PlusAchtergrond

Kom maar door met die zon! Dit moet je doen voordat je zonnepanelen op je dak plaatst

De lage spaarrente maakt het voor huiseigenaren aantrekkelijk hun dak vol zonnepanelen te leggen. Ze verdienen de investering geheid terug. Zes tips voor beginners.

null Beeld ANP
Beeld ANP

Zonne-energie heeft de wind mee. Bij meer dan een miljoen woningen liggen nu zonnepanelen op het dak. Dat betekent dat er in Nederland – met zo’n acht miljoen ­woningen – nog riant veel oppervlak overblijft waarop energie kan worden opgewekt. De verwachting is dat over vijf jaar twee miljoen van de daken blauw- of zwart­gekleurd van de zonnepanelen zijn.

Naast het groeiende klimaatbesef zijn de dalende prijzen van de panelen (in tien jaar tijd bijna gehalveerd) en de historisch lage rentestand daarbij belangrijke aanjagers. De vraag naar zonnepanelen is op dit moment dan ook groot. Wat komt er allemaal bij kijken voordat je wasmachine op zelfopgewekte stroom draait?

Begin met isoleren

De duurzame variant van het aloude ‘bezint eer ge begint’ is ‘isoleer eer ge begint’. Voordat je ook maar één offerte voor zonnepanelen aanvraagt, is het zinvoller en voordeliger om het laaghangende fruit te plukken. Dat doe je door goed te isoleren. Daarbij kan een warmtescan helpen, want die brengt de zwakke plekken in de ‘schil’ in kaart. Denk daarbij aan het dak, de kruipruimte of het glaswerk.

Een andere stap is om het huidige energieverbruik te ­bestuderen en te onderzoeken waar besparingen mogelijk zijn. De duurzaamste energie is namelijk de energie die je niet verbruikt en je dus in het vervolg ook niet hoeft op te wekken.

Hoeveel panelen?

Voordat je een installateur in huis haalt of een offerte aanvraagt, is het raadzaam wat voorwerk te verrichten. Bijvoorbeeld door op Zonatlas.nl te checken of je dak geschikt is. Een dak op het zuiden is vrij ideaal, maar ­behalve de ligging spelen ook factoren als schaduwwerking van bomen of een schoorsteen mee, of hoe spits het dak toeloopt. Het is een minuutje werk: kwestie van postcode, huisnummer en grootte van het huishouden invoeren.

Het dakpotentieel dat uit de berekening komt rollen, is indicatief en dus niet zaligmakend. Zo vindt de rekentool dat er op ons dak maximaal twaalf panelen passen, terwijl er toch écht acht stuks meer op liggen te schitteren. Daardoor valt de geschatte opbrengst ook aanzienlijk lager uit dan in de werkelijke situatie.

Check de referenties

Een andere website die onmisbaar is: Google. Het wereldje van de zonnepanelenaanbieders is notoir terrein voor cowboys en beunhazen, met mooie praatjes maar minder fraaie resultaten. “In mijn werk zie ik zaken waar je broek van afzakt,” zegt onafhankelijk zonnestroomadviseur Henk Hakken. “Schots en scheef geplaatste panelen, verkeerde componenten, de meterkast niet op orde of stekkers en connectoren in het water.”

”Kijk dus voordat je een offerte aanvraagt wat voor referenties het bedrijf heeft op Google en de eigen site. Als het een grote club is met maar drie positieve recensies, kun je je afvragen of dat werkelijk zo fantastisch is. Persoonlijk zou ik altijd voor een lokale installateur gaan. Die wil ­namelijk goed werk afleveren omdat je buurman dan wellicht ook bij hem aanklopt. Bijkomend voordeel is dat hij om de hoek zit, handig in het geval van een storing.”

Een goede manier om het kaf van het koren te scheiden is te kijken of de installateur een keurmerk voert, bijvoorbeeld van Zonnekeur.nl. Even aanbellen bij buren of wijkgenoten met een zonnedak levert vaak ook een schat aan informatie op.

Zorg dat je wat te kiezen hebt

Met de aanschaf en installatie van zonnepanelen is het niet anders dan met andere producten en diensten. Je doet er verstandig aan om bij drie partijen een offerte op te vragen. Dan heb je vergelijkingsmateriaal en wellicht ook wat extra argumenten om te onderhandelen.

Het advies van Hakken is om daarbij niet alles af te laten hangen van het bedrag onder aan de streep. “Staar je vooral niet blind op wie de allergoedkoopste aanbieder is. Kijk liever naar service en voorwaarden. Bijvoorbeeld of het bedrijf de btw- teruggave (21 procent op de hardware én de installatie, red.) voor jou regelt. Het is geen enorm pittige klus, wie handig is met belastingen kan het zelf. Als je het uitbesteedt kost het je snel 150 euro. Informeer ook naar service, voorrijkosten en garanties, en vraag of de aanbieder reserveonderdelen op voorraad heeft.”

Kijk ook eens of er buurtgenoten zijn met paneelplannen. Dan kun je het uitzoekwerk verdelen en wellicht scherper onderhandelen over de prijs. Tot eind deze maand kun je ook nog inhaken bij de collectieve inkoop­actie van Vereniging Eigen Huis. Die meldt dankzij 27.000 deelnemende leden een korting van 22 procent op de marktprijs te hebben bedongen.

Lenen, leasen of kopen?

Er wordt veel reclame gemaakt voor leaseconstructies, waarin je de zonnepanelen huurt van een aanbieder. Die partij neemt het hele traject voor haar rekening, van ­installatie tot onderhoud. Als woningbezitter lijkt het je niets te kosten, maar uiteraard zijn de vruchten die je dan plukt aanzienlijk kleiner. Kun je het als particulier lijden, dan is het verstandiger om zelf voor de kosten op te draaien. Het geld dat je in de panelen steekt, levert namelijk net zoveel op als een spaarrente van 4 procent, berekende ­Milieu Centraal.

Voor wie geen 4000 à 5000 euro aan spaargeld op de bank heeft staan (globaal de kosten voor een doorsnee ­rijtjeshuis) is er een Duurzaamheids- of Energiebespaar- lening. Hakken: “Die regelingen zijn bedoeld voor mensen die het benodigde geld niet kunnen ophoesten. Zij betalen dan een rente van bijvoorbeeld 1,6 procent. Veel gemeenten hebben een energieloket, dat naast informatie over ­deze regeling ook gratis adviezen verschaft.”

Op de site Verbeterjehuis.nl/energiesubsidiewijzer vind je een overzicht van alle soorten leningen en subsidies die voor jouw woonplaats relevant zijn.

Maak je niet te druk over de terugverdientijd

Dé vraag op elk verjaardagspartijtje waar zonnepanelen ter sprake komen: hoe zit het met de terugverdientijd? Lang verhaal kort: dat zit prima. Ook met de wetenschap dat de politiek voornemens is om de huidige salderings­regeling over twee jaar stapsgewijs af te bouwen. Volgens die regeling ontvangen mensen een marktconforme vergoeding voor opgewekte stroom die ze aan het net terug­leveren.

Mocht dat voorstel al niet op de lange baan belanden, dan betaalt de investering van een zonnedak zich alsnog dubbel en dwars terug. Alleen wordt de terugverdientijd in een gemiddeld geval dan bijvoorbeeld geen zeven, maar acht jaar en bespaar je over de levensduur van de installatie geen 11.000, maar ‘slechts’ 10.000 euro.

Hakken vindt de grote nadruk op dit financiële aspect een beetje bizar. “Als iemand een nieuwe keuken koopt, gaat het nooit over de terugverdientijd. Waarom wel als het gaat om duurzaamheid? Ik adviseerde laatst een oudere dame in het dorp. Ze was achter in de zeventig. Als je ­alleen naar de terugverdientijd kijkt, is het maar de vraag of zij die hele periode nog in haar huis blijft wonen. Maar dat maakte haar niet uit, zei ze. Ze wilde gewoon zonnepanelen. Niet om de centjes, maar om haar kleinkinderen.”

Amsterdamse daken

Op papier zijn zonnepanelen op veel daken dus een rendabele investering, maar in Amsterdam is dat vaak niet zonneklaar. Het begint er al mee dat zon 80 procent van de stad bestaat uit etagewoningen. Dus maar zo’n 20 procent van de woningen hoeft zijn dak niet te delen met boven- of benedenburen, wat de afweging of zonnepanelen zich uitbetalen veel overzichtelijker maakt.

Daar gaat het meteen al mis bij de vele bewoners van appartementen die het binnen hun VVE eens moeten worden over de zonnepanelen. In de stad zijn genoeg voorbeelden van VVE’s die daarin zijn geslaagd, maar er komt makkelijk een kink in de kabel als ook maar één bewoner zich ertegen keert.

Ook voor de vele huurwoningen in de stad geldt dat de overgang op zonnepanelen minder snel verloopt dan bij koopwoningen. De woningcorporaties timmeren stevig aan de weg, maar ook zij lopen ertegenaan dat zonnepanelen op eengezinswoningen nog het lucratiefste zijn. Op gestapelde bouw en appartementencomplexen is simpelweg minder dak per huishouden.

De uitweg die wordt gevonden is vaak om wel zonnepanelen neer te leggen, maar dan voor de stroomrekening van de gemeenschappelijke ruimtes, zoals de verlichting in het trappenhuis. Vooral als er een lift is, wat veel stroom vergt, wordt dat interessant, zegt directeur Roebyem Anders van zonnepanelenleverancier Sungevity. Want hoe kunnen ze de opbrengst anders eerlijk verdelen? “Soms doen ze: wie het eerst komt, die het eerst maalt. Of ze kiezen voor de bovenste verdieping omdat het goedkoper is die aan te sluiten.”

Op eengezinswoningen loont het voor huurders, zegt Anders, om de verhuurder aan te spreken. “Veel woningcorporaties staan daarvoor open.” Sungevity werkt daarvoor samen met De Alliantie en ook Eigen Haard heeft dit soort projecten. “Met 8 of 10 zonnepanelen op het dak kunnen huurders 30 tot 50 euro per maand besparen. We spreken daarbij vaak af dat ze de helft terugbetalen aan de verhuurder door een vrijwillige verhoging van de servicekosten.”

Als zonnepanelen echt geen optie zijn op je eigen dak of wooncomplex, dan is het nog mogelijk om te investeren in een collectief zonnedak. Daarvan zijn in Amsterdam al verschillende voorbeelden, zoals op The Student Hotel in de Wibautstraat, de Westergasfabriek en verschillende bouwmarkten. Dan leg je als het ware je eigen zonnepanelen even verderop in de wijk. Deze constructie is wel wat minder populair geworden dan bij het bedenken ervan in 2013 werd verwacht. Het is lastiger gebleken dan gedacht om eigenaren zover te krijgen grote daken beschikbaar te stellen aan de buurt, en het vergt veel papierwerk bij de zogeheten energiecoöperaties die samen zo’n dak vol leggen.
Bart van Zoelen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden