PlusDe kraai en de ooievaar

Kleine schetsen van leven en dood

Achter elke rouwadvertentie en elk geboortekaartje gaat een verhaal schuil. Mickelle Haest (48) tekende ze de afgelopen jaren op, in de rubriek die afwisselend De Kraai en De Ooievaar heette. Deze week de laatste. ‘De heftigheid zit ’m in wat mensen elkaar soms aandoen.’

null Beeld Van Santen & Bolleurs
Beeld Van Santen & Bolleurs

Zijn die verhalen echt gebeurd? Het is een vraag die ­Mickelle Haest al jarenlang regelmatig te horen krijgt als mensen erachter komen dat zij degene is die elke week een Amsterdamse uitvaartverzorger of verloskundige aan het woord laat. Haar antwoord: ja, natuurlijk. Ze zou die verhalen niet eens kunnen verzinnen.

Zo was er de postzegelverzamelaar die werd heengezonden in een kist vol postzegels, voldoende gefrankeerd om de hemel te bereiken. De vrouw die haar dochter naar school bracht en niet meer thuiskwam om de ontbijttafel af te ruimen, omdat ze op de terugweg in de dode hoek van een vrachtwagen terecht was gekomen. En de man die de verloskundige wel heel bekend voorkwam: hij had zowel zijn vrouw als zijn minnares bezwangerd en kwam met beiden afzonderlijk naar de praktijk. Haest: “Niets zo uitzonderlijk als het leven.”

Twaalf jaar geleden begon ze met het optekenen van bijzondere levenservaringen voor Het Parool: ze beschreef toen wat een medewerker op de meldkamer van ambulancedienst 112 meemaakte. Een idee waar ze op kwam toen haar dochters (nu 21 en 17) nog klein waren, en ze bij de zandbak aan de praat raakte met een verpleegkundige die daar centralist was. “Hij vertelde over het gescheld en geweld waar ambulancemedewerkers mee te maken kregen, iets waarover toen nog weinig bekend was. Ze staan mensen te woord die in paniek bellen over vechtpartijen, ademnood, koortsstuipen, burenruzies en vermiste personen. En ze moeten beslissen waar wel of geen ambulance naartoe moet – er zijn er niet genoeg om overal heen te sturen. Dit moest verteld worden. Ik ben twee jaar bezig geweest om de directeur van de GGD ervan te overtuigen dat ik het netjes en integer zou aanpakken en er een mooie rubriek van zou maken.”

Voor een volgende rubriek volgde ze strafrechtadvocaat Peter Plasman een jaar; daarna schreef ze wekelijks over de belevenissen van een Amsterdamse wijkagent.

Kaplaarzen

Het idee om uitvaartverzorgers op ­diezelfde manier aan het woord te laten – ­verhalend en in de ik-vorm geschreven – ontstond toen Haest voor NRC aan een verhaal over uitvaarten werkte. “Ik liep twee dagen mee op een begraafplaats in Amsterdam en stond met kaplaarzen en een overall aan een graf te delven om te ervaren hoe het is om dat werk te doen. Ik moest een familiegraf openen, de resten van twee eerder overledenen verzamelen en die in een kuiltje onder die twee graf­lagen begraven. Zo ontstond ruimte om de overledene bij hen te voegen. Ik was bang dat ik het heel akelig zou vinden en dat ik hierdoor erg met mijn eigen dood bezig zou zijn, maar ik raakte juist gefascineerd door het vak dat begrafenisondernemers uitoefenen. Ze moeten empathisch zijn, maar ook stevig in hun schoenen staan, hoe moeilijk of verdrietig de situatie ook is. Als twee families ruzie met elkaar hebben en elkaar niet willen zien op de uitvaart, moet je een manier bedenken om er toch voor te zorgen dat iedereen waardig afscheid van de overledene kan nemen. Je kunt niet alles in goede banen leiden door te aaien. Soms moet je streng zijn.”

De Kraai was geboren.

null Beeld Van Santen & Bolleurs
Beeld Van Santen & Bolleurs

Haest kwam in contact met drie uitvaartverzorgers, die hun verhalen met haar wilden delen. Elke paar weken reed ze naar hen toe om hun verhalen op te schrijven: wat waren de wensen van de nabestaanden, wat maakte een uitvaart zo bijzonder? Gebeurde er iets moois, vreemds, grappigs? Hoe rook het in dat huis, hoe was het ingericht, was het warm of koud?

Hoe gedetailleerder, hoe beter, zegt Haest. Alleen dan geef je lezers het gevoel dat ze erbij zijn. “Ik heb nooit expliciet beschreven hoe een buurt, huis of persoon eruitziet, maar door zulke details te benoemen, krijgt de lezer daar vanzelf een beeld bij. Zo heb ik het ook aangepakt bij De ­Ooievaar, de rubriek die er een paar jaar later bij kwam. Een van de twee verloskundigen die ik hiervoor sprak vertelde me dat ze eens binnenkwam bij een stel in een nagenoeg leeg huis. Er stond niet eens een kinderbedje, terwijl hun kind al snel zou komen, zo arm waren ze. Aan de andere kant waren er mensen die de hele huis­kamervloer in hun appartement hadden laten versterken, zodat er een bad op kon staan om in te bevallen. Dat is in Amsterdam trouwens nog niet zo makkelijk, want zo’n bad is loodzwaar en met een beetje pech komt het plafond van de onderburen naar beneden.”

De mensen die Haest voor haar rubrieken volgde hebben allemaal een beroep dat een kijkje achter de voordeur biedt. “De verloskundige en de uitvaartverzorger komen binnen bij mensen van alle leeftijden, nationaliteiten en inkomens. Daarmee gaan de verhalen over meer dan alleen hun uitzonderlijke vak. Iemand noemde De Ooievaar en De Kraai ooit ‘miniatuurtjes’. Dat zijn het eigenlijk: kleine schetsen van de maatschappij. Alles wat in het leven gebeurt, komt erin terug.”

Pufles

De verhalen over dood en leven verschillen minder van elkaar dan je misschien zou denken, zegt Haest. “Afscheid nemen is een heel bepalend moment in het leven van nabestaanden. Iedereen die ooit een dierbare heeft verloren, kan zich nog ­herinneren hoe het was om die persoon te moeten uitzwaaien om vervolgens alleen nog de herinneringen te kunnen vastpakken. Maar ook een geboorte vergeet je nooit meer, en achter elke bevalling zit een bijzonder verhaal. Dat weet ik uit ervaring. Mijn oudste dochter kwam ruim zes weken te vroeg; ik was nog niet eens gestopt met werken en had pas één pufles gehad. Ze was echt ieniemini. Mijn jongste kwam op tijd, maar tijdens de bevalling kon ik alleen maar denken aan een broodje kroket. Ik moest en zou er een krijgen. Tussen de weeën door heb ik er een naar binnen gewerkt. Die had zo in de rubriek gekund.”

Mickelle Haest: ‘Niets zo uitzonderlijk als het leven.’ Beeld Moon Jansen
Mickelle Haest: ‘Niets zo uitzonderlijk als het leven.’Beeld Moon Jansen

Een van de bevallingsverhalen uit De Ooievaar die Haest het meest is bijgebleven, is dat van een vrouw die steeds zonder haar man op controle kwam. Hij bleek vast te zitten, en mocht de gevangenis tijdelijk uit om bij de geboorte van zijn kind te zijn. “Toen de bevalling erop zat en de vrouw gehecht werd, bleek die man ineens verdwenen te zijn. Hij ging even een pakje sigaretten halen, had hij tegen zijn vrouw gezegd. Hij was gewoon gevlucht.”

Een verhaal dat zo veel stof deed opwaaien dat Haest er zelfs boze mails over kreeg, was dat van een stel dat hun ongeboren kind liet weghalen omdat het een hazenlip bleek te hebben. De zwangerschap was via ivf tot stand gekomen en na de curettage vroeg het stel opnieuw een ivf-traject aan. “Dat schoot bij sommige lezers in het verkeerde keelgat. Ik kreeg mails van zowel mensen die dachten dat ik voor abortus ben als mensen die dachten dat ik ertegen ben. Maar het doet er niet toe hoe ik ergens over denk. Het zijn journalistieke verhalen, die vertellen wat er in Nederland gebeurt.”

Dat Haest haar eigen mening buiten beschouwing laat, betekent overigens niet dat de verhalen haar niet raken. “De heftigheid van veel verhalen zit ’m voor mij in wat mensen elkaar soms aandoen,” zegt ze. Als voorbeeld noemt ze het verhaal van een wit echtpaar, van wie het kind na de bevalling zwart bleek te zijn. “De ouders hadden het in eerste instantie niet in de gaten, maar de verloskundige zag het direct. De moeder wist natuurlijk dat de kans bestond dat haar kind van een ander zou zijn, maar had niets tegen haar man gezegd.”

null Beeld Van Santen & Bolleurs
Beeld Van Santen & Bolleurs

Zoals de bevallingsverhalen de afgelopen jaren niet alleen maar vol blijdschap waren, zo waren er ook maffe, vreemde en zelfs grappige uitvaartverhalen. Haest ­herinnert zich het verhaal van een familie voor wie oma niet snel genoeg begraven kon worden, omdat ze nog op vakantie moesten. “Op de dag van de uitvaart kwamen ze voorrijden met de vouwwagen achter de auto, zodat ze meteen na de uitvaart konden vertrekken.”

Even opmerkelijk: de sinterklaasavond waarop de uitvaartverzorger een paniekerig telefoontje kreeg. Er was een acuut sterfgeval in de familie, maar in alle hectiek werd niet duidelijk om wie het ging. “Eenmaal op het adres aangekomen zag de uitvaartverzorger de familie aan een ronde tafel zitten met een hoge soeppan in het midden. Oma’s tomatensoep met ballen; die aten ze altijd op pakjesavond. De uitvaartverzorger begon haar voorstelrondje en eindigde bij oma, die wat voorover­gebogen knikkebolde. ‘Dit is oma en ze is dood,’ zei haar dochter. Niemand wist wat ze moesten doen, dus ze hadden haar maar aan tafel laten zitten.”

Moois en lelijks

Aan de verloskundigen en uitvaartverzorgers die Haest sprak – de laatste jaren bleef van elk beroep één contactpersoon over; bij de anderen raakte de verhalen in de loop der tijd op – vroeg ze heel eerlijk te zijn over wat ze zagen en meemaakten in hun beroepspraktijk. “De rubriek moest vooral geen Postbus 51-spotje worden. Je kunt er best wat van opsteken, maar ik wilde geen stukken maken waarin je leest hoe je je benen moet neerzetten tijdens een bevalling. Het moesten menselijke verhalen zijn, met moois en lelijks. Als je geen dingen durft te delen waarvan je vindt dat je ze niet goed hebt gedaan, krijg je alleen himmelhoch jauchzende verhalen waarin alles fantastisch is. Zo is het leven niet, en de dood ook niet.”

null Beeld Van Santen & Bolleurs
Beeld Van Santen & Bolleurs

“Ik vind het bijzonder dat ze zich zo hebben opengesteld en hun verhalen in alle eerlijkheid en openheid met mij deelden. Soms werden ze zo geraakt door wat ze hadden meegemaakt dat ze er in tranen over vertelden. Door hun openheid zijn die verloskundige en uitvaartverzorger voor lezers echte personen geworden. Ik denk dat iedereen wel een beeld bij ze heeft. En voor mij zijn het heel dierbare contacten geworden.”

Ook lezers werden geraakt, blijkt uit de vele mails, kaarten, opmerkingen en handgeschreven brieven die Haest ontving. Sommige mensen deelden verhalen over hun eigen bevalling, of schreven dat een uitvaartverhaal hen had gesteund nadat ze iemand hadden verloren. Een enkeling vroeg Haest zelfs of ze kon inschatten of een van de twee beroepen iets voor hen zou zijn.

Na jarenlang schrijven over leven en dood komt deze week een einde aan de rubriek. “Nu neem ik zelf een beetje afscheid,” zegt Haest. Ze gaat het missen, haar regelmatige afspraken met de vakmensen met wie ze een vriendschap opbouwde, en het in stilte optikken van hun verhalen. Maar stilzitten is er niet bij, want ze is ook nog initiatiefnemer en mede-eigenaar van Chocolate Nation, een groot chocolademuseum in Antwerpen.

null Beeld Van Santen & Bolleurs
Beeld Van Santen & Bolleurs

Al is er ook tijd om terug te blikken. “Niets is zo levend als de dood, heb ik geleerd. Natuurlijk gaan bevallingen over leven, maar daar gaat het bij overlijden eigenlijk ook over. Op zo’n moment gaat het om het leven dat die persoon heeft geleid en de mensen die hij of zij om zich heen heeft verzameld. Het leven is verteld, maar de herinneringen eraan blijven.”

Verder kijken dan het cliché

Kunstenaarsduo Van Santen & Bolleurs verzorgt sinds 2014 wekelijks het beeld bij De Kraai/De Ooievaar. “Als we een tekst binnenkrijgen, is het eerst even huilen of lachen,” zegt Hans Bolleurs. “Daarna bespreken we: waar gaat dit verhaal over, wat is de essentie? We zoeken naar één zin in de tekst die alles samenvat, en op basis daarvan gaan we associëren.”

In de studio van het stel staat inmiddels een bak vol rouwlinten, babyflessen en andere rekwisieten; alle props worden zorgvuldig gepositioneerd en gefotografeerd. “In eerste instantie werkten we met bekende symbolen: beschuit met muisjes, koffie met cake, een doodskist,” zegt Wendy van Santen. “Toen we al die clichés een keer hadden gebruikt, werd de beeldtaal steeds interessanter. Het verhaal van een van een overleden vrachtwagenchauffeur die werd uitgezwaaid met claxongetoeter, verbeeldden we bijvoorbeeld door drie claxons op elkaar te stapelen.”

null Beeld Van Santen & Bolleurs
Beeld Van Santen & Bolleurs

Het verhaal van een man die voor de ogen van zijn ouders zwaaiend van het balkon sprong, vond het duo een van de indrukwekkendste.

Ze illustreerden het met een geranium op de grond, in de schaduw van een vallende vetplant daarboven. De ouders en de zoon. “We ­wilden de absurditeit van die situatie laten zien en weg­blijven van clichés,” zegt ­Bolleurs.

Een opa die in de kist zo werd bedolven onder tekeningen en ballonnen van kleinkinderen dat alleen zijn neus nog zichtbaar was, ­illustreerden ze door een kistje te overgieten met felgekleurde verf. Een kleurrijk afscheid.

“Het mag af en toe best abstract zijn,” zegt Bolleurs. “Soms snap je de illustratie pas als je de tekst hebt gelezen. Dat ene beeld hoeft niet het hele verhaal te vertellen; het is bedoeld om mensen nieuwsgierig te maken naar de tekst.”

null Beeld Van Santen & Bolleurs
Beeld Van Santen & Bolleurs
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden