PlusInterviews

Kinderen over de lockdown: ‘Ik zie het virus als een soort oorlog’

null Beeld Marc Suvaal
Beeld Marc Suvaal

Voor het boek Hoe we het monster versloegen werd Amsterdamse basisschoolleerlingen gevraagd naar hun lockdownervaringen. Hoe vergaat het ze nu, ruim een half jaar later?

Afgelopen jaar kregen meer dan driehonderd basisschoolleerlingen in groep 7 en 8 een online schrijfworkshop ­aangeboden door de Amsterdamse Stichting voor Kennis en sociale Cohesie (SKC). Deze stichting richt zich al ruim twintig jaar op onderwijsbegeleiding via ­diverse projecten in Noord, Oost, Nieuw-West en West, om ervoor te zorgen dat overal in de stad kinderen gelijke kansen krijgen. Tijdens de schrijfworkshop kregen de leerlingen de ­opdracht op te schrijven hoe ze de coronapandemie ­beleefden. De verhalen van 113 kinderen zijn gebundeld in het boek Hoe we het monster versloegen, verschenen in december en ­geredigeerd door kinderboekenschrijver ­Anna van Praag.

Inmiddels zijn de lockdownregels ­veranderd. Zo mogen veel groep 8-leerlingen nu wél naar school; zij worden als ‘kwetsbaar’ gezien omdat zij vorig jaar ook al veel hebben gemist en dit jaar de overstap naar de middelbare school maken. We spraken vier leerlingen over hun bijdrage in het boek en hoe ze nu, ruim een half jaar later, tegen de ­situatie aankijken.

Noor el Khayari Beeld selfie
Noor el KhayariBeeld selfie

Noor el Khayari (11), woont in West, zit in groep 8 van basisschool Tijl Uilenspiegelschool.

‘Ik moet van mijn moeder en vader thuisblijven. Anderhalve meter is lastig. Geen familie, niet naar buiten, alleen bellen. Quarantaine. Ik kan er niet meer tegen. Alleen in mijn kamer. Waarom geen vrienden om me heen? Mijn ­vader ging boodschappen doen en werd ziek. Hij heeft het virus! Ik ging huilen op mijn kamer. Mijn moeder kwam binnen en ze ging naast me zitten en me troosten. Mijn ­vader ging weg omdat hij ons niet wilde besmetten. Hij zei dat hij ons elke dag zou bellen tot het niet meer ging. Ik moest nog harder huilen. Ik was alleen met mijn moeder en broer en we hadden bijna geen eten meer. Ik ging slapen. Mijn moeder moest niet huilen, maar in haar hart wel. Mijn vader belde en zei dat hij in het ziekenhuis was. En toen was het stil. Ik zei: ‘Papa papa, hallo papa…’ Maar de volgende dag kwam mijn vader weer thuis, met een mondkapje.’

“Deze periode vind ik best wel naar. Tijdens de eerste lockdown zat ik maanden thuis en had ik niks te doen. Ik maakte ook veel ruzie met mijn broer. Ook het volgen van thuisonderwijs ging niet zo goed. Ik liep flink wat achterstand op omdat ik de opdrachten steeds niet op tijd af had. Ik had vaak ook weinig concentratie. Dan wilde ik me ­ergens goed op focussen, maar af en toe lukte het echt niet. Soms had ik op een dag maar één uur online les, wat voor mij te weinig was.

Door dit alles was de eerste lockdown een lastige tijd voor me. Omdat ik nu in groep 8 zit, mag ik tijdens de tweede lockdown wel naar school. Het is veel leuker om mijn vrienden en vriendinnen in het echt te zien in plaats van via de laptop of iPad. Op die manier houd je ook beter contact met elkaar.

Soms ga ik met vriendinnen buitenspelen. Maar dat geldt niet voor iedereen. Een vriendin van mij uit de buurt mag niet eens buitenspelen. Haar ouders zijn bang dat ze besmet raakt en ze ziet daardoor zo min mogelijk mensen. Ik ben veel gaan wandelen en fietsen met mijn moeder om deze gekke tijd toch een beetje leuk te maken.”

Gijs Dekker Beeld selfie
Gijs DekkerBeeld selfie

Gijs Dekker (12), woont in Noord, zit in de eerste klas van het Over-Y College.

‘Het is de Tweede Wereldoorlog in Amsterdam. Ik was ­ontslagen en moest huilen. ‘Dan kan je misschien helpen in de tuin,’ zei mijn moeder. Maar er was geen tuin meer, die was kapotgemaakt door het huiszoekingsbevel. Daarom bleef ik maar in bed.

Ik werd wakker van een geluid. Voor het raam stopte een truck, er kwamen heel veel soldaten uit. Ze ramden op de deur van de buren. ‘Opendoen, snel.’ Ze sloegen de deur in en er werd naar binnen gestormd. Ik hoorde geschreeuw en gegil. Er kwamen mensen uit het huis. Mijn moeder kwam naast me staan en zei: ‘Het zijn ondergedoken Joden.’ Mijn boosheid tegen de Duitsers groeide en groeide.

De onderduikers werden in de truck gegooid en de truck reed de straat uit.

De dag erna kwam ik iemand tegen die bij het verzet zat en ik sloot me ook aan bij het verzet.’

“Voor veel kinderen is het een lastige tijd. In groep 8 kreeg ik alleen maar online onderwijs en liep ik een achterstand op omdat ik maar twee keer in de week contact met de leerkracht had. Het is prettig als ik gewoon altijd aan de leerkracht vragen kan stellen, op welk moment dan ook.

­Tijdens de tweede golf is het beter geregeld en georganiseerd, ook omdat ik in de zorgklas zit. Dat komt omdat mijn moeder een vitaal beroep heeft; ze is verpleegkundige. Daarom mag ik elke dag naar school. Het is heel fijn dat ik nu wel goede begeleiding krijg.

Soms vergelijk ik de ­coronacrisis met de Tweede Wereldoorlog. Het coronavirus is een soort oorlog waar we al een lange tijd tegen vechten. Op dit moment is het niet land tegen land, maar ­samen tegen het virus. Niet met wapens en soldaten, maar met vaccins en maatregelen.”

Adam Abachri Beeld selfie
Adam AbachriBeeld selfie

Adam Abachri (13), woont in Noord, zit in de eerste klas van Het 4e Gymnasium.

‘Ik hield een zomerslaap. Na de zomer werd ik wakker en toen ging ik terug naar mijn kamer om een herfstslaap te doen.’

“Door het coronavirus zijn er veel vrijheidsbeperkingen, omdat iedereen zoveel mogelijk thuis moet zitten. Maar gelukkig ben ik nog steeds gezond en dat is natuurlijk erg belangrijk. Ik zit nu in de eerste klas, waar ik dagelijks ­online les heb. Dat is af en toe vermoeiend. Het is lastig om de concentratie vast te houden, want ik zit voortdurend achter een laptopscherm.

Het was fijn dat ik in de eerste drie maanden van de brugklas mijn klasgenoten in het echt heb leren kennen. Ik zou heel graag weer gewoon naar school willen om mijn klasgenoten en docenten weer te kunnen spreken. Ik schreef tijdens de zomerworkshop over een zomer- en een herfstslaap. Hierbij had ik in ­gedachte dat als ik dan zou gaan slapen, die hele coronacrisis voorbij zou gaan. Dat zou ik ook het liefst willen. Dat deze tijd snel voorbijgaat.”

Suzanne el Hadidy Beeld selfie
Suzanne el HadidyBeeld selfie

Susanne el Hadidy (11), woont in West, zit in groep 8 van basisschool De Waterkant.

‘Ik wilde niet meer tv-kijken. Op alle zenders was er alleen maar nieuws over het virus. Naar school kon ik ook niet, die was acht weken dicht. Dat is echt abnormaal lang.

Buitenspelen? Al mijn vriendinnen mochten niet buitenspelen van hun ouders. Toen ging ik maar alleen. Ik ging voetballen voor mijn huis, maar iemand sprak mij aan dat ik afstand moest houden. Dat was het moment dat ik besloot te gaan klagen bij de gemeente. Ik ging erheen, maar ze zeiden dat ik een mondkapje moest. In mijn hoofd werd ik echt heel boos. Ik ging protesteren. Ik maakte bordjes met zinnen als ‘Maatregelen te streng. Gun mij normaal buitenspelen’. Of: ‘Niet zo streng zijn tegen mij’. Met mijn bordjes begon ik te schreeuwen: ‘Stop met streng zijn! Gun me buitenspelen! Wees slim en maak ons niet gek!’ Ik hoorde mijn echo overal, het was zo stil dat ik het opgaf.’

“Toen ik vorig jaar in groep 7 zat, kreeg ik elke dag online onderwijs. Ik ben heel blij dat ik nu voor halve dagen naar school mag. Daar kan ik mijn vrienden tenminste zien. Dat is veel gezelliger dan dat ik ze online via een scherm zie. Ik vind de coronatijd erg saai, omdat je bijna niets te doen hebt.

Voor mijn gevoel is er een groot verschil tussen de eerste en tweede lockdown. In de eerste lockdown leken de maatregelen wel wat serieuzer. Toen waren er bijvoorbeeld geen uitzonderingen en moest groep 8 net als ­andere klassen thuisblijven.

Als alles weer mag, zou ik graag met vrienden willen zwemmen, schaatsen en ­winkelen. En nooit meer rekening houden met de 1,5 ­meter-regel.”

Anna van Praag, Hoe we het monster ­versloegen, ROSE stories, €12,95.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden