Review

Klassiek: Leopold Stokowski - Stokowski: The maverick conductor ****

Leopold Stokowski tijdens een repetitie in het Madison Square Garden in New York City in het voorjaar van 1968. Foto AP

Over dirigent Leopold Stokowski (1882-1977) doen veel onzinverhalen de ronde. Vaak was hij daarvan overigens zelf de bron. Hij knoeide met zijn geboortedatum, verzon landen van geboorte (Polen, Duitsland) en leerde zichzelf zelfs een Oost-Europees accent aan, omdat hem dat vooral in Amerika 'exotischer en dus interessanter' zou maken. Alsof de werkelijkheid al niet interessant genoeg was.

Leopold Stokowski was één van de interessantste en succesvolste dirigenten van de vorige eeuw, maar tegelijkertijd één van de meest verguisde. De box met tien cd's die door EMI Classics is uitgebracht onder de titel Stokowski: The maverick conductor geeft een fraai beeld van 's mans uitzonderlijke kwaliteiten, zowel in goede als in slechte zin.

Leopold Stokowski werd geboren in Londen, in de Upper Marylebone Street, als zoon van een Poolse immigrant, de kastenmaker Kopernik Józef Boles¿awowicz Stokowski, en een Ierse moeder, Annie Marion Moore. In 1882, en niet in 1887, zoals hij ooit per brief liet weten aan het respectabele Hugo Riemann Lexicon, om onnaspeurlijke redenen. Hij was ook niet katholiek, maar anglicaans, en thuis werd geen Pools gesproken, maar gewoon Engels.

De jonge Leopold was zo'n buitensporig muziektalent dat hij al op zijn dertiende werd toegelaten op het Royal College of Music. Hij studeerde er met onder anderen Ralph Vaughan Williams, wiens symfonieën hij later, toen hij als dirigent van de orkesten van Cincinnati en vooral Philadelphia wereldberoemd werd, herhaaldelijk op het programma zette.

In 1902 werd hij benoemd tot organist en koordirigent van de St. James's Church in Piccadilly, en een jaar later studeerde hij af aan het Queen's College in Oxford als bachelor of music.

Stokowski's weg naar het grote succes begon in New York, waar hij in 1905 een organistenpost aannam en vervolgens besloot dat hij dirigent van een orkest zou worden. Hij keerde terug naar Europa, studeerde onder meer in Parijs en kreeg in 1909 de kans het Cincinnati Symphony Orchestra, dat na ruzies over geld en arbeidsvoorwaarden op zijn gat lag, vlot te trekken.

Onder leiding van de nog geen dertigjarige Stokowski ontwikkelde Cincinnati zich tot een van de betere orkesten van het land, maar toen de tijd kwam om te oogsten, was de chef alweer vertrokken - naar Philadelphia, waar hij van 1912 tot 1941 de scepter zou zwaaien en wereldroem zou vergaren. Daar ontstond de Philadelphia sound, een product van Stokowski's esthetische opvattingen, met een volle, rijke, maar vooral ook gedifferentieerde en gedetailleerde klank.

Stokowski was een klankfetisjist. Om het orkestgeluid te krijgen zoals hij het hebben wilde, experimenteerde hij met orkestopstellingen en met technieken, waarvan het free bowing van de strijkerssectie het bekendst werd. Veel navolging kreeg het niet. Ook tegenwoordig gaan de strijkstokken van de violisten keurig allemaal tegelijk op en neer, maar Stokowski zorgde met zijn vrije aanpak voor menig wonder. En als hij gastdirigent was bij een vreemd orkest, klonk dat binnen de kortste keren onherkenbaar anders. Beter.

Stokowski riep verguizing over zich af door steeds meer een showman te worden, door wijzigingen in partituren aan te brengen als hij vond dat daarmee het resultaat beter zou worden en door smakeloos genoemde bewerkingen te maken van onder meer werken van Bach. Maar die bewerkingen waren helemaal niet smakeloos, zoals de eerste cd in de Maverick-box bewijst. Liefdevol is een woord dat eerder zou dienen te vallen.

Op de volgende cd's is te horen dat alle opgebouwde vooroordelen tegen Stokowski onmiddellijk terzijde kunnen worden geschoven. Hij verdient vooral bewondering. Bewondering over zijn levendige belangstelling voor de eigentijdse muziek bijvoorbeeld.

Hij was de eerste die in de VS Le sacre du printemps dirigeerde, hij bracht stukken van Edgard Varèse in première, voerde muziek van Sjostakovitsj uit toen dat nog geenszins voor de hand lag (de Eerste en de Elfde symfonie zijn in de box vertegenwoordigd) en spande zich in voor componisten die alweer in de vergetelheid zijn geraakt (Harold Farberman, Vincent Perichetti). Zijn uitvoering van Bartóks Muziek voor snaren, slagwerk en celesta uit 1959 is tijdloos prachtig, de Petite symphonie concertante van Frank Martin is geweldig en dat geldt al evenzeer voor The planets van Holst of Petroesjka van Stravinsky. Er valt aan deze cd-box veel te genieten.

Dat Stokowski als geen ander kon toveren met orkestkleuren, blijkt uit de cd die integraal is gewijd aan werken van Debussy. Zoals de strijkers zich in Prélude à l'après-midi d'un faune op 1 minuut 45 bijna stiekem achter de blazers opdoemen is pure magie. Jammer is wel dat de concertmeester erg van vibreren houdt. Heel mooi is ook Nocturnes. Intrigerend is hier de extreme kanaalscheiding in het stereobeeld. De strijkers zitten nadrukkelijk links, de althobo nadrukkelijk rechts, met niets daartussenin. De opname is uit 1958.

Ook de kleurenpracht in Res­pighi's lichtvoetige Pini di Roma heeft een unieke tintelende kwaliteit. En dan moeten we Stokowski de volvette orkestraties zoals van Palestrina's Adoramus te Christe maar vergeven. Iedereen heeft recht op zijn momenten van wansmaak. (ERIK VOERMANS)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden