PlusExclusief

Kinderchirurg Ramon Gorter over hoe we omgaan met dood en verlies: ‘Het gemis van je kind blijft altijd bij je’

Journalist Nynke Sietsma verloor eind 2020 haar vierjarige zoontje Berend. In deze serie spreekt ze mensen over hun ervaring en omgang met de dood en verlies. In de vierde aflevering: kinderchirurg Ramon Gorter (38).

Nynke Sietsma

Over deze serie

Na het overlijden van haar zoontje Berend is freelance journalist Nynke Sietsma nieuwsgierig naar hoe anderen denken over de dood, het hiernamaals en verlies. In maart 2020 werd de levenslustige Berend ernstig ziek. Hij bleek een agressieve vorm van kanker te hebben. Tegen de verwachtingen van de artsen in overleed hij eind oktober van dat jaar op vierjarige leeftijd. Nynke, haar echtgenoot en dochter van vijf jaar oud bleven achter met de vraag: waar is Berend nu? Met deze serie hoopt ze iets meer grip te krijgen op het grootste mysterie van het leven: de dood.

Kinderchirurg Ramon Gorter: ‘Er bestaat geen draaiboek voor rouwen. Maar ik denk dat voor iedere rouwende vader of moeder geldt dat je niet vermeden wilt worden.’ Beeld Daphne Lucker
Kinderchirurg Ramon Gorter: ‘Er bestaat geen draaiboek voor rouwen. Maar ik denk dat voor iedere rouwende vader of moeder geldt dat je niet vermeden wilt worden.’Beeld Daphne Lucker

Ramon Gorter en ik hebben een band die we nooit hadden willen hebben. We verloren beiden een zoontje. Maar er is nog een connectie: Gorter opereerde het mijne.

Op een zomeravond keek ik panisch in de ogen van de kinderarts. Berend was onverwacht met hevige buikpijn in het Emma Kinderziekenhuis opgenomen. Gorter werkt daar als kinderchirurg. Hij zou Berend, die al maanden ziek was, nog dezelfde nacht met spoed opereren aan een complicatie van een eerdere operatie.

Klaarwakker en gespannen als een rietje wachtte ik die nacht op de uitslag. Maar er was nog iets dat me wakker hield. In Gorters ogen had ik een blik gezien die me bij andere artsen nog niet was opgevallen. Die van hem stonden bezorgder, doorleefder, terwijl hij jonger leek dan ikzelf. Ik googelde Gorter en las in een blog van zijn vrouw Marguerite, óók kinderchirurg, dat ze hun babyzoontje Olivier waren verloren. Ook kinderen van artsen kunnen blijkbaar doodgaan, besefte ik met een schok.

Ik vertel de anekdote aan Gorter, terwijl ik bij hem thuis aan de keukentafel schuif. “Grappig dat je dat zegt,” zegt hij. “Wij zijn niet alleen artsen in een witte jas, maar ook gewoon mensen met een verhaal. En inderdaad, ook kinderen van dokters kunnen doodgaan.” Hun zeven maanden oude zoontje Ollie, zoals ze Olivier noemen, overleed in 2018 in het VUmc vredig tussen zijn ouders in, aan een zeldzame afweerstoornis. “Toen we naar huis gingen, namen we Ollie mee in een maxicosi. Voor de zekerheid bedekten we hem met een doek om te voorkomen dat mensen op de gang enthousiast ‘oh, gefeliciteerd met jullie baby!’ naar ons zouden roepen.”

En dan kom je thuis.

“We hebben hem boven in zijn bedje gelegd. En toen moesten we het aan zijn tweeënhalf jaar oude broer Benjamin vertellen. Toen het echte afscheid van Ollie naderde en we het kistje moesten sluiten, gaf Benjamin zijn broertje een kus en zei: ‘Tot ziens!’ Daarna legde Benjamin uit zichzelf de deksel op het kistje.”

En dan is de wereld nooit meer hetzelfde.

“Ineens waren we niet meer z’n vieren maar met z’n drieën. Dat drong maar niet door. In de eerste weken na zijn overlijden was ik steeds in de war. Dan stapte ik mijn auto in en dacht: ik vergeet iets. Dan zei Marguerite: ‘Dat is Ollie, lieverd. Maar hij is er niet meer.’ Midden in de nacht schoot ik overeind en dacht ik weer: er klopt iets niet, er is iets helemaal mis. En dan zei Marguerite weer: ‘Het is Ollie’.”

Het zal altijd Ollie zijn.

“Alles is anders sinds Olivier er niet meer is. Niet alleen ons gezin is veranderd, maar ook relaties, familiebanden en ons werk veranderden. Wij waren beiden zeer ambitieus. Voor Oliviers dood hoopte ik binnen vijf tot tien jaar de nieuwe hoogleraar kinderchirurgie te worden. Ik zou het nog steeds prachtig vinden, hoor, maar het is nu geen must. Ik kijk minder naar de toekomst en leef alleen nog in het hier en nu.”

“Ja, dat merk ik,” zegt Marguerite lachend, terwijl ze de keuken inloopt. “De babykamer is nog steeds niet af.”

Gorter en zijn vrouw leerden elkaar kennen tijdens hun studie geneeskunde aan de Vrije Universiteit. Ze werkten er beiden aan een internationale carrière, hun zonen Olivier, Benjamin en Felix werden er geboren, Olivier overleed er en binnenkort komt hun vierde kind er ter wereld. Sinds een paar jaar werkt Gorter in het Emma Kinderziekenhuis. Al heeft hij nu vakantie, hij houdt er rekening mee dat hij moet kunnen opereren. “Toen ik nog geneeskunde studeerde zei een arts een keer tegen mij: arts zijn is niet gewoon een baan, het is een way of life.”

Die way of life heb je altijd gewild, want je wilde als kind al dokter worden.

“Ik kwam als kind vaak in het ziekenhuis. Zette je mij op een schommel, dan viel ik eraf en brak ik iets. Op een dag kwam ik met een kapotte pink bij een plastisch chirurg. Ik was een jaar of zeven, acht. Toen ik die man aan het werk zag, dacht ik: ik wil later ook dokter worden. Toen ik jouw zoon Berend opereerde, was ik net een jaar klaar met de specialisatie kinderchirurgie.”

Hoe was het om weer te opereren nadat Ollie was overleden?

“Het ziekenhuis is mijn tweede huis, het is veilig en vertrouwd voor mij. Van mijn collega’s mocht ik na Ollies overlijden binnenlopen wanneer ik maar wilde. Dat heeft geholpen. En kinderen opereren kan ik altijd, dat zit verankerd in mijn dna.”

Ben je erg veranderd als dokter?

“In het begin opereerde ik niet meer alleen, dan waren we altijd met z’n tweeën. En als het kan, draag ik een mishandeld kind liever over aan een collega. Dat weet mijn team ook. Mensen die een kind mishandelen, hebben geen idee wat ze hun kind aandoen, maar óók geen idee wat ze zichzelf aandoen als het sterft. Want dat gebeurt nog wel eens.”

Omdat jij weet wat het is om zonder kind door te moeten.

“Ja. Het gemis van je kind blijft altijd bij je.”

Wat doe je nog meer anders?

“Bij ons kwam de arts die moest vertellen of Ollies aandoening te genezen was anderhalf uur later dan gepland. Dan zit je dus anderhalf uur in extreme spanning te wachten om te horen of je kind wel of niet doodgaat. Als ik nu zelf op een bepaald tijdstip heb afgesproken met ouders en het loopt uit op de poli, wat vaak gebeurt, dan bel ik naar de afdeling om dat te laten weten. Zo simpel kan het zijn. Onzekerheid maakt mensen gek. Zogenaamd kleine dingen kunnen een enorme impact hebben op ouders en patiënten. Ook denk ik dat we meer oog mogen hebben voor verliezende vaders.”

Vergeten we de vaders, bedoel je dat?

“Vergeten is een groot woord, maar we kijken automatisch meer naar moeders. Toen Olivier ziek werd en overleed, trokken mensen sneller naar mijn vrouw of ze vroegen aan mij: hoe is het met haar? Misschien roepen wij mannen het ook wel over onszelf af, hoor. Mannen kunnen denk ik moeilijker over hun emoties praten dan vrouwen. Ik loop zelf ook niet te koop met het verlies van Olivier. Maar als mensen mij iets over hem vragen, ben ik open. Misschien heerst er nog steeds het idee dat vaders sterk zijn, stoer zijn, liever in hun eentje verdrietig zijn. Maar dat maakt zo eenzaam.”

Nynke Sietsma met zoontje Berend.
 Beeld Privéarchief
Nynke Sietsma met zoontje Berend.Beeld Privéarchief

Je hebt dat zelf ervaren, maar zie je het ook op de werkvloer in het ziekenhuis?

“Toen er een kindje bij ons op de afdeling overleed, viel het me op dat het zorgpersoneel zich automatisch om de moeder bekommerde, terwijl de vader alleen in een hoekje stond te huilen. Dat heeft me erg aangegrepen. Ik ging naast hem staan, omdat ik weet hoe het voelt. Maar mannen staan er ook niet altijd voor open. Dat is het lastige.”

Mannen weten misschien niet altijd waar ze behoefte aan hebben.

“Ik vind het zelf ook lastig om het te verwoorden. Dat is het moeilijke aan rouwen, er bestaat geen draaiboek. Maar ik denk dat voor iedere rouwende vader of moeder geldt dat je niet vermeden wilt worden. En dat er ruimte moet zijn om je overleden kind te kunnen noemen. Ik zal Ollie nooit vermijden of ontkennen in een gesprek omdat het dan ongemakkelijk wordt. Dan is het maar ongemakkelijk.”

Wat zou je andere verdrietige vaders aanraden?

“Praat erover met iemand. Een psycholoog bijvoorbeeld. Ikzelf was sceptisch. Ja hallo, ik ben zelf dokter, dacht ik. Als de psycholoog belde, nam ik de telefoon niet op. Maar ik ben toch blij dat ik ben gaan praten. Ik heb ook traumatherapie gehad omdat ik er niet tegen kon als ons zoontje Felix begon te huilen. Hij leek als baby’tje als twee druppels water op Ollie. Dan gaf ik hem aan Marguerite en moest ik de kamer uit.”

Ben je ook veranderd als vader?

“Ik ben bezorgder. Ik zie mezelf nog voor het huis staan van een vriendje van onze oudste zoon. Ik kon gewoon niet wegrijden terwijl hij daar speelde. Ik ben drie kwartier voor het huis in de auto blijven zitten. Ik vertrouw andere ouders wel met mijn kinderen, dat is het niet, maar als er iets is, iets ergs, ben ik de enige die mijn kind kan helpen.”

Heb jij, als iets meer doorgewinterde rouwende vader, advies voor mij?

“Rouw is heel persoonlijk. Iedereen gaat op zijn eigen manier met gemis om. Ik ben nog lerende, maar ik probeer open te zijn over mijn verdriet en mijn omgeving daarin mee te nemen. Het maakt de kans kleiner dat we elkaar kwijtraken.”

Want rouwen kan eenzaam maken. Jij vond het ook stil worden na Ollies overlijden. Wat zou jou helpen?

“Kijk, dat vind ik toch nog best een lastige vraag. Een berichtje tijdens de geboortedatum en sterfdatum van je kind is heel fijn. En gewoon uit het niets even een appje, of een uitnodiging voor een biertje. Ik hoef het niet altijd metéén over Ollie te hebben. Als de ruimte er maar is. We zijn ook nog best gezellige mensen, hoor.”

Ramon Gorter

Ramon Gorter (38) is kinderchirurg in het Emma Kinderziekenhuis van het Amsterdam UMC. Hij studeerde geneeskunde aan de Vrije Universiteit. Zijn vrouw Marguerite Gorter is ook kinderchirurg. Samen hebben ze vier kinderen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden