PlusAchtergrond

Kom op, nog één hapje! Hoe breng je liefde voor eten over op kinderen?

Voordat hij vader werd, dacht culinair journalist Gilles van der Loo: mijn kinderen gaan later álles eten. Niet dus. Het compromis werd: alles proeven. Ook in twee nieuwe kinderboeken gaat het over smaak.

Illustratie uit Smaakspoken.
 Beeld José Luis García Lechner
Illustratie uit Smaakspoken.Beeld José Luis García Lechner

Ik begon later met kinderen dan veel van mijn vrienden. In de jaren voordat mijn zoon Nadim werd geboren en in de maanden voordat hij zijn eerste vaste voeding kreeg, keek ik vaak naar al die vaders en moeders om me heen, die met hun bleke, slaperige koppen kansloos probeerden spinazie en vegetarische knakworst bij hun kroost naar binnen te loodsen. Mij, besloot ik met een inwendige grijns, zou dat niet overkomen. Omdat ik veel van koken hield en het zo langzamerhand ook wel een beetje kon, ging een kind van mij natuurlijk álles eten.

Bij volwassenen werkt het in elk geval wél. Als een nieuwe vriend of vriendin me vertelt dat hij iets pertinent niet lust, zie ik dat als een uitdaging om dat gerecht op zo’n ­manier te bereiden dat hij of zij het heerlijk vindt. Mijn schoonzus leerde zo bijvoorbeeld van vis te houden. Ik haal trots uit het voeden van mijn naasten, en als huisman zou ik om die reden ook gelukkig zijn.

Wie kinderen heeft kent die fase als ze net met vast voedsel beginnen, waarin ze even alles lijken te lusten. Niemand had mij daarover verteld, dus toen Nadim in week één van de overstap van moedermelk naar het echte werk onder meer wortels, asperges, citroen en sojasaus weghapte alsof het aardbeienyoghurt was, steeg ik bijna op van blijdschap. Om na een aantal weken weer keihard te worden neergehaald.

Het afwijzen van bepaalde soorten voeding is een van de eerste stappen die een kind kan zetten op de weg naar autonomie. Een belangrijke, noodzakelijke stap ook. Gele dingen lust ik wel, groene dingen niet. Dat hoort bij mij en dat niet.

Heerlijke pasta van een ander

Om terug te keren bij mijn zoon: octopus was geweldig, van aardappels wilde hij niks weten. Er zat geen lijn in, en dat was dus omdat het helemaal niet over smaak ging, of over de liefde waarmee die gerechten waren klaargemaakt.

Veel van mijn pasta’s stuurde hij zonder pardon ­terug, maar de Grand’Italia-farfalle met diepvriesspinazie, mon chou en zalm bij de ouders van een vriendinnetje vond hij geweldig. Toen ik hem kwam ophalen vertelde de vader van het meisje dat hij er heel complimenteus over was ­geweest. “Kun jij dat ook een keertje maken, pap?” vroeg hij me even later op de fiets.

Het is moeilijk te accepteren als je kind het eten weigert dat je met aandacht hebt gekookt. Vergeef me de beeldvrijheid, maar soms voelde de afwijzing bijna fysiek, alsof mijn borst door hem geweigerd werd.

Illustratie uit Van honingbij tot hagelslag. Beeld Marieke van Ditshuizen
Illustratie uit Van honingbij tot hagelslag.Beeld Marieke van Ditshuizen

Tegelijkertijd herinnerde ik me de walging die ik als kleuter had gevoeld bij de smaak, de geur, het mondgevoel van witlof met ham, kaas en maïzenasaus. Ik moest toen net zo lang aan tafel zitten tot het op was. Als ik mazzel had mocht ik voor de tv eten, en kon ik die ellendige stronken stiekem in de aslade van de open haard schuiven, of onder het kleed.

Tafel vol stoommandjes

Wij besloten onze zoon niet te dwingen dingen te eten die hij absoluut niet wilde, maar proeven moest hij álles. Bietjes bleken heerlijk, mosselen onmogelijk, prei verschrikkelijk. Maanden verstreken; nu en dan zagen we hem plukken aan slablaadjes, aan venkel, aan het korstje van een gebakken aardappel. Hij trok er stukjes af en proefde. We deden alsof we het niet zagen, maar glimlachten naar ­elkaar en knikten. Onze aanpak leek te werken.

Een moeilijk etende kleuter was voor ons misschien een groter probleem dan het voor andere gezinnen zou zijn. Eten heeft altijd een grote rol in onze relatie gespeeld, het is een van de dingen die ons bindt, en dat niet te kunnen delen met ons kind voelde heel erg jammer. Maar geleidelijk ging het dus beter, en toen onze dochter werd geboren had ik veel minder hoge verwachtingen van haar als eter. Ook zij zou het wel gaan leren.

De eerste keer dat ik het genot van samen eten écht kon delen met Nadim was toen we dimsum aten bij Sea Palace. De aankleding, de tafel vol stoommandjes, de heuse Chinese bediening: hij vond het allemaal schitterend. Met een elastiekje om de achterkant van zijn eetstokjes dook hij er vol enthousiasme in, en zelfs de kwal met duizend­jarig ei bleek top. Stiekem weende ik een beetje van geluk.

Een chef en zijn dochter

‘Voor Puck, die álles proeft’, is de opdracht in het door José Luis García Lechner getekende en door Daan Faber geschreven kinderboek Smaakspoken, waarvan ik deze week een exemplaar ontving. Kort door de bocht is het een boek over contact door eten, en daardoor trof het me dan ook recht in het hart.

Faber schrijft over een vader en dochter die rouwen om de dood van moeder, maar in die rouw niet samenkomen. Vader is chef-eigenaar van restaurant A’maro (niet toevallig Italiaans voor bitter) en vlucht in zijn werk, wat met een eigen zaak makkelijk zeventig uur per week kan betekenen.

Omdat hij zijn dochter te jong vindt om te helpen in de keuken, brengt het meisje vele uren in het appartement boven de zaak door, terwijl ze graag wil leren koken en lijkt te snappen dat daar de weg naar contact met haar vader ligt. Twee eenzame en verdrietige mensen dus.

Op een nacht, in bed gekropen bij haar snurkende, doodvermoeide pa, wordt het meisje bezocht door een smaakspook in de vorm van een Japanse parelvisser. Het spook blijkt vriendelijk en neemt haar mee naar een enorme zoutvlakte, waar ze het meisje vertelt dat ze vast heel goed kan proeven, maar nog niet kan koken omdat proeven net als taal is. ‘Eerst hoor je alles. Een oorverdovend lawaai aan nieuwe geluiden die kriskras door elkaar je oren ­instromen. Dan leer je luisteren naar al die losse klanken. Pas als je ze stuk voor stuk begrijpt, worden het woorden en kun je zelf praten. Zonder smaken ben je sprakeloos.’

Uiteindelijk wordt het meisje door zeven smaakspoken bezocht, waarvan de laatste twee dichter bij haar staan dan ze had kunnen vermoeden.

Tegelijk met Smaakspoken verschijnt Van honingbij tot hagelslag van illustrator Marieke van Ditshuizen en Joël Broekaert, dat een sterke fascinatie laat zien voor de eetbare natuur. Kijk eens, lijkt de recent voor de tweede keer vader geworden Broekaert tegen zijn kinderen te zeggen, hoe geweldig dit is. Hoe ongelooflijk mooi, zo’n zaadje dat ontkiemt, uitgroeit tot een plant, bloemen vormt, bevrucht wordt en dan weer een zaadje wordt. Van elk stadium dat een plant doormaakt geven Broekaert en Van Ditshuizen eetbare voorbeelden, die duidelijk gekozen zijn op hoe sterk ze kinderen aanspreken. Zo treft de lezer voorin al een aanstekelijke ode aan de popcorn.

Van honingbij tot hagelslag doet wat een goede leraar doen moet: kennis overbrengen vanuit een duidelijk voelbare eigen fascinatie. Voor de volwassen lezer is er in dit boek ook nog een hoop te leren: zo kwam ik erachter waarom de bananen krom worden, en wat de drie oorspronkelijke (niet door de mens gekweekte) citrusvruchten zijn.

Eten is contact maken, en het is de wereld verkennen met je ogen, oren, neus én mond. Van honingbij tot hagelslag en Smaakspoken zouden als twee delen in één cassette moeten worden aangeboden op elk consultatiebureau.

Daan Faber & José Luis García Lechner: Smaakspoken, Volt, €15,99.

Joël Broekaert & Marieke van Ditshuizen: Van honingbij tot hagelslag, Ploegsma,€19,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden