null

PlusAchtergrond

Kan je kind nog alleen de straat op? ‘Kinderen moeten impulsief mogen zijn’

Beeld Vincent Spiering

Sinds Gino (9) verdween uit een speeltuin om de hoek, vragen ouders zich af wat er nog kan. Mag een zesjarige zelf uit school naar huis? Een tienjarige alleen thuisblijven? Twee deskundigen reageren op dilemma’s uit de praktijk van Amsterdamse ouders. ‘We moeten oppassen dat we niet een heel dik hek om hun wereld zetten.’

Martine Bruynooge

Scenario 1

Moeder (34) uit de Watergraafsmeer: “Ik ben single en woon met mijn dochter (8) en zoon (6). Doordeweeks sta ik soms voor een logistiek drama. Onlangs wilde de oudste écht niet mee naar zwemles na school. Na lang zeuren gaf ik toe. Ze mocht alleen naar huis, mits ze meteen naar huis zou gaan en daar zou blijven. Toen ik terugkwam van zwemles was ze er niet. Ik in paniek natuurlijk. Wat bleek? Ze was onderweg een vriendinnetje tegengekomen en was gaan spelen. Na een tijdje kwam ze binnen, ik was inmiddels in alle staten. Is het gek dat ik mijn kind van acht zelf naar huis laat lopen?”

Ontwikkelingspsycholoog en systeemtherapeut Steven Pont (59): “We moeten nu we van Gino hebben gehoord niet ineens de hele wereld wantrouwen. Een kind moet stap voor stap leren zichzelf te redden. Een tweejarige kun je al aanleren om zelfstandig te zijn. Het begint met tien minuten zelf spelen terwijl jij de krant leest en het kind zichzelf maar ziet te vermaken. Steeds ga je een stapje verder. Zelf heb ik de ontwikkeling van de eigen verantwoordelijkheid van mijn kinderen centraal gesteld in de opvoeding. Toen ze drie en vier jaar oud waren liet ik ze alleen thuis terwijl ik naar de bakker ging. Elk pad kent eerste stappen. Je moet ze vroeg leren zetten.”

Hoogleraar neuropsychologie Erik Scherder (70): “Je kunt een kind leren hoe naar huis te lopen door steeds weer dezelfde route te lopen. Wat je niet kunt voorkomen, zijn onverwachte situaties. Dit heeft te maken met je prospectief geheugen, dat kan kwetsbaar zijn, zelfs bij volwassenen. Er zijn schrijnende voorbeelden van. Een moeder die normaal nooit op maandag haar kind naar de crèche brengt, nu wel. Onderweg wordt ze gebeld. Ze vergeet het kind, gaat aan het werk, het kind overlijdt in de auto door hitte. Je zou zeggen: dat kán toch niet? Het kan wel. Door het belletje werd de aandacht van de moeder ‘geherlokeerd’, op iets anders gericht. Net als dat je onderweg naar de apotheek iemand tegenkwam en thuiskwam zonder medicijnen. Het overkomt iedereen wel eens. De cognitieve functies in je hersenen zijn pas uitontwikkeld als je gemiddeld dertig bent, dan weet je dat een kind van acht dit zeker kan overkomen en er niets aan kan doen.”

Scenario 2

Moeder (37) uit Centrum: “Omdat ik dicht bij de Dam woon, spelen mijn kinderen nooit zonder toezicht buiten. Hier is geen enkele sociale controle. Mijn vader woont in Zuidoost. Hij past vaak op en laat de kinderen dan alleen op straat spelen, wat ik niet wil. Ook mogen ze van hem een rondje fietsen, onder een gebouw door, uit het zicht. Op een dag was mijn oudste, toen vier, na tien minuten nog niet terug. Mijn vader ging hem zoeken, roepend op straat, met mij gestrest aan de lijn. Uiteindelijk bracht een vrouw hem terug. Hij bleek verdwaald. Mijn vader blijft vertrouwen hebben, ik vraag me af of ik nou hyperbezorgd ben. Wat kan wel en wat kan niet met kinderen in de stad?”

Steven Pont: “De vraag hier is waarom deze moeder haar kinderen naar opa brengt als zij niet achter zijn handelen staat. Misschien wil ze diep in haar hart dat ze vrij en blij buiten kunnen spelen, maar durft ze zelf de controle niet te verliezen. Als ik het zo hoor, vind ik het niet gek wat haar vader doet. Hij geeft zijn kleinkinderen vertrouwen. Dat is goed. Als je leert dat de wereld een gevaarlijke plek is, blijf je in de buurt van je moeder. Of juist niet: dat zijn kinderen die op een gegeven moment eruit knallen en de andere kant opgaan, in de puberteit bijvoorbeeld. Hoe gedraag je je dan als je niet geleerd hebt jezelf te redden?”

Erik Scherder: “Je kunt geen afspraken maken met een kind van vier en er volledig op vertrouwen dat het goedkomt. Hoe vaak zeggen we niet tegen onze kinderen: ‘Maar dit hadden we zo toch niet afgesproken?’ De hersenen van vierjarigen zijn nog volop in ontwikkeling. Je kunt er dus niet vanuit gaan dat het kind precies doet wat jij verwacht.”

Scenario 3

Moeder (43) uit Nieuw-West: “Ik woon in een groen stukje in Slotervaart. In de hofjes tussen onze huizen is het prettig en kalm. Mijn kinderen (8 en 5) laat ik soms alleen thuis als ik boodschappen ga doen. Ze mogen ook alleen buiten spelen. En toch heb ik twee keer 112 gebeld omdat ik ze écht kwijt was. Dan zeg ik tegen mezelf: niet meer doen. Maar de keerzijde is dat kinderen binnen opgroeien, daar worden ze toch niet wijzer van?”

Steven Pont: “Ik vind dat we niet in paniek moeten raken over kinderen die alleen op straat zijn. De kans op een Ginosituatie is zo bizar klein, de kans op een verdrinking is vele malen groter. Jongens van negen moeten gewoon naar de voetbalkooi gaan, kinderen moeten buiten kunnen spelen. Hoe je kunt voorkomen dat je kind een misstap maakt en wel meegaat met een onbekende? Oefen scenario’s met een onbekende. Wat zeg je, wat doe je? Je kunt ook een codewoord afspreken, bijvoorbeeld zwarte kat. Als iemand zegt: je moeder vroeg of ik je even kon brengen en diegene weet het codewoord niet, weet een kind – foute boel. Wegrennen.”

Erik Scherder: “Je hersenen leren van nieuwe dingen doen, vooral iets waar je moeite voor moet doen en wat uitdagend is. Buitenspelen zit vol uitdagingen. Maar ook risico’s, waarvan de ouders zelf moeten inschatten of ze die willen en kunnen nemen. Zelf was ik een heel voorzichtige ouder. Mijn kinderen zeggen altijd: ‘Je ving ons al op voordat we konden vallen.’ Ik was zo’n man die verdekt opgesteld in de buurt van de speeltuin stond te loeren of het wel goed met de kids ging. Omdat ik wist vanuit de theorie: zeker wél de ruimte geven, maar ook op deze leeftijd een beetje (veel) blijven meedenken.”

Scenario 4

Vader (35) uit De Baarsjes: “Juist om onze kinderen (7, 5 en 3) te leren om buiten te spelen, hebben we een caravan op camping Bakkum. Die van zeven mag alleen de hort op. Vorig jaar ging het echter mis. Hij had een vriendinnetje gemaakt. Ze had een steen die de weg zou wijzen naar een toffe speeltuin in de duinen. Toen hij wel heel lang weg bleef, ging ik hem zoeken, later hielp zelfs de de campingwacht mee. Uiteindelijk werd de receptie gebeld door fietsers. Die hadden de twee gevonden en vonden het verdacht. Ze waren 2,5 kilometer van de camping verwijderd. Toen ik mijn zoon later in mijn armen sloot, snapte hij niet waarom ik moest huilen. Er was toch niks ergs gebeurd? Voor mij een bevestiging dat kinderen echt geen gevaar kennen en dus meer regels nodig hebben.”

Steven Pont: “Kinderen trekken eropuit. We moeten oppassen dat we niet een heel dik hek om hun wereld zetten. Als je ze hun eigen verantwoordelijkheid ontneemt, boezem je angst in. Kinderen zijn impulsief en dat moeten ze ook mogen zijn. Hoe vrij je ze laat om te doen wat bij ze opkomt, is aan jou als opvoeder. En: de ene zesjarige is de andere niet. Mijn advies: begin vroeg met waar je wilt eindigen. Hoe wil jij dat je kind het huis uitgaat? Werk daar stap voor stap naartoe. Je moet niet piepen dat je puber niet zelfstandig is als je op zijn achtste nog zijn boterham stond te smeren.”

Erik Scherder: “Ik ben het volledig met Steven eens. Het exploreren van de omgeving, uitdagingen aangaan, de verrijkte omgeving induiken, is heel belangrijk voor de ontwikkeling van de hersenen. Maar we moeten ons wel blijven realiseren dat kinderen op jonge leeftijd lang niet altijd in staat zijn de consequenties van hun gedrag te overzien. Dat maakt tegelijk waarom impulsief gedrag van kinderen ook leuk en soms briljant kan zijn! Je doet iets, zonder over de gevolgen na te denken. Dat kan fantastisch zijn!”

Meestal gaat het goed

Het verhaal van Gino – de 9-jarige jongen die begin juni uit een speeltuin verdween en dood werd teruggevonden – heeft Nederland massaal bij de keel gegrepen. Gelukkig komt een misdaad van deze orde niet vaak voor. Uit cijfers van het CBS blijkt dat in de periode 2016-2020 31 kinderen jonger dan tien jaar het slachtoffer zijn geworden van moord en doodslag. Ze waren volgens het CBS bijna allemaal door hun vader of moeder om het leven gebracht.

Na Gino’s vermissing ging er direct een Amber Alert uit. In Nederland gaat zo’n landelijk alarm jaarlijks twee à drie keer af. In Amsterdam gebeurde dit tot nu toe één keer, een paar jaar geleden, laat politiewoordvoerder Mireille Beentjes weten. Gelukkig lopen de meeste Amberzaken goed af. Alleen dit jaar kwam het twee keer voor dat een kind na een Ambert Alert niet (levend) is teruggevonden. Een Ambert Alert wordt uitsluitend uitgegeven als een kind in levensgevaar is. Jaarlijks worden er zo’n 16.000 meldingen gedaan van vermissing van een minderjarig kind, zonder dat er een Amber Alert uitgaat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden