja. Hahaha. Je moet natuurlijk wel ambitie hebben.”

Naar Radio 1 luisteren vijftien keer zoveel mensen.

“Ze hebben ook een vijftien keer zo groot budget.”

Tien jaar geleden, toen BNR een marktaandeel had van 1,1 procent, werd hard­op gezegd: wij gaan Radio 1 aanvallen.

“Ja.”

Wat is er misgegaan?

“De impact van corona was enorm. Naar BNR luisteren de meeste mensen in de auto. En wie reden er tijdens corona niet in een auto? Precies: onze luisteraars. Zo kwamen we in een perfecte storm. Adverteerders die het geld in de knip hielden en automobilisten die niet meer in de auto reden. Inmiddels gaat het beter. Er liggen nieuwe plannen, inhoudelijk en commercieel. Je voelt de energie terugkomen.”

U kunt toch niet alles afschuiven op corona?

“We hebben er echt veel last van gehad. Tot die uitbraak ging het juist hartstikke goed. Het zou vorig jaar het beste jaar van BNR ooit worden. Wat wel grappig was: vlak voor corona hadden we net een thuiswerkdag gehad, om te bewijzen dat je als radiostation heel goed thuis kunt werken. Die draaiboeken hebben we weer uit de kast getrokken. Overal hebben we zendertjes neergezet, in schuurtjes, op zolders. Zo konden we gewoon doordraaien. Dat is ook typisch BNR. Daar leven wij van op.”

De publieke omroep kreeg coronasteun.

“Dat willen wij dus niet. Als commercieel bedrijf moet je jezelf kunnen redden.”

Is de concurrentie dan wel eerlijk?

“Dat is ie nooit geweest. So be it.”

Wat is de magie van radio?

“Dat het een eenvoudig medium is. Dat vorm niet boven inhoud gaat. En de ­mensen die radio maken – ik weet niet, dat zijn toch andere mensen. Daar voel ik me bij thuis. Vroeger luisterde ik vaak naar programma’s als Damokles, documentaires midden in de nacht. Dat moest allemaal weg, want het duurde te lang. En nu luisteren we podcasts van anderhalf uur. Die maken wij ook.”

Wanneer werd u door radio gegrepen?

“Op de School voor Journalistiek. ­Wouter Kurpershoek kwam net terug uit oorlogsgebied en liet een aantal reportages horen die hij voor de radio had gemaakt. Dat vond ik zo mooi. Ik was ook fan van Met het oog op morgen. Als student mocht ik een keer meelopen. Dat was de dag van het jaar.”

Jeugdfoto van Mireille van Ark Beeld
Jeugdfoto van Mireille van Ark

“Op de school kwam ik ook voor het eerst mensen tegen die waren zoals ik. Ik zat daarvoor op een vrij strenge katholieke school. Dat ging niet lekker. Ik paste niet goed in het systeem. Dat herken ik ook uit verhalen van collega’s. Die vroegen niet wat ze moesten leren, maar waarom. En of ze het wel interessant genoeg vonden. Ik denk niet dat mijn leraren van toen hebben gedacht: die wordt nog eens ergens hoofdredacteur. Ik denk dat ze me al een beetje afgeschreven hadden. Ze vonden me erg eigenwijs.”

Een vervelende betweter?

“Jeetje, nou. De creatieve vakken vond ik leuk. Ik wilde naar de kunstacademie of anders rechten studeren. Maar mijn vader zei: rechten is saai en voor de kunstacademie heb je het talent niet.”

Die had zijn fluwelen hamer mee­genomen.

“Hij werkte bij de politie in Den Haag. Het mooie was: als hij perspiket had, kwam hij met een stapel persberichten thuis. Dan belde De Telegraaf en zei hij tegen mij: zoek jij maar eens uit wat belangrijk is. Een fiets gestolen? Nee. Een vechtpartij? Vroeg hij: hoeveel gewonden zijn er? Zo leerde ik al vroeg nieuws selecteren.”

Heeft u nooit gedacht: ik wil op tv?

“Geen seconde. Ik wil niet op de voorgrond. Ik ben vooral een goede redacteur, iemand die graag het werk van anderen begeleidt. Ik denk dat ik bij BNR de enige ben die nooit de ambitie heeft gehad zelf achter de microfoon te zitten. Ik ben nooit verslaggever geweest, ik heb nooit iets gepresenteerd.”

Is dat bescheidenheid?

“Het was bij de lokale omroep al geen succes. Dat mensen tegen me zeiden: doe maar niet. Nou, dan doe ik het niet. Je moet er plezier in hebben om het podium te pakken en dat heb ik gewoon niet.”

Dat is bij tv natuurlijk nog extremer.

“Precies, ja. Man…”

null Beeld Ivo van der Bent
Beeld Ivo van der Bent

Kunt u televisiemensen eigenlijk wel verdragen?

“Weet je, ik vind het zo onbelangrijk. Ik kijk ook niet veel televisie. Als je dat toch hoort over die talkshows. Mensen worden helemaal geprepareerd en in een bepaalde houding gezet. Ik hou daar niet van. Dat vind ik zo mooi aan podcasts: natuurlijke gesprekken.”

Uw voorganger, Sjors Frölich, werd ­burgemeester van de gemeente waar u woont.

“Grappig toch? Toen hij vertrok, zei hij: ik blijf gewoon nog steeds je baas. Hij heeft veel voor mij gedaan toen mijn man in het ziekenhuis lag. Toen is er een echte vriendschap ontstaan.”

Wel een rare zet om als journalist burgemeester te worden.

“Raar, ja, maar ik snap het wel. Het heeft te maken met interesse in de maatschappij.”

U ziet u zelf ook nog wel zo’n stap maken?

“Ik sluit dat niet uit. Tamara van Ark, de minister voor Medische Zorg, is familie van mijn vader. Ik volg haar echt, ik vind het heel leuk wat zij doet. Mijn moeder was voorzitter van de vrouwenorganisatie van de VVD. Ik ging vroeger vaak mee naar bijeenkomsten. Deed ik de koffie. Ik vond het daar interessant. Dus ja, ik kan me voorstellen dat er na de journalistiek nog iets anders komt, al hoeft dat niet per se politiek te zijn. Ik zie mezelf ook nog wel een eigen bedrijf beginnen.”

Mireille van Ark

4 juni 1977, Den Haag

1982-1990 Paschalisschool, Den Haag
1990-1996 Aloysius College, Den Haag
1996-2002 Journalistiek, Christelijke Hogeschool Windesheim, Zwolle
2002-2009 Religiestudies, Universiteit van Amsterdam
2001-2014 Samensteller, KRO-NCRV
2014-2019 BNR Nieuwsradio, eindredacteur, chef, adjunct-hoofdredacteur
2020-heden Hoofdredacteur BNR Nieuwsradio

Mireille van Ark woont met haar zoon (7) en dochters (10 en 13) in Lexmond.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden