Review

Klassiek: James MacMillan - St John Passion/London Symphony Orchestra (LSO Live) ***

De aankondiging dat het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO) dit jaar met Pasen voor de afwisseling eens géén Matthäus- of Johannes-Passion van Johann Sebastian Bach zou spelen, leidde in de Obrechtstraat, waar zich het kantoor van het KCO bevindt, niet tot een woedende menigte die met spandoeken ('Wij laten ons onze Bach niet afnemen!') hun misnoegen kenbaar maakte.

Misschien had men zich de afgelopen twee seizoenen ook groen en geel geërgerd aan de passie-uitvoeringen onder leiding van Sir Roger Norrington en was men eigenlijk wel blij met een jaartje zonder Bach bij het KCO. Bovendien zijn er in het Concertgebouw en elders meer dan genoeg alternatieven voor handen voor de muziekliefhebber die het in deze dagen niet zonder Bach wil of kan stellen.

In 2010 is alles weer gewoon bij het oude. Dan dirigeert de Canadese specialist Bernard Labadie bij het KCO de vertrouwde Matthäus. Maar dit jaar is alles anders, want komende vrijdag en zondag dirigeert Sir Colin Davis de zeer onvertrouwde St John Passion van de stevig aan de weg timmerende Schotse componist James MacMillan.

MacMillan, die in juli vijftig wordt, schreef The passion of our Lord Jesus Christ according to St John, zoals de ondertitel luidt, in opdracht van het KCO, het London Symphony Orchestra, de Boston Symphony en het Rundfunkchor Berlin. De directe aanleiding was de tachtigste verjaardag van Sir Colin Davis, in Engeland net zo'n monument als Bernard Haitink in Nederland, en MacMillan greep de compositieopdracht aan om de lang gekoesterde wens ooit nog eens een moderne passie te schrijven in vervulling te laten gaan.

De St John Passion werd vorig jaar april in de Londense Barbican voor het eerst uitgevoerd, door de London Symphony onder Colin Davis, en die uitvoering is nu op cd uitgebracht op LSO Live, het eigen label van het beste orkest van het Verenigd Koninkrijk.

Net als de Johannes-Passion van Bach bestaat MacMillans St John Passion uit twee delen, maar daarmee houden de overeenkomsten verder wel op. Bij MacMillan zijn er geen koralen, geen aria's en slechts één vocale solist (Christus), die als de nood pal voor de Kruisdood het hoogst is, niet zingt Mich dürstet en Es ist vollbracht!, maar I thirst en It is finished.

Al meteen vanaf de eerste noten is duidelijk wat de inspiratiebron van MacMillan is. Niet de Lutherse traditie waaruit Bach putte, maar de Gregoriaanse paasliturgie, gezongen in het Latijn, waar MacMillan als kind van katholieke ouders vertrouwd mee was. De melodische wendingen in de openingslijnen van de St John Passion, gezongen door een 'vertellerskoor', dat de plek van de evangelist bij Bach inneemt, zijn rechtstreeks afgeleid van de melodische formules waarop in het gregoriaans wordt gepsalmodieerd. Ook wordt elk van de tien delen, behalve de laatste drie, afgesloten met een langere, aan de liturgie ontleende tekst. Tu es Petrus, na de drievoudige verloochening van Petrus, Judas mercator pessimus, na het verraad van Judas en Stabat mater dolorosa, waarin Maria wenend naast het kruis staat waaraan haar zoon hangt.

De laatste drie delen zijn de uitzondering, te beginnen met het nu al omstreden The reproaches, waarvoor MacMillan putte uit de zogeheten improperia ('verwijten') van Goede Vrijdag, waarin Jezus zich tot het Joodse volk richt met de vraag wat hij toch heeft misdaan om zo'n lot te verdienen. In The Guardian en ook op het internet (Forward: The Jewish Daily) werd MacMillan vervolgens het verwijt gemaakt dat hij zich van antisemitistische teksten had bediend, een discussie die eerder ook al is gevoerd over bijvoorbeeld het zinnetje Blut komme über uns und unsere Kinder in de Matthäus-Passion van Johann Sebastian Bach. Maar ja, Bach is boven alle kritiek verheven, terwijl MacMillan zich voor het nageslacht nog moet bewijzen. Laten we eerst maar eens zien of de St John Passion de komende tweehonderdvijftig jaar repertoire weet te houden.

MacMillan is een componist die beurtelings imponeert en irriteert. Hij kan buitengewoon transparante, ragfijne en ontroerende muziek schrijven (deel 7, Jesus and his mother is een hoogtepunt), maar vaker is het in de St John Passion van dik hout zaagt men crucifixen. De daverende botheid van Carl Orff is nooit ver weg, waardoor deze muziek niet zelden looiig klinkt en in de agressieve scènes zelfs afschrikwekkend wordt. Maar misschien was dat precies de bedoeling.

De St John Passion eindigt niet met een gloedvol slotkoor, maar met een orkestrale epiloog van tien minuten, getiteld Sanctus immortalis, miserere nobis, waarin MacMillan het Tristanmotief twee maal citeert en hij zinspeelt op de dood van Siegfried uit Wagners Götterdämmerung. Wat dat impliceert voor MacMillans Jezusopvatting mag iedereen voor zichzelf uitmaken.

De uitvoering is niettemin van hoog niveau. Sir Colin Davis inspireert de London Symphony tot grootse daden, bariton Christopher Maltman is een prachtige Christus, die van MacMillan rijkelijk geornamenteerde, oosters aandoende melodielijnen in de mond gelegd krijgt. Ook de dames en heren van het London Symphony Chorus zingen oorstrelend, met als hoogtepunt de allerlaatste zin, 'And he bowed his head and gave up his spirit', waarbij de tonen (gezongen door louter vrouwenstemmen) letterlijk ten hemel varen. (ERIK VOERMANS)

Het Koninklijk Concertgebouworkest, het Omroepkoor en bariton Tommi Hakala spelen en zingen op 3 en 5 april James MacMillans St John Passion in het Concertgebouw. Het concert van 5 april wordt live uitgezonden op Radio 4. Aanvang 14.15 uur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden