PlusAchtergrond

‘Kijk, net een burrito’: de lijkwade is in opkomst als duurzaam alternatief voor de doodskist

Milieuvriendelijker dan een kist en ook nog eens goedkoper: steeds vaker laten overledenen zich begraven of cremeren in een lijkwade. ‘Samen hebben we geoefend met proefliggen.’

Uitvaartondernemer Susanne Duijvestein wikkelt proefmodel Klaartje Dullemond in een wade. Beeld Dingena Mol
Uitvaartondernemer Susanne Duijvestein wikkelt proefmodel Klaartje Dullemond in een wade.Beeld Dingena Mol

“Kijk, dit maakte je driehonderd jaar geleden voor als je ­later doodging: een lang, wit linnen hemd met mouwen. Handgemaakt en voorzien van de initialen van de drager. De naald waarmee het kledingstuk werd gemaakt, werd na afloop vernietigd. Om ongeluk af te weren,” zegt uitvaartondernemer Susanne Duijvestein (34). Ze is docent bij Gaandeweg Uitvaart Educatie en auteur van het boek ­U­itvaart in eigen hand. “Het ­verhaal gaat dat je je doodskleed twee keer droeg; een keer in de huwelijksnacht en nog een keer als je gestorven was.”

Duijvestein verzorgt vandaag de workshop ‘Maak je ­eigen doodskleed’. Een handjevol twintigers en een enkele veertiger zit aan tafels in de atelierruimte van Mediamatic, een instelling die al dertig jaar bekendstaat om de ontwikkelingen op kunst-, technologie-, cultuur- en voedselgebied. De perfecte omgeving om eens goed na te denken over wat je kunt dragen als je er ooit niet meer bent.

Afscheid nemen

Anno 2021 gaan we op ons paasbest de kist in. “Maar een kist is best een verspilling,” zegt Duijvestein. “Er wordt een boom voor gekapt en de gebruiksduur is maar een paar dagen. Zonde eigenlijk.” Maar het is wettelijk verplicht het dode lichaam op het moment van cremeren of begraven te bedekken. Een lijkwade, ofwel doodskleed, is een mooi alternatief, vindt ze. “Milieuvriendelijk, betaalbaar en ­geschikt voor alle lichaamsbestemmingen.”

Steeds vaker krijgt Duijvestein het verzoek de overledene te hullen in zo’n wade. “Er zijn natuurlijk kant-en-klare exemplaren te koop, maar die zijn vaak duur. Er zelf een maken is veel goedkoper en bovendien een heel fijne ­gelegenheid om het afscheid nemen te intensiveren. Een mooi ritueel om samen met familie en vrienden te doen.”

Aan een lijkwade zijn wel bepaalde eisen verbonden. Zo moet ie het hele lichaam bedekken. “In principe past een lichaam in een wade van drie meter lang en twee meter breed.”

In verband met de uitstoot van verbranding of het ­natuurlijke ontbindingsproces onder de grond moet het kleed gemaakt zijn van natuurlijk onbespoten materiaal, zoals linnen, wol, katoen, jute of zijde. “Je kunt kiezen voor betekenisvol textiel, zoals lakens of mooie kleden met misschien wel een bijzonder verhaal. Maar een nieuwe lap stof kopen kan natuurlijk ook.”

Daarnaast moet een wade goed vervoerd kunnen worden, dus moet er worden nagedacht over een draagbaar. Die kan van hout zijn, maar bijvoorbeeld ook worden ­gemaakt van samengeknoopte takken of gevlochten ­wilgentenen.

In de atelierruimte hangen een paar voorbeelden van wades aan een kledinghanger: een exemplaar van vervilte witte wol en een grote doek, terrakleurig en streelzacht. Om de diverse ­wikkeltechnieken uit te leggen, ­nodigt Duijvestein een vrijwilliger uit om te komen proefliggen.

Klaartje Dullemond (48) meldt zich, een kunstenares en ­ouderenbegeleider. Samen met twee collega’s, onder wie vriendin Sophie, zette ze twee jaar geleden een groep op voor rouw- en verliesverwerking bij dementie voor mantelzorgers. Niet lang daarna kreeg Sophie zelf de diagnose kanker. Ze overleed vijf maanden later.

“Toen ze wist dat ze zou sterven, vroeg ze me een kunstwerk te maken voor op haar wade,” vertelt Dullemond. “De stof had ze zelf uitgekozen. Samen hebben we geoefend met het proefliggen in de wade. Het waren kostbare momenten. Naast het verdriet hebben we ook veel gelachen. Dat maakte het extra mooi.”

Duijvestein slaat de aardekleurige doek voor haar open. Dullemond stapt erin en gaat liggen. Eerst worden haar voeten ingevouwen, vervolgens klapt Duijvestein de zij-flappen om beurten naar binnen. Uiteindelijk steekt ­alleen het hoofd van Dullemond nog uit het stoffenpakket. Ze giechelt een beetje. Duijvestein drapeert de overgebleven lap stof aan het hoofdeinde in een waaiervorm rondom het gezicht van de kunstenares. Daarna wordt ook haar hoofd bedekt. “Kijk, net een ingebakerde mummie,” zegt Duijvestein. “Of een burrito.” Bevrijdend gelach ­weerklinkt.

De textielkeuze kan bepalend zijn voor het ­effect. Zo is een wollen stof zacht en beschermend, en toont het dunnere flanel sneller de contouren van het gezicht. “Dat vindt niet ­iedereen prettig.”

Bijpassend kroontje

“Alles aan de dood is natuurlijk, behalve de manier waarop we ermee omgaan. Ik geloof in een nieuwe cultuur van de dood en afscheid nemen. Uitvaarten kunnen helende rituelen zijn als ze een portret vormen in iemands geest. Ik ­geloof in een manier van omgaan met de dood die dichter bij het leven staat en ons beter doet begrijpen hoe de ­natuur werkt. Een zelfgemaakte wade maakt een dood zachter.”

Als uitvaartondernemer zit Duijvestein vol ontroerende verhalen. Zoals over de vrouw met dementie die er dagelijks aan herinnerd moest worden dat haar man was overleden. “Door haar man in een wade te leggen die ze kon aanraken, kon ze de werkelijkheid beter beseffen.”

Ook de uitvaart van een zesjarige kind zal ze niet snel vergeten. “Vrienden van zijn ouders bewerkten een donkerblauwe stof langs de randen met goudkleurige wol. Ze maakten sterretjes en ook een maan. Plus een bijpassend kroontje voor op zijn hoofd. Zo prachtig!”

Duijvestein legt de deelnemers uit hoe de wade kan worden gepersonaliseerd. “Het is bijvoorbeeld mooi om de stof te voorzien van structuur, waardoor een bepaalde ­tactiliteit ontstaat en het geheel minder statisch wordt.” Ze laat geprepareerde voorbeelden zien, waaronder een exemplaar met opgenaaide ruches. “Kijk, uitnodigend om aan te raken.”

Handwerkfanaten kunnen hun verdriet kwijt in feeërieke borduursels. Heel bijzonder is het om bladeren en bloemblaadjes te verwerken; de natuurlijke kleurpigmenten doen dan dienst als textielverf. Er bestaan verschillende methodes om stoffen te kleuren: in een verfbad dompelen bijvoorbeeld, maar je kunt de bloemen er ook op ‘hameren’. “Gewoon, met een hamer sla je de bloemen plat. De kleur en de vorm van de bloemen dringen door in de stof. Je weet van tevoren nooit welke kleur de bloemen zullen afgeven, maar dat maakt eigenlijk niet zo veel uit.”

Deelnemers Linh Nguyen en Iva Manduric. Beeld Dingena Mol
Deelnemers Linh Nguyen en Iva Manduric.Beeld Dingena Mol

Na drieënhalf uur fröbelen is het tijd om op te breken. Om beurten tonen de cursisten hun werk. Iva Manduric (26), een architect uit Kroatië, is een uur bezig geweest met bloemen hameren en concentreert zich nu op een geborduurd takje lavendel. Vriendin Ejla Miletic (27), ook uit Kroatië en medewerker bij Mediamatic, koos eveneens voor het platslaan van de bloemen. Haar wade is een lange tunnel, met zelfs een sluiting erop. “De tunnel staat voor het leven zelf.”

Haar vriend Noah Boardman(28), meubelmaker annex decorbouwer uit Amsterdam, gebruikte voor zijn creatie behalve bloemen ook rode bessen. De rode cirkel van bessensap in het midden van zijn lap doet denken aan de ­Japanse vlag. “Ik heb nog steeds geen idee hoe ik ­mezelf wil presenteren als ik ooit doodga. Misschien moet mijn lichaam in stukken worden gedeeld. Dan kan een ­gedeelte begraven worden, een ander gedeelte ­gecremeerd en weer een ander in een wade te water worden gelaten, als een zeemansgraf.”

Gelukkig heeft hij nog een heel leven om erover na te denken.

De volgende Design your own shroud-workshop is op 19 ­september. Aanmelden via www.mediamatic.net.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden