Beeld Artur Krynicki

Kindjongen bezingt de dingen in Noord

PlusMassih Hutak

Kindjongen is mijn favoriete nieuwe Noorderling. De verwondering waarmee hij telkens weer door het Noorderpark of het Vliegenbos loopt, wens ik elke bewoner van elke wijk op de wereld toe. Hij verkent om zich heen wat in zijn hoofd allang bedacht is.

Kindjongen maakt geen geluiden meer. Hij zingt en zegt woorden. Hij is vaster in het zingen van melodieën dan in per se de juiste woorden uitspreken die erbij horen. Woorden zijn overbodig. Dat wil ik hem leren. Melodie is veel mooier en waardevoller. Harmonie. Ritme. Timing. Dat wil ik hem leren. Maar hij gaat woorden nodig hebben. Soms meer dan hij zelf zou willen, helaas. Mensen zullen hem zien zoals ze allang in hun hoofd bedacht hebben.

Kindjongen draagt blauwe laarzen waar de modder aan alle kanten uitpuilt. Hij noemt ze ‘shoes’. Hij leert verschillende talen door elkaar, zoals zoveel kinderen op ons plein in Noord. Zij zijn de echte rijken. Maar met romantiek betaal je geen rekeningen. Dus we benadrukken ‘boom’, ‘huis’ en ‘poes’. Hij zegt vooral ‘auto’, ‘eten’ en ‘bal’. Tegelijkertijd zijn er kinderen op het plein van zijn leeftijd die volzinnen spreken en alle objecten in de openbare ruimte pre-cies goed benoemen. Ik wens ze rijkdom toe.

Kindjongen glundert als hij ziet dat de zandbak op woensdagochtend helemaal van hem is. Hij gaat graven en gooien. Ik vind het niet erg. Gooi maar, zeg ik. Totdat twee andere meisjes erbij komen en ik nu echt moet ingrijpen. Ik doe alsof ik niet doorhad dat ze al bang voor hem waren vóórdat hij zand gooide. Ik wens ze wijsheid toe.

Kindjongen loopt met grote ogen richting de tractor die het gras in het park omploegt omdat het herfst is. De voorste wielen zijn groter dan papa. De grootste grijns ooit verschijnt op zijn bolle gezicht. Ik maak een foto en verander de achtergrond van m’n iPhone. Hij is zo enthousiast van de tractor dat hij spontaan begint te sprinten naar de dichtstbijzijnde hond waar ik moet doen alsof ik van huis­dieren houd zodat hij kan aaien. Zachtjes aaien.

Kindjongen groet Joop van de beste ijszaak van Amsterdam en Ahmad van de beste buurtsuper van de Vogelbuurt. Als we langs de kapper in onze straat lopen, wil hij ineens opgetild worden. Het geruis van de tondeuse laatst over z’n achterhoofd heeft diepe sporen achtergelaten en niet alleen in z’n kapsel. Ik verheug me op de tijd dat hij het schuren van een scheermes in zijn nekvel zal waarderen. Maar laat het vooral nog lang duren. Heel lang.

Kindjongen en ik komen weer thuis en de gang ligt onmiddellijk onder het zand. Hij begint weer melodieën te zingen zonder woorden. Woorden zijn overbodig. Dit is alles.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden