PlusAchtergrond

Kees verzamelde ruim 40 jaar plastic tasjes: ‘Soms weet ik nog wat ik kocht’

Ruim veertig jaar verzamelde Kees Doornenbal (61) gratis plastic tasjes. Het werd een dekenkist vol historie en nostalgie: het Stedelijk, Oilily, de Stripdagen. Soms inclusief kassabon.

null Beeld Archief van Kees Doornenbal
Beeld Archief van Kees Doornenbal

Zijn allereerste plastic tas – een rode met Snoopy erop – nam hij mee uit Londen, ergens begin jaren zeventig. Kees Doornenbal (65) was toen al volop met het energievraagstuk bezig. “De boodschap destijds was helder: onze fossiele energie raakt op. Ik vermoedde dat plastic tasjes daarom snel verboden zouden worden en vroeg me af: waarom zou je gratis, prachtig vormgegeven tasjes weggooien?”

Doornenbal is architect; zijn bedrijf Rappange & Partners Architecten richt zich vooral op restauraties, herbestemming en binnenstedelijke nieuwbouw. Hij was onder meer verantwoordelijk voor het in oude luister terugbrengen van het Tuschinski Theater. Momenteel is hij, samen met Pi de Bruijn en Evelyne Merkx, betrokken bij de grootscheepse verbouwing van het Binnenhof (‘het eervolste project uit mijn leven’).

Toen hij eind vorig jaar door corona steeds vaker thuis was, in Santpoort-Noord, en hij bovendien met kerst en oud en nieuw niet op vakantie kon, herinnerde hij zich dat hij nog een enorme kist op zolder had staan: daarin had hij veertig jaar lang plastic tassen verzameld. Een uitgelezen moment om de boel eens te gaan ordenen. Als er tenminste iets van over was.

null Beeld Archief van Kees Doornenbal
Beeld Archief van Kees Doornenbal

“Ik was bang dat al dat plastic een grote klomp zou zijn geworden, maar dat viel mee. Er zat maar één tasje tussen dat totaal was vergaan, de rest bleek in behoorlijk goede staat. Die dekenkist heeft altijd op dezelfde plek op zolder gestaan. Hij is ook niet verplaatst toen we later een kamer hebben ingebouwd op zolder; sindsdien staat ie achter een knieschotje en daar is het vrij koud. Dat moet de redding zijn geweest van mijn verzameling.”

Jaartallen

Doornenbal fotografeerde alle tassen met zijn iPhone en probeerde ze vervolgens in chronologische volgorde te leggen. “De volgorde klopt vrij aardig, maar er zitten ook stapels en pakketten tussen die ik van anderen heb gekregen. Die legde ik dan gewoon bovenop, terwijl ze soms ouder waren. Er zat ook een tas tussen van het Stedelijk Museum: ‘stedelijk museum amsterdam art modern’, ontworpen door Wim Crouwel. Die komt uit 1965, ik moet hem er later tussen hebben gestopt. Tassen zijn vaak van veel langer geleden dan ik dacht, maar door het jaartal erop zitten ze aan een bepaalde tijd vast – maar anders hadden ze ook van vorig jaar kunnen zijn geweest.”

Het was soms nog een hele uitdaging om de jaartallen van tasjes te achterhalen. “Slechts een enkele keer staat er een jaartal op de tas, of is een evenement, tentoonstellingen of gebeurtenis eenvoudig tot een bepaalde datum te herleiden. Een enkele keer zat in de tas een winkelbon waarop de datum nog leesbaar was. En in een tasje van de Stripdagen in Haarlem vond ik nog een stripboek. Ik weet echt niet meer of ik dat expres heb gedaan.”

null Beeld Archief van Kees Doornenbal
Beeld Archief van Kees Doornenbal

In eerste instantie fotografeerde Doornenbal niet alleen de buitenzijde, maar ook als aan de binnenkant vermeld stond waarvan het tasje was gemaakt. “Die tekstjes laten een bijzondere evolutie zien. Op een gegeven moment ging de mare dat polyethyleen goed was voor het milieu, want je had geen ontbossing meer, en er zouden geen schadelijke gassen vrijkomen bij verbranding, noem maar op. Later stond dat er niet meer. Toen wist iedereen dat dat onzin is, dat die zakjes ook slecht zijn voor het milieu.”

En toch duurde het tot 2016 voordat gratis plastic tassen niet meer waren toegestaan, om afval op straat en in zee tegen te gaan en verspilling van grondstoffen te voorkomen. “Toen je moest gaan betalen voor een tasje, ben ik gestopt met verzamelen.”

Hij is nog bezig met de inventarisatie van de laatste stapels, maar Doornenbal vermoedt rond de duizend tassen te hebben verzameld. “En dan laat ik de buitenlandse tasjes buiten beschouwing; je moet toch ergens een streep trekken.”

null Beeld Archief van Kees Doornenbal
Beeld Archief van Kees Doornenbal

Er zitten veel tassen tussen die herinneringen bij hem boven brengen. “Dan zie je een tasje en weet je direct weer wat je hebt gekocht en waarom – van kledingstukken tot boeken. Of je gedachten dwalen terug naar uitstapjes met het gezin naar de Oilily-outlet in Alkmaar of een bepaalde tentoonstelling. We gingen veel naar tentoonstellingen, niet alleen in Amsterdam maar ook in Museum Catharijneconvent in Utrecht en het Frans Hals Museum in Haarlem. Dan kocht je een catalogus of zo en dan kreeg je er een tasje bij.”

Doornenbal vond een nog verzegelde reclametas van Dolce & Gabbana uit 1995 en een tas met ‘Wat een zak’ erop, speciaal gemaakt door kunstenaar Arjen Lancel bij een expositie in Arti et Amicitiae in 1997. “Het boekje bij de tentoonstelling zat er ook nog in, dat vind ik dan wel leuk.” Er zijn ook tassen die getuigen van een activistische inslag, bijvoorbeeld tegen dierenmishandeling, of met een oproep om Nederland schoon te houden. Andere tasjes getuigen van grootse ontwikkelingen, zoals de opkomst van de e-mail.

Hergebruik

Hij bewaarde niet alles, de minst bijzondere waren voor hergebruik. “Het ging mij om de meest karakteristieke zakjes; om de zakken die iets over die tijd zeiden of zakken waar een jaartal op stond. Pas later dacht ik: ik moet toch ook een V&D-tasje hebben, of iets van een andere winkelketen. Zo werd het een steeds bontere verzameling.”

null Beeld Archief van Kees Doornenbal
Beeld Archief van Kees Doornenbal

Het doel? “Dat had ik eigenlijk niet. Het leek me wel leuk om aan mijn kinderen te laten zien: ‘Kijk, vroeger kreeg je zo’n zakje.’ Ik heb nu de kleinkinderen over de vloer, die zijn nog te klein om er veel van te vinden. Hoewel, ze vinden de tasjes met tekeningen erop wel leuk.”

Als hij klaar is met de inventarisatie van zijn plastictassenverzameling – “Sinds de vakantie voorbij is, gaat het wat minder snel” – wil Doornenbal er misschien wel een boekje van maken. “Maar ik moet nog bedenken wat de insteek wordt. Alles? Alle tasjes met iets literairs erop of alle musea? Ik weet het nog niet. Het zou ook leuk zijn als mijn verzameling ergens geëxposeerd kan worden. Misschien heeft het Stedelijk wel interesse door dat allereerste zakje van Wim Crouwel.”

null Beeld Archief van Kees Doornenbal
Beeld Archief van Kees Doornenbal
null Beeld Archief van Kees Doornenbal
Beeld Archief van Kees Doornenbal
null Beeld Archief van Kees Doornenbal
Beeld Archief van Kees Doornenbal
null Beeld Archief van Kees Doornenbal
Beeld Archief van Kees Doornenbal
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden