PlusAchtergrond

Kook­eiland, visgraat, zwarte elementen en een stalen deur met glas – bingo!

Funda staat vol met opgeknapte huizen waar niemand in heeft gewoond.Beeld Ted Struwer

Een populaire truc op de huizenmarkt: oude panden een standaard facelift geven en snel voor de hoofdprijs verkopen. Beitske de Jong (33) verzamelt er voorbeelden van op haar Instagramaccount.

Grofweg zijn er twee soorten reacties op het Instagram­account @fundamakeovers: blije –‘Mooi geworden! Prachtig gedaan! Wat een verbetering!’ – en zure – ‘Zonde! Ah nee, waar is die schouw gebleven? Lekker, zo’n tuin van steen. Ben nu wel een keer klaar met visgraat’ en ‘Zielloos!’

Even uitleggen: op het account @fundamakeovers ­verzamelt journalist en NPO Radio4-presentator Beitske de Jong Fundafoto’s van huizen voor en na verbouwingen. Dat zijn opknappertjes die voor opknappersprijzen verkocht worden aan investeerders – particulieren of grote bedrijven – die de boel als nieuw maken en meteen weer te koop zetten, voor een opgeknapt prijsje natuurlijk. Tel uit uw winst.

En dat doet De Jong, want ze zet de prijzen van ervoor en erna er altijd bij. Dan wordt meteen duidelijk wat iedereen eigenlijk al weet: hier is écht goed geld mee te verdienen. Met name in Amsterdam knallen de prijzen zo een paar ton omhoog als de boel eens goed is gladgetrokken.

Visgraatvloer

Straks meer over dat gladtrekken, eerst nog even over @fundamakeovers: met 27.000 volgers wat je noemt een ­Instahit. “Bizar,” zegt De Jong. “Ik doe niets aan pr, mensen komen er zelf op af. Ik ben ermee begonnen omdat het me, als Fundaverslaafde, opviel dat ik dezelfde huizen die ik eerder had gezien, terug zag komen in opgeknapte staat. Vaak al binnen een paar maanden. Funda staat vol met opgeknapte huizen waar niemand in heeft gewoond voor ze weer te koop werden gezet. Ik ben ze naast elkaar gaan ­zetten en dat is een beetje uit de hand gelopen. Voorheen was m’n verslaving nog best gezond, ik keek ook weleens een dagje niet op Funda, maar nu ben ik er echt veel mee bezig.”

Gewoon, zegt ze, om het te laten zien. Geen oordeel, geen belerend vingertje. “Het is geen zeikaccount. Iedereen moet zelf bepalen of ze het mooi vinden of juist niet, en wat ze van deze opknapbusiness vinden.”

De criticasters hebben het – naast het economische ­aspect van investeerders die de markt onmogelijk maken voor particulieren – vooral gemunt op hoe het eruitziet. Alles lijkt namelijk op elkaar. Bij de grote Funda Make­over Bingo zouden in elk geval voorbij komen: het stevige parket in visgraatpatroon, het kookeiland en heel veel zwarte elementen, van deurklinken, kranen en stop­contacten tot hele keukenblokken. Ook niet te missen zijn de marmerlook in keuken en/of badkamer, spotjes, en de absolute evergreen in deze categorie: zwartmetalen tussendeuren met glas.

Even een Amsterdams voorbeeld dan, De Jong laat een pand zien in de Piet Gijzenbrugstraat, begane grond, drie kamers. Vorig jaar juni stond dit als opknapper te koop voor 385.000 euro. In februari van dit jaar kwam het alweer op de markt, nu voor 620.000 euro. En eens kijken: kook­eiland, visgraat, zwarte elementen en een stalen deur met glas – bingo!

Straktrekken en verkopen

Voor Hein van der Bijl (53) is het allemaal gesneden koek. Hij is als investeerder al toe aan zijn vierde klushuis, ­waarbij hij samen met een aannemer – zelf heeft hij twee linkerhanden – steeds hetzelfde trucje toepast: kopen, straktrekken volgens de genoemde bingo-elementen en verkopen voor een vrolijke winst – tienduizenden euro’s vaak, tonnen is meer iets voor het hogere segment. “Super, ja,” zegt hij. “Die stalen deuren doen we er eigenlijk altijd wel in. Waarom? Heel simpel, omdat het verkoopt. Dat is het enige doel van hoe we dit aanpakken: verkopen voor een goede prijs. En dan kom je inderdaad uit bij dezelfde elementen die mensen nou eenmaal mooi vinden op dit moment. Of dat erg is? Nou, veertig jaar geleden vonden ze oranje badkamers mooi, die zou ik er nu niet inzetten. Zo gaat dat toch?”

Zo gaat dat. En verder gaat het zo: Van der Bijl zoekt huizen met potentie – niet geheel toevallig is #ziedepotentie ook een terugkerende hashtag voor @fundamakeovers – en gaat dan eigenlijk altijd min of meer hetzelfde te werk. “Meestal zijn het huizen uit de jaren dertig of iets daarna, dat betekent dat er oude elementen in zitten. Mijn beleid is: glas in lood laat ik zitten maar alles waar een boogje in zit, weg ermee. De trend is nu ruimtelijk. Alles openbreken dus, en dan zorgen dat de keuken onderdeel is van de woonkamer. En heel lucratief is een uitbouw of een opbouw. Niet goedkoop, maar zo creëer je écht extra waarde.”

Dat verbouwen en verkopen doen ze het liefst zo snel ­mogelijk. Van der Bijl: “Binnen zes maanden, want dan krijg ik de overdrachtsbelasting terug. Dat is toch 2 procent op een bedrag van een paar ton, wel de moeite dus. Mijn vaste schema is verbouwen in vier maanden, ver­kopen in twee.”

Professionele inrichting

Een Amsterdams fenomeen? Niet per se. Van der Bijl: “De gemeente Amsterdam ontmoedigt deze aanpak met ­maatregelen, zoals de verplichting als koper ook in het huis te gaan wonen. Dat geldt voor nieuwbouw en voormalige huurwoningen, die vallen dus af. Maar er blijft ­genoeg over op de Amsterdamse markt waarbij dit trucje werkt.” Al moeten we wat de ‘bingo’ betreft elders zijn, ­volgens De Jong. “Den Haag spant de kroon: ik vraag me af of daar nog huizen zijn zónder zwarte deurklinken en kranen.”

Maar om snel te verkopen zijn er meer troeven dan de verbouwing. Echt rap gaat het met een zogenoemde stager – iemand die het huis nog even inricht op een manier die de verkoop ­bevordert. Het is een vak apart, vindt Esther Ririassa (53) van The Homestagers, het eerste bedrijf in Nederland dat zich hierop toelegde. “De kunst is om er echt maatwerk van te maken,” vertelt ze. “Dus per huis, of dat nou driehoog-achter of een strakgetrokken pand van 6 miljoen euro is, bekijken wat er nodig is, en precies dát ervan maken.”

Beetje jammer dus, die voorbeelden van lui stagen waar @fundamakeovers vol mee staat. Men neme die ene witte Ikeabank, een bananenplant, een rieten mand, een ­Marokkaans kleed – nep – en een generieke zwart-witfoto en klaar is de stage.

“Zo kan iedereen het,” zegt Ririassa. “Wij doen het met liefde, we kunnen kiezen uit een loods vol meubels. Dan werkt het, en zie je panden waar een jaar lang geen bod op kwam na het stagen opeens verkocht worden. Maar dan moet je niet steeds dezelfde bank neerzetten. Overigens kom ik in veel huizen en dat verbouwen gaat me weleens aan het hart: vreselijk als al het leven eruit wordt geramd.”

Tuin met tegels

Een veelgehoorde klacht onder de posts op @funda­make­overs gaat over tuinen. Daar geldt de paving-­paradise-aanpak: alles wat groeit en bloeit gaat onverbiddelijk de grond uit en wordt ingeruild voor grote grijze ­tegels. Een paar lichtgekleurde houten schuttingen, grind en, vooruit, een paar stengels bamboe in zwarte bakken. Daar moeten we het mee doen. Of zoals @wendymaria63 het verwoordt onder een treffend voorbeeld op @fundamakeovers: ‘tuin leegrossen, alle sfeer eruit verwijderen en dan 210.000 op de prijs’.

Kort door de bocht misschien, maar toegegeven: het oogt wat bruusk en de bijen zullen er ook niet blij mee zijn. Toch kan Van der Bijl het wel uitleggen. “Een tuin is ontzettend duur om te laten inrichten,” zegt hij. “En als jij er een dure tuin in laat leggen en de potentiële kopers voor het huis zijn tweeverdieners die geen tijd hebben om dat allemaal te onderhouden, is dat weggegooid geld. Aan de andere kant: alleen tegels is wel heel kaal. Daarom doe ik altijd zestig procent tegels, veertig procent groen.”

De gedachten gaan al snel naar de jaren zeventig, het tijdperk waarin paneeldeuren werden betimmerd, ornamenten bepleisterd en granieten vloeren onder het tapijt verdwenen. Zitten we nu in zo’n zelfde golfbeweging? Het zou kunnen, maar dan met de kanttekening dat veel van wat we nu verbouwen niet terug te draaien is.

De Jong: “Ik woonde zelf in een heerlijk appartement aan de Tweede Kostverlorenkade. Glas in lood, kamer en suite – zonder spullen was het al sfeervol. Dat huis is verkocht en de nieuwe eigenaar heeft meteen alles eruit gesloopt wat er karakter aan gaf. Buikpijn had ik ervan. Maar aan de andere kant realiseer ik me ook: uiteindelijk zorgen ménsen voor sfeer in huis. Met of zonder visgraat op de vloer.” 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden