Klassiek: Conlon Nancarrow - Studies for player piano - Calefax Reed Quintet *****

Het nieuwe jaar is nog maar net begonnen en het is nog veel te vroeg om nu al over jaarlijstjes na te gaan denken. Maar wat moet je anders als je al de hele week met zo ontzettend veel plezier luistert naar de cd van Rietkwintet Calefax met werken van de Amerikaanse componist Conlon Nancarrow?

Heel veel mooiers, krankzinnigers, inspirerenders en verbluffenders kan er in 2009 onmogelijk verschijnen, of het moest de mysterieuze Judas-Passion van Johann Sebastian Bach zijn, waarvan niemand ooit het bestaan bevroedde, totdat een doodgraver erop stuitte bij het schudden van het graf van de componist op het Johanneskerkhof in Leipzig. Andere kandidaten: een opname van het hoboconcert van Beethoven, van de Achtste symfonie van Sibelius, die de Finse meester eigenhandig meende te hebben vernietigd, of van de bij brand verloren gegane opera Oedipus und die Sphinx van Varèse. Ook het lang verbeide muziektheaterwerk De derde librettist bracht het er wél levend vanaf van Boulez zou in 2009 een hoogst opmerkelijke release zijn.

We moesten er allemaal maar niet te veel op rekenen. Laten we ons rijk rekenen met wat er wél is: een cd met zeventien stukken die Nancarrow oorspronkelijk schreef voor een mechanische piano en die door Raaf Hekkema zijn bewerkt, tot leven geroepen kun je ook zeggen, voor vijf blazers en piano, en die alle het bloed sneller doen kloppen.

Die Conlon Nancarrow (1912-1997) was een maffe vogel. In volstrekte afzondering werkte hij in de tweede helft van de vorige eeuw in Mexico City (in zijn vaderland Amerika was hij persona non grata vanwege zijn communistische sympathieën) aan een oeuvre dat in de moderne muziek volstrekt op zichzelf staat. Toch ontbrak in muziekencyclopedieën lange tijd elk spoor van de man. Dat veranderde pas in 1981, nadat de vermaarde componist György Ligeti in een Parijse platenwinkel op zijn werk was gestuit. Ligeti schreeuwde vervolgens van de daken dat het hier 'de grootste ontdekking sinds Webern en Ives' betrof, 'iets geweldigs en belangrijks voor de hele muziekgeschiedenis'. Vanaf dat moment kon niemand meer om Nancarrow heen.

In de jaren veertig raakte Nancarrow als jonge componist zodanig gefrustreerd door de onwil en het onvermogen van musici om zijn muziek naar behoren te spelen, dat hij na het lezen van Henry Cowells boek New musical resources op het idee kwam voor pianola te gaan schrijven, een mechanische piano die met geperforeerde rollen wordt gevoed. Elk gat in zo'n rol triggert een toetsaanslag en brengt dus een toon voort. En zo'n pianolarol speelt de muziek altijd perfect, zeurt niet en hoeft ook niet betaald te worden.

Nancarrow schreef meer dan vijftig van die stukken, die hij Studies voor pianola noemde en die in de loop der jaren steeds ingewikkelder en virtuoser werden. Heerlijk krankzinnige buitelingen van tonen zijn het, waarin Nancarrow een steeds complexer spel speelde, meestal in de vorm van een canon, met verschillende ritmes en tempi door elkaar heen.

Dat stansen van die pianolarollen was nog een heel werk. Soms was Nancarrow vele maanden bezig met één Studie, en als hij zich verrekende, waardoor de afstanden tussen de gaten niet correct waren, moest hij weer helemaal van voren af aan beginnen.

Dankzij een bescheiden erfenis hoefde hij niet van zijn muziek te leven. Dat wilde hij ook helemaal niet. Hij maakte wat hij zelf wilde horen en al het andere was onbelangrijk. Die instelling gaf zijn muziek een enorme innerlijke kracht.

Met eenzelfde soort geïnspireerde verbetenheid zette Raaf Hekkema, saxofonist van het Rietkwintet Calefax, zich vanaf 2001 aan een schier onmogelijke taak. Hij wilde onderzoeken of het mogelijk was voor levende musici speelbare versies van een aantal van die Studies te maken. Nancarrow zelf sloot dat uit, maar pianist Yvar Mikashoff en het Ensemble Modern hadden in de vorige eeuw al bewezen dat het wel degelijk kon, tot groot genoegen van de componist overigens, die van de weeromstuit zelfs weer muziek zonder pianorollen begon te schrijven.

Wat zou Nancarrow hebben genoten van deze cd van Calafax! Hobo-ist Oliver Boekhoorn, klarinettist Ivar Berix, Hekkema op saxen, Jelte Althuis op basklarinet, Alban Wesley op fagot en niet te vergeten Ivo Janssen op piano spelen hier zo overweldigend goed dat je vaak je oren niet kunt geloven. Dat is ook een compliment aan bewerker Hekkema, die werkelijk briljant werk heeft afgeleverd. Het is alsof Nancarrow de stukken allemaal speciaal voor Calefax heeft gecomponeerd, zo natuurlijk en overtuigend klinkt het allemaal.

Het grappigst zijn de vroege Studies, waarin nog veel jazzinvloeden zijn te horen en waarin Calefax klinkt als een knotsgek minibigbandje waarvan de leden teveel uppers hebben geslikt. Een persoonlijke favoriet is Studie no. 12, dat begint met een sterk Stravinskiaans gearticuleerde melodie, totdat aalvlugge arpeggio's en ander virtuoos gemeander het beeld gaan bepalen. Geen twijfel mogelijk: deze cd gaat in de prijzen vallen. (ERIK VOERMANS)
(MDG)

www.myspace.com/calefax
www.calefax.nl
wikipedia.org/Conlon_Nancarrow

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden