Kees Fens: Het geluk van de brug

Bas Lubberhuizen, euro 14,90

Vader was stuurman op de grote vaart, moeder een vrome rooms-katholieke Brabantse. Samen belandden ze in Amsterdam, waar hun zoon Kees Fens in de Van Speijkstraat ter wereld zou komen.

In Het Amsterdam van Kees Fens - een bundeling verhalen die eerder gepubliceerd werden door het Genootschap Amstelodamum - haalt Fens warme herinneringen op aan het rijke rooms-katholieke leven uit zijn jeugd, maar ook aan mannen als Rinus Michels die 'bij de stad hoorden', aan de Westerkerk, de Nieuwe Ooster en andere karakterstieke Amsterdamse plaatsen.

Fens' moeder kende, schrijft hij, Amsterdam nauwelijks toen ze er kwam wonen. 'Eén keer was ze naar een huwelijksmis geweest in de toen net voltooide kerk van Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand in de Chasséstraat. De pastoor maakte diepe indruk. De kerk bepaalde waarschijnlijk mede haar keuze om in West te wonen.'

De Chasséstraat waar de familie naartoe verhuisde toen Fens vijf was, beschrijft hij als een straat met 'keurige winkels, met mannen die keurige kleinere beroepen uitoefenden'. Het grijze gemiddelde van de brave burgerij. 'De dood van de pastoor in 1947 wekte een ontzetting die nu nauwelijks nog door een dubbele moord te bereiken is.' Met warmte en gevoel voor detail schrijft hij over zijn oude buurt, waar hij jaren later nog eens terug zou keren. 'Ik ben er zo'n vijftien jaar geleden nog eens op zondag binnengelopen. Er zat in de enige mis een handjevol mensen van wie ik er nog enkelen herkende; zij waren de buurt en het geloof trouw gebleven. Nu is de kerk gesloten; de bestemming is onbekend.'

Door Fens ogen en pen krijgt de stad ineens een heel andere dimensie. Licht speelt een belangrijke rol in zijn soms haast gepenseelde verhalen vol weemoedige sfeerbeelden.

Over De Baarsjes waar hij opgroeide: 'Het stadsdeel komt meestal het nieuws binnen als een zware bewolking, of op zijn minst als de aankondiging van een depressie.' Zelf heeft hij andere gevoelens, bij de Baarsjesweg uit zijn jeugd bijvoorbeeld. Dat 'weg' was vreemd, want de Baarsjes was een kanaal. 'Waar trage schepen op voeren als in sluiswater tussen de Kinkerbrug en de Wiegbrug. Ik wilde daar wel wonen om altijd naar die schepen te kunnen kijken.'

Hij zat op school met Rinus Michels, aan wiens taalgebruik hij een hoofdstuk wijdt. 'Michels sprak niet per zin, maar per woord. En elk woord gaf hij een ademstoot mee. Wat het woord leek uit te rekken. 'Strafschop', je hoorde er de aanloop in, het schieten en het scoren.'

'Als ik Michels hoorde, hoorde ik op de achtergrond de jonge Marsman, Herman van den Bergh, Van Ostaijen soms. Het expressionisme is beknopt. Geen woord te veel.'

Jan Schaefer was ook zo'n Amsterdammer die Fens bewonderde. Als liefhebber van bruggen lonkte dan ook de Jan Schaeferbrug. Daar wilde hij overheen. 'Vanwege de slankheid (zo tegenovergesteld tot het uiterlijk van de naamgever). Ik wil er ook overheen om Jan Schaefer, die ik als een heel groot Amsterdammer beschouw, te eren.'

Als hij de brug uiteindelijk overgaat staat hij ineens op het Java-eiland. 'Maar in de geest hang ik eerst een hele tijd over de brug; ik kijk uit over het IJ (mijn plaats van het grootste heimwee) en praat met een nog oudere man dan ik over de oude geuren van het IJ: die van vier verre werelddelen. 'De grootste brug is de zee', zegt hij tot slot. Ik knik.' (CORRIE VERKERK)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden